JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Een wonder Gods dat we nog vrij rondlopen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een wonder Gods dat we nog vrij rondlopen

vraaggesprek met ds. Klein Onstenk, gevangenispredikant in Leeuwarden

15 minuten leestijd

Dominee, kunt u iets van uw levensloop vertellen?

Ik ben geboren in 1930 te Deventer. Na de middelbare schoolopleiding volgde ik verschillende studies binnen de Nederlands Hervormde Kerk. Van 1952 tot 1960 ben ik hulpprediker geweest in Damwoude, Markelo en Siegerswoude-de Wilp. In die laatste gemeente ben ik met een deel van de gemeente overgegaan naar de Chr. Geref. Kerk. Vanaf 1965 ben ik predikant in die kerk.

Hoe bent u in het gevangenispastoraat terecht gekomen?

Dat werk heb ik part-time gedaan, als vervanger voor de gevangenispredikanten. Tijdens zo'n periode kun je kijken of dat werkje ligt en heb je de gelegenheid om erin te groeien. Verder heb ik me veel beziggehouden met gezinsvoogdij, onder toezicht-gestelden enz. Door dit werk kende men mij dus al en heeft men gemeend een beroep op mij uit te moeten brengen. In 1980 ben ik aangezocht door de Interkerkelijke Commissie Justitiële Aangelegenheden. Dat is een adviserend orgaan. De gemeente van St. Jansklooster die ik diende heeft mij toen beroepen voor de funktie van gevangenispredikant. Ik heb gemeend dat beroep te mogen aannemen. Sinds 1982 ben ik full-time werkzaam in de Leeuwarder gevangenis.

Doordat ik vrijgesteld ben van kerkeraadsvergaderingen en classisvergaderingen, kan ik me helemaal richten op het werk in de gevangenis, dat 70 tot 80 uur per week vraagt.

Kunt u, heel in het kort, iets vertellen over uw werk?

Elke zondagmiddag mag ik voorgaan in een dienst. Helaas zijn met ingang van 1 januari 1984 alle ochtenddiensten in Nederland vervallen door bezuinigingen. Samen met een humanist, en priester die part-time aan de gevangenis verbonden zijn, verzorg ik het pastoraat. Ze noemen mij de rustbrenger in de gevangenis. Want wanneer er frustraties zijn en de spanningen hoog oplopen, de zaak dreigt te escaleren bijvoorbeeld door vechtpartijen onderling en/of met de bewaking, staking, boycot, „oproer" enz. word ik daarbij geroepen. Men begeert mij als „vertrouwensman". We hebben een voor een groot deel gedrags-gestoorde bevolking. Dat komt door het „zitten" (cellulair) op

zichzelf, maar vooral ook door het gebruikt hebben van dope. Vaak mag er door m"n tussenkomst rust, verzoening komen. Maar dan zeg ik wel dat „Silo de grote rustbrenger is". De leeftijd van de gevangenen is zeer jong. De meesten zijn 17, 18 jaar. Ongeveer 70% is verslaafd. De jongens dragen me op handen, wat het werk natuurlijk wel makkelijker maakt. Wel is het gevaar groot, dat het om de gezant gaat in plaats van om de grote Zender. Verder ben ik op grond van dienstjaren en kennis staflid van de gevangenis.

Wanneer mensen het woord , , gevangenis" horen of zien, denken ze vaak aan tralies, donkere cellen met een bed en een stoel enz. Is dat nu, in 1986, nog een reëel beeld?

Ik heb hier een gedicht, gemaakt door één van de jongens. Ik denk dat dat duidelijk genoeg is: „4 meter lang, op de muren geen behang, 3 meter breed, maar op de vloer geen kleed, Aan de wand een prikbord, waar je ook niets wijzer van wordt, Ga je dat een beetje begrijpen, dan zie je 5 pijpen, Gevat in een ring: dat is de verwarming, Voor het uitzicht naar buiten, dienen kleine, matglazen ruiten, En aan de bladderende kalk, hangt een TL-balk. Een grijze stalen kast, zoals het precies is afgepast, Verder een smal bed, po, prullemand, 2 stoeltjes, kastje en waterkan, En tenslotte een piepklein burootje: dat is het dan. " Ja. zo is het precies: een oud gebouw, cellen zonder toilet

Een bewaarder tegenover een gevangene: , , Smerig spul als jij hoort achter de tralies". Wordt er buiten de gevangenis, ook in onze kringen, vaak niet hard geoordeeld over misdadigers, met woorden als: , , Opbergen dat tuig", , , Afmaken die moordenaars" enz.?

Tuig, junk. krimineel Ja, je hoort dat wel eens. Ik kan het wel begrijpen, maar het is niet goed te keuren. In de gevangenis hebben de bewakers daar ook nog wel een handje van. Bijvoorbeeld wanneer ze eten rondbrengen: „Hier junkie, je vreten".

Wanneer ik dat hoor, waarschuw ik ze eerst. Daarna maak ik er rapport van. Er is weinig zelfkennis wanneer we de jongens zo bestempelen. Bovendien zijn er niet alleen kriminelen in de gevangenis, maar ook daarbuiten. Een aantal witte-boordenkriminelen op officiële posten loopt vrij rond. De funkties zijn te hoog en ze hebben teveel relaties. En teveel andere prominente figuren zijn ook bij zulke zaken betrokken, zodat de een de ander dekt. Daar komt nog bij dat bij de zogenaamde onderwereld ook velen vrijuit gaan, doordat

men bang is voor represailles van de georganiseerde misdaad, die nergens voor terugdeinst.

Een volk. dat zichzelf mag kennen, moet zeggen dat ze tegen alle geboden van God zwaar gezondigd hebben, en dat het een wonder Gods is dat ze nog vrij rondlopen op de aarde en niet als openbare misdadigers bekend staan, zoals vele anderen. Wanneer men genade kent en de eigen boosheid van het hart, dan zullen we zulke ..harde" woorden niet zo gauw gebruiken.

Gevangen, gevangenis, gedetineerden, kriminelen Allemaal woorden die misschien wat ver van ons afstaan. We hebben daar liever niet mee te maken. Gaat dit alles de Gereformeerde Gezindte dan voorbij?

Nee; wel ontmoet je soms wat hoogmoedige rcakties. Bijvoorbeeld er wordt iemand ontslagen. De bewuste persoon ging trouw naar de kerk in de gevangenis. Ik bel dan een dominee op in de plaats waar die jonge heengaat of ik bel naar een ouderling: „U spreekt met de gevangenispredikant; die en die komt dan en dan vrij". Dan is de reaktie vaak: „Nee toch Wij zijn een gemeente van nette mensen hoor." Gelukkig kom ik ook andere reakties tegen: ouderlingen die ze goed opvangen en zelfs komen afhalen. Maar dat zich er boven verheven voelen, kom ik zeker tegen.

Hoe dient onze houding tegenover een gevangene te zijn? Geeft de Bijbel daar richtlijnen voor?

Ik zou hier even uitvoerig op in willen gaan. De misdaad neemt meer en meer toe in ons land. Losbandigheid en teugelloosheid gaan verder. De zonde wordt zo algemeen dat ze niet meer als zonde gezien wordt. Het land is vol van duistere moordspelonken. Misdaden als abortus en euthanasie kunnen worden bedreven zonder straf. Het lijkt wel alsof er in art. 36 van de NGB staat: „De overheid stimuleert en subsidieert het kwaad".

Pornografie, homofilie en geknoei met kinderen (zo heet dat in het bajesjargon) zijn zonden naar de norm van Gods Woord. Als Gods Woord niet meer wordt gehanteerd, ziet men deze zaken als normaal. Wij zijn bezig de maat vol te maken. Samenwonen is normaal, maar vanuit het Woord zonde. Dieren hokken, mensen wonen. Deze uitdrukking wordt me wel eens kwalijk genomen, maar niet door de gevangenen.

Dit als eerste aanzet op de vraag, die je stelde. Maar wij dragen mede verantwoordelijkheid. Er wordt in behoudende gemeenten gehokt en veel sexfilms worden in behoudende streken uitgeleend. Gaat dat dan buiten onze kringen om?

Wie zijn wij? We zijn allemaal dieven! In de geestelijke zin en geestelijke strekking van de wet hebben we allemaal van de verboden vrucht gegeten. En „Wie zijn broeder haat, is een doodslager" (1 Joh. 3 : 15). Onze „diagnose" wordt gespeld in Markus 15 : 19! Dan word je ootmoedig. Dan sta je al minder hoog, zodat je ook minder laag kunt neerzien.

De Bijbel geeft zeker enkele richtlijnen: ebr. 13:3: Gedenkt der gevangenen, alsof gij mede gevangen waart." Mattheus 24: Gij hebt mij bezocht...." Psalm 146: De Heere maakt de gevangenen los."

Psalm 79 : 11: Laat het gekerm der gevangenen voor Uw aanschijn komen." De gevangenen kennen het begrip „gratie". En zo kun je uitleggen dat ze die Borg nodig hebben. Elke zondag bid ik met hen: .Vergeef ons onze zonden". Elke zondag bid ik met hen: Wij bidden u voor hen die lijden om en door onze schuld". We zijn allemaal doelmissers om tot Gods eer te leven. Dat wetend bepaalt voor een belangrijk deel je houding ten opzichte van de gevangenen.

Een ex-gedetineerde zei eens: , , Nederlanders komen op voor zeehonden in Canada en voor kikkers in Bangladesh en Amnesty International bemoeit zich met toestanden in allerlei landen. Maar wie kijkt eens naar de nederlandse gevangenissen? ". Wat is uw reaktie hierop?

Er zijn best wel veel mensen die naar de gevangenissen kijken. Zowel van kerkelijke zijde als van de kant van de sekten. Helaas moet ik wel eens vraagtekens bij die bewogenheid zetten. Waarom wil men zo graag de gevangenis in? Vaak wordt die „bewogenheid" ingegeven door pure nieuwsgierigheid. Men belt mij dan op met de vraag „Mogen wij erin, om de jongens te bezoeken? ". Laatst was er een dame die vroeg of ze de gevangenis binnen mocht om het Evangelie te brengen. Ik maakte haar duidelijk dat dat niet kon. Ze bleef brutaal en fel aandringen Toen zei ik „Probeer het in een sexshop, en bel mij niet meer!"

Je kunt geen onderscheid maken tussen wie je wel en niet binnen laat. Ik begin daar niet aan. Dan moet je de poort voor iedereen openzetten. En van die belangstelling is maar weinig gezonde, bijbelse belangstelling.

Maar hebben de jongens dan geen behoefte aan bezoek?

In het verleden heeft de direktie een experiment opgezet, omdat een derde van de jongens geen bezoek kreeg. Zij konden toen bezocht worden door 12 vrijwilligers. Maar dat liep niet, eenvoudigweg omdat de jongens er geen behoefte aan hadden. Er is eigenlijk al veel binnen de gevangenis: maatschappelijk werk, konsultatieburo voor alcolhol en drugs, een onderwijsteam, rechtshulp en noem maar op. Tweederde krijgt wekelijks relatie-bezoek. Wat moeten ze meer?

Welke taak heeft de gemeente voor de gevangene en welke mogelijkheden zijn er om hulp te bieden?

Voor gesloten inrichtingen, zoals in Leeuwarden is het bezoeken van de gevangenen niet mogelijk. In de gevangenis laten we niemand toe; je krijgt scheve ogen wanneer je de één wel toelaat en de ander niet. Ook zou de bewaking er dan voortdurend bij moeten zijn en daar is geen tijd voor. De taak voor de gemeente is onder andere het goed opvangen van de gevangenen, wanneer ze vrij gelaten worden. De taak van de gemeente is verder het gebed en het offer. Wanneer een gevangene geen bezoek ontvangt, dan heeft zo'n jongen ook geen geld. Wanneer ze wel geld hebben, dan kunnen ze iedere woensdag met gebruik van bonnen inkopen doen in het winkeltje. Veel jongens kunnen niet werken; de werkloosheid is ook binnen de gevangenis te merken. Het is dan belangrijk om werkelijk iets met de daad te doen. Waarschijnlijk zullen in de toekomst de gevangenispastoren niet meer geheel door het rijk betaald worden. De honorering wordt dat voor een belangrijk deel verlegd naar de kerken. Dan ligt ook daar een taak voor de gemeente. Door de offers ben ik in de gelegenheid om Bijbels in de verschillende talen te verspreiden, maar ook dagboekjes en ander materiaal. Maar ook door verder de daad aan het woord te paren in kleine dingen. (Denk aan beker koud water: atth. 25 : 40; Matth. 10 : 42).

Stel dat er mensen zijn die graag willen weten wat ze zelf voor gevangenen kunnen doen, welke raad geeft u ze dan?

Als mensen willen weten wat ze voor de gevangenen kunnen doen, dan kunnen ze het beste kontakt opnemen met de dichtstbijzijnde gevangenispredikant. Hij kan dan over de mogelijkheden beslissen.

In art. 36 uit de beginselenwet gevangeniswezen staat dat de straf „mede dienstbaar (wordt) gemaakt aan de voorbereiding van de terugkeer der gedetineerden in het maatschappelijk leven". Hierop hoor je vaak kritiek. Wat te denken van de volgende uitspraak: „Het is niet de bedoeling van een gevangenisstraf dat een huwelijk kapotgaat, het is niet de bedoeling dat je je kinderen gaat verwaarlozen, en het is ook niet de bedoeling dat je in financiële problemen komt. Vindt u het normaal dat ik nu niet naar buiten durf te gaan? Mentaal ben ik kapot." Wat is uw reaktie hierop? Heeft straf dan nog wel zin?

Het is zeker waar: de meisjes en vrouwen

van gevangenen zijn niet altijd trouw. In financiële problemen zitten ze eigenlijk al, want gedurende hun verblijf in de gevangenis stoppen dc uitkeringen. Toch zal men straf moeten hebben. Recht beoogt gerechtigheid. Ook strafrecht. Daarom zal straf gerechtigheid als doel moeten hebben. Gods Woord is de basis van het recht, dat is de rechtvaardige norm.

Nemen we de Schrift als uitgangspunt, dan krijgt de gerechtigheid als doel van de straf, een bijzonder karakter. Bijbelse gerechtigheid heeft namelijk twee zijden: een straffende en een heilbrengende. God eist en belooft. Hij straft en redt, stelt schuldig en vergeeft. Het is zelfs zo dat het eerste in de Schrift minder op de voorgrond treedt dan het tweede. Dit moet ons tot de nodige voorzichtigheid in ons omgaan met de straf nopen. Wie het straffende veracht, ziet de overtreder als hulpbehoevend slachtoffer van de omstandigheden zonder eigen verantwoordelijkheid: wie aan het reddende aspekt voorbijziet, stelt zich wrekend op een voetstuk, en komt niet toe aan de vraag: ben ik zo anders?

Wat houdt het nu konkreet in, dat met de straf „gerechtigheid" wordt beoogd? Allereerst dat de straf alleen geoorloofd is als er sprake is van schuld: e dader had anders moeten en kunnen handelen. Het kind beneden de 12 jaar en de psychisch gestoorde zijn niet strafbaar. Vervolgens mag de straf niet zwaarder zijn dan verdiend. Deze evenredigheid is verre van eenvoudig te bepalen: oe „vertaal" je bijvoorbeeld mishandeling in tijdseenheden vrijheidsstraf? Ten derde, de straf moet een uiterste middel zijn, pas bruikbaar wanneer minder stigmatiserende (tot „misdadiger" bestempelende) sankties niet mogelijk zijn. In de Schrift is ook de straf uiterste middel, voorafgegaan door waarschuwingen (Ez. 3 : 17) en geduld (Ps. 86 : 15), terwijl God niet straft in verhouding tot de zonden (Ps. 103 : 10). Ten vierde, in de straf wordt uitgedrukt dat een bepaalde gedraging niet door de beugel kan: n die zin is straf altijd vergeldend, wat iets anders is dan wrekend: raak is doel in zichzelf, bij vergelding moet de straf er mee toe strekken dat de gestrafte weer een eigen plaats in de samenleving krijgt. Een belangrijk aspekt bij de gerechtigheid is dat er gelijkheid moet zijn: elijke gevallen moeten gelijk behandeld worden. In de praktijk levert dit nu vaak problemen op. Tenslotte: e straf moet ook uitdelgend werken: et de straf moet het feit zijn afgedaan!

Ja, ik ben wel met u eens dat er rechtgedaan moet worden. Maar is gevangenisstraf dan de goede oplossing? Je hoort ex-gedetineerden nog wel eens zeggen dat ze de eerste weken wel inzagen dat ze straf hadden verdiend. Maar daarna de straf wordt dan iets op zichzelf staands. Lost gevangenisstraf dan nog wel iets op? Heeft het dan nog wel dat terechtwijzende doel?

De praktijk erkent vaak dat de oplossing veelal niets meer is dan een tijdelijke beveiliging van de maatschappij, terwijl de onderliggende problemen niet aan de orde komen.

Bij strafrecht ontbreekt de mogelijkheid om werkelijk de problemen op te lossen, maar strafrecht heeft dat doel ook niet.

Abortus-, parkeer-en vandalismeproblemen worden niet werkelijk opgelost door strafbedreiging, evenmin door straffeloosheid. Voor alles is mentaliteitsverandering in de hele samenleving nodig. Zonder dat groeien mensen steeds verder uit elkaar en wordt er steeds meer „gestempeld" en verweten. Slechts een waarachtige christelijke liefde, die voortkomt uit bekering van egoïsme en zelfvergoddelijking, zal strafrecht tot uiterste middel kunnen maken. Zolang inkeer uitblijft, zal strafrecht onmisbaar blijven. De overheid zal hebben te zorgen dat deze onmisbaarheid niet wordt gefrustreerd door capaciteitsgebrek. Daarvoor zijn de achterliggende gronden en doelstellingen van straf te wezenlijk voor het voortbestaan van een samenleving, die door gerechtigheid wordt verhoogd. Daartoe is nodig wat in Jakobus 3:17 staat: ijsheid, welke ten eerste zuiver, daarna vreedzaam, bescheiden, gezeggelijk, vol van barmhartigheid en goede vruchten, niet partijdig oordelende en ongeveinsd.

Ex-gedetineerden hebben vaak een strafblad, waar ze nooit meer vanaf komen. Christenen mogen weten van de vergeving van zonden. Toch kunnen ook christenen gevangenen soms iets niet vergeven en blijven ze zo'n persoon altijd wat wantrouwen. Wat vindt u daarvan?

Ik heb geen moeite met „retourtjesmensen"; met gevangenen die na ontslag weer terug komen in de gevangenis. Ik val ook zo vaak in dezelfde zonden. Wanneer ik soms voor de rechtbank moet spreken dan spreekt de rechter wel eens over „een hopeloos geval". Dan antwoord ik: Nee. God kent geen hopeloze gevallen! God kent helemaal geen „gevallen"; alleen gevallen mensen in Adam. Nu is er ook voor hem nog genade!" Ik maak het steeds weer af voor Gods, Hij maakt het steeds weer aan. God vergeeft en vergeet de zonden. Hij werpt de zonden in de zee van vergetelheid. Zefanja zegt in hoofdstuk 3 : 17: En Hij zal zwijgen in Zijn liefde." God hanteert niet de leus: Eens een dief, altijd een dief"; maar Hij zegt: Ik zal u een nieuwe naam geven". Gevangenen zeggen het in hun woorden: God laat ons steeds opnieuw opstarten". De Heere Jezus zat met dezulken aan. Wie zijn wij dan om het de gevangenen niet te vergeven? Wie kan zeggen: k ben heiliger dan gij? Laat er dan bij ons sprake zijn van een heilige spionagedienst, zoals dat in Gods Woord staat: Hebt dan acht op elkander".

Tenslotte dominee, heeft u nog een boodschap voor onze jongeren?

Er is geen beter ding dan dat de jeugd aan elkaar gebonden is. Men zondigt nooit alleen, dat begon al in het paradijs. De jeugd zondigt niet alleen en de verslaafden niet. Zoek daarom samen het goede. Zoek elkaar, niet in het kwaad, maar in het goede; dat goed dat nimmermeer vergaat. Laten we daarom niet zo benauwd zijn voor verenigingen, zoals ik dat soms nog wel eens tegenkom. Laten we met elkaar omgaan als christenen en over kerkmuren heenzien: christen is de naam; chr. geref. de bijnaam.

Dominee, het klinkt misschien afgezaagd, maar we wensen u de zegen van God toe in uw werk. Hij heeft al veel zegeningen gegeven in uw werk. Daarvan komt Hem ook alle eer toe. Ook uw vrouw wensen we sterkte toe, want bij een werkweek van 70 tot 80 uur zal ze veel alleen zitten.

Tenslotte: gevangenen in Leeuwarden (zij lezen ook soms „Daniël"!): mensen stellen teleur, maar God nooit. Ook wij moeten vaak bidden om vergeving van zonden, want egoïsme en hoogmoed zit ook zo vaak in ons. Maar het bloed van Christus reinigt van alle zonden!!

Alberdien Segers Wim Polinder

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 april 1986

Daniel | 32 Pagina's

Een wonder Gods dat we nog vrij rondlopen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 april 1986

Daniel | 32 Pagina's