De barre vlucht
vervolgverhaal deel 2
Grenichen zegt nee
„En Grenichen? " Slav heeft z'n lege kroes weer ingeleverd en loopt naar Grenichen, die achteraan in de rij staat van de mannen die nog op hun koffie wachten, , , 'k Zie je straks bij de w.c.'s", zegt Grenichen. Als hij zich na 'n kleine tien minuten bij Slav voegt, schudt hij z'n hoofd. „Ik doe het niet, ik vind het veel te riskant. Stel dat je ongezien het kamp uitkomt, hoe moet het dan verder?
Als je geen hulp van buiten hebt, sterf je van de kou of van de honger. Nee, ik voel er niets voor om jong te sterven, Slav".
„'t Was ook zo maar een gedachte van me", zegt Slav zonder zijn teleurstelling te laten blijken. Diezelfde avond vraagt hij het aan de Tsjech, die in de krib naast hem ligt en van wie hij niet eens de voornaam weet. , , 'k Zou best met je mee willen", zegt deze zonder aarzelen, „maar je zou alleen maar last van me hebben. Ik heb een zieke maag en zou niet ver komen. Als je een kans hebt, ga er vandoor kerel. Zoek je lotgenoten met zorg, ik wens je alle geluk.
Vrijwilligers gevraagd
Op een zondag, de dag w : aarop commandant Ushakov de gevangenen toespreekt, vraagt hij wie ervaring heeft in het maken van ski's. „Het broodrantsoen zal verhoogd worden met 100 gram per dag", voegt hij er aan toe. Zestig mannen, waaronder Slav, melden zich. Slav heeft ooit eens een paar ski's gemaakt en dat feit brengt hem in de barak, waarin ook de bibliotheek is ondergebracht. Zes mannen zijn werkelijk experts in het vervaardigen van de lange latten, zij verdelen de taken. Een groepje zal berken vellen, ze op de juiste lengte zagen en zorgen dat er iedere dag voldoende hout is. Slav moet de latten stomen en vormen. Twee dagen later worden de eerste paren afgeleverd. Ushakov laat ze met de uiteinden op twee houtblokken leggen. Dan gaat hij er precies in het midden op staan en springt voorzichtig op en neer totdat de ski's in een U-vorm de grond raken. Twee soldaten binden de lange latten onder en maken een tocht buiten het kamp. De volgende dag worden de ski's naar Jakoets gebracht.
Een week later zegt Ushakov dat ze zijn goedgekeurd. „Het broodrantsoen zal vanaf vandaag verhoogd worden tot een kilogram per dag", kondigt hij aan, „en jullie krijgen ook meer tabak".
De radio
Het is weer zondag. De duizenden gevangenen staan kleumend op de grote appèlplaats. Kolonel Ushakov zal hen — zoals elke zondagmorgen — toespreken. Het is half maart. Er waait een gure wind en de fijne jachtsneeuw, koud en scherp als even zovele ijsnaalden, maken het wachten dubbel onaangenaam. Ushakov staat op het kleine podium en lijkt even te aarzelen na zijn toespraak. „Ik heb u nog iets te vragen", zegt hij. „Wie van u heeft er verstand van een radio. Ik heb in mijn kwartier een toestel, een Telefunken. Kent iemand hier dit merk zo goed, dat hij denkt het te kunnen repareren? " Slav voelt een schok door zich heengaan. Een Telefunken. Die hadden ze thuis ook. Het blijft heel stil op de appèlplaats. Alleen het gieren van de wind is hoorbaar. Overal kijkt men links en rechts en achterom, maar niemand meldt zich. Ineens bevangt Slav een panische angst dat een ander hem voor zal zijn. Al zou hij het toestel niet kunnen repareren, hij zou misschien nieuws kunnen horen uit de wereld daarbuiten. Hij steekt z'n hand op en meldt zich. Zijn naam wordt opgeschreven en de plaats waar hij te werk is gesteld. „Als ik u nodig heb, zal ik u laten roepen", zegt Ushakov..
De vrouw van de commandant
„Slavomir Rawisz! Bij de commandant komen". Het is een dag later. In de deuropening van de ski-werkplaats staat Igor, de oppasser van Ushakov. „Ga maar mee!" Zenuwachtig veegt Slav z'n handen af aan z'n broek, strijkt z'n haar glad en loopt met
Hebt ü wel eens over vluchten gedacht?
Hebt ü wel eens over vluchten gedacht?
ietwat knikkende knieën achter Igor aan. „Zie dat je nieuws over de oorlog te weten komt", roepen de anderen hem na.
Aan de andere kant, op de hoek van de appèlplaats staat het huis van de commandant. Igor dient hem aan. Ushakov komt naar de deur, zendt zijn oppasser weg en nodigt Slav uit binnen te komen. Het huis is verdeeld in twee vertrekken door een scheidingswand. De kachel is zo geplaatst, net buiten de scheidingswand, dat hij de beide kamers tegelijk kan verwarmen. Onhandig buigt Slav voor de vrouw van de commandant, die bij de kachel zit. Ze glimlacht hem vriendelijk toe. Slav kan niet anders dan haar aanstaren. Sinds hij in Pinsk, nu anderhalf jaar geleden, afscheid nam van zijn vrouw en moeder, heeft hij geen vrouw meer gezien. Slav is zich pijnlijk bewust van z'n slordige baard, z'n lange haren, die in z'n nek over de kraag van z'n jas heen krullen. Mevrouw Ushakov kijkt hem met haar blauwe ogen vriendelijk maar ook medelijdend aan. „Ik zal u de radio eens laten zien", zegt Ushakov. Op een stevige houten kist, onder een gekleurd portret van Josef Stalin, staat de radio, een gloednieuw Telefunken-batterij toestel. Hij biedt Slav een sigaret aan en haalt een petroleumlamp, die hij dicht bij het toestel neerzet. Voorzichtig neemt Slav de kartonnen achterkant van het toestel af en laat z'n vingers over de draden glijden. Ushakov gaat naast zijn vrouwzitten. Zorgvuldig kontroleert Slav draad voor draad. Als Igor hem komt halen, zegt hij dat het nazien van al die draden en buizen heel wat tijd vergt. „U moet beslist terugkomen", zegt Ushakov, „ik zal u laten halen".
Anastazi Kolemenos
Het werken in de ski-barak doet Slav onnoemelijk goed. Van zijn extra broodrantsoen geeft hij, net als zijn kameraden, wat weg aan de zieken en hij droogt elke dag twee ons achter de kachel als voorraad. De radio is gemaakt. Langer dan drie keer durfde hij er niet over te doen. In brokstukken had hij wat nieuws opgevangen en een redevoering van Hitier gehoord. Ushakov had hem een pakje tabak gegeven en een vel oud krantenpapier om sigaretten van te draaien.
„Als er weer iets is met het toestel, zal ik u laten roepen. Ik vrees dat wij er niet goed mee om kunnen gaan". Het is nu eind maart. Slav heeft in de werkplaats een reus van een kerel leren kennen, Anastazi Kolemenos. In weerwil van alle ontberingen, weegt hij zeker nog 180 kilo. Hij moet de berkenstammen aandragen en ze zo kloven, dat ze in de werkplaats gebruikt kunnen worden. Op een dag gaat Slav naar de boomstammen toe die opgestapeld liggen en voor gebruik gereed zijn. Hij tilt een stam op, maar krijgt alleen het uiteinde van de grond. Nu pakt hij hem in het midden op om hem zo op te lichten, maar hij zwoegt tevergeefs. „Laat maar", zegt de stem van Kolemenos ineens, „ik zal 't wel doen". Hij kromt zijn rug en legt met één fikse beweging de stam over zijn schouder. Slav weet dat hij nou niet bepaald een zwakkeling is, maar deze reus beschikt over een enorme kracht. Hij begint een gesprek en vertelt spontaan wie hij is. Kolemenos komt uit Letland en is landeigenaar geweest. „Wij moeten samen eens verder praten", zegt Slav.
Hebt ü wel eens over vluchten gedacht?
„Rawisz! Je vriend is er weer!" Bij de deur staat Igor. Hij wenkt Slav. „De commandant heeft je nodig". Slav slaat het stof van z'n kleren en gaat met Igor mee. Ushakov wijst op het toestel. „Ik wil graag datje het even nakijkt". Al gauw merkt Slav wat er aan scheelt. „Ik raad u aan reservebatterijen te bestellen, kolonel", zegt hij na een kort onderzoek, „het toestel werkt nog prima, maar de weergave is zwakker geworden". Ushakov trekt zijn overjas aan, mompelt iets over een officierenvergadering en gaat naar buiten.
Mevrouw Ushakov gaat thee zetten en vraagt Slav goede muziek voor haar op te zoeken. „Liefst van Tsjaikowski", zegt ze, terwijl ze naar de kachel loopt. Als ze samen theedrinken, vertelt ze iets over haar familie. Als er even een pauze valt, zegt Slav ineens: „De Ostjaken hebben de gewoonte eten klaar te zetten voor de Ongelukkigen". Hij vertelt iets over de tocht achter de rendieren. „Hebt ü al eens over vluchten gedacht? ", vraagt mevrouw Ushakov plotseling. De schrik slaat Slav om het hart, zijn mond valt open, met een onhandige bons zet hij zijn kroes neer. Mevrouw Ushakov ziet de angst in zijn ogen. Rustig zegt ze: „U geeft geen antwoord, Rawisz. U vertrouwt mij niet. Ik dacht dat u er misschien graag over zou willen spreken. U loopt geen enkel gevaar als u er met mij over praat".
Je bent nog maar vijfentwintig
Enkele dagen later wordt Slav weer ontboden. Als Igor hem aandient, laat mevrouw Ushakov hem binnen. Haar man is niet thuis en als Slav wat stations opzoekt om voor zijn vrienden in de ski-barak een paar nieuwsberichten op te vangen, begint ze over de korte Siberische zomer, die aanstaande is. „Ik.... eh.... het spijt me van de vorige keer", verontschuldigt Slav zich. „Natuurlijk denk ik wel over ontsnappen en zo, maar de afstanden zijn zo groot, het land is onherbergzaam en ik heb ook niet de uitrusting voor zo'n vlucht". Het is er uit, hij heeft er
een droge mond van. „Je had best direkt mogen toegeven dat je nou niet bepaald verlangt om hier je straftijd uit te zitten. Je bent nog maar vijfentwintig jaar, je moet het vreselijk vinden om in het kamp nog eens vijfentwintig jaar door te brengen. Ik zal er met niemand over spreken, jouw verlangen is bij mij veilig".
Waarheen?
Alsof ze over iets heel onwerkelijks spreken, stellen mevrouw Ushakov en Slav elkaar de vraag, waarheen je zou kunnen gaan als je buiten het kamp zou kunnen komen. „Ik denk, datje zo snel mogelijk naar het oosten zou moeten gaan", zegt Slav aarzelend. „Het is ruim 900 kilometer naar Kamtsjatka en daar zou je dan kunnen oversteken naar Japan".
Maar de vrouw van de commandant vindt dat plan niet goed. „Dat zou ik nooit doen. Rawisz. De kust van Kamtsjatka wordt zeer streng bewaakt". „Zou je je kunnen verstoppen in een trein naar het westen en dan in de mijnen van de Oeral werk zoeken en later zo Rusland proberen uit te komen? " „Nee, dat is onmogelijk. Waar haal je een werkvergunning en andere noodzakelijke papieren vandaan? " antwoordt mevrouw Ushakov. „Je moet een andere weg zien te vinden, Rawisz”.
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 januari 1986
Daniel | 32 Pagina's