JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De Geest van Pinksteren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Geest van Pinksteren

4 minuten leestijd

Want door Hem hebben wij beiden de toegang door één Geest tot de Vader. Efeze 2:18

In deze woorden verklaart de apostel het werk van de Geest van Pinksteren, vloeiend uit een Drieënig God.

Het is het werk van de Vader, Die gedachten des Vredes gedacht heeft over Zijn volk. En het behaagde Hem een schuldig volk tot Zich te doen naderen door het bloed des verbonds dat betere dingen spreekt dat Abel.

Op de dag van Zijn hemelvaart is Christus door de Vader verhoogd aan de rechterhand van de troon der Majesteit in de hemelen. Daar is Hij de Voorspraak bij de Vader en door Zijn Geest woont Hij nu in de harten van Zijn kinderen op aarde. Hij vervult Zijn belofte: , , Ik zal u geen wezen laten".

„Door één Geest". Hier geldt geen besnijdenis of voorhuid, geen dienstknecht of vrije. Doch hier is de scheiding weggevallen tussen Jood en heiden en wordt het door goddelijke genade: één Heere, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, Die daar is boven allen, en door allen en in u allen.

En zó is de komst van de Heilige Geest op het Pinksterfeest de kroon geweest op het grote werk der verlossing door Jezus Christus. „Want door Hem hebben wij beiden de toegang door één Geest tot de Vader". Het is het grote en onuitsprekelijke voorrecht dat de Vader geschonken heeft aan Zijn kerk.

Maar om van dit alles nu in dit leven de vertroostende kracht te ervaren, leert de Heere gedurig weer het smeken om de gezegende werking van de Heilige Geest. David bad reeds: „en neem Uw Heilige Geest niet van mij". Zonder die Geest van Pinksteren blijft het hart zo biddeloos, zorgeloos, behoeftenloos. Dan heerst de koude winter in de ziel die eens zo hartelijk kon zingen: „God heb ik lief'.

En waar de Heere de bediening van Zijn Geest geeft, daar schenkt Hij ook in het hart van Zijn volk een gebed dóór de Geest óm de Geest: „Ontwaak, noorderwind en kom, Gij zuiderwind! doorwaai mij hof, dat zijn specerijen uitvloeien. O, dat mijn Liefste tot Zijn hof kwame, en ate zijn edele vruchten!" Het worden de smeekgebeden om de beoefening van de genade en de dierbare werking van de Heilige Geest. Want onder de bedauwing van die Geest wordt het dode en biddeloze hart weer levendig gesteld en gaan hart en mond weer uitroepen: „Gelijk een hert schreeuwt naar de waterstromen, alzo schreeuwt mijn ziel tot U, o God. Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God".

En die Geest van Pinksteren is Het, Die het hart dat dood is door de zonden en misdaden wederbaart en levend maakt en door het geloof met Christus verenigt. En uit dat onsterfelijke levensbeginsel vloeien door de kracht van die Geest alle geestelijke werkzaamheden in het hart van Gods kinderen voort. Het zijn levende werkzaamheden die leiden tot Christus en dóór Hem tot de Vader.

Het is het zaligmakend werk van de Heilige Geest het harde hart te verbreken en de ziel te verbrijzelen onder het smartelijk geroep van een schuldig mens voor God: „Wee mijner, dat ik zo gezondigd heb". Het is ook het lievelingswerk van de Heilige Geest als de grote Eliëzer en Bruidswerver van Christus, voor het treurende en wenende zielsoog Christus te ontdekken en bekend te maken in Zijn gewilligheid en Zijn volkomenheid en Zijn Heerlijkheid.

En altijd weer leidt de Heere Zijn volk door Woord en Geest in alle waarheid. Zelfs in de duistere nachten van strijd en bange twijfel, waar satan benauwt en de schuld drukt, dan is de Geest van Pinksteren de beloofde Trooster, die de beloften Gods gaat vervullen en toepassen. Hij opent de mond van Gods kinderen en leert hen de eerste klanken stamelen van het „Abba, lieve Vader".

En bij alle droefenis en smartelijk gemis opent Hij het oog voor de beloofde erfenis e doet in heimwee verlangend zingen:

De schoonste plaats mat Gij met ruime snoeren; O heerlijk erf, gij kunt mijn ziel vervoeren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 mei 1986

Daniel | 32 Pagina's

De Geest van Pinksteren

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 mei 1986

Daniel | 32 Pagina's