JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Als God het leven geeft, ligt daarin een opdracht en een zin

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Als God het leven geeft, ligt daarin een opdracht en een zin

Interview met prof. dr. W. H. Velema

14 minuten leestijd

De laatste jaren is er grote aandacht voor het menselijk leven en voor de problemen die met name met het begin (abortus) en met het einde (euthanasie) te maken hebben. Wat zijn de oorzaken van deze grote aandacht?

Als eerste faktor zou ik de sterk toegenomen medische kennis willen noemen. Steeds meer facetten van het menselijk leven worden in het wetenschappelijk onderzoek betrokken. Ook de vragen met betrekking tot het begin en het einde van het leven.

Hier komt nog een andere faktor bij. Juist het begin en het einde van het leven zijn altijd geheimenissen geweest, waar mensen niet zo gemakkelijk vat op konden krijgen. Dit vormde voor de medische wetenschap een uitdaging: kon men daar geen macht over krijgen, daar geen invloed op uitoefenen? De wetenschapper werd geprikkeld om te laten zien wat hij waard was. De gedachte dat de wetenschap niet alles kan beheersen, is immers niet te verdragen?

In de diskussies rond abortus en euthanasie is de invloed van de secularisatie, van de ontkerstening zeer goed merkbaar. De moderne mens streeft naar een volledig zelfbeschikkingsrecht. Hij wil over eigen leven en dood kunnen beslissen. Dit verklaart mijns inziens de grote betrokkenheid van de Nederlandse bevolking bij de euthanasiediskussie. Zo kan ik het ook alleen verklaren dat het rapport van de Staatskommissie over euthanasie onmiddellijk een politiek onderwerp van de eerste orde geworden is. Persoonlijk komt het mij voor dat aan dat onderwerp nu eigenlijk gedemonstreerd moet worden of er in Nederland werkelijk zelfbeschikkingsrecht bestaat dat door de wet erkend wordt of niet.

Welke visie op leven en dood en op menselijk lijden komt hierin naar voren?

De visie op leven en dood waarin het geheimenis dat God de Schepper en Onderhouder van het leven is ontbreekt. Ook funktioneert de belijdenis dat de dood

het soldij van de zonde is niet meer. In de absolute afwijzing van het lijden zoals wij dat nu meemaken, zie ik een zich eigenlijk willen onttrekken aan dc consequenties van de zonde, een ontkenning van de ernst en van de diepte van de zonde. Het is niet iets dat vandaag pas opkomt. Dit werkt al jarenlang door. maar komt nu tot een geweldige uitbarsting.

Speelt ook de toegenomen welvaart een rol?

Dit is zeker een belangrijk element. Van nog wezenlijker belang vind ik de mentaliteit, die hiermee samenhangt. Er is een konsumptieve levenshouding ontstaan, waarin de mens zoveel mogelijk wil genieten. Alles wat binnen het bereik van de mens ligt, eist men als recht voor zich op. In zo'n konsumptieve levenshouding passen lijden, pijn en moeite niet. Men kiest alleen het plezierige en het aangename.

Ten diepste zit hierachter dat de mens God en Zijn Woord verlaten heeft. Gods geboden worden losgelaten. Dit vindt zijn dieptepunt (de mensen zeggen „hoogtepunt") in het zelfbeschikkingsrecht waar ik zoéven op wees. Dit is precies het tegenovergestelde van wat God van de mens vraagt. We moeten de hele ontwikkeling vooral in dat geestelijke en antigoddelijke klimaat zien.

Hoe spreekt de Bijbel over het leven en de dood van de mens, en over de zin van het leven?

De Bijbel spreekt over het leven als een schepping en een gave van God. Met het feit dat God het leven schept en geeft, bepaalt Hij de zin ervan. Het kan weieens zo zijn dat wij de zin niet meer zo gemakkelijk in een bepaalde situatie kunnen ontdekken. Maar ons antwoord op de vraag wat de zin van het leven is, is niet beslissend. De zin van het leven hangt niet af van ons inzicht daarin en van ons oordeel daarover. Als God het leven geeft, ligt daarin een opdracht en een zin. Je kunt denken aan demente bejaarden in hoge ouderdom. Het feit dat zij zorg nodig hebben, is een bepaalde zin. Verder leert de Bijbel ons dat door de zonde het lijden en de dood in de wereld gekomen zijn. De dood is de straf op de zonde. Voor wie in Christus gelooft, is de dood een doorgang tot het eeuwige leven, zoals de Heidelberger Catechismus dat zegt in zondag 16, antwoord 42.

Wij hebben niet het recht om definitief in te grijpen en om het leven te beëindigen. Zoals de Heere Jezus dat zegt in Johannes 10:18 heeft Hij alleen kunnen doen: iemand neemt hetzelve (Mijn leven) van Mij, maar Ik leg het van Mijzelven af; Ik heb macht (er staat in het Grieks: evoegdheid) hetzelve af te leggen en heb macht hetzelve wederom te nemen. Dat komt geen mens toe, zoals de Heere Jezus dat heeft gezegd. Wij hebben die bevoegdheid niet en dat is ook de diepe reden waarom ik nooit mee kan gaan in het beëindigen van leven, noch aan het begin, noch aan het einde, noch in moeilijke omstandigheden.

Iets anders is natuurlijk of je het sterven zo lang mogelijk moet rekken. Er moet ook een moment komen dat je terugtreedt om de dood te laten intreden.

Is het een bijbelse houding om te zeggen: ik heb eerbied voor al wat leeft, zoals Albert Schweitzer dat zei?

Schweitzer vraagt eerbied voor elke vorm van leven. Ik denk datje dan tekort doet aan het feit dat menselijk leven heel bijzonder leven is, omdat de mens beelddrager van God is. En omdat de mens beelddrager van God is, is menselijk leven van een andere kwaliteit, van een andere betekenis als dierlijk en plantaardig leven. Je kunt wel vegetariër zijn uit „eerbied" voor dierlijk leven, maar plantaardig leven is ook leven. En zonder plantaardig leven kon ook Schweitzer niet. Nergens in de Bijbel wordt ons verboden om vlees of vis te eten.

Als wij met andersdenkenden spreken over het menselijk leven moeten we altijd vasthouden aan het feit dat het bijzondere, het specifieke van het menselijk leven is dat de mens beelddrager van God is.

Waar ziet u voor jonge mensen die mogelijkheden om, zoals u zojuist zei, met andersdenkenden over het menselijk leven te praten? En hoe?

Daar waar je staat. Ik begrijp dat het niet altijd even gemakkelijk is. Ik zie de mogelijkheid ook niet voor iedereen in het groot, maar ik zie het overal waar God

daar gelegenheid voor geeft, in de ontmoeting en in gesprekken met mensen. Er is toch in je school-of werkomgeving of waar dan ook weieens een gesprek mogelijk over de zin van het leven, over de toekomst van je leven, over de vraag waar je voor leeft?

Zulke gesprekken hebben iets van wat er staat in Efeze 5:16 over , , de tijd uitkopen".

Ik denk dat het een taak is van mensen die de Bijbel kennen om aan die overtuiging ootmoedig, maar tegelijk ook beslist, uitdrukking te geven.

Hebben mensen die werkzaam zijn in de gezondheidszorg een speciale roeping tot dat getuigen, omdat zij vaak in aanraking komen met mensen die gekonfronteerd zijn met lijden of met de eindigheid van het leven?

Met te zeggen „een speciale roeping" zou ik wat terughoudend willen zijn. Ik geloof dat het ieders roeping is, maar dat er voor de een meer mogelijkheden zijn dan voor de ander. En dan zou ik de gezondheidszorg wel willen zien als een terrein waar meer mogelijkheden zijn dan bij andere werkverbanden. Mensen, patiënten die met lijden gekonfronteerd worden, hebben misschien juist dan behoefte aan steun en zijn gevoelig voor een persoonlijk woord. De ene situatie is natuurlijk de andere niet. Soms zijn patiënten wars van alles wat met het Evangelie te maken heeft. Dan is het voor een christenverpleegkundige heel moeilijk, om daar te helpen.

Toch is er vaak iets van een ontvankelijkheid, van een behoefte om iets te krijgen om over na te denken.

Als wij mensen die met lichamelijk en/of psychisch lijden gekonfronteerd worden, proberen te helpen, hebben we dan niet het recht en de plicht om ze ook te mogen helpen in dat wat de grootste nood is, de verbroken relatie met God? En dan mogen we het aan de Heilige Geest overlaten wat Hij met zo'n gesprek doet.

In hoeverre is het nog mogelijk om als christen in de gezondheidszorg te blijven werken, gezien de ethische opvattingen in veel ziekenhuizen, en de manier waarop tegen het leven wordt aangekeken en waarop met het leven wordt omgegaan?

Tot heden wordt gezegd dat er voor gewetensbezwaarden met betrekking tot abortus en euthanasie ruimte is. Ik hoop dat dat zo is en zo blijft.

Er kan een moment komen waarop een stuk werk in de verpleging en verzorging van zieken voor mensen met een oprecht christelijke overtuiging gesloten terrein gaat worden, omdat ze in bepaalde praktijken niet mee willen gaan en vanuit hun geweten niet mee kunnen gaan. Ik vind dat schrijnend, omdat het hulp bieden aan mensen in nood nauw verbonden is met het christelijk geloof. Vanouds is barmhartigheidswerk en ziekenzorg juist vanuit het christelijk geloof opgekomen. Overal waar aan zending gedaan werd, kwamen artsen en verpleegkundigen en werd medisch werk opgezet om de noodlijdende mens hulp te bieden. Dit alles betekent dat wij in de kringen waartoe wij behoren ons best moeten doen, als daar de mogelijkheden nog voor zijn, om ziekenhuizen en inrichtingen en verzorgingsinstituten te krijgen waar vanuit onze eigen levensovertuiging en ons zicht op de normen gewerkt kan worden. En waar ook jonge mensen aan de slag kunnen.

Wat zou u voor raad willen geven aan jonge mensen die in de gezondheidszorg werken en met gewetensko? iflikten te maken hebben?

Je moet goed onderkennen of datgene wat er van je gevraagd wordt in een bepaalde situatie, werkelijk iets is dat te ver gaat. Is er inderdaad sprake van een gewetenskonflikt? We moeten daar niet lichtvaardig en snel over oordelen, want de situatie kan heel moeilijk liggen.

Ik zou de raad willen geven om met de verantwoordelijke mensen in het ziekenhuis te gaan praten. Maak je beweegredenen kenbaar. Als zich een situatie voordoet waarvan je in je hart weet: dit mag niet, dit kan niet, zeg dan ook eerlijk dat je het niet kunt doen. Ik denk bijvoorbeeld aan een situatie waarin je, zij het op bevel van een arts, het levenseinde van een patiënt bewerkstelligt door het moeten toedienen van een dodelijke dosis vloeistof.

Ik zou anderzijds ook duidelijk willen zeggen: als je in een ziekenhuis of wat voor omgeving in de gezondheidszorg werkt, waar je je nog kunt ontplooien en van dienst kunt zijn, ga daar dan niet zomaar

vandaan, omdat het ergens anders gemakkelijker is om te werken of omdat je je ergens anders beter thuis voelt.

Als je ergens onder Gods zegen mag werken en hopelijk ook tot zegen mag zijn. loop daar dan niet weg tenzij er een duidelijke aanwijzing is dat het niet langer gaat en er sprake is van een noodsituatie. Hier vind ik het geweldig belangrijk dat ieder voor Gods aangezicht overweegt waar de Heere God hem of haar een plaats geeft.

Het is veelal zo dat alle aandacht is gevestigd op de mensen die in de gezondheidszorg werken. Zij staan immers aan het front. Ziet u ook mogelijkheden voor anderen om te getuigen dat zij , , voor het leven" zijn?

Belangrijk is dat onze mensen in de gezondheidszorg weten dat anderen belangstelling hebben voor hun moeilijke positie. Het jongerenkongres dat u organiseert kan hierbij een rol spelen. Uit zo'n kongres kan een vraag van jongeren komen wat zij vanuit de kerk in onze samenleving kunnen doen. Hoe zij blijk kunnen geven van hun overtuiging. Laat ik daar een aantal opmerkingen over mogen maken.

Centraal moet staan dat we er niet allereerst op uit zijn om de krant te halen. Het gaat niet primair om de publiciteit. Aan de andere kant geloof ik dat wij als christenen op een gepaste wijze van de mogelijkheden gebruik mogen maken om onze overtuiging in het openbaar kenbaar te maken. Waarom zouden jongerenorganisaties in de Gereformeerde Gezindte ook niet eens een verklaring uitgeven waarin ze duidelijk maken waarom ze op een bepaald moment achter mensen gaan staan die het in de gezondheidszorg erg moeilijk hebben? Mijns inziens is het een goede zaak dat jongerenorganisaties zich hierbij betrokken weten, in de geest van meeleven, achter mensen staan en dat ook een keer duidelijk willen zeggen. Ik kan me voorstellen datje als jongere getuigenis wilt geven door het bijwonen van een bijeenkomst zoals die bijvoorbeeld op 18 december j.1. is georganiseerd, omdat het toen vijfjaar geleden was dat de abortuswet door de Tweede Kamer werd aanvaard. Of dat je bij een abortuskliniek gaat staan en datje daar op een of andere manier laat merken datje in hoge mate betreurt en afkeurt wat daar gebeurt. Dit werkt dan naar twee kanten, naar buiten toe als een getuigenis naar de samenleving, maar ook naar binnen toe, als een steun en meeleven met hen die in de gezondheidszorg werken.

Verwacht u een keer ten goede wat betreft het streven naar zelfbeschikkingsrecht over het menselijk leven?

Ik weet niet of er een tijd komt dat de wal het schip zal keren, dat we in zo'n chaos terechtkomen dat de Nederlandse bevolking moet zeggen: wij voelen dat het zo niet langer gaat, we moeten op onze schreden terugkeren. Het is moeilijk om daar een voorzegging over te doen.

Ik zou het toch ook heel duidelijk zo willen zien dat God zo'n ommekeer moet geven. We hebben al gekonstateerd dat achter de

hele ontwikkeling een loslating van Gods geboden zit. In het boek Deuteronomium lezen we vaak: , , opdat het u welga". Gods geboden zijn heilzaam. We hoeven ons er helemaal niet voor te schamen om te zeggen dat gehoorzaamheid aan het gebod tot het welzijn van de mens is. Als je die geboden dus overtreedt, onderga je het tegendeel van , , opdat het u welga”.

Het kan zijn dat de werking van de wet en de vloek een mens tot nadenken brengt. Het is voor mij echter niet iets dat je vanzelfsprekend kunt verwachten, want de mensen kunnen ook verharden in het kwaad en het geweten kan met een brandijzer toegeschroeid worden, ook van een samenleving. Als een mens zich het zelfbeschikkingsrecht eenmaal heeft toegeëigend, laat hij het niet gemakkelijk meer los. Dat is in de samenleving zo, het is eigenlijk met een individueel mens ook zo. Wat we in de samenleving in het groot zien, verzet tegen God, dat zit in ons aller hart in het klein en houdt daar ook stand, tenzij het door de vernieuwende en OKEN wcderbarende kracht van de Heilige Geest gebroken wordt.

Het laatste bijbelboek, de Openbaring toont ons een samenleving, een toekomst waarin wel gerichten van God zijn, maar waarin mensen zich door die gerichten niet laten terugroepen.

Daarmee wil ik niet zeggen dat er geen keer kan komen, maar het is niet vanzelfsprekend. We mogen er om bidden, dat wel.

Wat zou u tot slot van dit gesprek nog tegen de Daniël-lezers willen zeggen? Laat ik in de eerste plaats mogen zeggen dat ik er geweldig veel waardering voor heb dat jonge mensen met deze problemen bezig zijn.

In de tweede plaats: we leven in een tijd waarin heel duidelijk gekozen moet worden. Dat betekent dat we de genade van de Heere God nodig hebben en dat we veel moeten bidden om Zijn genade die het leven verandert, maar ook om de kracht om iets van Hem te mogen uitdragen, waar Hij ons de gelegenheid geeft.

Onze jeugd dient een getuigende jeugd te zijn. Niet om de aandacht op de getuiger te richten, maar juist om alle aandacht te geven aan Hem van Wie getuigd wordt. Niet vanuit farizeïsme — dat zit ook in onze harten — maar juist vanuit de nood van de tijd en de nood van het land. Dat moet ons zo op het hart gebonden zijn dat we voelen dat, waar we de gelegenheid krijgen we niet mogen zwijgen, tot Zijn eer. En dan mogen we het aan de Heere overlaten wat Hij ermee doet. Ik zou in het bijzonder degenen die in de gezondheidszorg werken veel sterkte willen toewensen en willen zeggen: gebruik de mogelijkheden die God je geeft om iets te doen ten dienste van de ander, naar lichaam en ziel beide.

Professor Velema, hartelijk dank voor uw bereidwilligheid om aan dit gesprek mee te werken en voor alle denkstof die u ons gegeven hebt.

Jan Gerrit Deelen

Edith Noorland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 januari 1986

Daniel | 32 Pagina's

Als God het leven geeft, ligt daarin een opdracht en een zin

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 januari 1986

Daniel | 32 Pagina's