Slechts een handbreed . . .
In gesprek met een jongen van wie de vader plotseling overleden is.
Hoe lang is het geleden dat je vader overleden is?
Dat is zeven jaar geleden. Hij was een goede veertiger. Ik was toen 14; Ik heb een oudere en jongere broer. We waren dus allen nog aangewezen op de beschermende rol van vader. Hij was vanuit het gezin gezien de spits naar buiten en de motivator naar binnen. En die viel weg.
Was hij lang ziek of kwam het plotseling?
Als een dief in de nacht, geheel onverwacht dus. Hij was heel gezond en stond in de kracht van zijn leven.
Er heerste, ik denk mede door de kombinatie van verschillende banen, een dynamische geest binnen ons gezin. Juist hij was hier de motor van. En temidden van die situatie kreeg hij 's nachts een hartinfarct. In het bijzijn van mijn moeder, broer en de snel gearriveerde dokter week na ongeveer 10 minuten — hij was nog geheel bij kennis — zijn geest van hem, en stierf hij.
Het leven glijdt door je vingers heen. Dan zie je de broosheid van het leven.
Wat was je eerste reaktie als je zo'n bericht krijgt?
In je gedachten vormt zich een complex van reakties, maar je spreekt er niet één uit. Het is alsof je na veertien jaar slapen, wakker gemaakt wordt, of je ogen geopend worden en je dezelfde omgeving als waarin je vroeger leefde, nu heel anders bekijkt: diep. treurig, verslagen, triest en bijna zinloos. Je realiseert je maar één ding: we moeten verder zonder vader, maar hoe moet dat nu?
Welke rol speelt dan geloof in de Schepper aller dingen?
Dat biedt je het enige houvast. Alles waar je je verder aan vastklampt, biedt geen zekerheid. Je weet dat, hoe verslagen de situatie ook is, God troost wil geven door
middel van Zijn Woord en het gebed. Als dat ontbreekt, zou het echt hopeloos zijn.
Op welke manier kun je je moeder dan helpen ?
Je kunt helpen door bij te staan. En bijstand verlenen doe je met woorden, maar vooral met daden. Hulp geef je dus door alle dingen, die vooral in zulke dagen gedaan moeten worden, op je te nemen. Door als gezin zij-aan-zij te gaan staan.
Hoe was het medeleven vanuit de familie? Hartverwarmend. Dan zie je dat een familieband er niet alleen is als alles goed gaat, maar ook als er verdriet is. Als één lid lijdt, lijden alle leden.
En van de kerkeraad en de predikant? Goed. Je ziet dan de funktie van een kerkeraad duidelijker voor je: zij vertegenwoordigen vanuit de gemeente naar de gemeente.
De predikant is dan niet een dominee die 's zondags twee keer preekt, catechisatie geeft en daarmee af, maar je persoonlijk bijstaat als hulp noodzakelijk is.
Is er dan ook speciale aandacht voor de kinderen of richt zich alles op de moeder? Nee, alle aandacht richt zich zeker niet alleen op de moeder, de kinderen worden er ook bij betrokken.
Trouwens, het ligt er maar aan wat onder aandacht verstaan wordt. Als moeder en kinderen naast elkaar staan, zal aandacht voor de moeder door de kinderen ervaren worden als aandacht voor henzelf. Alhoewel het voor de kinderen wel fijn is om ook persoonlijk aangesproken te worden.
Hoe ervaar je de avonden van condoleren?
Nu denk ik wel eens: „Was het nog maar zoals toen".
In vier dagen tijds kruisten vele vriendschappen ons huis en dat deed je beseffen dat je niet alleen stond. Ondanks de droefheid was je blij met mee-leven. Vriendschap krijgt dan een dimensie meer. Een dimensie waarin je merkt dat God juist in zulke dagen Zijn steun geeft. En waar Gods Geest is, heerst vrede. De condoleantiedagen waren vrede-dagen. Hoe paradoxaal dat ook mag klinken.
En hoe de dag van de begrafenis?
De dag van de begrafenis is verschrikkelijk.
Daar wordt het afscheid definitief. Ik heb moeite om het te verwoorden, maar op de begraafplaats wordt er iets van je afgescheurd. letterlijk afgescheurd.
Je verliest iets datje nooit meer terug krijgt.
Dat gebeurt niet in een roes, maar bij je volle bewustzijn. Achteraf bedenk je: „Hoe was het op te brengen? Er is maar eén verklaring voor: omdat God erbij was.
Hoe? Door Zijn Woord, tijdens de rouwdienst en de toespraken, voor ons open te slaan. Psalm 10 : 14 bijvoorbeeld: Gij ziet het immers, want Gij aanschouwt de moeite en het verdriet opdat men het in Uw hand geven". Dat geeft werkelijke troost. Niet dat troost het verdriet doet ophouden, maar het geeft dat je het over kunt geven, datje er ergens mee naar toe kunt.
De leegte die ontstond, wanneer besefte je die nu het eerst? Kun je dat gevoel omschrijven?
De leegte voel je het eerst als je weer thuis I komt. Al het georganiseer is over. Je hebt nu niets meer te doen. Je gaat zitten en dan komt het.
Het gevoel van die leegte kan ik alleen omschrijven met het woord zelf: leegte. Je hebt geen zin meer. Je ziet zelfs de zin van „het ergens zin in hebben" niet meer in. Alles lijkt zin-loos. Alle dingen van het dagelijkse leven lijken geen nut meer te hebben. Naar school? ! Om wat kennis te vergaren en er slechts een paar jaar gebruik van te maken?
Eén ding is nog maar belangrijk en je wilt er een ieder van overtuigen: „Je leven is slechts een handbreed".
En dat is maximaal twaalf centimeter.
Vindt er een slijtageproces plaats in de loop van de jaren of is het geen dag uit je gedachten?
Sommige mensen zeggen dat met het verstrijken van de jaren de scherpe kantjes er vanaf gaan.
Mag ik het hier mee vergelijken: Een man bewerkt al vele jaren een perceel land. Hij beschikt over goed gereedschap en voldoende lichaamskracht om zijn werk naar behoren te doen. Echter op een gegeven dag krijgt hij voor zijn hele leven een juk met zware gewichten op zijn schouders gelegd, maar hij dient evenveel te presteren als voorheen. Als je die man na een week
zou vragen: , , Hoe gaat het met je? " zou hij klagen over zere schouders. Een jaar later zal hij antwoorden dat het wel gaat en zeven jaar later dat hij zich goed voelt. Het lijkt dus naar buiten toe alsof het went, maar dat doet het nooit, want hij loopt nog steeds met dat juk op zijn schouders! Aan dat juk word je iedere dag opnieuw herinnerd, en al kun je je werk goed en met plezier doen, je leven is er naar ingericht.
Hoe was de nazorg van de kerkeraad na het overlijden en de dag van de begrafenis, naar de kant van je moeder en naar jezelf toe?
Laat ik dit zeggen: het bezoek van een kerkeraad is je niet vlug te veel. Als die indruk zou bestaan, wil ik die direkt wegnemen. Nazorg en een stukje begeleiding van de kant van de kerkeraad is in die tijd van harte welkom. Je moet weer gaan funktioneren.in het dagelijkse leven en een beetje steun daarin kan zeer bevorderlijk werken.
Ik weet dat dat niet zo gemakkelijk is, maar nazorg behoeft het probleem ook niet op te lossen, nazorg geeft datje weer verder kunt. Het is dan zeker waar dat je het zelf moet doen. maar als iemand op straat valt en zich bezeert, zeggen we toch ook niet: , , Hij moet zelf maar weer opstaan, dat is beter voor hem? "
Hoe vol medelijden we soms ook kunnen zijn, mede-lijden is niet passief, maar een betrokkenheid, en die is uiterst aktief.
Heb je voorstellen om dat te verbeteren.
Een frequenter bezoek zal al blijk geven van een wil en een inzet van de betrokkene om mensen te helpen. Dat bezoek hoeft geen regel te zijn, maar wel een gewoonte. Als dit steeds door dezelfde personen wordt gedaan, zal dat alleen maar beter werken. Er is dan van beide zijden meer achtergrondkennis waardoor men elkaar beter kan aanvoelen.
Het is denk ik niet voor niets dat er in de Bijbel zo vaak gesproken wordt over de bescherming die weduwen en wezen in het maatschappelijke leven nodig hebben. Dat is niet alleen een taak van de kerkeraad, maar ook de gehele gemeenschap.
Als je moeder zo alleen overblijft, heeft dat dan ook invloed op bijvoorbeeld je studiekeuze, op je mogelijkheid van verkering en uit het huis gaan?
Jazeker. In iedere beslissing die je neemt, weegt de verantwoording ten opzichte van thuis sterk door. Je denkt sterker na over dc gevolgen die bepaalde beslissingen kunnen hebben. Je beslist niet alleen voor jezelf, maar ook voor anderen. En daar houd je terdege rekening mee.
Welke rol speelt je geloof in God nu in de afgelopen jaren?
Dc opvoeding van een vader en die van God zijn tegengesteld aan elkaar: een vader voedt op van afhankelijkheid tot zelfstandigheid, maar God voedt op van zelfstandigheid tot afhankelijkheid. Daarin verschillen die opvoedingen van elkaar, maar ze komen daarin overeen dat beide processen in liefde gebeuren. Dat betekent niet dat alles voor de wind gaat, maar dat alles wat er in je leven gebeurt een plaats heeft in dat proces. Wat God doet is altijd het beste.
Dat vertrouwen biedt geen plaats voor hoe ik erover denk, maar vraagt volledige overgave, inlevering van je wapens, capitulatie. Die capitulatie kost strijd.
Welke adviezen heb je voor jongeren die in dezelfde situatie verkeren zoals jij?
Richt je leven niet naar het verleden alsof het doel achter je ligt. Maar probeer met je verleden je te richten op de toekomst. Ons doel ligt niet achter ons, maar voor ons. Werk mee aan een goed thuisfront, waarop je met al je problemen kunt terugvallen. Eén-zijn is voorwaarde voor eenheid.
Trek je niet terug, maar blijf kontakt houden. Zoek vriendschap buitenshuis via verenigingen en dergelijke. Ze helpen je bij het oplossen van je vragen. Al moet wel gezegd worden dat je met het vertrouwen op mensen nogal eens beschaamd uitkomt. Vertrouw daarom meer op God.
Heb je nog een slotopmerking?
Ik zou aan mensen die in het onderwijs werkzaam zijn, of leiding geven in het jeugdwerk, willen vragen om jongeren die een verdriet te verwerken hebben daarin te begeleiden. Houd er rekening mee dat deze jongeren in een moeilijke situatie verkeren en af en toe daar ook eens rustig over willen praten. Er wordt misschien wel over hen gesproken maar weinig met hen. Juist het onderwijs en het jeugdwerk kunnen hierin zo'n goede rol vervullen. Deze jongeren hebben aandacht en begeleiding nodig. Broodnodig!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 maart 1986
Daniel | 32 Pagina's