Uitverkiezing: niet wanhopen
Het was op een morgen dat ik haar ging felicitreren met haar 95e verjaardag die zij de vorig dag had mogen vieren.
Een veelbewogen leven lag achter haar: tijden van grote armoede, en ook jaren van voorspoed had zij gekend. Een flink gezin met alle zorgen die dat, zeker in de crisisjaren, met zich meebracht. Opgevoed bij de waarheid van Gods Woord had zij haar hele leven met de gemeente des Heeren meegeleejd. Nu was ze al geruime tijd weduwe en de laatste jaren wer ze in hel bejaardentehuis verzorgd, waar de kinderen haar af en toe op kwamen zoeken. Na een inleidend gesprekje informeerde ik voorzichtig naar haar persoonlijke verhouding tot de Heere. Even zweeg ze, en toen, ongemeen fel, zei ze: , , Dominee, ik heb er altijd om gevraagd en naar geleefd, maar de Heere heeft het me nooit willen geven; en echt het zal z maar niet gaan, je moet er bij horen".
Een ogenblik was ik verstomd, toen heb ik, biddend om de juiste woorden te mogen vinden, tegen haar gezegd: , , Mevrouw, dat is niet waar! De Heere heeft het u 95 jaar willen geven, maar u hebt het nooit willen hebben". Ze keek me verbaasd en niet begrijpend aan. We hebben nog een poosje gepraat, en samen hebben we gebeden of de Heere haar hart wilde openen en haar verstand verlichten door de kracht van Zijn Woord en Geest.
God verbergt Zijn welbehagen gedeeltelijk
Bovenstaande is er een voorbeeld van hoe mensen de troostleer van de uitverkiezing misbruiken. Dat gebeurde vroeger en het gebeurt nu: de bijbelse leer van de uitverkiezing wordt door ons mensen misbruikt om er achter weg te schuilen en voort te leven in onbekeerlijkheid. Het wordt ook door de duivel misbruikt om te proberen ons naar de wanhoop te voeren. Dit misbruik moet voor ons een baken in zee zijn. Maar dat baken mag ons er niet van weerhouden om uit te varen, en met elkaar over de uitverkiezing te spreken. Nu is het spreken over de uitverkiezing vooral gevaarlijk voor hen, die meer willen weten dan God geopenbaard heeft. Wanneer we het over de uitverkiezing, hebben, spreken we over de geheimen van Gods wijsheid. Dat dienen we altijd te bedenken. De eeuwige God handelt naar Zijn welbehagen, dat niet te doorzoeken is. Wat God verborgen heeft gehouden, moeten wij niet willen uitpluizen.
God verborg Zijn heilig welbehagen gedeeltelijk, en Hij deed dat tot ons nut. Het geloof aanvaardt dit, maar het ongelovig verstand wil God narekenen! Waarom? Omdat het niet kan nalaten zich boven God te stellen. Als de Schrift over allerlei dingen zwijgt, gaan we ons met ons verstand behelpen. Dat verstand is echter door de zonde van het ware licht beroofd.
Wel onderzoeken wat God heeft geopenbaard
Dan komen we er toe te redeneren buiten het Woord om. Dan vormen we gedachtenspinsels boven het Woord, en eindigen met een stelsel dat tegen het Woord ingaat. Dit alles betekent niet, dat we over uitverkiezing maar beter kunnen zwijgen, zoals sommigen willen. „Het is een verborgen zaak", zeggen zij, „dus laten we er maar niet over denken of spreken". Maar deze al te grote bescheidenheid is net zo goed verkeerd als een te grote weetgierigheid.
Wij hebben de opdracht te onderzoeken en te geloven wat God ons heeft geopenbaard in Zijn Woord. De uitverkiezing is door de Heere bekend gemaakt, en daarom mogen wij, vanwege welk misbruik dan ook, niet weigeren te gaan, waar God een weg heeft gebaand. Wel moeten we toezien dat we niet buiten de weg der Schriften dwalen. Niemand moet wijs zijn boven hetgeen men behoort wijs te zijn.
Wat de Schrift wel zegt
We mogen en moeten dus spreken over de uitverkiezing. De Heere Zelf gaat ons er in Zijn Woord in voor.
Hij doet dat bijvoorbeeld in de prachtige tekst in Efeze 1 : 4, waar Paulus schrijft: Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, vóór de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde".
Drie belangrijke zaken betreffende de uitverkiezing worden in dit Schriftwoord naar voren gebracht.
In de eerste plaats wordt gezegd dat de uitverkiezing van eeuwigheid is. „Vóór de grondlegging der wereld". We hebben te maken met een raadsbesluit van de alleenwijze God. Hij heeft Zich uit het gevallen mensengeslacht een gemeente ten eeuwige leven verkoren. Deze verkiezing hield de redding in van hen op wie Gods oog in welbehagen rustte.
In de tweede plaats wordt de uitverkiezing in nauw verband gebracht met Christus. God heeft de Zijnen uitverkoren „in Hem", dat is Christus. De verkiezing van hen die in genade aangenomen worden, hoewel zij in zichzelf niet beter zijn dan anderen, is gefundeerd in het offer van Gods Zoon. De gelovigen zijn verkoren „in Christus", omdat God hen aanzag als mensen, voor wie Christus in de volheid des tijds een volkomen verzoening zou aanbrengen. In prediking en pastoraat moet de uitverkiezing verbonden zijn met de verzoening. De Dordtse Leerregels gaan ons daarin voor. In I, 12 wordt gezegd: „ van deze hun eeuwige en onveranderlijke verkiezing ter zaligheid worden de uitverkorenen te zijner tijd, hoewel bij onderscheiden trap en met ongelijke mate, verzekerd; niet als zij de verborgenheden Gods curieuselijk doorzoeken, maar als zij de onfeilbare vruchten der verkiezing in het Woord van God aangewezen (als daar zijn: het waar geloof in Christus, kinderlijke vreze Gods, droefheid die naar God is over de zonde, honger en dorst naar de gerechtigheid) in zichzelf met een geestelijke blijdschap en heilige vermaking waarnemen".
Als een van de vruchten van de verkiezing wordt genoemd het waar geloof in Christus. Dat is wat anders dan een oppervlakkige of gemoedelijke aandoening onder een preek. Dat is ook wat anders dan het tijdgeloof. Dat verdwijnt wanneer de moeilijkheden komen. Het ware geloof in Christus is het kennen van het Woord en het met het hele hart vertrouwen dat de inhoud daarvan ook voor mij is. Dat God uit genade om Christus' wil vergeving en eeuwig leven schenkt. Het betekent aan het einde komen met jezelf, om in Christus en Zijn verzoenend werk het leven te vinden.
In de derde plaats zien we dat de verkiezing een doel heeft. Dat doel is de verheerlijking van God. „Opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde". Dat was het doel van de schepping, dat echter tengevolge van de zonde niet is bereikt. Dat is ook weer het doel van de herschepping: de verheerlijking van God.
Met bevel van bekering en geloof
Ja maar, zo hoor ik iemand zeggen, hoe weet ik nu of de Heere ook mij op het oog heeft, als Hij de boodschap van de verzoening laat verkondigen?
Wel, dat de Heere ook jou op het oog heeft, lezen we eveneens in de Dordtse Leerregels: , , Voorts is de belofte des Evangelies, dat een iegelijk die in de gekruisigde Christus gelooft, niet verderve maar het eeuwige leven hebbe; welke belofte alle volken en mensen, tot welke God naar Zijn welbehagen Zijn Evangelie zendt, zonder onderscheid moet verkondigd worden, met bevel van bekering en geloof' (II, 5).
De leer van de uitverkiezing is geen muur vóór de prediking van Gods gemeente. Onze vaderen hebben voluit over de belofte van het Evangelie gesproken. Zonder onderscheid moet die belofte gepredikt worden. De Heere stelt geen voorwaarden. Hij zegt niet: eerst moet je zo zijn of daaraan voldoen; of eerst moetje dat in je leven overwonnen hebben. Neen, zonder onderscheid. Jongeren en ouderen. Nederlanders en Tswana's mogen het horen dat er in Christus zaligheid is. En die prediking van de verzoening moet geschieden met bevel van bekering en
geloof. Het is geen zaak die aan het goeddunken van mensen wordt overgelaten. Neen, God geeft er het bevel bij van bekering en geloof.
Velen geroepen.... weinigen uitverkoren
Ja maar, je kunt toch niet van jezelf geloven? Inderdaad, geen mens kan dat uit zichzelf. Het geloof is een vrucht van de Heilige Geest. Maar in het Evangelie der verzoening wordt van de Geest gezegd, dat Hij het geloof wil werken, en wat dc Heere van ons eist dat wil Hij Zelf uit genade geven. .
Toch hoor ik weer een tegenwerping. Er staat toch in de Bijbel: „velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren"? Hier stelt de Heere Jezus ons het resultaat van de prediking voor. Deze tekst is de achtergrond van de gelijkenis van het bruiloftsmaal. De nodiging is uitgegaan om tot het feest te komen. Velen hebben zich met een verontschuldiging teruggetrokken en wilden niet komen. Ze werden wél geroepen, maar ze kwamen niet. Daarna ging de nodiging uit tot anderen met als gevolg dat de zaal tenslotte vol werd. De beslissing van de genodigden staat hier in het middelpunt. De Bijbel leert nergens een noodlot. Zij, die de nodiging afwezen en het goed der wereld hoger stelden dan het Koninkrijk Gods, zijn niet onschuldig. Hun eigen schuld deed hen buiten staan. En zij die aan de roeping gehoor gaven, waren niet allen onberispelijk: er was ook de man zonder bruiloftskleed.
Overzien we het geheel, dan blijkt: uit de verkiezende liefde Gods, die voor zondige mensen het Avondmaal van de bruiloft des Lams wil aanrichten, komt de roeping voort. God heeft genade willen bewijzen en roept zondaren om tot Hem te komen. Die roeping legt een grote verantwoordelijkheid op ons. Wij kunnen ons niet verontschuldigen door te wijzen op de verkiezing, maar God kan ons wel veroordelen door te wijzen op de roeping die uitging. Aan het einde blijkt dan, dat het opvolgen van de roeping een gevolg is geweest van de verkiezing. Dat is het, wat Christus ons in deze tekst leert. De nadruk valt op de geroepenen, die de roeping in de wind slaan.
De Heere meent wat Hij zegt
Met eerbied gezegd: als de Heere tot de zaligheid roept, dan meent Hij wat Hij zegt. We luisteren nog even naar de Dordtse Leerregels: , , Doch zovelen als er door het Evangelie geroepen worden, die worden ernstiglijk geroepen. Want God betoont ernstiglijk en waarachtiglijk in Zijn Woord, wat Hem aangenaam is; namelijk dat de geroepenen tot Hem komen. Hij belooft ook met ernst allen, die tot Hem komen en geloven, de rust der zielen en het eeuwige leven" (III/IV, 8). De Heere daalt zo laag tot ons af. Bij monde van de profeet Jeremia komt Hij tot des doods schuldige zondaren en zegt: „en Ik zal u aannemen, een uit een stad, en twee uit een geslacht, en zal u brengen te Sion". Ook dit zijn woorden die vaak misverstaan worden, en velen hebben deze woorden gelezen, alsof ze een donkere dreiging bevatten: denk er om, niet meer dan een of twee worden er aangenomen. Het tegendeel is echter waar. Want hier komt niet naar voren de kleinheid van Gods genade, maar hier schittert de grootheid van Gods barmhartigheid. De Heere roept het volk Israël tot bekering. Want dit volk is Zijn eigendom, en Hij heeft er recht op dat het zich tot Hem bekeert. Maar indien nu het merendeel zich niet bekeert en zich verhardt, dan is God toch nog zó barmhartig, dat Hij die ene uit een stad en die twee uit een geslacht, die zich wél bekeren, zal aannemen. Al kwam er maar één uit een stad of kwamen er maar twee uit een geslacht, dan zal de Heere niet zeggen: het is er maar één of het zijn er maar twee, dat is Mij de moeite niet waard. Integendeel, Hij zegt: zelfs één of twee zijn Mij niet te gering. Als er van de inwoners van een stad zich maar eén bekeert en van een heel geslacht zich maar twee bekeren, dan zal Ik ook die weinigen aannemen. Al is het dat duizenden naar de stem van Mijn genade niet luisteren, dan zijn die één of twee die wel luisteren toch welkom. Niemand die Mij in oprechtheid zoekt zal Ik uitsluiten. En daarom behoeft, zolang het Evangelie gepredikt wordt, niemand te denken: ik zal wel verworpen zijn.
Ook daarover lezen we een prachtige passage in onze Dordtse Leerregels: , , Die een levend geloof in Christus of het zeker vertrouwen des harten, de vrede der consciëntie, de betrachting van de kinderlijke gehoorzaamheid, de roem in God door Christus, in zich nog niet krachtiglijk gevoelen, en nochtans de middelen gebruiken, door welke God beloofd heeft deze dingen in ons te werken, die moeten niet mismoedig worden, wanneer zij van de verwerping horen gewagen, noch zichzelf onder de verworpenen rekenen, maar in het waarnemen der middelen vlijtig voortgaan, naar de tijd van overvloediger genade vuriglijk verlangen, en die met eerbiedigheid en ootmoedigheid verwachten" (I, 16).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 januari 1986
Daniel | 32 Pagina's