JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Ook de moslim is onze naaste, maar z’n moskee wijzen we af

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ook de moslim is onze naaste, maar z’n moskee wijzen we af

Vraaggesprek met ir. B. J. van der Vlies over moslims in Nederland

14 minuten leestijd

Het feit dat veel gastarbeiders moslim zijn, mag geen argument zijn voor een diskriminerende houding. De vreemdeling zij bij ons als een ingeborene (Ex. 2:21). Dat wil echt niet zeggen dat we de toename van de Islam in ons land positief beoordelen. Integendeel. zijn er niet blij mee dat er momenteel in Nederland al 150 moskees zijn. Evenmin verheugt het ons dat in sommige plaatsen aan de moslims is toegestaan om op vrijdagmiddag door middel van luidsprekers op te roepen tot gebed in de moskee. Velen zien dat vandaag and Waarom mogen christenen 's zondags wel door middel van klokgelui oproepen tot kerkgan en moslims niet tot gebed? Over deze en andere vragen spraken we met ir. B. J. van der Vl toekomstig fraktieleider van de SGP in de Tweede Kamer.

Mijnheer Van der Vlies kunt u ons in het kort iets vertellen over het vreemdelingenbeleid van de Nederlandse regering?

Ja, als we het over ons vreemdelingenbeleid hebben, dan moeten we onderscheid maken tussen twee belangrijke groepen vreemdelingen. In de eerste plaats denk ik aan de mensen die hun land ontvluchten omdat ze vanwege godsdienstige of politieke opvattingen vervolgd worden. Deze mensen melden zich wel bij onze landsgrenzen of op Schiphol. Na een bepaalde procedure wordt er besloten of zulke mensen een verblijfsvergunning krijgen of niet. Voor deze groep mensen is een quotum vastgesteld; dat wil zeggen we laten een bepaald aantal van deze vluchtelingen per jaar toe in ons land. Dit vreemdelingenbeleid ressorteert onder justitie, In de tweede plaats denk ik aan de zogenaamde gastarbeiders, die indertijd in het buitenland door ons geworven zijn. Aanvankelijk hebben we gedacht dat deze mensen hier tijdelijk zoude blijven, op kontrakten van twee, vier of tien jaar. De praktijk heeft uitgewezen dat ze hier veel langer bleven. Meestal verbleven vrouw en kinderen van deze mensen de eerste jaren nog in het land van herkomst. Dat is intussen nogal veranderd. Veel gastarbeiders zagen hun toekomst meer in ons land dan in hun thuisland en lieten hun gezinnen naar ons land overkomen. Naast deze groepen zijn er nog de Molukkers, Papoea's en Surinamers, Hier is historisch en nationaal sprake van een heel andere zaak.

Hoe beoordeelt de SGP deze ontwikkeling?

Het is natuurlijk een ongezonde situatie als de vader van het gezin jarenlang gescheiden van z'n gezin optrekt. Daarom is er een gezinsherenigingsbeleid van de grond gekomen, waar de SGP positief tegenover staat. Voor onze samenleving is dit groeiend

volksdeel een apart vraagstuk. Op nieuwe werving van gastarbeiders is een stop gezet.

Mede gelet op de hoge werkloosheid, die niet alleen onze eigen jongeren en ouderen treft, maar ook in toenemende mate de etnische minderheidsgroepen, willen we nu ook een aktief, maar zorgvuldig remigratiebeleid voeren. Remigratie wil zeggen: terugkeer naar het land van herkomst. We moeten ons echter wel realiseren dat wij deze mensen zelf gevraagd hebben om hier te komen, waardoor we ons aan hen verplicht hebben. Daarom is het terugkeerbeleid niet gedwongen. maar geheel op vrijwillige basis. Het remigratiebeleid, dat indertijd Kamerbreed onderschreven is. heeft wel effekt. maar mijns inziens nog niet voldoende. De oorspronkelijke gastarbeider heeft het hier meestal beter dan in het land van herkomst. Waarom zou je dan terugkeren? Je doet dat alleen als er in je thuisland voldoende toekomstperspektief is. We zullen op dit terrein verder moeten werken. Daarnaast zullen we moeten bedenken dat veel gastarbeiders definitief kiezen voor vestiging in ons land.

Weet u bij benadering hoeveel vreemdelingen er in Nederland zijn?

Ik heb er de statistieken eens op nageslagen. Als je de groei van de bevolking bekijkt dan valt op dat er met name in de zeventiger jaren sprake is van een grote groei van het aantal vreemdelingen in ons land. Dat is ook wel verklaarbaar. Bij ons was het welvaartspeil toen erg hoog. Er was veel werkgelegenheid, waardoor we veel buitenlanders hebben aangetrokken. De statistiek geeft aan dat op 1 januari 1984 in het totaal 552.400 niet-Nederlanders in ons land wonen, dat is ruim een half miljoen. Op veertien miljoen inwoners is dat zo'n vier procent.

De statistiek van de kerkelijke gezindten maakt duidelijk dat daardoor ook het aantal aanhangers van niet-christelijke godsdiensten is gestegen. Je ziet een grote sprong in de rubriek overige kerkelijke gezindten, waaronder ook de Islam valt. Om enkele cijfers te noemen: n 1971 behoorden 400.000 mensen tot de overige kerkelijke gezindten; in 1981 was dit aantal bijna verdubbeld:725.000. De stijging is ondermeer veroorzaakt door het gevoerde gezinsherenigingsbeleid.

Kunt u zeggen waar zich in ons land Islamitische bevolkingsconcentraties bevinden?

Het is wat moeilijk om dat nauwkeurig aan te geven. Te denken valt aan streken met veel industrieën waar deze mensen werken, zoals het Botlekgebied. de Amsterdamse en Rotterdamse conglomeratie, Twente. Verder in de grotere steden en in plaatsen met meer gespecialiseerde industrie, bijvoorbeeld Leerdam met zijn glasindustrie.

Het uitgangspunt voor het minderhedenbeleid is: , , het handhaven van onze Nederlandse traditie van gastvrijheid en verdraagzaamheid". Deelt u dit uitgangspunt? Ja, ik onderschrijf dit uitgangspunt. Niet primair omwille van de handhaving van een goede traditie, maar veeleer omdat Gods Woord ons leert de vreemdeling en de verdrukte recht te doen. De SGP heeft dat ook meermalen benadrukt, denk bij bijvoorbeeld aan de opvang van christen-Turken in ons land. Als het gaat om de gastarbeiders in ons land, dan stel ik nogmaals vast dat wij hen zelf te gast gevraagd hebben. Dat betekent dat we nu geen hard standpunt in mogen nemen. Omgekeerd mag je van een gast wel verwachten dat hij zich ook als gast gedraagt.

Hoever dient onze verdraagzaamheid en gastvrijheid te gaan? Betekent dat ook acceptatie van ons vreemde kuituuruitingen en van de godsdienstbeleving van de moslims?

Wat de verdraagzaamheid betreft kunnen we in het menselijk vlak een heel eind gaan. De Heere wekt ons daartoe op. Het is immers het tweede grote gebod om onze naaste lief te hebben als onszelf. Er zijn echter grenzen.

Een gast kan ons geen eisen gaan stellen,

bijvoorbeeld over de inrichting van onze samenleving. Een gast dient ook onze wetten ; te accepteren. En wat nog belangrijker is: ook de vreemdeling dient — evenals wij allen — te rekenen met Gods geboden. Als gastarbeiders willen integreren in onze samenleving. dan krijgen ze te maken met inpassingsproblemen. Een vermenging van kuituren kan niet. En van godsdiensten zeker niet, daarvoor zijn de verschillen in beleving te groot.

Als het gaat om integratie in onze samenleving zegt u aan de ene kant: ze zijn hier te gast en moeten zich daarom naar onze normen gedragen; aan de andere kant bent u niet voor vermenging. Hoe zit dat dan?

Als onze islamitische gastarbeiders (of medeburgers van dit land) zich in onze samenleving willen invoegen, kunnen we ze op grond van Gods Woord alleen afwijzen op hun godsdienstbeleving. Niet op het feit dat ze Nederlander willen worden of zijn geworden. Als mensen moeten we hen een overtuiging gunnen. Het wordt pas echt moeilijk als dit ingaat tegen Gods Woord. Overigens moeten we hierbij wel bedenken dat er nog een andere kant zit aan het accepteren van specifieke voorzieningen voor minderheden in onze samenleving.

Ook wij vormen immers een minderheid in onze samenleving. Als SGP bepleiten we regelmatig de noodzaak van eigen voorzieningen voor ons volksdeel, denk bijvoorbeeld aan het reformatorisch onderwijs. Dat gebeurt noodgedwongen. Er zijn signalen dat de verdraagzaamheid in ons land afneemt. Dat treft ook onze gezindte. Dat maakt het er niet eenvoudiger op.

Is dit voor de SGP geen moeilijk spanningsveld? Op grond van artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis is de overh Gods dienares. De overheid is dan toch geroepen om de godsdienst van de moslims te weren?

Zoals de taak van de overheid in artikel 36 beschreven wordt, is dat mijns inziens voluit bijbels. De rechte overheid moet de kerk steunen in de uitoefening van haar taken. Daarmee hebben beiden een eigen, onderscheiden taak.

Het weren en uitroeien van de valse godsdienst is niet letterlijk bedoeld, met de dolk op de borst, maar geestelijk. Aktiviteiten in het publieke leven die ingaan tegen Gods Woord moeten teruggedrongen worden. In het menselijk vlak brengt je dit wel in een spanningsveld. Terwijl je voor jezelf opkomt voor godsdienstvrijheid, sta je anderen de publieke aspekten van hun overtuiging niet toe.

Maar boven die menselijk vlak staat toch ook het gegeven dat de overheid Gods dienares is. We kunnen dit ideaal niet opgeven, ook nu er wettelijk geen basis meer voor is. En al hebben we vandaag een zogenaamd neutrale overheid, Gods belofte blijft, dat Hij Zijn zegen geeft aan hen die Hem gehoorzamen. Ik denk in dit verband aan het woord van de apostel Paulus in 1 Timotheüs 2: „Opdat wij een gerust en stil leven leiden mogen in alle godzaligheid en eerbaarheid". De kanttekenaren geven bij deze tekst aan dat dit tot uiting zal komen in het onderhouden van de geboden van de beide tafelen der wet. De rechte overheden zijn bewaarders of beschermers daarvan!

Dat betekent heel konkreet dat de moslim onze naaste is, maar dat we z'n moskee afwijzen.

Betekent dat konkreet dat subsidie voor ee moskee niet kan?

Subsidie voor een moskee, daar kun je als SGP-er niet voor zijn. Maar het bijeenkomen van moslims kun je natuurlijk niet verbieden. Ook vroeger, toen onze regering nog een nationaal gereformeerd karakter had. werden zulke samenkomsten wel gedoogd, maar niet bevorderd. De overheidstaak — en daar gaat het hier om — heeft een grens bij de eigen verantwoordelijkheid van mensen in en voor hun privéleven. Waar de taak van de overheid ophoudt, begint de taak van de kerk.

Hoe moeten we met dit uitgangspunt omgaan, zonder verdacht te worden van ee diskriminerende houding?

We moeten onze uiterste best doen om ons diepste motief weer te geven. Daarbij gaat eid het niet om ons, maar om Gods Woord.

Anderen zijn ook schepselen van God, die net als wij, om het maar eenvoudig te zeggen, een nieuw hart nodig hebben. Daarin ligt onze rechtvaardigingsgrond. Diskrimineren als achterstelling kan nooit.

Het is een ernstige zaak de overheid haar taak voor te houden. Over het privé-leven kan ze niets zeggen, dat is de taak van de kerk. Maar in het publieke leven mag de overheid de zonden niet toestaan.

Als de mensen waar we nu over spreken, willen blijven en bereid zijn zich in onze samenleving te voegen, wat moeten ze dan doen?

Als ze kiezen voor en toegroeien naar een definitief blijven, dan is het in hun eigen

belang dat ze zich meer richten op de Nederlandse samenleving. Blijft de mogelijkheid van terugkeer nog open, dan is de oriëntatie op eigen kuituur en taal belangrijk.

Uit een onderzoek op enkele scholen, onder andere in Utrecht, is gebleken dat de uitva op scholen met name onder de buitenlandse kinderen en jongeren erg groot is. Is dat verklaarbaar?

Ja. dat heeft ook te maken met het feit dat deze jongeren als het ware in twee werelden leven. De ouders zijn meestal opgegroeid en opgevoed in het land van herkomst. Via de opvoeding wordt dit aan de kinderen overgedragen, terwijl ze aan de andere kant de invloed van de Nederlandse samenleving ondergaan.

Belangrijk is het om deze jongeren meer harmonie te geven door hen ook in hun eigen taal en vanuit hun eigen kuituur te benaderen. Hier is echter nog weinig ervaring mee. Waar dit mogelijk is, moeten we deze jongeren de helpende hand bieden.

Er wordt weieens gesuggereerd dat deze jongeren verantwoordelijk zijn voor de toename van de kriminaliteit. Is dat juist?

Nee, het ligt wel voor op de lippen, maar ik denk dat dit meer te maken heeft met andere karakteristieken van kriminaliteit, bijvoorbeeld onlustgevoelens, werkloosheid en verslaving. Het komt niet alleen door de etnische achtergrond. Het kulturele konflikt is misschien wel een negatieve randvoorwaarde, maar zeker niet de enige faktor.

Een zendingsdeputaat van de Gereformeerd synode deed enige tijd geleden de volgend uitspraak: , , Hoe beter wij in onze westerse l landen voor moslim-minderheden zorgen, des te leefbaarder zal de situatie voor christen-minderheden in islamitische landen zijn". Bent u het met deze redenering eens?

Ik heb er wat bedenkingen bij.

Kijk eens, in de eerste plaats geldt: doe wel en zie niet om. Ik heb hier mijn plicht ten opzichte van mijn naaste. En verder, als ik dan eens kijk naar landen als Iran en Libanon, dan geloof ik er niet zo in. Daar is veel meer een polarisatie, verharding van standpunten te zien. Ik heb niet gezien dat hun houding verzacht wordt door een mildere bejegening van hun landgenoten hier. Dus als u konkreet vraagt, bent u het hier mee eens, dan heb ik daar toch nog wel wat aarzeling bij. En nogmaals, doe wel en zie niet om.

Kunt u iets zeggen over de houding van reformatorische jongeren ten opzichte van minderheden in Nederland, in het bijzonde tegenover moslims in ons land? Je hoorv we eens uitspraken als , , Die kleren heb je zeker op de rommelmarkt gekocht".

Zulke uitspraken zijn natuurlijk af te keuren. Jongeren zijn vaak wat recht voor hun raap, dus zoiets zal best wel eens gezegd worden. Maar ik denk niet dat jongeren uit de

Gereformeerde Gezindte sneller tot zulke boute uitspraken komen dan andere jongeren. Het idee bestaat wel dat als je tegen moskeeën bent, je ook tegen moslims bent, maar dat is niet juist. Een onderzoekje onder reformatorische jongeren heeft uitgewezen dat zij over het algemeen positief staan tegenover buitenlanders. Ik ben daar verheugd over.

Is er bij onze jongeren voldoende kennis omtrent opvattingen, gewoonten en godsdienst van de Islamieten? Vindt u deze kennis noodzakelijk?

Daar zouden we in zijn algemeenheid meer aan moeten doen. We moeten de jeugd proberen te bereiken op een manier die aanslaat, door te zorgen voor een toespitsing naar herkenbare, aktuele thema's zoals bijvoorbeeld de Islam. Wat dat betreft ligt er een enorme taak voor het gezin, het onderwijs, de prediking vooral ook en de catechese.

Wat vindt u van de plaatsing van Islamitische kinderen op reformatorische scholen?

Het toelaten van moslimkinderen op zulke scholen gebeurt incidenteel. Als het met grotere groepen gebeurt, wordt het moeilijker. De vraag is dan hoe je je identiteit staande moet houden. Er zijn grenzen aan de grootte van een groep. Je krijgt anders ook problemen met de ouders van andere kinderen, door het onderwijskundig gedwongen lagere tempo, en dergelijke. Moetje het zoeken? Daar aarzel ik bij.

Het schoolbeleid moet uiteraard praktisch en principieel niet onderuit gaan. Maar zijn wij vaak niet al te voorzichtig, gezien onze voorrechten?

Ja, als het op onze weg komt, moeten wij de verantwoordelijkheid niet ontlopen. Maar we blijven ook onze verantwoordelijkheid houden ten opzichte van onze doelstellingen. We hebben veel voorrechten, ons onderwijs, de aktiviteiten vanuit de kerken, dat is uniek. Daar moeten we ook zuinig op zijn. Dat wil echter niet zeggen dat we ons moeten afsluiten voor anderen.

Mijnheer Van der Vlies, we moeten dit gesprek gaan afronden. U heeft wellicht n een slotopmerking voor onze jongeren. Wat ons betreft mag u dit ook in een andere richting toespitsen dan het onderwerp van ons gesprek. We kunnen ons voorstellen dat de toekomstige lijsttrekker van de SGP ook voor jongeren van de Gereformeerde Gemeenten een boodschap heeft!

Ja zeker! Ik maak graag gebruik van uw aanbod. Ik wil onderstrepen dat we een duidelijk beginsel hebben, gegrond op Gods Woord. In dit gesprek staat de opkomst van de Islam centraal. Als we dat mondiaal bezien, is dat een uiterst zorgelijke zaak. Als ik naar de Nederlandse situatie kijk, ben ik echter evenzeer verontrust over de normvervaging, het toenemend overboord gooien van normen en waarden. In deze samenleving moeten we geleid worden om zo inzichtelijk mogelijk over onze beginselen te spreken.

Daarbij komen we in onszelf alles te kort.

Maar we mogen onder biddend opzien tot God voortgaan. Het is van groot belang om daarbij te beseffen wat onze kern is, wat ons drijft. Het is een verblijdende zaak dat daar nog belangstelling voor is bij de jeugd; dat zij er nog voor staan. Want we hebben onze jongeren uitdrukkelijk nodig. De oudere generatie kan niet zonder de kritische vraagstelling van de jeugd. Ik heb al gezegd dat ook wij in een minderheidspositie terecht zijn gekomen. Dat is echter geen nieuwe situatie. Uit de Bijbel blijkt dat ook telkens. Kijk maar eens naar Jozef, Mordechai, Esther en Daniël. In een vijandige wereld vatten zij hun taak op. En nog heel goed ook. Zij waren bedeeld met de vreze des Heeren die doet wijken van het kwaad. Daar gaat het om. om in biddend opzien tot God onze verantwoordelijkheid te dragen.

Van Mordechai lezen we dat hij in de poort zat, in die tijd het politieke centrum. Hij was er altijd en weerstond de anti-goddelijke wet om te buigen voor een mens. Ook al vroeg men hem om plooibaar te zijn en mee te doen, ook al wist hij dat de galg hem wachtte. Maar dan staat er: „En hij deed het niet".

We weten de afloop. Die was in Gods gunst, want de Heere stond aan de kant van Mordechai. Laten ook wij zo in een verleidende wereld mogen staan. Ook nu, in moeilijke tijden geldt: „Hun geeft Hij moed en krachten, die hopend op Hem wachten".

Mijnheer Van der Vlies, namens alle leze van ons blad willen we u hartelijk dank zeggen voor dit gesprek. We wensen u van harte Gods zegen toe in de uitoefening van og uw opdracht waaraan u mede namens ons gestalte mag geven.

J. H. Mauritz

Mija Hasselaa

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 februari 1986

Daniel | 32 Pagina's

Ook de moslim is onze naaste, maar z’n moskee wijzen we af

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 februari 1986

Daniel | 32 Pagina's