Getuigen
Getuigen! Wat is dat? Hoe doe je dat? Getuigen is niet: ebateren, redeneren ofdiskussiëren. Het is onvervalst doorgeven wat de Heere in Zijn Woord zegt. Hoe nauwgezet is het getuigenis van de Heere Jezus Zelf. Hij wijkt met geen Woord van de Schrift af. , , Er is geschreven — Hebt gij nooit gelezen? " (Matth. 21). De Heere Zelf getuigde op aarde uit het Woord. In Zijn leven en lijden spreekt Hij naar de Schriften. Zijn lijdensuitspraken vinden wij in de profetieën en de psalmen. Zie bijvoorbeeld Psalm 22 : 1: , Mijn God, Mijn God waarom hebt Gij Mij verlaten? " (Zie ook Matth. 27 : 46). De Heere deed niets buiten het Woord. Dus mogen allen die getuigen in deze wereld dit allee doen uit het Woord.
Getuigen! Wat is dat? Hoe doe je dat? Getuigen is niet: ebateren, redeneren ofdiskussiëren. Het is onvervalst doorgeven wat de Heere in Zijn Woord zegt. Hoe nauwgezet is het getuigenis van de Heere Jezus Zelf. Hij wijkt met geen Woord van de Schrift af. , , Er is geschreven - Hebt gij nooit gelezen? " (Matth. 21). De Heere Zelf getuigde op aarde uit het Woord. In Zijn leven en lijden spreekt Hij naar de Schriften. Zijn lijdensuitspraken vinden wij in de profetieën en de psalmen. Zie bijvoorbeeld Psalm 22 : 1: , Mijn God, Mijn God waarom hebt Gij Mij verlaten? " (Zie ook Matth. 27 : 46). De Heere deed niets buiten het Woord. Dus mogen allen die getuigen in deze wereld dit allee doen uit het Woord.
Na vele dagen
Bram was een keurige jongen. Je kon hem nagaan in zijn leven. Hij leefde kerkelijk trouw mee. Hij was gedoopt. Deed reeds jong openbare belijdenis en hij behoorde tot de jongste avondmaalgangers. Zijn moeder had hem vanaf zijn prille jeugd reeds verteld dat hij een kind van de Heere was. Dit was hem zoals men dat vaak zegt: ls-met-de-paplepel-ingegeven. De eerste keer toen wij hem tegenkwamen, begrepen wij al gauw dat dit een moeilijk gesprek zou worden. Veel moeilijker dan een gesprek met een buitenkerkelijke. Bram zette zich direkt al fel af en verweet ons dat we veel-te-veel met de „oude mens" bezig waren. „Daar ben ik door Jezus van verlost", zei Bram. „En als ik dit leven moet verlaten, dan ga ik naar de hemel". Uitdagend keek hij mij aan. „Maar Bram", kon ik niet laten om te zeggen, „als ik zie hoe jij deze woorden ons toebijt, dan zie ik in jou de „oude mens" in zijn volle persoon". Vuurrood en nijdig wilde hij weglopen. Nog net kon ik hem naroepen: Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien" (Joh. 3 : 3).
Het was ongeveer tien jaar later toen we hem tegenkwamen. Gebogen, bleek en mager. Mijn vrouw zei nog: „Is dat Bram? " Ja hoor, hij was het. Wat was hij door een diepe weg gegaan. Een zwaar hartinfarct had zijn gezondheid gebroken. Alle geestkracht en stoerheid was bij hem verdwenen. Hij kwam terug op het gesprek van tien jaar geleden. Bram was dicht bij de dood geweest. Bram die zo zeker had geweten een kind van God te zijn, verloor al zijn zekerheid. Hij kwam er achter dat zijn godsdienst maar uitwendig werk van eigen maaksel was. In het ziekenhuis kwam het gesprek van tien jaar geleden bijna woordelijk terug. Bram kon niet sterven. Hij moest alles wat hij had beleden, inleveren. „Tenzij iemand wederom geboren worde...." dreunde het in hem. En het was voor hem een wonder geworden dat hij nog in het heden-dergenade mocht zijn. Of het voor Bram zaligmakend is geweest, dat weten wij niet. De Heere weet het. De les voor ons was: „Werp uw brood uit op het water, want gij zult het vinden na vele dagen. En tien jaren, zijn vele dagen. Getuig maar, uit het Woord, dat is nergens verboden.
Laat me met rust
Iets over het straatwerk. „Want op de markt en op de straat is je gulden een daalder waard". Dit geldt ook voor de werkers in de evangelisatie. Als je vis wil vangen moetje niet op zolder zijn, maar bij het water. We liepen gelijk met hem op. Een gesprek beginnen is niet zo moeilijk in
Noord-Holland. Het begon over het weer, over de tijdsomstandigheden en zo kwamen ! we tot de zin van het leven. Hij was een bestudeerd man. Nog jong was hij reeds leraar Grieks en Latijn. Maar van de Bijbel moest hij niets hebben. Een Boek met een verouderd wereldbeeld vond hij. Vol grieksmythologische voorstellingen. Naast het Nieuwe Testament noemde hij een heel , stel gelijkwaardige Griekse werken op. Bovendien als er een God zou zijn, waarom grijpt Hij niet in. Waarom laat Hij zoveel onrecht toe in de wereld? In strafkampen, in hongergebieden waar zoveel onschuldige mensen vreselijk lijden, en tot Hem om hulp bidden?
Wij hebben hem duidelijk gemaakt wat de mens zou moeten zijn en wat hij door de zonde is geworden. God heeft alles zeer goed geschapen, maar wat de wereld nü is, dat hebben wij er van gemaakt. Met grote ogen keek hij ons aan en zei: , , Dus ik ben medeplichtig aan de ellende in deze wereld? En dat durft u zomaar tegen mij te zeggen?
„Ja", was ons antwoord, „de hele schepping kraakt onder uw en onze voeten. Wij moeten bekeerd worden anders gaan we voor eeuwig verloren. We leven van nature in de blindheid van het ongeloof. Het is onmogelijk om de dingen in het juiste licht te zien. Uw en mijn ogen moeten worden geopend door de Heere Zelf, door Zijn Geest".
Zwijgend en met gebogen hoofd ging hij weg en we wisten dat wij de grens van zijn geduld hadden bereikt. Een paar dagen later kwamen we elkaar weer tegen. Hij kon geen zijstraat meer inschieten. „Hoe gaat het", was mijn vraag. Zijn antwoord was: „Ik verzoek u niet meer over deze dingen te spreken tegen mij, want ik wil vannacht weer rustig slapen". Hij wilde, zoals velen, met rust worden gelaten. Waarom worden zulke mensen, die beweren toch nergens in te geloven, eigenlijk onrustig? De ongelovige mens is diep in zijn of haar hart echt niet zo zeker, vandat-er-niets-bestaat. De mens wil de Waarheid niet horen.
Met deze vriend ben ik nog niet klaar. Bij een ontmoeting op straat stelt hij soms vluchtig een vraag. Alles gaat in ons werk niet in één keer. We hebben ervaren dat sommigen na jaren pas onder het Woord kwamen. Wij moeten niet vergeten dat zulke mensen heel wat moeten overwinnen.
Wat wij van jongsaf hebben geleerd, moeten anderen op oudere leeftijd pas leren.
De Hecre alleen weet waartoe dit alles zal strekken. „Hij heeft sommigen met het geloof begiftigd anderen blijven in hun onwetendheid voortleven". De Heere is echter vrij en aan niemand iets verplicht, Zijn loon en straf beantwoordt aan Zijn eer. Hij eist van ons, ook van jullie, dat we op Zijn Waarheid letten. Hij wilde met rust worden gelaten, maar de Heere laat ons niet met rust. „Want de goddelozen zijn een voortgedreven zee, want die kan niet rusten, en haar wateren werpen slijk en modder op". Is Gods volk beter? Zij weten door genade wel beter. David zegt in ps. 40 : 3:
„En Hij heeft mij uit een ruisende kuil, uit modderig slijk opgehaald, en heeft mijn voeten op een rotssteen gesteld, Hij heeft mijn gangen vastgemaakt".
Door ontdekking van de Heilige Geest leren ook wij, jongens en meisjes, dat we vastgezogen zitten in de modder van de zonde. Ook dit moet in het getuigen doorklinken.
Hij bleef bij ons
Hij was in kontakt gekomen met één van onze catechisanten. Het gesprek kwam over de kerk, en watje zoal op de zondagen doet. „Wij gaan zondags naar de evangelisatiepost in 't Wuiver la, en als je daar meer van wil weten, kom dan gewoon een keer luisteren", sprak onze leerling. En zo kwam het dat de jongen voor het eerst bij ons kwam. Eerst wat schoorvoetend, wat begrijpelijk is. 'k Zou die zondagmorgen net over Jozef spreken en had gedacht dit in vijftien toespraken te verdelen. (Wij gebruiken opzettelijk nooit het woord preek. Het woord preek heeft in de oren van buitenkerkelijken een nare klank).
Met open mond zat de jongen te luisteren: Jozef in de kuil, Jozef uit de kuil.
De andere zondag was hij er weer. En vervolgens elke zondag. Hij is al jaren bij ons en is niet meer weggegaan. Zo zie je, jongelui, dat er voor ons ook nog een taak is. Anderen meenemen naar de kerk. Meerdere jonge mensen hebben dit gedaan en met vrucht.
Van een zestienjarig meisje weten we dat de Heere haar ogen heeft geopend voor haar staat voor de eeuwigheid, en zij heeft
dóór genade leren roepen om genade. Een vriend of een vriendin meenemen naar de vereniging en ook naar de kerk, is een goed werk.
Wat zou het groot zijn als jij het middel zou mogen zijn voor een buitenkerkelijke jongeren. Maar vergeet daarbij jezelf niet. Al gaan we netjes naar de vereniging, kerk en catechisatie, ook wij moeten wederomgeboren worden.
Vraag om het nieuwe leven dat uit God is. Vraag of je dienstbaar mag worden tot eer van Zijn Naam en tot zaligheid van medezondaren. Dat is de schoonste taak.
Nooit van gehoord
Zij was al bijna dertig jaar toen ze voor het eerst hoorde dat ze een verloren zondares was. Ze had wel eens iets horen zeggen, zoals zij dat ons vertelde, van een soort hemel waar je naar toeging als je goed leefde. Toen zij voor het eerst de Boodschap hoorde, heeft ze zich verwonderd dat de mensen hier zo rustig naar konden luisteren. , , Als dit nu allemaal waar is", zei ze tegen mij, , , wat moesten alle mensen dan ongerust wezen over hun toekomst". Een opmerking van een buitenkerkelijk meisje.
Wat kan er bij ons een dodelijke rust zijn. Wij zijn zo aan verschillende klanken gewend dat ze ons over het hoofd gaan. Dat we er nog maar amper naar luisteren. Wat is het nodig om steeds waakzaam te blijven, om niet te verstarren in droge dogma's.
Heb jij nog een plekje ergens om je knieën voor dc Heere te buigen? Hem te vragen om het werk van de Heilige Geest? Nu staat de deur der genade nog open. Wij leven nog in , , de welaangename tijd, de dag der zaligheid". Ons jonge leven is zo snel voorbij.
Daarom: , , zoek de Heere terwijl Hij te vinden is".
En dat is nü.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 mei 1986
Daniel | 32 Pagina's