Veel eenzaamheid en andere problemen in onze kringen
Vraaggesprek met de heer J.M.A. Diepeveen, maatschappelijk werker in Rijssen
De laatste tijd hoor je veel over "eenzaamheid". Het lijkt wel of dat verschijnsel toeneemt. Ervaart u dat ook in uw werk?
Ja. heel duidelijk. De eenzaamheidsgevoelens en andere problemen nemen toe, zeker ook binnen de reformatorische gezindte.
Zijn er bepaalde ontwikkelingen te signaleren in onze samenleving waaraan dit te wijten is?
'k Heb het vermoeden dat het voor een belangrijk deel komt door de minder hechte familieband. De communicatie, het praten met elkaar stokt. Er is vaak geen tijd meer voor. Het "vaderambt" verdwijnt min of meer. Het wordt versmald tot een soort kostwinner-zijn en het verschaffen van een maatschappelijk milieu. En moeder heeft vaak zoveel andere zorgen. Je merkt dan dat de vertrouwensband, die er hoort te zijn tussen ouders en kinderen, verdwijnt. De kinderen hebben dan in feite niemand meer aan wie ze zich kunnen spiegelen. Ze moeten zichzelf maar een beetje opvoeden.
Het kind ('k denk aan jongeren, zo ongeveer tussen 15 en 19 jaar) gaat een tekort aan liefde en menselijke gemeenschap voelen. Dat wordt ervaren als een grote nood hoewel hij (of zij) het misschien niet onder woorden kan brengen. Hij gaat het zoeken in de groep. Bijvoorbeeld de groep op school of die op zaterdagavond. Hij kan het daar uiteindelijk toch niet vinden, omdat de waarden en normen, die in die groep gehanteerd worden, de zijne niet zijn. De persoon in kwestie wordt dan in feite stikeenzaam. Er zijn zaken in z'n leven die hij met niemand meer durft te bespreken. Hij schrikt van zichzelf. Van dingen die in z'n gedachten opkomen of die hij doet. Hij gaat zich slecht voelen. Je kunt je dan zo'n slechterik of zo'n viezerik gaan voelen, terwijl er met niemand over te praten is. Dan kan de eenzaamheid onvoorstelbaar groot worden. Kortom, je mist een haven. Dat hoort het gezin te zijn. En als je een haven mist, heb je kans dat je schipbreuk lijdt. 'k Denk ook dat er soms een stuk vervreemding van elkaar ontstaat door studie van de kinderen. Niet alleen door de afstand in kilometers, waardoor men soms maar eens in de zoveel weken thuiskomt, maar ook wat de denkwijze betreft.
In onze kringen wordt het gezin toch nog gezien als de samenlevingsvorm waarin voor een ieder plaats is, waar zorg en liefde voor elkaar is? Daarom zou je denken dat eenzaamheid „onder ons" veel minder zou voorkomen. Is dat ook zo?
Je merkt soms dat bepaalde kinderen in een gezin heel veel aandacht krijgen. En je ziet dan dat andere kinderen, die óf minder lastig zijn óf minder aandacht vragen, een beetje tussen wal en schip komen te vallen. D"r hoeft hierbij helemaal geen sprake te zijn van opzet bij de ouders. Ik noem zulke kinderen vaak „tussenkinderen". Je hebt dan de oudste die alles kan en moet en de jongste, die de „Benjamin" is. De kinderen die daartussen zitten, dreigen in feite „de vernieling in te gaan" doordat de aandacht volledig geconcentreerd is eerst op de oudste en daarna op de jongste. Dan kun je temidden van het gezin eenzaam zijn. Het gezin is dan niet meer die veilige plaats die het zou moeten zijn. En dan bedoel ik nog niet eens de gezinnen waar zich heel speciale problemen voordoen, want die heb je natuurlijk ook in onze kringen.
U hebt nu verschillende oorzaken van eenzaamheid genoemd. Te weinig communicatie, vervreemding van elkaar, te weinig aandacht voor bepaalde kinderen. Is er nog meer te noemen?
Ik merk ook dat de eenzaamheid onder ons groot is. omdat de ouders soms een verwachtingspatroon van hun kinderen hebben, waaraan die jongeren niet kunnen voldoen. En verder denk ik vaak: zouden de ouders vergeten zijn dat zij zelf 16, 17, 18 jaar zijn geweest? Als ouders moeten we ons heel goed realiseren dat het kinderen van ons zijn. Alles wat in het hart van de ouders naar voren komt komt ook in het hart en het leven van de kinderen naar voren. Maar omdat ze dat vaak niet durven zeggen tegen de kinderen, krijg je een stuk vervreemding van de ouders tot de kinderen. De kinderen durven dan niet meer met de problematiek naar de ouders toekomen.
We kunnen dus konkluderen dat eenzaamheid "onder ons" niet minder voorkomt dan buiten onze kringen?
'k Werk in hoofdzaak in reformatorische kringen. En daar merken we de laatste jaren een heel sterke toeneming van eenzaamheidsgevoelens.
Niet alleen het gezin maar ook de kerkelijke gemeente zou je een plaats kunnen noemen waar zorg en liefde voor elkaar moet zijn. Toch komt het dus ook in onze gemeente voor dat jongeren (en ouderen) eenzaam zijn. Hoe zou dat komen?
Als wij meer aan de Heere zouden vragen, zoals David in Psalm 25 of Hij onze Leidsman wil zijn ook in de gemeente, dan zouden wij ook meer oog hebben voor de ander. Door een stuk verwereldlijking is er minder zorg en liefde voor elkaar gekomen. De mensen worden steeds egoïstischer. Materialistisch en druk met allerlei luxe dingen e.d. De ander wordt aan z'n lot overgelaten. In onze tijd wordt heel veel van het praktisch christendom gemist, 'k Ben van mening, dat er in de prediking ook meer aandacht geschonken moet worden aan de praktische en dc sociale nood die er in de gemeente(n) is.
Waar denkt u aan bij "sociale nood?”
Dat kan zijn een stuk armoede. Of de nood waar de jeugd mee zit. Denk bijvoorbeeld aan de eenzaamheidsgevoelens en de seksuele problemen. En niet te vergeten de werkloosheid, de kontaktarmoede. enz. Over deze sociale nood lezen we toch ook in de Bijbel? Kijk, ik kan alle teksten in de Bijbel wel geestelijk gaan verklaren, maar de Schrift heeft ook heel duidelijk betekenis voor het dagelijks leven!
We moeten, om nog even op de vorige vraag door te gaan oppassen, dat de verwereldlijking, ook bij de ambtsdragers, niet zulke vormen aanneemt, dat het tere leven met de Heere gemist gaat worden. Het materiële mag niet de voornaamste plaats in ons leven krijgen. Dat geldt allereerst wel voor predikanten, ouderlingen en diakenen. We moeten er voor oppassen dat de bewogenheid van het christen-zijn, zoals je die bijvoorbeeld tegenkomt bij de "oud-vaders" om als het ware zielen te redden van het verderf, gaat ontbreken.
U schreef enige tijd geleden in "Daniël" dat de klacht , Ik heb geen mens" de klacht is van veel jongeren, die in feite aan het begin van hun leven staan. Komt eenzaamheid in deze leeftijdsfase vaker voor dan in andere leeftijdsfasen?
Eenzaamheid komt in alle leeftijdsfasen voor. Ook binnen het huwelijk kunnen mensen zich eenzaam voelen. Of als men ongetrouwd blijft. En wat denk je van iemand die bejaard is? Maar 'k heb in "Daniël" speciaal voor de jongeren geschreven. Zij weten vaak hun plaats niet meer. Niet in het gezin en ook niet in de kerk. 'k Denk vaak terug aan m'n ouderlijk huis. Als wij dingen hadden gedaan die niet mochten, durfden we er mee thuis te komen, 'k Herinner me dat we een keer appeltjes hadden gestolen. Dat werd ons door m'n vader heel zwaar aangerekend, maar toch durfden we het te zeggen. We kregen er straf voor, maar er was ook vergeving. Ik ben bang dat het gezin tegenwoordig vaak gezien wordt als een plaats voor eten slapen en drinken.
Niet meer die veilige haven waar geborgenheid wordt geboden, 'k Ben van mening dat een kind meer heeft aan liefde, geborgenheid en genegenheid dan aan een vol spaarbankboekje. Als het gezin geen „haven" meer is zijn de gevolgen niet te overzien. En als er dan in de preek ook geen plaats is voor de jeugd, is er totaal geen houvast meer.
U schreef ook: "als ik schrijf over alleen-zijn, schrijf ik over lijden. Dan schrijf ik over pijn, over leed". Waaruit bestaat nu dat lijden, die pijn, dat leed?
Dat kan een gevoel van uitzichtsloosheid zijn. Een gevoel van onoplosbaarheid van de problemen, een gevoel van isolement of van een totaal niet begrepen worden. Je kunt, en ik wil graag dat dit heel duidelijk naar voren komt, je ook heel eenzaam voelen in een gezin. Dat je temidden van ouders, broers en zusters alleen staat in het gezin. Dat je ervaart dat niemand je meer begrijpt. En dat je dan ondanks alles angstig probeert je eenzaamheidsgevoelens geheim te houden.
Om welke signalen moet je dan als „buitenwereld" proberen te letten om te kunnen zien dat iemand in nood is?
Je ziet vaak dat men zich terugtrekt in het isolement. Of dat men erg gespannen is. Je kunt het soms ook zien aan de ogen. En hoe gedraagt iemand zich? Trekt hij of zij zich terug? Is men niet vrij in z'n doen en laten? Is hij/zij negatief over zichzelf?
Wat bedoelt u met dat laatste?
Zelf-acceptatie is heel belangrijk. Iemand kan gaan denken dat hij moet zijn zoals de anderen om geaccepteerd te worden. Maar dat is heel duidelijk niet waar. Je mag jezelf zijn in je mogelijkheden en in je onmogelijkheden.
Stel dat een jongere, misschien wel iemand die dit leest, zich erg eenzaam voelt. Hij kan met niemand over z'n problemen praten. Niet met z'n ouders, niet met vrienden, niet met kennissen, kortom met niemand. Wat zou u zo'n jongere aanraden om te doen?
Laat hij of zij buiten de eigen woonplaats gaan naar iemand van wie hij/zij meent dat deze te vertrouwen is en die hulp kan verlenen. Ik maak zelf nog weleens mee dat mensen naar aanleiding van een lezing kontakt opnemen. Ook komt het voor dat mensen me bellen en zeggen dat ze dan of dan ergens bij een lezing hopen te zijn. Ze vragen dan of ik op hun problematiek wil ingaan, uiteraard in het algemeen. Buiten m'n eigen werkkring reis ik momenteel stad en land af. Als er mensen met problemen komen, durf ik bijna niet af te wijzen. Maar "k zit boordevol.
Inderdaad, ook vanavond rinkelt de telefoon herhaaldelijk. Zou u, heel konkreet, een adres kunnen noemen waar je terecht kunt?
Denk bijvoorbeeld aan "De Vluchtheuvel", een stichting voor hulpverlening, uitgaande van onze gemeenten. De telefoonnummers en spreekuren van de hulpverleners van de stichting kun je vragen bij het bureau van de stichting. Dat is gevestigd in het Kerkelijk Bureau in Woerden (telef. 03480 - 20667. op werkdagen tussen 9 en 12 uur).
Ds. Paul schrijft in "Ontluisterd leven" in het hoofdstuk "Overwegingen bij het suïcidevraagstuk" met betrekking tot de eenzaamheidsproblematiek: "Hier hebben we te maken met een gemeenschappelijke noemer — en misschien wel de belangrijkste — bij alle mensen die zelfmoordneigingen hebben". Wat vindt u van deze uitspraak? En wat zou u doen indien u geconfronteerd wordt met een jongere met zelfmoordneigingen?
met: „Ik heb ook meegemaakt, dat...." En dan je verhaal doen. Daar heeft die ander niets aan. Hij zit met zijn problemen. Je moet ook proberen er samen over te denken: wat is er nu eigenlijk aan de hand? De ander verwacht vaak echt niet dat je met pasklare oplossingen klaar staat. Die ander verwacht wel dat je als het ware samen met hem het pad loopt. Denk maar aan de vrienden van Job. Toen zij kwamen, bleven zij zeven dagen bij hem zitten zonder een woord te zeggen. Dat waren echte vrienden. Ze namen er de tijd voor. Toen ze begonnen te praten ging het verkeerd. Zie, je moet oppassen dat je Gods wil en weg niet gaat legitimeren. Dat is niet nodig en ook niet mogelijk.
Wilt u tenslotte nog een boodschap meegeven voor onze (jonge) lezers?
Graag wil ik nog eens herhalen wat ik enige tijd geleden in ."Daniël" geschreven heb:
Als het gevoel van alleen-zijn het gevolg is van een depressie, dan heb je deskundige hulp nodig. Dan heb je iemand nodig die je de helpende hand toereikt. Ben je alleen en zoek je steun en raad. ga dan naar iemand die je hierin kan helpen. Die je met raad en daad terzijde kan staan, zonder tegelijk het waarschuwende vingertje omhoog te steken. Er zijn mensen die het zo goed weten wat wel en niet goed is. wat wel mag en niet mag. Maar van het mede-lijden kent men niets.
Wat er ook gebeurd is in je leven, wat je ook gedaan hebt, éen ding staat boven alles: Het bloed van Jezus Christus. Gods Zoon reinigt van alle zonden. Daarom kan ik met mijn vergooid leven naar een Ander. Naar Eén Die geen spreekuur heeft op bepaalde tijden maar zegt: ..Die Mij aanroept in de nood. vindt Mijn gunst oneindig groot”.
Dan kun je dingen gedaan hebben die misschien bar en boos zijn. Maar Zijn bloed reinigt van alles. Ik kan nergens in de Bijbel lezen dat Hij iemand de deur heeft uitgestuurd die met zijn vergooid leven naar Hem kwam. Ik lees wel dat de oudste zoon uit de gelijkenis van de verloren zoon precies wist wat zijn broer gedaan had. maar de Vader bedekt het met Zijn liefde.
Daarom een raad. misschien de laatste: Zoek Hem in je leven — in je jonge leven — Hij laat nooit alleen.
J.M.A. Diepeveen
De heer J. M.A. Diepeveen is op 31 maart 1940 in Veenendaal geboren. Z'n ouders hadden zeven kinderen. Er waren in het gezin veel zorgen door ziekte en armoede. Door hun godvrezende ouders werden de kinderen er steeds op gewezen, dat ze de Heere vroeg moesten zoeken. Die opvoeding en de prediking in zijn jeugdjaren in Veenendaal zijn niet ongezegend gebleven in het leven van Johan Diepeveen.
Na eerst een aantal jaren op een accountantskantoor te hebben gewerkt, is hij voor maatschappelijk werker gaan studeren. Hij is eerst een paar jaar maatschappelijk werker geweest bij het Leger des Heils in Rotterdam. Sinds 1 april 1980 werkt Diepeveen bij een protestantse stichting voor maatschappelijk werk in Rijssen.
Johan Diepeveen is in 1964 getrouwd. Het gezin telt drie dochters, waarvan de oudste in september j.l. in het huwelijksbootje is gestapt. Na ruim 15 jaar in H.I. Ambacht te hebben gewoond, is de familie Diepeveen in 1980 verhuisd naar Enter (gemeente Wierden, dicht bij Rijssen).
Diepeveen is van 1966 tot 1980 diaken geweest in de gemeente van H.I. Ambacht. En wie in het kerkelijk jaarboekje Enter opzoekt, ziet dat de heer Diepeveen nu (sinds januari 1981) scriba is van de kleine gemeente in Enter. Als (enige) ouderling moet hij ook vaak in de leesdienst voorgaan, , , hoewel wij dit jaar gelukkig vele zondagen éen of twee keer een predikant hebben (gehad)".
Als maatschappelijk werker heeft Diepeveen de handen (en de agenda) al meer dan vol. alleen overdag, maar ook 's avonds, wanneer hij buiten z'n werkkring lezingen verzorgt en mensen in nood probeert te helpen. Toch blijft er nog tijd over voor het kerkelijk werk. Niet alleen huisbezoeken en catechisaties, maar ook het leiden van een j. v. Verder maakt de heer Diepeveen deel uit van de Begeleidingskommissie jeugdwerkloosheid van onze Jeugdbond. En naast dit alles maakt hij nog tijd vrij voor het volgen van een voortgezette opleiding van de sociale academie in Zwolle. Diepeveen klaagt echter niet over z'n volle agenda. Integendeel. Hij vindt het fijn dat hij het kan doen en weet dat het de Heere is die hem ertoe in staat stelt.
We zijn naar Enter gegaan om met de heer Diepeveen te praten over "eenzaamheid".
We vinden het bijzonder fijn dat er ondanks de volle agenda een avond beschikbaar was voor de "Daniël-interviewers". We zeggen de heer en mevrouw Diepeveen daarvoor vanaf deze plaats nogmaals hartelijk dank.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 november 1985
Daniel | 31 Pagina's