Een goede gift....
Kijk daar loopt een man. Hij kijkt steeds goed om zich heen. Wat moet die man daar zo in het donker? Wat moet hij daar zo in dc nacht?
Waarom blijft hij niet in zijn huisje op de berg? Wat gaat hij zoeken in het dal? Wat kijkt hij nieuwsgierig om zich heen. Ja. hij heeft overdag van alles gehoord. Hij weet niet wat dat allemaal te betekenen heeft daar bij het zendingsziekenhuis. En nu in de nacht gaat hij maar eens kijken. Want hij is zo nieuwsgierig. Weetje wie dat is? Dat is Lombi. Lombi die daar woont in het huis bij de berg.
Nu is hij over het veld gekomen, naar het ziekenhuis. Naar het terrein van het ziekenhuis. Want Lombi is zo nieuwsgierig geworden door al de geluiden die hij de laatste tijd heeft gehoord. En hij weet niet wat dat toch allemaal betekent. Wat is dat toch, al dat geluid van dat zagen, al dat geluid van dat timmeren. Wat ziet hij toch vanuit zijn huisje?
Ze sjouwen met planken. Ze sjouwen met palen. Hij wil het weten. Maar niémand mag het weten dat hij zo nieuwsgierig is. En zeker niet die dokter, die zendingsdokter, die daar hoort bij het ziekenhuis. Die hoeft het helemaal niet te weten.
Die zendingsdoktcr, die hij wel eens tegenkwam in het dorp. of op een pad in het veld. En die dan bij hem kwam staan en altijd maar vragen stelde.
„Lombi, hoe gaat het? Lombi, hoe is het met je huis? Lombi, heb je werk? Lombi, ...." Bah, hij houdt er niet van. En dan die zendingsdokter altijd weer met dat vertellen over God, die vreemde God. Die hij niet kent. En over de Bijbel en over de kerk. en over de Heere Jezus. Nee, Lombi heeft geen zin om daar allemaal naar te luisteren.
En daarom, daarom mag niemand het weten, dat hij diep in zijn hart. toch zo nieuwsgierig is. En dat hij toch wel graag wil weten wat daar allemaal aan de hand is.
Als hij bijna bij het ziekenhuis is, gaat hij steeds zachter lopen.
En ook steeds voorzichtiger. Hij bukt zich. Hij sluipt bijna. En als hij dan nog dichterbij gekomen is. o, daar staan een paar struiken. Daar gaat hij tussen staan. Dan kan niemand hem zien, ook al zou er iemand lopen.
En dan wringt Lombi zich voorzichtig tussen een paar struiken en daar vanaf dat plaatsje kan hij alles zien.
En dan ziet hij planken, palen, tralies van ijzer, hamers. Wat heeft dat toch allemaal tc betekenen? Zouden ze dan een stukje aan het zendingsziekenhuis gaan bouwen? Nee. dat zal toch niet. Die hokken die hij daar ziet staan zijn toch veel te klein? Nee. dat kan niet. Nee, dat zal het wel niet worden. Wat moeten ze toch allemaal hier bij het ziekenhuis? En ineens ziet hij iets wits. Wat is dat nou?
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 februari 1986
Daniel | 32 Pagina's