Troost in het lijden
vraaggesprek met ds. A. Snoep
Dominee, u bent ernstig ziek geweest. Wilt u ons iets vertellen over het verloop van uw ziekte en de behandelingen die u moet ondergaan?
Dat wil ik graag doen, maar wel met enige schroom: er moet rekening mee gehouden worden dat de ziekte terug kan komen. Bovendien is het een strikt persoonlijke ervaring; een ander kan het met mijn weg en aanvankelijk herstel niet doen. Ieder kwaadaardig ziektegeval is niet eender. Toch wil ik graag iets meedelen. Mogelijk is het tot bemoediging van anderen, want alles is in de hand des Heeren. Zo is het ook de tweede keer in mijn leven dat ik langdurig ziek ben geweest. Toen ik 19 was, heb ik een jaar gekuurd voor t.b. Dit keer heeft het tien maanden geduurd voor ik weer op de kansel mocht staan.
In september 1984 kreeg ik klachten en via huisarts en internist moest ik opgenomen worden voor een kwaadaardig gezwel aan het begin van de dikke darm. In het ziekenhuis van Zaandam heb ik heel wat onderzoeken gehad voordat de behandeling vaststond. Na vier weken werd ik ontslagen om opgenomen te worden in het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis, dat is het Nederlands Kankerinstituut in Amsterdam. Maar de volgende dag lag ik weer in het Zaandamse ziekenhuis wegens dreigende perforatie. Binnen een week werd ik toen overgebracht naar het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis. Na twee medicijnkuren en overigens zeer voortreffelijke behandeling werd ik na vier weken ontslagen en heb toen nog zes poliklinische kuren gehad: daarna nog 21 bestralingen. Ik sta verder onder regelmatige kontrole.
De specialisten gaven toestemming om op 1 september 1985 weer eenmaal per zondag in een korte dienst voor te gaan. Op 14 oktober heb ik het Heilig Avondmaal bediend en toen ook 's middags nabetrachting gehouden. Ook geef ik nu
weer enkele catechisaties, waarbij een ouderling nog een groep voor zijn rekening neemt. Met het nieuwe jaar ben ik met wat pastoraal w^erk aangevangen. Ik moet wel rustig aan doen en mezelf heel wat beperkingen opleggen, maar ik voel me goed en mag door Gods goedheid weer inen uitgaan.
Bent u door de artsen meteen op de hoogte gesteld van de aard van uw ziekte? Vindt u dat dit altijd moet gebeuren?
Ik wist meteen wat er aan de hand was. al tijdens de onderzoeken, en kreeg ook dc einduitslag met voorgeschreven behandeling te horen. Of dat altijd moet gebeuren ligt mijns inziens ter beoordeling van de behandelende arts. Bij de eén moet de patiënt misschien meer vragen dan bij de ander; maar ik werd overal van in kennis gesteld. Ook werd uitgelegd waarom een bepaald onderzoek moest plaatsvinden en hoe dat ging. Ik heb niets anders dan lof over mijn behandelende artsen en ook over het verplegend personeel.
Kon u het aanvaarden dat u deze ziekte had?
Voor opstandigheid en moedeloosheid ben ik bewaard gebleven. Ook mijn vrouw. Natuurlijk is het heel wat, maar wat heeft de Heere mij vooraf bijzonder bemoedigd uit Psalm 89 vers 7: „Uw goedheid straalt hen toe, Uw macht schraagt hen in 't lijden". Wat er gebeuren zou, wist ik niet, maar dit is mij tot grote troost geweest. Toen ik het ziekenhuis inging, kon ik wel Psalm 23 vers één berijmd zingen. Ik mocht ook geloven dat mijn tijden in Gods hand zijn.
Zou u ons iets willen vertellen over de ondersteuning die de Heere u tijdens uw ziekte in zo ruime male wilde schenken?
Hoewel ik soms psalmen mocht zingen op dc onderzoektafels. ben ik toch ook in grote nood geweest. Een woord is wel bijzonder waarheid geworden, namelijk Psalm 50 vers 15: , .En roep Mij aan in de dag der benauwdheid: Ik zal er u uithelpen, en gij zult Mij eren". Ik laat maar weg bij welke omstandigheden, maar het was erg benauwd. Ik mocht toen pleiten op dit woord, en o. wat was de Heere toen een wonderdoend God! Hij nam de benauwdheid weg en gaf rust. Wat ben ik daar onder weggezonken.
De Heere heeft mij ook een grote weldaad willen schenken, waaraan een Jakobsworsteling vooraf ging. Ik ben toen alles van mijzelf kwijtgeraakt, maar de Heere heeft mijn ziel liefelijk omhelsd. Wat mocht ik toen uitgaan uit mezelf en geloven dat Christus ook mij verlost heeft van de vloek der wet. In het suizen van een zachte stilte werd zo liefelijk in mijn ziel afgedrukt, dat de Heere nooit meer op mij toornen noch schelden zou. Toen was ik in Zijn ogen als een die vrede vond, de vrede, die alle verstand te boven gaat. Ik mocht geloven dat mijn schuld verzoend was en Christus mijn gerechtigheid was voor God. Het zong in mijn hart: „Looft de HEERE, mijn ziel, en vergeet geen van Zijn weldaden. Die al uw ongerechtigheid vergeeft, die al uw krankheden geneest,
Die uw leven verlost van het verderf, Die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheden" (Psalm 103 : 2, 3 en 4). Wat een blijdschap en zalige verwondering vervulde mijn ziel. Ik geloofde toen ook dat ik weer op de preekstoel zou komen om het Evangelie uit te dragen. Onverdiende zaligheên heb ik van mijn God genoten! Ook wat het lichamelijke betreft heeft de Heere bijzonder ondersteund en geholpen, zodat ik soms van een pijnlijke behandeling niets voelde. De Heere bevestigde Zijn toezegging uit Psalm 89: k mocht Zijn goedheid ervaren en Hij ondersteunde mij in het lijden. Hem zij daarvoor alle dank en eer!
Hebt u gevoeld dat er in de gemeenten veel gebed voor u was?
Dat heb ik gevoeld en ik ben daar dankbaar voor. Ook voor de vele kilo's post en het bezoek. Dat was bijzonder fijn.
Eén bezoek zal ik nooit vergeten; dat was toen nu wijlen ds. Van Vliet met ds.
Hakkenberg bij mij kwam in het Van Leeuwenhoek Ziekenhuis. Het was kort na de eerste medicijninjekties. Maar de Heere was toen in ons midden en we konden wel zingen van ootmoedige verwondering: .Laat ieder 's HEEREN goedheid loven" (Psalm 118:1 berijmd). Ds. Hakkenberg zal het nog wel weten. De tranen liepen en we waren samen een ogenblik dominee-af en vertederd voor en door God. Het was de laatste keer dat ik ds. Van Vliet gezien heb. We kenden elkaar al van de Theologische School. , .God vergist Zich niet".
Dat haalde hij in zijn gebed steeds aan. Ik heb daar veel aan gehad. Nu mag hij eeuwig van Gods trouw 7 en goedertierenheden zingen. Voor hem zijn de raadsels opgelost. God vergist Zich niet; Zijn Raad zal bestaan en Hij zal al Zijn welbehagen doen. Daarom komt Gods volk eeuwig thuis!
Kreeg u als dominee tijdens uw ziekte ook pastorale zorg?
Ja, heel veel zelfs. Van de kerkeraad en bijzonder van de klassispredikanten. Ook voor hen was het een beproeving. De liefdeband is erdoor versterkt geworden.
In het vorige vraaggesprek hebt u gezegd: , , Als pastor krijg je in de ziekenhuizen overal medewerking, 'k Heb er wonderlijke dingen meegemaakt". Nu was u er als patiënt. Hoe hebt u dat ervaren?
Dat heeft de dokter ook gevraagd. Het is een hele ervaring om in een ziekenhuis te verblijven. Wat ben je dan een nietig mensje, want je kunt beter dokter of ziekenbroeder zijn dan patiënt.
Ik had nog nooit in een ziekenhuis gelegen en ben de meeste tijd op een zaal met vier andere patiënten geweest. Ik heb toen veel gedacht aan onze mensen, die dat ook moesten ondervinden. Het is een wereld apart. Nu kan ik me goed indenken hoe moeilijk het is in zo'n omgeving te verkeren, want er wordt helaas meer gevloekt dan gebeden. Het beste is direkt bij het voorstellen aan de patiënten te vragen of zij ook kerkelijk of godsdienstig zijn. Dan weten de anderen meteen wie je bent.
Ondervinding is, ook in dit opzicht, de beste leermeester. Kijkt u nu anders tegen het ziekenpastoraat aan?
Inderdaad. Het is zo dat ik mijn eigen ziekenbezoek tot de grond toe heb moeten afkeuren. Nu weet ik wat het is om in een ziekenhuis te liggen en ik heb ervaren dat van bidden en bijbellezen op een volle zaal niet veel terecht komt. Je wordt zo afgeleid en in beslag genomen door het gehele gebeuren om je heen. 's Avonds had ik een bidvertrek in een douchecel.
Wat vindt u van de „Ziekentroost" achter in ons psalmboek?
Deze is heel goed te gebruiken, ook voor het pastoraat. Ik weet dat sommige ouderlingen eruit voorlezen. Zelf las ik liever de Bijbel en de Vijf artikelen tegen de Remonstranten.
Hoe heeft uw vrouw de periode van uw ziek zijn ervaren?
Mijn vrouw heeft met Gods hulp alles mogen dragen en is ook door Hem ondersteund. Zij mocht geloven dat de Heere regeert en dat leeft nog in haar. De telefoon en het bezoek — er zijn meer dan 600 mensen in huis geweest — heeft zij rustig kunnen regelen. Verder valt er uiteraard veel ander werk weg en bevind je je in dat kleine wereldje van ziek zijn of voor een zieke te zorgen.
U mag gelukkig uw werk weer verrichten, maar u hebt misschien toch nog wel eens zorgen voor de toekomst?
O ja. dat kan soms als een golf over je heen slaan. Je moet niets voelen en zo. want dan ben je natuurlijk meteen weer bezorgd en komen al die behandelingen je weer voor de geest. En dan zou ik het preken ook weer moeten opgeven. Toch heb ik geen angstpsychose en mag ik het aan de Heere overgeven hoe lang Hij mij nog in Zijn dienst wil gebruiken.
Kunnen we naar aanleiding van Hebreen 12 : 6 en Openbaring 3 : 19 (, , Zo wie ik liefheb, die bestraf en kastijd Ik") zeggen dat het lijden een teken van Gods bijzondere zorg is in ons leven?
God heeft met het lijden altijd iets te zeggen. Hij zet de mens daardoor stil op zijn levensweg. Dat is een hele leerschool. Vaak wil de Heere door het lijden heen het geloof oefenen en verdiepen en dat is een bijzondere weldaad. Maar we moeten niet staan naar zwaarheid en verlangen naar wegen van druk.
David vraagt in Psalm 6 : 2: , HEERE, straf mij niet in uw toorn, kastijd mij niet in Uw grimmigheid". Kan dit in overeenstemming zijn met de in de vorige vraag genoemde teksten?
Jawel, want David zag hier dc bedoeling van Gods beproeving niet. Zoals uit vers 3 en 6 van deze Psalm blijkt, was hij ernstig ziek. Daarbij gevoelde hij zijn zonde en schuld en zag hij de toestand waarin hij verkeerde als een straf van God. Hij stond nog voor zijn genezing. In vers 9 en 10 mag hij zeggen: De HEERE heeft de stem mijns geweens en mijn smeking gehoord. Dat Gods kastijden liefde is, zien wij dikwijls ook pas achteraf. De verdrukking op zich is geen zaak van vreugde.
Er zijn mensen die vinden dat je bij ziekte geen doktershulp mag inroepen, maar de Heere om genezing moet vragen. Wat is uw mening daarover?
God heeft ons aan de middelen gebonden en daarbij zullen we ook moeten letten op Zijn voorzienig bestel. Zeker, God kan op het gebed grote wonderen doen, maar het moet de vraag zijn: Wat behaagt de Heere te doen?
Hebt u nooit overwogen de Moermantherapie te gaan volgen?
Nee, eigenlijk niet. Ik zei bij de vorige vraag dat we moeten letten op Gods voorzienig bestel. Door onze huisarts werd ik verwezen naar een specialist in Zaandam en zo werd het onderzoek in gang gezet. Mijn vrouw en ik hebben dit beiden gezien als de weg die de Heere ons wees
en we meenden dat we ons daaraan niet mochten onttrekken. We hebben ook Zijn bijzondere ondersteuning mogen ervaren en Hij heeft tot hier toe de gebruikte middelen en behandelingen willen zegenen. Wij geloven daarom niet dat we een andere weg moeten gaan, al blijft het waar dat anderen met de Moerman-therapie baat gevonden hebben.
De Kerk zingt in Psalm 119: , , 't Is goed voor mij verdrukt te zijn geweest". Leeft dat altijd in het hart?
Na alles wat gebeurd is, moet ik zeggen: , .Gun leven aan mijn ziel, dan looft mijn mond Uw trouwe hulp". O ja, het is goed voor mij verdrukt te zijn geweest. Maar we moeten er iedere keer weer bijgebracht worden. Wat blijft een ziel afhankelijk van de bediening van Gods Geest. Maar als de Heere overkomt, is er de blijdschap des geloofs en mag er zijn een roemen in de God aller genade.
Wat zou u tot slot tegen onze jongens en meisjes willen zeggen?
Dat bevindelijke kennis van de drie stukken — ellende, verlossing en dankbaarheid — zo nodig is om welgetroost te leven en zalig te mogen sterven.
Gedenkt toch aan je Schepper in de dagen van je jeugd. De kwade dagen zullen komen en de jaren naderen, van dewelke je zeggen zult: Ik heb geen lust in dezelve. Dat kan zo spoedig zijn! Ik heb in het ziekenhuis jonge mensen ontmoet, aan wie niets meer gedaan kon worden. Als wrakken gingen ze naar huis om te sterven. Hoe erg als je dan onbekeerd bent. Roep de Heere toch aan!
Hij wilde ook op mijn kermen Zich genadiglijk ontfermen. Wie Hem aanroept in de nood, vindt Zijn gunst oneindig groot. Zoek daarom de Heere, want wie Hem vindt, vindt het leven. De Heere is toch zo'n genadig God!
Dominee, we willen u en uw vrouw nogmaals hartelijk danken voor dit openhartige gesprek. We wensen u beiden met uw zoon ook in de toekomst Gods nabijheid toe en hopen dat u nog vele jaren met rijke zegen in de wijngaard des Heeren mag dienen.
Z. Crum-Nieuwland
D. J. Thijsen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 februari 1986
Daniel | 32 Pagina's