JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De barre vlucht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De barre vlucht

vervolgverhaal deel 3

8 minuten leestijd

Plannen maken

Het is eind maart. Slav droogt nu dagelijks een half pond brood op de snorrende kachel. Onder de houtkrullen groeit zijn voorraad gestaag. „Berg het goed op, Rawisz", had mevrouw Ushakov hem aangeraden. Ze heeft hem in de uren dat Ushakov hem liet roepen al veel goede adviezen gegeven. „Zou ze werkelijk geloven dat ik wil ontsnappen? " heeft Slav zich al vele malen afgevraagd. „Ziet ze dat plannen maken misschien als een mooi en boeiend spel? " Maar op een dag weet hij zeker dat ze ernst maakt met de ontvluchtingsplannen. Dat ze meent wat ze zegt en gelooft dat vluchten tot de mogelijkheden behoort. Hij werd weer geroepen. Ushakov was er niet.

„Zoek wat goede muziek op, Rawisz", zei mevrouw Ushakov. Toen ze thee had geschonken en ze samen naar een concert van Beethoven luisterden, zei ze plots: „Mijn man gaat binnenkort naar Jakoets om een kursus te volgen. Ik zou niet willen dat er iets gebeurde als hij in het kamp was." Slav vergat zijn thee. Hij had haar verschrikt aangekeken. „Ik.... ik, gelooft u werkelijk dat ik wil ontsnappen? "

„Ja Rawisz, dat moet kunnen. Kies je mannen met zorg. Je moet ook pelzen zien te krijgen. De soldaten strikken sabeldieren, de officieren jagen erop. Ze hangen ze aan de buitenste prikkeldraadomheining. De mannen die in het bos werken, moeten er elke dat één weghalen, dat merkt niemand. Wacht een avond af met zware sneeuwval en trek naar het zuiden.

De sneeuw zal jullie sporen bedekken. Ik zal wat zakkengoed opzoeken en daar tassen van maken."

Zou het gelukken?

In de laatste barak, dicht bij de zuidelijke versperringen is het stil geworden. De meeste mannen slapen. Het knapt en knettert in de kachels, buiten heerst de kou. Vlakbij de deur in één der bovenste kooien ligt Slav in zijn geliefkoosde houding, - de handen onder zijn hoofd - in het donker te staren. Naast zich, ook in het bovenste bed, hoort hij de rustige ademhaling van Eugène Zaro. Onder zich weet hij Anastasi Kolenemos en mr. Smith, de Amerikaanse ingenieur, die tot 20 jaar strafkamp veroodeeld is. In het eerste en tweede bed onder Zaro's krib liggen Anton Paluchowisz uit Polen en Zacharias Marchinkovas, een architekt uit Litouwen. Tegenover hem in het onderste bed, aan de andere kant van de deur, slaapt Sigmund Makowski, ex-kapitein van de Poolse grenstroepen. Slav draait zich op z'n zij. Het is gelukt! Ze zijn nu met z'n zevenen. Mannen die weten wat ze willen, die heel goed beseffen maar een kleine kans te hebben. Mannen die alles op alles zullen zetten om te ontsnappen, die elkaar trouw zullen blijven en drommels goed weten welke risiko's ze lopen! Na veertien dagen van voorzichtig onderhandelen op weg naar en van het eten halen en tijdens de korte wandelingen naar en van de w.c.'s, is het hen gelukt om in deze barak te komen. Wat extra tabak en een onsje brood deden wonderen. Deze barak is om z'n gunstige ligging door hen uitgekozen. Zij zal als „springplank" dienen voor hun vlucht. Slav laat één voor één de mannen die meegaan de revue passeren. Zaro, de grappenmaker, Kolenemos, de vriendelijk reus, Makowski, Paluchowisz, Marchinkovas en mr. Smith. Bij de laatste naam hokken even zijn gedachten. Paluchowisz had gezegd: „Ik ken iemand die vast mee wil en hij is er wel geschikt voor ook. Hij is niet zo jong

meer, maar hij is gezond en wat het voornaamste is, hij geeft me vaak goede raad. Ik kan hem aanbevelen. O ja, z'n naam is Schmidt en hij spreekt vloeiend Russisch."

Toen de volgende dag Schmidt bij het keukenraam zijn koffie in ontvangst nam, wees Paluchowisz hem aan. , , Dat is tie." Slav moet even grinniken als hij denkt aan wat er toen plaats vond. Samen met Makowski maakte hij kennis met hem. , , Heren, mijn naam is Smith. U wilt mij wat vragen als ik het goed begrepen heb." Slav ziet zich weer staan met open mond van verbazing. „Eh... Smith? Bent u.... bent u dan geen Duitser? " , , Ik ben Smith", had de ander geantwoord, , gister Smith en ik ben Amerikaan." Slav gaat weer op z'n rug liggen. „Drie Polen, een Litouwer, een landeigenaar uit Letland, een Zuid-Slaviër en een Amerikaan", fluister hij voor zich heen. Een bont gezelschap. Hij voelt hoe een huivering door z'n hele lichaam gaat. Samen de vrijheid tegemoet. Zou het lukken?

6 april 1941

De voorraad pelzen groeit gestaag. De meeste brengt Kolenemos mee tijdens z'n vele uitstapjes om berkestammen voor de ski-werkplaats te halen. Hermelijn, sabel, Siberische vos en als pronkstuk de huid van een hert. In de werkplaats heeft Slav een grote spijker platgeslepen en hem vlijmscherp gemaakt zodat er gaten geprikt kunnen worden in het taaie leer van de huiden. In het nachtelijk duister van de barak maken „de vluchtelingen" eenvoudige moccassins. Dat valt niet zo op, iedereen prutst wel aan een vest of beenkappen. Van de huiden worden ook lange repen gesneden om dienst te doen als veters in de moccassins. Van mevrouw Ushakov heeft Slav een blad van een bijl gekregen. „Dit zal mijn leven lang mijn geweten bezwaren. Het is het eerste wat ik ooit gestolen heb."

Hij maakt er in de werkplaats een steel voor. Kolenemos draagt de bijl aan de binnenzijde van zijn broeksband, aan de rugzijde. Van een gebroken blad van een zaag heeft Slav een mooi mes gemaakt, derig centimeter lang en acht centimeter breed.

Vuur maken zal geen bezwaar zijn straks. Een kromme spijker, een vuursteen en droge gubka, een zwam die van de bomen getrokken, gekookt en gedroogd wordt, zijn attributen die elke gevangene in zijn bezit heeft. Op zondag 6 april wordt Slav bij de kolonel geroepen. Deze is echter niet thuis. Mevrouw Ushakov vertelt Slav dat hij vanmorgen vertrokken is naar Jakoets. Daarom was hij niet aanwezig op het appèl. „Ik heb zeven tassen gemaakt", zegt ze rustig. „Je moet ze één voor één komen halen." Als ze hem de eerste tas aangeeft, voelt Slav dat er wat in zit. het lijkt een brood en wat meel. In de dagen die volgen, maakt hij zeven maal de gevaarlijke reis van Ushakovs huis naar de barak. De tas onder zijn jas, wat voorovergebogen, de handen in de zakken, loopt hij alsof hij diep in gedachten is naar de barak. De zeven tassen worden onder wat mos en stukjes dierenhuid gelegd, 't Lijkt nu alsof er zeven kussens liggen. Zolang ze weg zijn uit de barak, transpireren ze van de zenuwen. Als iemand ze ontdekt! Maar alles gaat goed, iedere keer liggen de „kussens" nog onaangeroerd aan het hoofdeind van hun krib. Nu het weer. Sneeuw moet er komen. Sneeuw in dikke, zware vlokken.

Op maandag 14 april is het koud en helder weer. De volgende dag waait er een krachtige wind die ijzige buien van natte sneeuw voor zich uitblaast. De volgende dag vallen uit een laaghangende, grijze lucht de lang verbeide witte vlokken, dik en zwaar. Al gauw ligt er op het onbetreden niemandsland bij het prikkeldraad een decimeters dikke laag. Als Slav die middag om 4 uur uit de ski-werkplaats komt, puilt zijn fufaika uit door de broodvoorraad die hij gedroogd heeft op de kachel. In zijn rechterlaars voelt hij het koude lemmet van het mes dat hij gemaakt heeft. Die avond moeten ze dikwijls naar de w.c. om de laatste maatregelen te treffen. Snel en dringend spreken ze met elkaar. Nu, vannacht, zal het gebeuren. „Om middernacht", raadt Smith aan. „Niet te vroeg, eerst moet het kamp in rust zijn." En de sneeuw blijft vallen in grote, donzige vlokken. „Als we allemaal eens naar de Politruk gaan", stelt Zaro voor. „Het is woensdagavond, dan houdt hij zijn opvoedkundige lezingen. Jij bent al eens een keer geweest, Slav, wij nog nooit." Ze gaan, alle zeven. Op hun kooien liggen de tassen met hun kostelijke inhoud. , , 't Is tot hier toe zo goed gegaan, op deze laatste avond kan het niet meer mis gaan", sust Zaro hun onrustige gedachten. Verrast schenkt de kolonel hun een stralende glimlach. Anderhalf uur lang vertelt de Politruk over het wonder van de Sowjetstaat, over de waarde van harde arbeid, over het ideaal van het kommunisme. Om

negen uur is het afgelopen., , Goede nacht, kolonel", groeten de „vluchtelingen" in koor. „Goede nacht", antwoordt de Politruk. In de barak maken de mannen al aanstalten om te gaan slapen. Smith en Zaro zullen het sein geven tot vertrek. Slav ligt klaar wakker, zijn hart bonst. Slechts één van de zeven slaapt rustig.

Het is Kolenemos. De uren kruipen om. Maar dan: „Tijd! Kom!" Zachtjes schudt Slav Kolenemos wakker. „Nu", fluistert hij zacht.

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 januari 1986

Daniel | 32 Pagina's

De barre vlucht

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 januari 1986

Daniel | 32 Pagina's