Verkiezingen
Bij velen in ons land is een kaart door de brievenbus gegleden met de mededeling: „Oproeping voor de stemming ter verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal op woensdag 21 mei 1986". Het kabinet onder leiding van minister-president Lubbers heeft de rit van vier jaar bijna uitgezeten. Aan het begin van die rit zei Lubbers: „Vier jaar regeringsbeleid: om met de samenleving van de winter in de lente terecht te kunnen komen."
En winter was het, toen dit huidige kabinet in 1982 van start ging.
Winter, in die zin, dat de gure wind van werkloosheid, financieringstekort en staatsschuld over ons land waaide.
Puinhoop
Het kabinet onder leiding van Den Uyl (van mei 1973 tot maart 1977) had bijna vier jaar lang verkwistend met geld gegooid, zodat er een grote toename kwam van het financieringstekort, van de staatsschuld en een enorme groei van het ambtenarenkorps. Het kabinet Van Agt I nam in december 1977 het roer over en kon gaan beginnen met het opruimen van de gigantische puinhoop die was achtergelaten. Het kabinet besloot tot een voorzichtige herziening van de uitwassen. En zo ontstond „Bestek '81": er zou veel bezuinigd moeten worden. Maar van dat bestek kwam niet zoveel terecht. (Intussen was er ook al een kabinet Van Agt II en III geweest).
Kabinet Lubbers
In die omstandigheden trad het kabinet Lubbers aan. Het kabinet heeft wel enorm bezuinigd. Nu, na vier jaar, blijkt het met onze ekonomie wat beter te gaan: de werkloosheid daalde, het financieringstekort liep terug van 11% naar 7, 5%, het bedrijfsleven werd ontlast zodat er meer geïnvesteerd kon worden waardoor weer meer werk ontstond enzovoorts....
Nu mogen de kiezers op 21 mei bepalen of het kabinet Lubbers er in geslaagd is om onze samenleving in de lente te brengen. Op zich heeft het kabinet geen populair beleid gevoerd. Want wie vindt het fijn dat er bezuinigd moet worden? Toch zullen de kiezers hopelijk wat nuchter zijn en begrijpen dat die impopulaire maatregelen nodig waren (en zijn) om onze ekonomie weer wat te laten opbloeien. De P.v.d.A., als oppositiepartij, zal hier natuurlijk direkt op inhaken en de kiezers allerlei mooie beloften voorhouden. Volgens hen heeft dit kabinet bezuinigd op plaatsen waar het minste geld was. In de verkiezingsstrijd zal de P.v.d.A. proberen juist die mensen met mooie beloften achter zich te krijgen, hoewel ze zelf soms ook niet zeggen waar het geld vandaan moet komen. Het C.D.A. en de V.V.D. zullen hun kiezers vooral proberen te overtuigen dat het beleid van het kabinet Lubbers „gewerkt" heeft. En zo zullen de politieke partijen elkaar in de verkiezingsstrijd aanvallen en bestrijden.
Kabinetsformatie
De huidige regeringspartijen (het C.D.A. en de V.V.D.) bezetten momenteel meer dan de helft van de 150 zetels in de Tweede Kamer. De laatste opiniepeilingen wijzen uit, dat ze die meerderheid dreigen kwijt te raken. De P.v.d.A. zal waarschijnlijk de grootste partij worden, zodat na 21 mei deze partij dan ook een eerste poging mag ondernemen om een regering te vormen. Bij die zogenaamde „formatie" gaat het om een zo groot mogelijke kamermeerderheid, dus een kombinatie van partijen, welke samen meer dan 75 zetels hebben. De uitslag is van tevoren moeilijk te voorspellen. De P.v.d.A. zal mijns inziens eerst met het C.D.A. aan tafel moeten gaan zitten. De formateur zal dan moeten proberen een kabinet te vormen van P.v.d.A. en C.D.A. Een ieder van ons zal begrijpen dat dat op problemen zal stuiten. Deze twee partijen hebben op diverse punten een totaal verschillende visie. Een klein voorbeeld: in het verkiezingsprogramma van de P.v.d.A.
staat dat ze de defensieuitgaven met tenminste 5% willen verlagen. Dat zal natuurlijk op forse kritiek stuiten van het C.D.A., want Nederland heeft zich gebonden aan een NAVO-afspraak om het defensiebudget jaarlijks met drie procent te verhogen. De formateur zal dan met deze twee partijen over dat verschil van inzicht moeten praten en, zo mogelijk, tot een kompromis zien te komen. Worden de partijen het op verschillende punten met elkaar eens en worden er veel kompromissen gesloten, dan wordt dat op schrift gesteld in het zogenaamde regeerakkoord. Aan dat regeerakkoord verbinden de partijen zich en kunnen ze bij meningsverschillen op terug vallen. Bovenstaand is natuurlijk een simpele voorstelling van zaken, maar misschien is het je iets duidelijker geworden hoe een kabinet tot stand komt.
Andere mogelijkheden
Maar het C.D.A. zal niet staan te springen om samen met de P.v.d.A. te gaan regeren. Het C.D.A. hoopt nog steeds op een tweede kabinet samen met de V. V.D., zodat ze , , het karwei kunnen afmaken" waar ze samen nu al vier jaar mee bezig zijn. Wanneer dus die eerste poging van de P.v.d.A. niet lukt, mag het C.D.A. het gaan proberen om een regering te vormen met een zo breed mogelijke steun van de kamer.
Het C.D.A. zal dan waarschijnlijk het eerst naar de V.V.D. stappen. Alleen, doordat ze samen rond de 75 zetels schommelen, hebben ze net niet genoeg steun in de Kamer. Dan blijven er drie mogelijkheden over:
- D'66 wordt in de arm genomen. Deze partij komt waarschijnlijk op zo'n 8 zetels uit. 75 en 8 is 83, dus er is dan sprake van een ruime meerderheid.
- C.D.A. en V.V.D. stappen naar de drie kleine rechtse partijen met de vraag of ze mee willen regeren; dit wordt de zogenaamde „Staphorster-variant" genoemd.
- C.D.A. en V.V.D. zullen een minderheidskabinet vormen en aan de kleine rechtse partijen om gedoogsteun vragen. S.G.P., R.P.F. en G.P.V. dragen dan geen regeringsverantwoordelijkheid, maar beloven C.D.A. en V.V.D. het kabinet te „gedogen", dus hen niet in de eerste de beste poging wegstemmen.
Al met al zal deze formatie een hele klus worden, vooral als V.V.D. en C.D.A. hun kamermeerderheid kwijt zullen raken.
Principiële politiek
Misschien denk je wel: „Als C.D.A. en V.V.D. samen net op de wip zitten, waarom zouden we deze keer niet op het C.D.A. stemmen? Dan houden we Den Uyl of Kok buiten het Catshuis!". Een begrijpelijke, maar wel een pragmatische redenering. Dan kijken we alleen maar naar de praktische situatie. En praktisch gezien hebben C.D.A. en V.V.D. ook veel goede dingen gedaan, vooral op sociaalekonomisch vlak. Wanneer we echter op allerlei immateriële zaken letten van dit kabinet, dan kunnen we daar toch moeilijk mee instemmen? Aan politiek bedrijven zit ook een principiële kant. Dan kijk je niet naar de hoeveelheid zetels die je haalt, maar naar wat de Heere van ons vraagt in Zijn Woord.
Ook al zitten V.V.D. en C.D.A. op de wip, toch zullen we ook deze keer principieel moeten kiezen. Misschien kunnen juist in de komende periode de drie kleine rechtse partijen meer invloed krijgen op het kabinetsbeleid, zodat ze ook een vinger in de pap krijgen ten aanzien van principiële zaken.
Kortom: het zal een spannende verkiezingsstrijd worden. Ik hoop dat je op 21 mei je verantwoordelijkheid zult tonen.
opinie door Wim Polinder
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 mei 1986
Daniel | 32 Pagina's