JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De dood..... gewoon ?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De dood..... gewoon ?

9 minuten leestijd

Het feit, dat de dood er is, heeftal veel vragen opgeroepen bij mensen van alle tijden, van volken, en van alle leeftijden. Zij die niet met de Bijbel als het onfeilbaar Woord van G rekening houden, öf uit onkunde met het daarin geopenbaarde óf uit onwil om het daarin oo over de dood geopenbaarde als de waarheid te aanvaarden, beantwoorden de vraag omtren het verschijnsel: dood, met de stelling dat de dood een heel gewoon verschijnsel is. Volge hen is er geen verschil tussen het sterven van een plant, dier of mens. Volgens hen is al het levende in de wereld door natuurwetten onderworpen aan een stervensproces dat onafwendbaar doet sterven. Het sterven is, zo zeggen deze mensen, doodgewoon. Alles moet sterven om plaats te maken voor iets anders, iets nieuws. Hel is, zo zegt men, een gewoon proces volgens de wet der natuur wanneer mensen zowel als alle andere levende wezens sterven. Daarvoor zijn geen bijzondere oorzaken of redenen aan te wijzen. Men moet, volgens hen, de dood gewoon als een gewoon verschijnsel beschouwen.

De dood ongewoon!

De Bijbel werpt echter een heel ander licht op het feit dat de dood in de mensenwereld iets is waaraan alle mensen onderworpen zijn. De naar Gods Beeld geschapen mens is niet zoals alle andere levende wezens geschapen om te sterven tot nut van het andere, nieuwe, maar het is de mens gezet eenmaal te sterven. Dat staat te lezen in Hebreen 9 vers 27! Geen natuurwet, maar een goddelijke wilsbeschikking maakt dat elk mens van een vrouw geboren, moet en zal sterven als straf op de zonde van Adam, ons aller vader en verbondshoofd in het verbond dat God met hem maakte. Lees Romeinen 5 vers 12-21.

God sprak tot Adam: „Ten dage als gij van de boom der kennis des goeds en des kwaads eet, zult gij de dood sterven". Door het doen wat God verboden had, kwam de dood als een wetmatigheid over Adam en allen die in hem begrepen waren. Sindsdien geldt voor alle nakomelingen van Adam dat zij moeten sterven. De waarheid, rechtvaardigheid en heiligheid van God eisen dat dë ziel die zondigt, sterven zal. God wil zonde straffen met tijdelijke en eeuwige straffen. Hij zou niet zijn wat Hij zegt te zijn, wanneer Hij niet deed wat Hij dreigde te zullen doen op onze ongehoorzaamheid aan Zijn wil en wet. Hij kan noch liegen noch Zichzelf verlooche-! nen. Er is voor alle mensen een tijd om geboren te worden en — als bezoldiging (vergelding) van de zonde — een tijd om te sterven. Dat is dus niet iets gewoons. Het is iets ongewoons, dat sterven van mensen. Het hoort naar zijn aard en wezen niet thuis in hetgeen God eens zeer goed schiep. Door het inbrengen van de zonde in Gods goede schepping kwam daardoor het kwaad van de dood van mensen in hetgeen God zo goed gemaakt had. Het is onze schuld en schande dat de dood er is. Moed-en vrijwillige afval van God bracht de dood als straf op de zonde in de wereld. God is getrouw en rechtvaardig. In Hem is geen onrecht en Hij doet geen onrecht. Wij zijn ontrouw en doen wat niet recht is en daarom is er de dood.

Zelfs de zondeloze Heere Jezus moest sterven. Dat een zondeloze sterft, is iets ongewoons!! Als zoon van Adam moest Hij ook sterven.... was het ook Hem gezet eenmaal te sterven. Ook dat staat in Hebreën 9 vers 27. Zijn dood was ongewoon, in een heel ander opzicht dan zojuist vermeld. Hij had de dood niet verdiend. God gaf Hem over in de dood... Hij was gehoorzaam tot de dood om de dood te verslinden tot overwinning.

De dood.... betaling

Onze dood is geen betaling in die zin, dat daarmee iets door ons wordt betaald,

voldaan en daardoor de schuld afbetaald. Wanneer een schuld is afbetaald, dan ontstaat er een nieuwe situatie. Dan kan men opnieuw beginnen aan het werken voor de toekomst zonder gehinderd te worden door een oude schuld. Wij moeten onze zonden wel zwaar boeten, maar kunnen met ons sterven niets afbetalen. Indien wij in onze zonden sterven, dan is er volgens Gods Woord geen hoop om ooit nog eens uit de macht van de eeuwige dood verlost te worden. Van een soort vagevuur waar men eens gelouterd en bevrijd uitkomt, spreekt de Heilige Schrift niet. De geestelijke, lichamelijke en eeuwige dood is een bezoldiging, het loon, de straf op het bedrijven van de zonde en het ondergaan daarvan is geen voldoening in één of meer termijnen van een openstaande schuld. De Heere Jezus sprak van de hel als een plaats waar de worm niet sterft en het vuur niet wordt uitgedoofd. Velen leren dat gestorvenen na hun sterven nog bevrijd kunnen worden van het verderf, maar voor zo'n leer biedt de Heilige Schrift geen fundament. Onze dood is wel een betaaldzetten van wangedrag door God, geen betaling aan God.

Met de dood van de Heere Jezus was dat anders. Zijn dood droeg wel het karakter van betaling, voldoening van gemaakte schuld. Hij werd met de gemaakte schuld van een menigte van zondige mensen beladen in de staat van Zijn vernedering, die begon met Zijn nederige geboorte en eindigde met Zijn dood aan het kruis op Golgotha. Als plaatsvervanger en schuldovernemende Borg wilde, moest Hij betalen voor hetgeen Hij niet geroofd had, voor schuld die Hij niet gemaakt had. Met Zijn ene offerande.... met Zijn gehoorzaamheid tot de dood, ja de dood des kruises, betaalde Hij volkomen de schuld van alle uitverkorenen. In Zijn opwekking uit de doden ontving Hij de met „voldaan" getekende kwitantie uit de handen van Zijn hemelse Vader, de Handhaver van recht en gerechtigheid. Voor zulken die zelf de schuld, door de zonde gemaakt niet betalen konden, betaalde Hij volkomen. De schuld van Zijn volk heeft God daardoor en daarop uit Zijn Boek gedaan, zelfs ziet Hij geen van hun zonden aan!! Wat een Goede Vrijdag was het voor een wereld verloren in schuld toen Gods Zoon, onze Heere Jezus Christus, kon en mocht uitroepen met grote stem: „Het is volbracht".

Doordat Hij de schuld voor de Zijnen betaalde en Hij daardoor aan de eis van Gods wraakvorderende gerechtigheid voldaan heeft kan noch zal van bankroete schuldenaars iets meer ter betaling van hun schuld geëist worden. Christus nam het hunne = de schuld, over zij ontvangen uit louter genade het Zijne — de gerechtigheid. die recht geeft tot het eeuwige, zalig leven! Wat een bron van heil ligt er in het heilsfeit van de dood van de Heere Jezus opgesloten.

In Zondag 16 van de Heidelbergse Catechismus wordt dat heil uitvoerig beschreven. Lees het eens even na! In hoofdstuk 2 van de Dordtse Leerregels wordt uitvoerig ingegaan op de weg waarin zondaren deelkrijgen aan het in Christus' dood gelegen heil. (Lees ook dat eens even na!) Alleen door een waar geloof in de Heere Jezus Christus als gave Gods en werk van de Heilige Geest, de Geest van Christus, krijgt men deel aan het door Christus' dood verworven heil. In zijn bekende vragenboekje heeft Hellenbroek terecht geleerd, dat slechts zij grond hebben te geloven dat Christus ook voor hen persoonlijk de schuld voldaan heeft, die Christus aannemen als: . de verdienende oorzaak (Titus 2 : 14), b. de werkende oorzaak (Johannes 12 : 24), c. de bewegende oorzaak (2 Kor. 5 : 14, 15) en d. de voorbeeldige oorzaak (Rom. 6 : 5) van zaligheid.

De dood.... een weldaad

Gods kinderen, de van Adam afgesnedenen en in Christus ingelijfden, de wedergeborenen en waarachtig tot God en Christus bekeerden door de kracht van de dood en opstanding van Gods Zoon, zullen ook eens moeten sterven. Er is echter een groot verschil tussen hun sterven en de dood van hen die in hun zonden sterven. Het karakter van hun sterven is veranderd van een straf in een zegen. Hun sterven is een afsterving van de zonden en een doorgang tot het eeuwige leven!

Door Christus' dood is voor de Zijnen het wezen van de dood als een smadelijke schandelijke, nederlaag veranderd in dat van een overwinning. Zij worden er niet minder van dat zij sterven. Integendeel, zij worden er beter van. Zij raken niet alles wat zij bezaten kwijt door de dood. Zij krijgen juist de volle erfenis van wat Christus, hun Hoofd en Zaligmaker verwierf, volledig in hun bezit door het sterven. Het ware vrome volk zal, in de Heere verheugd huppelen van zielevreugd wanneer zij bij hun sterven tot Christus worden opgenomen en daardoor hun wens

verkrijgen. De wens van hen is om ontbonden en met Christus te zijn. Het altijd bij de Heere zijn en Hem zonder zonde dag en nacht te dienen is het innigst verlangen van ware vromen.

Bij het sten en wordt dit verlangen gestild. Hun blijdschap zal dan onbepaald door het licht dat van 's Heeren aangezicht straalt tot het hoogste toppunt stijgen. Wat een blij vooruitzicht.... Hem in gerechtigheid te mogen aanschouwen, verzadigd met Zijn goddelijk beeld.

De praktijk leert, dat zowel jonge als oude vromen soms grote vrees hebben voor de dood. Dat geldt niet alleen voor kleine kinderen in de genade, maar ook voor jongelingen, mannen en vaders in de genade.... niet alleen geoefenden maar ook geoefende christenen. In plaats van een blij vooruitzicht kwelt hen vaak een angstig vooruitzicht wanneer zij aan het stervensuur denken. Het dagelijks te worstelen hebben met de zwakheid van het geloof en de boze lusten van het vlees.... de aanvechtingen van de vorst der duisternis als een brullende leeuw of engel des lichts, wijzend op „vuile" klederen, veroorzaken het dat de laatste vijand van Gods volk, de dood, als een koning der verschrikking alle troost doet missen. Gelukkig weet de opgestane Levensvorst Zijn aangevochten, bekommerde volk te hulp te komen in hetgeen waarin Hij zelf, doch zonder zonde, verzocht is geweest. Hij zal hun het goede niet in nood, zelfs bij het naderen van de dood, onthouden die in oprechtheid voor Hem leefden. De waarheid daarvan is vaak gebleken. Veel vromen hebben ondervonden dat door de kracht van 's Heeren Woord en Geest de vrees voor de dood moest wijken bij het gelovig zien op de overste Leidsman en Voleinder van het geloof. Hij sprak en spreekt nog: „Vrees niet.... Ik ben de Eerste en de Laatste en Die leef, en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. Amen. En Ik heb de sleutels der hel en des doods".

Bij de HEERE, de Heere, zijn uitkomsten tegen de dood! (Ps. 68 : 21). Die uitkomsten wil Hij ook ons schenken, uit goedheid zonder peil. Hij roept het ook ons toe: Bekeert u.... bekeert u.... waarom zoudt gij sterven? (Ez. 33 : 11). „De goddeloze verlate zijn weg en de ongerechtige man zijn gedachten en hij bekere zich tot de HEERE, zo zal Hij Zich zijner ontfermen en tot onze God, want Hij vergeeft menigvuldiglijk" (Jes. 55 : 7).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 maart 1986

Daniel | 32 Pagina's

De dood..... gewoon ?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 maart 1986

Daniel | 32 Pagina's