JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Het gezin - nog - hoeksteen van de samenleving?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het gezin - nog - hoeksteen van de samenleving?

6 minuten leestijd

Binnen het geheel van de bijlage over het gezin fungeert dit artikel als een soort rondblik. Het wil een inventarisatie bieden van feiten en standpunten zoals die vanuit de maatschappij tot ons komen.

Onder „gezin" verstaan we in dit verband de in het huwelijk verankerde eenheid van man, vrouw en kinderen. Met „hoeksteen" wordt steunpilaar bedoeld. Wie het gezin vernielt, laat de maatschappij instorten. Is dit gezin nog hoeksteen van de samenleving?

Verschil tussen theorie en praktijk

Wij moeten de vraag, of het gezin hoeksteen van de samenleving is, duidelijk onderscheiden van de vraag of het gezin nog als hoeksteen van de samenleving gezien wordt. Het gaat om het verschil tussen de waarheid en de erkenning van de waarheid. In de beide andere artikelen gaat het om de bijbelse waarheid: het gezin, tevens cel van de samenleving, als uitdrukking van Gods wil. In dié zin zal het gezin altijd hoeksteen van de samenleving blijven, ongeacht of men dat gelooft. Het indruisen tegen Gods scheppingsordening zal immers niet ongestraft blijven. In het negeren van die ordening ligt de straf al besloten. Wij komen daar straks op terug. Vooruitlopend op onze rondblik stel ik: het gezin is hoeksteen, al wordt het steeds minder als zodanig gezien.

De huidige ontwikkeling

Richten we de blik op onze samenleving, dan kunnen we al heel snel vaststellen dat het gezin naar het gevoelen van de doorsnee burger geen hoeksteen meer is: óf men woont zelf samen, óf men vindt het goed dat een ander het doet. Voorbeelden te over. Kijk maar naar de „partners" — hetzij heterofiel, hetzij homofiel — bij je in de straat, in de flat, op je werk, of op school. Kijk maar naar de relatie-advertenties in huis-aan-huis bladen en dagbladen: men treft er alle mogelijke „leefvormen" in aan. Kennelijk vinden zowel de uitgevers als de lezers van deze kranten dat die variëteit aan leefvormen bestaansrecht heeft.

Dit door onze ervaring opgedrongen beeld wordt bevestigd als wij onze blik naar de overheid wenden.

In artikel 1 van de Grondwet staat dat diskriminatie op grond van ras, levensovertuiging, sekse of op welke grond dan ook ongeoorloofd is. Dus ook op grond van „leefvorm".

De overheid mag in haar beleid dus geen onderscheid maken tussen huwen en samenwonen.. Ook dit kriterium zal in de anti-diskriminatiewet breder uitgewerkt worden.

De zogenaamd neutrale houding van de overheid maakte het mogelijk dat gemeentebesturen de beruchte Margriet-brochure aanboden, waarin huwen en samenwonen uitgestald werden alsof het goederen in een etalage betrof waarvan je vooral de kosten eerst eens goed moest overwegen.

Kiezen maar!

Nota’s en wetsontwerpen, ons door de regering aangeboden, laten precies hetzelfde beeld zien. Was het huwelijk eerst norm, nu is het mogelijkheid. Het huwelijk is slechts één van de leefvormen. In oktober j.1. verscheen de „notitie leefvormen", van de hand van de staatssekretarissen van sociale zaken en werkgelegenheid. Daarin wordt aangegeven hoe de sociale zekerheid — zeg: het geheel van uitkeringen — „onthuwelijkt" kan, dan wel zal worden. In april van dit jaar verscheen de rapportage van het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid, getiteld „Tien jaar emancipatie-beleid in Nederland (1975-1985)”.

Een enkele greep daaruit: „In voorbereiding zijn wetswijzigingen betreffende het naamrecht, het afstammingsrecht en het echtscheidings-en alimentatierecht. Deze veranderingen vloeien voort uit de toegenomen maatschappelijke participatie en uit de gewijzigde opvattingen over sexualiteit en relatievorming".. Voor belastingwetgeving een zelfde verhaal. En in het „Beleidsplan emancipatie" kunnen we

lezen dat de regering voornemens is vrouwen financieel zelfstandig te maken door voor hen banen te creëren met behulp van arbeidsuren die van mannen afgenomen worden. Kortom, het is al individualiseringsdrijven, wat de klok slaat. Enkelingen zijn het, die samen leven, hetzij los, hetzij vast. Waardoor zijn deze ontwikkelingen nu ingegeven? Voor een deel door de nood: door het hoge aantal echtscheidingen (en waardoor wordt dat dan veroorzaakt? ) loopt het beroep op uitkeringen te hoog op en zal de vrouw dus zélf de kost moeten kunnen gaan verdienen.

En minister Brinkman dan?

Voor een deel door keuze: liever samenwonend, vrijwillig kinderloos (anticonceptie!), blijven werken, dan moeder in huis. Zowel de huwelijkskrisis als de hang naar het materiële-in-zelfzucht vormen dus een aanval op het huwelijk en bepalen het al dan niet gewenst zijn van kinderen. (Over kinderen gesproken: de tijd is heel dichtbij dat twee samenwonende vriendinnen een kind kunnen „bestellen", in het academisch ziekenhuis „gekweekt" uit materiaal van vrouw X en man Y die elkaar niet eens kennen. Zal men zo'n eenheid óók een „gezin" noemen? ). O ja, laat ik niet vergeten minister Brinkman te noemen! Dié vecht toch voor het gezin? Persoonlijk wel. Maar als minister minder. Hier komt het verschil tussen SGP en CDA om de hoek kijken. De SGP pleit voor een gezinsbeleid. Minister Brinkman voor een gezinsvriendelijk beleid. En dat is een essentieel verschil! De SGP benadrukt het gezin als norm, het CDA bepleit het gezin als (hoogst te waarderen) mogelijkheid. Gezinsvriendelijk wil niet méér zeggen dan: laat samenwonen mogelijk zijn, maar werk het gezin in geen geval tegen. Leg het gezin geen strobreed in de weg. Neem, mevrouw Kappeyne van de Coppello, de kostwinner niet zó veel arbeidsuren af dat de vrouw noodgedwongen moet gaan werken en dat er éigenlijk geen geld is voor het vijfde kind. Het gezin moet mogelijk blijven.

Maar ziét men in regeringskringen dan niet dat het loslaten van de gezinsnorm de samenleving duur komt te staan? Zeker wel. In de nota jeugdbeleid e.a. worden allerlei problemen (drug, agressie, zelfmoord) in verband gebracht met o.a. „de

verminderde gezinsfunktie". En in het rapport van de kommissie-Roethof over de kriminaliteit wordt als één van de oorzaken van dit uitdijende verschijnsel het wegvallen van de gezinsrelatie genoemd. Waarom dan het gezin niet meer bevorderd? Een belangrijke oorzaak aangepakt? Omdat de regering „neutraal" wil zijn....

„Wetenschappelijke” visie

Dat het gezin meer als hoeksteen van de samenleving gezien wordt, blijkt ook uit wetenschappelijke publikaties. Ik wijs slechts op het proefschrift van gezinssociologe Marie-Louise den Bandt, „Vrijwillig kinderloze vrouwen" en op het oktobernummer van „Demos", bulletin over bevolking en samenleving, uitgegeven door het Nederlands Interuniversitair Demografisch Instituut. In laatstgenoemde publikatie trof ik deze passage aan: , , De veronderstelde niveaus (van huwelijkssluiting en gezinsvorming, PCdU) werden in het verleden gerealiseerd door vrouwen die in een totaal andere maatschappelijke kontekst opgroeiden. Die sociale omgeving zal zich zeker niet opnieuw voordoen. Emancipatie-bewegingen en de daarmee verbonden veranderingen in de beroepsparticipatie van vrouwen, rolpatronen en attitudes ten aanzien van ouderschap, maar ook een ander ekonomisch en politiek klimaat met de dreiging van een afnemend welzijnspeil en de zorg om de wereldvrede en het milieu, spelen daarbij een grote rol”.

Samenvattend levert onze helaas slechts vluchtige rondblik de bevestiging van onze stelling op dat het gezin niet meer gezien wordt als de hoeksteen van de samenleving.

Daarbij doen wij er beter aan acht te slaan op de bijbelse profetie dan op zojuist aangehaalde voorspelling in Demos. En waar het bijbels is, het gezin de hoeksteen van de samenleving te noemen, mogen wij onze zorgen hebben over die samenleving welke de hoeksteen veracht.

Zou dan de verzuchting van Jeremia de onze niet zijn: „Och dat mijn oog een springader van tranen ware"? Of moeten we eerlijk bekennen dat het verlaten van Gods inzettingen onze zorg niet is?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 december 1985

Daniel | 32 Pagina's

Het gezin - nog - hoeksteen van de samenleving?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 december 1985

Daniel | 32 Pagina's