JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

GEZOND GEZIN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEZOND GEZIN

6 minuten leestijd

„Hoe lief heb ik Uw wet", zegt David in Psalm 119. Deze „man naar Gods hart" had een vermaak in Gods geboden. Zij waren voor hem geen zwaar juk. Hij wist dat de Grote Wetgever het behoud van Zijn schepsel op het oog heeft.

Een orthodox Joodse vrouw zei eens over „Vreugde der Wet" (een Joodse feestdag) het volgende: „Mogen wij er ons niet in verheugen dat Jaweh ons Zijn wetten heeft gegeven? Elke wet dient tot onze bescherming". Zo heeft de Heere om ons leven te beschermen het zesde gebod gegeven. Het negende gebod is tot bescherming van onze goede naam. In elk gebod en voorschrift heeft de Heere ons behoud op het oog. Niet alleen de eerste van de tien geboden, maar minder duidelijk zichtbaar, is elke wet een weg tot ons eeuwig heil. Onze onmacht ten goede is geen excuus om wetteloos, normloos te leven.

Onderscheid tussen de geslachten

God wil ook dat er een duidelijk onderscheid is tussen de geslachten. Hebt u de kanttekening wel eens gelezen bij Gen. 3:16, het laatste gedeelte: tot uw man zal uw begeerte zijn, en hij zal heerschappij over u hebben? " Er staat namelijk: dat is, gij zult gehouden zijn u naar uw mans wil te voegen en zoeken onder hem te schuilen en door zijn beleid geregeerd te worden. Hij zal macht hebben over u te gebieden, hetwelk uw vlees nu lastig zal zijn, daar het vóór de val niet dan lieflijk was. Door de komst van de zonde is de heerschappij tot een straf geworden. Indien de vrouw niet had gezondigd dan zou zij altijd met ootmoed en nederigheid hebben gehoorzaamd".

Mannelijk en vrouwelijk schiep God de mens. Man en vrouw vullen elkaar aan. Samen in staat tot voortplanting.

De man is geschapen met een drang naar daden, een verlangen om moed te tonen, om heerschappij te hebben over zijn vrouw.

Bij ons vrouwen treedt het gevoelsleven meer op de voorgrond.

Het ideaal van de man is kennis en macht; het ideaal van de vrouw is bemind en beschermd te worden.

In de groei naar de volwassenheid heeft het kind voorbeelden nodig en het zal deze zoeken bij mensen die het vertrouwt, die dagelijks in zijn omgeving zijn. De kleine jongen met zijn innerlijke drang tot heerschappij, zal een voorbeeld nemen aan de heersende partij in het gezin en samen daarmee zijn liefde richten op de bescherming zoekende.

Het kleine meisje, dat als ideaal heeft om beschermd en bemind te worden, zal haar liefde richten op de heersende partij en een voorbeeld nemen aan (zich identificeren met) de bescherming zoekende.

Deze kleine kinderen hebben behoefte aan duidelijkheid.

Zij moeten goed kunnen zien, kunnen merken wie vader en wie moeder is. Wanneer deze duidelijkheid ontbreekt, of erger wanneer de rollen zijn omgedraaid, dan heeft dit scheefgroei van de kinderen tot gevolg, die homofilie tot gevolg zou kunnen hebben. De jongen krijgt vrouwelijke eigenschappen en het meisje wordt minder vrouw.

Onderscheid tussen de geslachten, ook in deze tijd !

Het gezin wordt van alle zijden belaagd (ook elders in ons blad leest u er over). Andere samenlevingsvormen worden gepropageerd. Maar het vóór de val door God ingestelde huwelijk wordt, ook nu nog, beschermd door voorschriften (zie o.a. het vijfde gebod). Het onderscheid der geslachten is ook door God Zelf bij de schepping ingesteld. En God zag al wat Hij gemaakt had en het was zeer goed!

Bij de verklaring van Deut. 22 : 5 wijst Matthew Henry ons op dit door God gewilde onderscheid: Het verschil in sekse dat door de kleding in stand wordt gehouden".

En lees de kanttekening eens bij 1 Cor. 11 : 1-15 over de haardracht. Ook daarin komt duidelijk uit dat de Heere het onderscheid der-geslachten in stand wil houden.

Maar niet alleen in kleding en haardracht moet het verschil tussen man en vrouw duidelijk zijn. meer nog in dc gehele levenshouding. De man heeft niet alleen het recht, maar ook dc plicht om de plaats in te nemen die God voor hem bestemd heeft. Zo heeft ook dc vrouw, behalve recht op bescherming, ook de plicht zich onder de bescherming van de man te stellen.

Maar de heerschappij, die de Heere aan de man heeft gegeven, mag geen overheersing zijn. In Efeze 5 wordt deze vergeleken met de regering van Christus, Die Zijn leven voor Zijn gemeente heeft gegeven. Het moet , .een in liefde beschermen" zijn. Bovengenoemde voorschriften zijn dus niet verouderd, zoals zo vaak wordt gezegd, geen knellend juk.

Ook deze wetten zijn van onschatbare waarde. , , Gods wil is altijd wijs en goed", maar wij hoogmoedige mensen, denken het beter te weten.

Het overtreden van Gods geboden blijft niet ongestraft. Vaak komt dit wel veel lateiopenbaar.

De voorgestane gelijkheid van mannen en vrouwen, zoals in het Beleidsplan Emancipatie wordt gepropageerd, staat lijnrecht tegenover Gods Woord. Dit is echter niet het begin van het kwaad, want dit Beleidsplan is voortgekomen, gegroeid, uit het hedendaagse denken, het loopt achter de feiten aan. We zijn al veel verder weg dan we denken. (, , Gij weet, o Heere, hoe ver ik schuldig sta".)

Het is immers al jaren lang dat we ons meermalen afvragen: , .Is die persoon een man of een vrouw? " De verwording, en dan bedoel-ik niet alleen het uiterlijk, is al heel ver voortgeschreden. De zonde van homofilie wordt niet meer als zonde gezien. In plaats van het goed te praten, behoren wij de zonden af te wijzen, maar tevens naast die ander te staan, aangezien ook wij niet tot enig goed in staat zijn.

Zelfonderzoek

Na ontvangen genade zal er een begeerte zijn naar al Gods geboden te leven. Uit dankbaarheid, wetend dat al Zijn geboden uit liefde zijn gegeven. Ook die voorschriften die ons nu „lastig" zijn. Maar hoe nodig is het dan, steeds weer, te vragen: „Heere, maak mij Uw wegen, Uw weten. Uw wil, door Uw Woord en Geest bekend". Maar ook: „Verlos mij van mijzelf, van mijn verkeerde karaktereigenschappen, van mijn hoogmoed, van mijn neiging tot heersen". En altijd weer is het nodig om onze daden en ons denken te toetsen aan Gods Woord. Ook de plaats die wij als vrouw innemen. Moeten we niet een stapje terug?

Gaan we niet openlijk of heimelijk mee met het emancipatiestreven? Zien we het gevaar wel waarin we verkeren? Zien we wel dat we mede schuldig zijn aan de zonde van homofilie, waar we afkeurend naar wijzen?

In Jes. 3 wordt het een oordeel, een straf op de zonde genoemd, dat het volk wordt geregeerd door „verwijfde" mannen (zie de kanttekening). Maar we hebben niet anders verdiend, omdat we Gods geboden niet onderhouden, als niet voor deze tijd van waarde achten en daarmee wijzer willen zijn dan de Hoogste Wetgever.

Wat is de Heere dan nog lankmoedig over ons. Wij die bij Gods Woord zijn groot gebracht, behoren beter te weten. Daarom is onze verantwoordelijkheid zo groot, ook ten opzichte van onze medemensen die „anders geaard" zijn.

En nog heeft de Heere Zijn hand naar ons uitgestrekt. Nog is er de mogelijkheid om ons te bekeren. Zo gij Zijn stem dan heden hoort, verhardt u niet, maar laat u leiden!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 december 1985

Daniel | 32 Pagina's

GEZOND GEZIN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 december 1985

Daniel | 32 Pagina's