Sterven.... en leven
Wie ben jij?
„Dat eerste woord sla ik maar over. Daar wil ik niet over nadenken, 'k Heb het al zo vaak gehoord dat ik ook eens moet sterven, maar dat schud ik van me af. Daar wordt ik zo somber van. Soms kwam het even heel sterk op me af, door die langdurige ziekte en het overlijden van een klasgenoot en door dat ernstige auto-ongeluk van mijn broer. Maar ja... het leven gaat verder. Léven, dat zegt me wat. Lekker lol maken op school, 's zaterdags uitgaan met een stel vrienden, ... sigaretje, ... mooi muziekje, ... lekker kletsen, 's Zondags in de kerk genieten we nog na. Een knipoog naar links of rechts, naar boven of beneden, is voor ons genoeg om het beeld van de afgelopen zaterdag of de aanstaande wedstrijd weer in gedachten te roepen. De preek... allemaal bekende klanken... heb ik al zo vaak gehoord. Somber... wereldvreemd... over 't léven hoor je niks.”
„Ik zie het niet meer zitten, 'k Heb niemand die iets om me geeft. Voor mij heeft het leven geen waarde meer. Ik ben gewoon een ongeluksvogel. Als kleine jongen greep ik al overal naast. Leuke dingen gingen altijd aan mijn neus voorbij. Voor mij hoeft het allemaal niet meer.”
Of ben jij iemand die zich stil houdt bij het lezen van de titel boven dit artikel? Sterven... je zult het niet hardop zeggen, maar je denkt er dagelijks aan. 's Avonds als je neerknielt voor je bed, of zomaar tijdens de fietstocht naar school of in de pauze op het plein. Voor anderen lijkt het of je volop meedoet, maar je hart is onrustig. Alles in je leven lijkt van weinig waarde, als je het ziet in het licht van de Bijbel. Léven... daar verlang je naar. maar je zoekt naar de inhoud.
Misschien is je reaktie nog anders: Voor jou zijn een vette bankrekening en veel bezittingen het belangrijkst. Hard blokken op school, voor een betere toekomst. Streven naar een goed betaalde baan. Natuurlijk ga je trouw naar de kerk. Men ziet je als een nette jongen of een net meisje en dat vind je belangrijk. Verder kun je „er" immers toch niets aan doen...
Wie je ook bent, ik wil je uitnodigen om mee te denken over de woorden, die de titel van dit artikeltje vormen. Sterven en leven dat raakt ons immers allemaal, hoe we er ook over denken.
Ik nodig je uit om mee te gaan naar Golgotha. We zien er drie stervenden. Je verwacht er doodse stilte, maar het tegendeel is waar: er wordt geroepen, geschreeuwd, gespot. Veel voorbijgangers blijven een poosje staan. Ze lijken het leuk te vinden om die drie daar de marteldood te zien sterven. Vooral over en tegen de middelste wordt veel geroepen. „Jezus, de Nazarener, de Koning der Joden", zo lezen we. We vragen aan de toeschouwers wie die twee anderen zijn. „Twee moordenaars". Jezus hoort dus bij de moordenaars. Wat een schande, Hij zal zich er wel voor schamen. Of Hij-nu links kijkt of rechts, Hij ziet een moordenaar naast Zich. Daar zal Hij toch niets van moeten hebben? Kijk maar eens goed. Het lijkt wel alsof Hij Zijn handen naar hen uitstrekt, terwijl Hij stervende is.
Luister! Er wordt weer wat geroepen, 't gaat over Jezus: , , Gij Die de tempel in drie dagen opbouwt, verlos Uzelf. Indien Gij de Zone Gods zijt. zo kom af van het kruis." En de leiders van het volk, de ambtsdragers doen er nog een schepje bovenop: „Anderen heeft Hij verlost, Hij kan Zichzelf niet verlossen. Indien Hij de Koning Israëls is, dat Hij nu afkome van het kruis, en wij zullen Hem geloven." Zijn lotgenoten aan het kruis beamen het; ze willen wel verlost worden van het kruis. Maar niet door Zijn bloed. Ze willen nog wel verder leven, maar dan op hun eigen manier.
Zal Jezus op de uitdagingen ingaan, zal Hij van het kruis afstappen? Nee, Zichzelf verlossen kan en wil Hij niet. Hij kan het niet uit gehoorzaamheid aan de Vader en uit liefde tot Zijn kinderen. Als Hij het had gedaan, dan was er voor die ene moorde-* naar, die tot inkeer komt, geen redden meer aan geweest. Maar nu Jezus het lijden blijft dragen, ondanks spot en hoon, volgt voor deze man het leven op zijn sterven aan het kruis. Hij sterft niet alleen de lichamelijke dood, hij sterft ook aan zichzelf. Hij geeft zich over: „Heere, gedenk mijner als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn." Onvoorstelbaar! Een moordenaar, een spotter. Je zou bijna zeggen: „Hoe durft hij? " Toch klinkt het uit Jezus' mond: „Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn!"
En dan volgt voor hem hét leven. Eeuwig leven, voor een zondaar, die tot op het laatst van zijn leven, zijn eigen inhoud aan het leven wilde geven.
Sta je nog steeds bij de heuvel of ben je een voorbijganger, die even is blijven staan, om straks een „mooi" verhaal aan z'n vrienden te vertellen?
Als je er nog staat, hoop ik datje getroffen wordt door een blik uit de ogen van de Heere Jezus. Hij wil ook jou tot inkeer brengen, evenals die moordenaar. Het doet er niet toe hoe je nu het leven ziet (denk aan de vier voorbeelden van de vorige bladzij), Hij wil je leren wat léven is.
Als je straks op Goede Vrijdag naar de kerk gaat, stel je dan niet op als een voorbijganger of een toeschouwer. Denk je eens indatjij zo'n ter dood veroordeelde kruiseling bent. Dan zijn er twee mogelijkheden: je bent de kruiseling, die slechts wilde leven op zijn manier en die van Jezus niets moest hebben. Laat staan Zijn bloed! Of je bent de moordenaar, die zijn leven verloor, maar in Jezus hét leven verkreeg.
Goede Vrijdag - Pasen. Sterven en leven!
Gezegende gedenkdagen toegewenst!
Amersfoort P. A. J. van Dijke-Reijnoudt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 maart 1986
Daniel | 32 Pagina's