JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Ik heb geen mens

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ik heb geen mens

6 minuten leestijd

Het leven van een mens is één voortdurende strijd. De strijd om het bestaan, de strijd om ons dagelijks brood, de strijd om het , , naakte" leven soms. Die strijd kan zwaar zijn. Het leed dat geleden wordt kan oneindig veel zijn.

Iedere tijd heeft zijn eigen problemen. Een van de grootste problemen van deze tijd is wel de eenzaamheid. Misschien zegje: hoe kun je nu eenzaam zijn in ons dichtbevolkte Nederland, waar je soms snakt naar een rustig plekje waar je eens geen mensen ziet, waar je niets anders hoort dan de stem van de natuur? Toch denk ik dat de eenzaamheid nog nooit zo ontstellend groot geweest is. Heel deze jachtige tijd, waarin iedereen langs elkaar heen leeft en die ons hele levenspatroon beheerst, werkt daar aan mee. Toch vinden we het ook al in Gods Woord. En dan denk ik aan de man, die als antwoord op de vraag van de Heere Jezus het antwoord gaf: „Ik heb geen mens." En wie van ons die klaagt over eenzaamheid, zal als hij deze geschiedenis nog weer eens leest niet moeten zeggen: , , Dat is nog veel erger." De man waar Johannes over spreekt, is ziek, al héél lang, 38 lange jaren. Hij ligt in „Bethesda": „huis der barmhartigheden". Denk nu niet aan een ziekenhuis zoals wij dat kennen. Het bijbelse Bethesda bestond uit vijf zuilengalerijen, die uitkwamen bij een vijver. Daar zat of lag men op een mat, die opgerold kon worden. Men was aangewezen op de hulp van familieleden en vrienden. Maar onze zieke heeft ze niet meer, of ze komen niet meer. Zo gaat het nog vaak. Als iemand pas in een ziekenhuis ligt, is er vaak een overvloed van bezoek, maar als het wat langer gaat duren, dan wordt de belangstelling dikwijls snel minder. Zeker als het zoveel jaren gaat duren.

Niemand is er die naar die man omziet. Zo ligt hij daar alleen. Jaar in jaar uit. Wel tussen mensen maar toch zo alleen. Alleen met z'n leed en verdriet. Ik heb niemand die mij in het badwater werpt, zegt die man. Ieder loopt voor zichzelf om maar de eerste te zijn. En nu ontfermt Jezus zich over hem. Door een bepaalde zonde in zijn jeugd gedaan (vers 14), moest die man de gevolgen van de zonde dragen. Dat is niet altijd zo. Augustinus zegt: , , Er zijn zonden die God hier in dit leven bezoekt, maar er zijn er ook, die God bewaart voor het eindoordeel" Jezus zoekt deze man op. Heel Jeruzalem is o zo godsdienstig, maar ze bewijzen hem geen barmhartigheid. Maar Jezus zal aan deze man weldadigheid bewijzen. Hij is over hem met ontferming bewogen. Waarom? Omdat hij al zo lang ziek is? Nee. Omdat hij niemand heeft? Ook niet. Omdat het voor hem onmogelijk is om nog ooit geholpen te worden! Daarom gaat Jezus hem helpen.

Weten jullie dat we ten diepste allemaal alléén zijn? Dat we ook alléén die reis zullen gaan maken om God te ontmoeten? Dan helpt mij niets! Geen bevoorrecht geslacht waar ik uit kom. Geen trouw meeleven met de gemeente. Geen grote kennis van de Heilige Schrift, hoe nuttig op zichzelf ook. Ik moet die reis alleen doen. Laten we dat nooit vergeten. Nu kunnen we soms steunen op mensen, maar zij kunnen ons niet dragen naar de bron van verlossing en wij kunnen er onszelf niet brengen. Als we dat mogen leren, worden we een hopeloos geval. En deze geschiedenis zegt ons, dat Jezus zich bemoeit met hopeloze gevallen. Zien wij daar naar uit? Wordt het voor ons hoe langer hoe hopelozer? Hij zal komen op Zijn tijd. „Ik heb geen mens." Wie van degenen, die dit lezen, zeggen dit ook? Ik zit op m'n kamer, rondom me wordt gepraat en gelachen en toch ben ik zo alleen. Weet de Heere daar ook van? Van die problemen die er soms

door ds. a. j. gunst

kunnen zijn, waar je met niemand over durft te spreken. Dat mag met de Heere altijd. Dag en nacht, met al je problemen. Smytegelt zegt het in zijn catechismus zo eenvoudig: , , Hebt ge zorgen, spreek er eens met de Heere over". Dan kan het wel eens zijn dat we geen ander nodig hebben. Ja maar soms heb ik nog geen woorden om te bidden en het lijkt wel of de Heere mij vergeten is. Dan wordt de eenzaamheid dubbel groot. Toch hoort Hij ons wel. Misschien, en ik hoop maar dat er velen onder ons zijn, zegt er wel iemand, ik voel me zo eenzaam, ik kan op de vereniging of thuis toch niet praten over datgene wat mijn ziel beroert. Misschien begrijpen ze me niet of word ik er om uitgelachen. Zelfs als onze ouders genade mogen hebben, kan het nog moeilijk zijn om te praten over je intiemste gedachten. Vraag maar aan de Heere of Hij iemand wil geven met wie je van hart tot hart praten kunt. De Heere heeft op de weg van David Jonathan geplaatst. Hij heeft aan Nathanaël Filippus gegeven. Nathanaël heeft onder die vijgeboom tot God geroepen. Jezus wist het. Er kunnen zoveel andere redenen zijn waarom en waardoor een jong mens zich soms eenzaam kan voelen. Sluit je niet te veel op. We kunnen zo op onszelf gericht raken. Zo komt er plaats voor de zonde van zelfbeklag en voor andere zonden. Geef je vertrouwen aan iemand waar je respekt voor hebt. Als wij nu niet eenzaam zijn, denk er dan altijd om, dat er zo velen zijn die zeggen: „Ik heb geen mens." Daar zijn onze ouderen, onze alleenstaanden. Probeer daar eens iets aan te doen. Het wordt over het algemeen zo op prijs gesteld. Ook al zijn we oud, we tellen nog graag mee. Zulke bezoeken zijn vaak dankbaar werk. Het kan soms veel meer dan wij beseffen een lichtstraal betekenen in een donker en eentonig bestaan. En wie je ook bent, vraag door de plaatsmakende bediening van Gods Geest, Hem te leren kennen. Die in de menselijke ellende is neergedaald. Hij stond alleen. Allen hebben Hem verlaten, tot Zijn discipelen toe. Ze zijn gevlucht, ze hebben Hem verloochend. Hij heeft zelfs uitgeroepen: „Mijn God, Mijn God. waarom hebt Gij Mij verlaten." Breng dan al je zorg en eenzaamheid bij Hem opdat het ook voor jou zou mogen gelden zoals ons Avondmaalformulier zegt: „opdat wij tot God zouden genomen en nimmermeer van Hem verlaten worden."

ds. A. J. Gunst

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 april 1986

Daniel | 32 Pagina's

Ik heb geen mens

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 april 1986

Daniel | 32 Pagina's