JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De barre vlucht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De barre vlucht

vervolgverhaal

9 minuten leestijd

Slavomir (Slav) Rawisz, een Pools officier, wordt door het Russiche hoge gerechtshof in oktober 1940 veroordeeld tot 25 jaar strafkamp. Hij is beschuldigd van spionage. Met meer dan 5000 lotgenoten maakt hij vanaf Moskou een reis van enkele duizenden kilometers in volgepropte goederenwagons. Bij Irkoets aan het Baikalmeer stopt de trein en moeten de mannen wachten op ander transport. Ze bivakkeren enkele dagen op een open veld dat omringd is door prikkeldraad. Ze krijgen toestemming om takken op de decimeters dikke sneeuw te leggen en sneeuwhopen te maken om zo wat „warmer" te liggen en wat beschut te zijn tegen de ijskoude wind. Er wordt kleding uitgedeeld. Een gewatteerde broek en een met kapok gevulde jas, een fufaika. Er horen ook rubber laarzen bij. Drie maten: klein, middel en groot. Voor de Siberische winter (het is december!) is deze kleding absoluut onvoldoende, maar Slav voelt er zich de koning te rijk mee. Vier dagen na de kledinguitdeling begint het laatste gedeelte van de reis. Nog een 1200 kilometer naar kamp 303, dat ongeveer 500 km ten zuiden van de poolcirkel ligt. De mannen doen er twee maanden over. In groepen van honderd, vastgeklonken aan kettingen, lopen ze achter sterke vrachtwagens. In januari — na de derde sneeuwstorm — kunnen de vrachtauto's niet meer verder. De laatste 300 kilometers lopen ze aan dezelfde kettingen achter sleden, die getrokken worden door rendieren. Kleine, lichtgebruinde mannen, Ostjaken, besturen de sleden. Eén van hen raakt met Slav in gesprek. „Jonge, sterke kerels haten slavernij en proberen te ontsnappen", zegt de Ostjaak. „Misschien zul jij dat ook eens proberen". Dat ene woord „ontsnappen" raakt Slav niet meer kwijt. In de eerste 303 staat een klein draagbaar podium. Door een gewapende lijfwacht begeleid komen twee Russische kolonels op het platform toelopen. Slav bevindt zich in de eerste rij van de pas aangekomen gevangenen die in een brede cirkel rondom de kleine houten verhoging staan. Hij ziet hoe één van de kolonels het podium bestijgt. Het is een al wat oudere man, lang en slank in zijn onberispelijk uniform. Volkomen op zijn gemak, hoewel hij omringd is door zo'n 4000 mannen die alles wat Russische is haten, staat hij daar, rustig en autoritair. „Ik ben kolonel Ushakov", zegt hij duidelijk en beslist. „Ik ben de kommandant van dit kamp. U bent hier gekomen om te werken en ik verwacht hard werken van u en orde. U zult zelf moeten zorgen voor een onderkomen. Uw eerste taak is dan ook dat u voor uzelf barakken bouwt. Hoe harder u werkt, hoe eerder u uit de kou bent. Lijntrekken wordt niet geduld. Degenen onder u die nu, na de reis, te ziek zijn om te werken, zullen in de barakken die al door anderen gebouwd zijn, ondergebracht worden. Ik verwacht geen last met u te krijgen". Ushakov daalt het podium af en onmiddellijk neemt de andere kolonel zijn plaats in. Hij is jong, véél jonger dan Ushakov en terwijl hij zijn gehandschoende handen op zijn heupen plaatst, kijkt hij arrogant rond. „Wat zien jullie er uit! Een troep beesten! Zijn jullie nou die hoogbeschaafde mensen? " In de korte stilte die op deze honende woorden volgt, klinkt plotseling een stem uit de samengepakte menigte: „Wij kunnen er niets aan doen dat we er zo uit zien. Er is geen zeep, er zijn geen schone kleren, er is niets". De kolonel draait zich met een ruk in de richting vanwaar de stem klonk. „Als ik weer in de rede word gevallen, laat ik alle rantsoenen inhouden!" Het blijft nu muisstil. „Ik ben belast met de politieke leiding

van het kamp. Jullie kunnen kursussen volgen om je denkwijze te verbeteren. Er is hier een uitstekende bibliotheek, daar kunje naje werk gebruik van maken. Zijn er nog vragen? "

Als iemand vraagt wanneer het hier lente wordt, krijgt hij kortaf tot antwoord: , .Stel niet van die stomme vragen". De bijeenkomst is geëindigd en de Politruk — zo wordt deze kolonel genoemd — springt van het podium af.

De nieuwe barakken

Twee weken na de toespraken van de beide kolonels zijn alle barakken klaar. De eerste dagen wilde het werk niet erg vlotten. Iedereen liep iedereen in de weg. Maar na een dag of drie kwam er orde in de chaos. Slav had zich aangesloten bij de houthakkers. Als jongen werkte hij dolgraag in de bossen en had daar uitstekend geleerd hoe je een bijl moest hanteren. Elke dag voelt hij hoe zijn krachten weer toenemen en elke dag wordt de rij barakken een stukje langer. Nu zijn ze klaar. Twee rijen van tien met een brede „straat" ertussen. Met iets van trots bekijkt Slav de houten gebouwen. Elke barak is 70 meter lang en 10 meter breed. Aan de korte kant, op het westen, is de deur. Daar vóór is een kleine overdekt portaaltje gemaakt met de opening naar het zuiden. Het geeft wat beschutting tegen de woeste windvlagen en de sneeuw. „Dat hebben we toch maar gelapt", denkt hij vergenoegd. Met een gevoel van behaaglijkheid ligt hij enkele minuten later in zijn kooi, de handen gevouwen in zijn nek te luisteren naar het gepraat van de mannen om hem heen. Elke dag heeft hij in zijn fufaika zoveel mos meegebracht als hij maar dragen kon en dat net als de anderen uitgespreid op de harde planken van zijn bed. Langs de lange kanten van de barak staan vijftig maal drie kooien boven elkaar. Die bedden zijn gemaakt van planken die in een frame van vier sterke spijlen zijn gelegd. Drie grote ijzeren kachels verwarmen de duistere barak. Ze worden gestookt met houtblokken die de werkploegen dagelijks meebrengen uit het bos. Er zijn geen schoorstenen in de barak. Drie korte regenpijpen brengen de rook tot aan het plafond, die dan door wat openingen in het dak naar buiten kringelt. Naast Slav ligt een onderwijzer uit Brest, Litovsk. Hij is sergeant geweest in het Pools Reserve Leger. Toen de Russen kwamen, verloor hij zijn baantje aan een kommunist.

„Maar", zegt hij, „de moeders stuurden hun kinderen toch naar mij. Iemand klaagde mij aan en ik werd veroordeeld tot tien jaar". Slav zegt niets.

Tien jaar, 't is de moeite niet. Wat de man nog meer vertelt, dringt niet tot hem door. Hij valt in een diepe droomloze slaap. Zijn eerste, werkelijke slaap sinds maanden.

Ontsnappen! Maar hoe?

In zijn geliefkoosde houding, de handen onder zijn hoofd, de knieën opgetrokken, ligt Slav in zijn kooi. Hij is al helemaal gewend aan het eentonige kampleven. Om 5 uur 's morgens klinkt hoorngeschal. Dan is de nacht voorbij en wacht de zware dagtaak. Hij is bij de bosploegen ingedeeld. Elke morgen om 8 uur marcheren de houthakkers het kamp uit om bomen te vellen, in stukken te zagen en die op grote sleden te stapelen, die weer door andere gevangenen naar het kamp worden getrokken. Ondanks het weinige voedsel — 400 gram brood per dag en 's avonds een stuk gedroogde vis — voelt hij zich sterker worden. De avonden zijn lang. Het enige licht in de barak komt van de drie kachels. Om de ronde deksels op de bovenkant is een flauwe rossige gloed, die even helder oplicht als iemand wat houtblokken op het vuur gooit. Een paar avonden is hij naar de bibliotheek geweest, maar de boeken die daar stonden interesseren hem niet. Eén keer is hij met een barakgenoot, een vrolijke Tsjech naar de lezing van de Politruk geweest. Meestal gaat hij, net als de meesten, vroeg naar bed. Vaak slaapt hij snel in, maar deze keer wil het niet lukken. Vanavond, op weg naar de latrines had hij zich bij Grenichem, zijn „kettinggenoot" vanaf Irkoets, aangesloten. „Grenichem, als ik een goed plan had om te ontvluchten, zou je dan meegaan? ", had hij gevraagd.

Grenichem was erg voorzichtig, „'k Weet het niet Rawisz, ik zal het je morgen vertellen. Ik denk niet dat er enige kans op sukses is, maar ik zal het serieus overwegen". Dit korte gesprek heeft de gedachte aan vluchten weer levendig gemaakt. En daarom ligt Slav nog met wijd open ogen in het donker te staren. Wat had die kleine Ostjaak ook al weer gezegd? „Al vanaf de Tsarentijd noemen wij jullie de Ongelukkigen. Al die eeuwen door zijn jullie gevangenen van een regime dat goedkope arbeidskrachten zoekt om de rijkdommen van Siberië te bemachtigen. Maar wij zijn jullie vrienden. Van geslacht op geslacht hebben wij eten neergezet voor de dolende Ongelukkigen, die uit hun kampen waren gevlucht. Ik geef je een goede raad. Als je ooit ontvlucht, blijft dan uit de wind en graaf je in in de sneeuw. Sneeuw is geen kwaad ding, je slaapt er zo warm als in een bed met veren". Al dikwijls heeft hij zich dit gesprek voor de geest gehaald, maar nog nooit zo duidelijk als nu. Ontsnappen! Weg uit dit afschuwelijk oord. Maar hoe? ! Het prikkeldraad, de diepe gracht, de meer dan drie meter hoge paalversperringen en de bloed-

honden? Nee, vluchten van hier is onmogelijk. En toch laat het hem niet los. Wat zal Grenichem zeggen? Zou je met z'n tweeën een kans hebben? En als Grenichem nee zegt. zou hij het dan aan de Tsjech vragen?

Net als Slav wegdommelt in een lichte slaap, verbreekt het gehuil van de sledehonden de stilte van de nacht. Hij schrikt wakker. De patrouille met de honden trekt uit om de ronde te doen. De sledehonden moeten achterblijven en tonen hun ergernis door jankend te keer te gaan. Slav luistert even. Om de twee uur maken de soldaten hun ronde. „De beste tijd om te ontsnappen is vlak na de ronde van de patrouille", schiet het plots door hem heen. Hij is even klaar wakker. Als.... als Grenichem nu maar ja zegt!

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 januari 1986

Daniel | 32 Pagina's

De barre vlucht

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 januari 1986

Daniel | 32 Pagina's