Ismaël en Izak
En Sara zag de zoon van Hagar, de Egyptische, die zij Abraham gebaard had, spottende (Gen. 21 : 9)
Er waren twee zonen in het huis van Abraham. Een uit de dienstmaagd en eén uit de vrije. In Izak zou het zaad genoemd worden en niet uit Ismaël. Welk een verschil tussen Ismaël en Izak. Het verschil lag niet in de staat waarin zij geboren waren. Ze waren beiden in zonden ontvangen en in ongerechtigheid geboren, dus verdoemelijk voor God. Er was ook geen waardigheid of verdienste van de een boven de ander. Het verschil lag in het welbehagen Gods en in het eeuwige Verbond Gods. Het kwam ook openbaar in beider leven. Welk een wonder, jonge mensen, als we genade mogen ontvangen. Dan zijn we niet der wereld, maar Gode dienstbaar. In de tekst lezen we dat Izak gespeend werd. Abraham richtte een grote maaltijd aan. Izak ging over uit de tent van zijn moeder in de tent van zijn vader. Hij zou door zijn vader verder onderwezen worden. En welk een vader! Een vader, die de vreze Gods deelachtig was. en ook opvoedde in de vreze Gods. Dat kon Izak echter geen genade geven. Alleen de Geest Gods wederbaart dc zondaar, doch de Heere werkt het middellijk. Sara zag dat Ismaël tijdens het speenmaal Izak bespotte. Ismaël was veel ouder dan Izak. dus dacht hij vrij spel te hebben. Paulus noemt dat bespotten in Gal. 3:29 een vervolgen. Het ging bij Ismaël niet om kinderspel, maar het bespotten was bittere vijandschap van Ismaël tegen Izak. Ismaël deed Izak smaadheid aan en dat zag Sara. Ismaël was ook een besnedene en had ook het teken des Verbonds evenals Izak, maar ondanks dat was hij een vijand van het kind der beloftenis.
Jonge mensen, dat heeft ons veel te zeggen. Ondanks ons gedoopt voorhoofd en onze uiterlijke voorrechten, zijn we toch vijanden van God en onze naaste en vijanden van vrije genade. De godsdienst kan met het ware leven niet mee.
Het leven der genade wordt bespot, gesmaad en gehaat. Met gemoedelijkheid en wat tranen kunnen we voor God niet bestaan, wij hebben een Borg nodig voor onze schulden een God voor ons hart. Sara zag dat haar zoon bespot werd en dacht aan de toekomst. Izak was in zichzelf niet opgewassen tegen Ismaël. Daarom eiste Sara van Abraham wegzending van de dienstmaagd met haar zoon. Gods kinderen zijn niet van de wereld, ze zijn weerloos in zichzelf, maar ze hebben God tot hun deel. O, jonge mensen, met alles wat we hebben en het verkeren onder Gods Woord zijn we toch vreemdelingen van God. Overtuiging van zonde en overbuiging naar God en de droefheid over de zonde hebben wij nodig. De Heere maakt plaats door het vonnis der wet, voor de meerdere Izak. opdat in Hem het leven gevonden worde.
Daar staat Ismaël buiten en al is het dat hij weggezonden wordt, de vijandschap was in zijn hart en bleef er in. Hij kon Izak niet uitstaan: Izak had iets dat hij niet had, de vreze des Heeren. Welgelukzalig zijn zij die wedergeboren zijn tot een levende hoop. Het welbehagen des Heeren gaat door de hand van Christus gelukkiglijk voort. Wat zich afspeelde in de tent van Abraham, eeuwen geleden, heeft zich voortgezet. De vijandschap tussen Ismaël en Izak is nog dezelfde. Dc apostel Paulus tekent in de Galatenbrief die strijd zeer duidelijk. De strijd tussen Ismaël en Izak is de erfvijandschap van Ismaël. Denk ook nu aan de opmars van de islam in de wereld en de vijandschap tegen het christendom.
Satan verzamelt zijn legerscharen in de strijd tegen Gods Kerk. De Heere bewaart echter Zijn kerk en verzamelt zijn uitverkorenen. Het zijn de kinderen der beloftenis, de erfgenamen. Met vreze kunnen wij zien hoe het volk van Ismaël zich groot maakt, de tekenen der tijden zeggen ons genoeg.
De bruid zocht het nog dichterbij dan bij de islam. Ze zegt: , , De kinderen mijner moeder waren tegen mij ontstoken. De schijnvromen met de openbare vijanden, haten het ware le\ en. Sion klaagt haar nood bij de Heere. Ze wordt ook bewaard door de Heere. In één tent was de vijandschap, en in één huis kan ze zijn.
Gelukkig de kinderen der beloftenis als Izak. Ze hebben wat de wereld niet heeft, ze zijn in Christus geborgen. Jeugd, de Heere werke die vreze Gods in het hart en Hij geve de rijkdom Zijner genade. Dan zijn we wel aller afschrapsel en uitvaagsel, maar bij de Heere uitverkoren en dierbaar. Straks wordt Ismaël verpletterd. Dan zal alle spot en vervolging voorgoed ophouden. De kinderen der beloftenis. Izaks geestelijk zaad. zullen erven wat God beloofde en de Middelaar verwierf en schonk, dat is de eeuwige zaligheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 februari 1986
Daniel | 32 Pagina's