Van de voorzitter
Allen maar zorgen?
Allen maar zorgen?
Alleen maar zorgen? Enige tijd geleden heeft het RD een vraaggesprek gepubliceerd waarin de heer J. H. Mauritz en ondergetekende aan het woord kwamen over ons kerkelijk jeugdwerk. De desbetreffende RD-journalist heeft mijn reakties ten behoeve van de lezers willen samenvatten door de uitspraak mijnerzijds: „Ik ben bezorgd en verheugd tegelijk''. Deze uitspraak werd derhalve als titel aan het vraaggesprek meegegeven.
Na lezing van de publikatie heb ik tot mijn spijt gekonstateerd dat het vraaggesprek nogal nadrukkelijk in het teken stond van bezorgdheid over onze jongeren en over het funktioneren van onze verenigingen, terwijl het tweede deel van de titel nauwelijks aandacht heeft gekregen.
Ik kan me zo voorstellen dat hier en daar de vraag gerezen is of er dan alleen maar zorgen zijn in ons jeugdwerk. Het zou me verdriet doen als de indruk gewekt zou zijn dat ik geen oog zou hebben voor het vele goede dat ons juist in de deze moeilijke tijd nog geschonken is. Ook in ons kerkelijk jeugdwerk! Als ik spreek over zorgen in ons jeugdwerk dan is dat tegen de achtergrond van een toenemende zuigkracht van de wereld en de zonde. Dan zie ik een verschuiving en vervaging van bijbelse waarden en normen. Dan ben ik bezorgd over gezinnen die steeds meer uit elkaar dreigen te groeien en over het feit dat het onze jonge mensen zovaak ontbreekt aan voorbeelden. We moeten toch met elkaar eerlijk konstateren dat jonge mensen in hun direkte omgeving vaak zo weinig zien van het leven der genade in de praktijk van elke dag. De wereld heeft zo vaak de overhand. Het lezen, het bidden, het bezig zijn met elkaar rond het Woord van God zijn dingen die we steeds meer gaan missen. In het verlengde van deze zaken ligt ook mijn zorg met betrekking tot ons jeugdwerk. In dit licht bezien betreur ik het als jonge mensen op zaterdagavond gelegenheden zoeken waar men zomaar wat vrijblijvend bijeen kan komen. Vandaar ook mijn terughoudendheid ten aanzien van opvangaktiviteiten waarbij elke vorm van toerusting ontbreekt. Bij dit alles moeten we echter ook de hand in eigen boezem steken. Laten we samen als ambtsdragers, als ouders en als leidinggevenden in het jeugdwerk waken over onze kinderen en jonge mensen. Wordt er door ons niet te weinig geworsteld met de Heere voor onze jongeren? En wat doen we in de middellijke weg om onze jongeren te bewaren bij Gods Woord?
Ik realiseer me dat daarmee niet alle problemen zijn opgelost. Naar aanleiding van het RD-interview ontving ik een brief van een ouderpaar met vijf kinderen in de leeftijd van 6 tot 18 jaar waarin de zorg met betrekking tot de zaterdagavondbesteding van hun kinderen werd vertolkt. Mij werd de vraag gesteld of we niet nuchter moeten constateren dat de situatie zo ligt dat jongeren niet thuis zijn en de strategie daarbij dient aangepast te worden. Als we niets doen. staan we immers ook schuldig? Inderdaad! Juist daarom wil ik blijven pleiten voor een gezamenlijke inspanning tot deelname aan onze jeugdverenigingen en waar mogelijk een alternatief bieden vanuit het gezin. Ik zou onze jonge mensen willen oproepen om zelf mee te doen met de vereniging en om leeftijdsgenoten die dreigen te vervreemden van de gemeente erbij te betrekken. Draag er ook jouw steentje aan bij dat het gezellig is op de vereniging. Bedenk daarbij ook dat op onze verenigingen de vraag aan de orde moet komen: ..Hoe worden wij tot God bekeerd". Dat is immers de allerbelangrijkste vraag! Wat zou het een wonder zijn als de Heere het samen bezig zijn rond Zijn Woord daartoe zou willen zegenen. Ja. daarover verblijd ik mij! Als ik mag horen dat de Heere het jeugdwerk — in welke geleding dan ook — dienstbaar heeft doen zijn tot bekering van een jongen of meisje. Dan heeft ons werk eeuwigheidswaarde. En als de liefde van Christus dringt, wat zouden we dan anders begeren? Dan wordt de bede geboren: „Uw Koninkrijk kome. Dat is: Regeer ons alzo door Uw Woord en Uw Geest, dat wij ons hoe langer hoe meer aan U onderwerpen, bewaar en vermeerder Uw Kerk", ook onder onze jongeren (H.C. zondag 48).
Ik verheug mij ook als in deze tijd jongeren toegerust mogen worden, middels onze verenigingen. Allen die bij deze toerusting betrokken zijn wil ik daarbij van harte liefde, wijsheid en kracht toewensen. De HEERE werkt nog, ook onder de jeugd. Zijn Naam zal zijn tot in eeuwigheid: olang als er de zon is. zal zijn Naam van kind tot kind voortgeplant worden (Ps. 72 : 17)!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 november 1985
Daniel | 31 Pagina's