JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Theodorus van der Groe - theoloog, prediker en pastor

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Theodorus van der Groe - theoloog, prediker en pastor

14 minuten leestijd

Als het portret van Theodorus van der Groe op juiste waarneming berust en werkelijkheidsgetrouw is, moet deze vertegenwoordiger van de Nadere Reformatie ongetwijfeld één van de lelijkste mannen van de achttiende eeuw zijn geweest! Ik houd het er echter op, dat we met een zeer slechte afbeelding te doen hebben die aan de geportretteerde beslist geen recht doet. Het is dan ook jammer dat juist het zien van dit portret voor velen de enige kennismaking met Van der Groe blijkt te zijn. Voor anderen is echter de afbeelding van deze theoloog en prediker op haar wijze een bevestiging van het beeld dat men zich door „horen zeggen" of door een oppervlakkige of eenzijdige kennismaking met zijn geschriften eigenlijk al had gevormd, nl. dat van een koud, dor, spitsvondig man die er altijd op uit lijkt te zijn het spontane geloofsleven te smoren door middel van een dogmatisch en hard systeem, waarin bijna ieder na toetsing ontmaskerd wordt als een bezitter van valse genade en ingebeeld geloof. En daarmee wordt deze belangrijke theoloog bijgezet in het mausoleum van een verstarde gereformeerde orthodoxie!

Ik hoop dat dit beeld van Van der Groe onder ons niet gangbaar is. Een nadere kennismaking met deze theoloog, prediker en pastor kan evenwel op haar plaats zijn. Ik hoop dat het jou daarbij vergaat als mij: zijn geschriften vormen een verrassing temidden van het rijke erfgoed dat de Reformatie en de Nadere Reformatie ons hebben nagelaten!

Daarvan wil ik hier graag rekenschap afleggen, al moet er wel direkt aan worden toegevoegd, dat in dit persoonlijk leesverslag slechts een enkele greep kan worden gedaan uit Van der Groe's rijke nalatenschap.

Van der Groe als theoloog

Alleen al over de theoloog zou méér dan één boek te schrijven zijn. Van der Groe is tenslotte de auteur van een groot aantal werken, waarin hij zijn visie heeft neergelegd. Te denken valt aan zijn verklaring van de Heidelbergse Catechismus, de „Toetssteen der Ware en Valsche Genade", de „Leerredenen over de Bekering", de „Beschrijving van het oprecht en zielzaligend Geloove" en andere werken, waaronder vooral ook de vele voorredenen bij de uitgave van andere geschriften, met name die van Hutcheson en de gebroeders Ralph en Ebenezer Erskine. Dit alles ga ik echter voorbij om alleen iets door te geven uit de inleiding die Van der Groe schreef voor Ralph Erskine's „Blijde boodschap in zware tijden". Deze voorrede, die één der bekendste is welke Van der Groe geschreven heeft, is een verhandeling „over de plicht van het lezen der H. Schrift en andere godgeleerde boeken". Deze voorrede is van groot belang, omdat zij misschien onbedoeld als een beknopte neerslag van het theologisch denken van Van der Groe beschouwd kan worden.

Wanneer we de geschriften van deze laatste vertegenwoordiger der Nadere Reformatie lezen, treft ons de ernst waarmee hij zijn lezers tegemoet treedt. Van der Groe geeft geen abstracte theologische bespiegelingen, maar wil zich duidelijk richten op de praktijk van het

godsdienstig leven en denken. Daarom wijst hij zijn lezers erop hoe ernstig het is, om altijd „onvruchtbaar te blijven onder eene gedurige beschijninge van het helderste licht des Evangeliums". Het lezen van Gods Woord kan nooit als een vrijblijvende aangelegenheid beschouwd worden. Het zal öf leiden tot verootmoediging en verbrijzeling van het hart öf tot verharding. En deze verharding zal uitkomen in zorgeloosheid en onvruchtbaarheid, die zonde voor God is. Daarom is het nodig, zo beklemtoont Van der Groe, dat de lezers (en hoorders!) door Gods Geest werkelijk overtuigd worden van hun jammerlijke ellende door het gevaar waarin zij vanwege hun onbekeerde staat verkeren. Hier raken we aan een wezenlijke trek in het theologisch denken van Van der Groe. Vele malen, in steeds andere bewoordingen, komt hij hierop terug. Niet de gezonde maar die zich ziek weet, heeft een arts nodig, betoogt hij. Daarom is de persoonlijke kennis van onze ellende ook zo nodig. Anders zullen we gerust en zorgeloos blijven leven in onze zonde en geen Zaligmaker nodig hebben. Wanneer een mens die hartgrondige kennis van zonde en ongerechtigheid door Gods Geest niet leert kennen, zal er ook geen bekommering zijn over zijn eeuwig behoud, en zal men óf in eigengerechtige vroomheid óf in openlijke goddeloosheid dóórleven.

Daarom ook moet de Wet Gods krachtig gepredikt worden. Door de Wet is immers de kennis der zonde! En zonde is ongehoorzaam zijn aan de heilige God Die recht op ons leven heeft. Elke vrijblijvendheid en elk vlot automatisme waarbij de zondaar Jezus aanneemt zónder waarachtig schuldbesef, striemt Van der Groe weg! Hij wijst een betere weg aan, nl. die van het gebed. Gods Woord moet biddend gelezen worden, met een hartelijke aandacht en een persoonlijke betrokkenheid. We moeten ons steeds afvragen: versta ik ook wat ik lees? Ja, Van der Groe gaat nog een stap verder en zegt dat we moeten lezen met een hartelijk geloof der waarheid. „Nu kan er al weder niets droeviger of beklagelijker in de wereld bedacht worden, dan dat de menschen dagelijks, onder het Evangelium, Gods Woord lezen en belijden, en nogtans dat altijd doen met een blind en ongeloovig harte"".

Met volle ernst wijst Van der Groe op de noodzaak van het waarachtige geloof.

De ongelovigen roept hij dan toe om „geloovig met hunne ongeloovigheid te gaan tot Christus". Hij immers kan alleen „het deksel van onze harten afligten". Bid toch, zegt deze prediker van Gods recht en genade, om de ontdekking door Christus' Geest, totdat „gij ganschelijk om de hulpe van den Heere Jezus verlegen zijt geworden, en dewijl gij niet tot Hem kunt komen met het geloove, daarom nu gerezoveerd (^besloten) zijt, tot Hem te komen om het geloove". Want Christus is de enige Helper en Geneesmeester der arme ongelovige zondaren. Hij helpt hen, die tot Hem roepen, „indien zij maar zoo veel geloove hebben, dat zij Hem om het geloove ernstig kunnen bidden; ja indien zij alleen maar van harte gewillig zijn, dat Hij zelve door Zijn Woord en Geest opregt geloove in hen werkt, zoo is dat genoeg; Christus wil het doen, en komen hunne ongeloovigheid te hulpe".

Zo spoort Van der Groe zijn lezers aan om alle steunsels los te laten en zich aan Christus over te geven. Alleen in Christus schenkt God Zijn genade. De ziel moet op Christus rusten; met minder kan zij niet tevreden zijn.

Van nature — zo zagen we — zijn we blind voor Hem. We weten niets van Christus. Daarom moet Hij aan de ziel worden geopenbaard zodat we Hem met verlichte ogen aanschouwen. De ware kennis van Christus leidt tot de vereniging met Hem. Daaruit ook blijkt dat het een waarachtige kennis is. In de valse kennis handhaaft de mens zichzelf, waardoor hij nooit tot een aannemen van Christus komt. Bij Van der Groe gaat het ten diepste om Christus alles en Christus alleen! In één van zijn preken over de blinde Bartimeüs zegt hij dat het de beste predikers zijn die geen andere stof hebben dan Christus!

Van der Groe als prediker

De theoloog en pastor te Kralingen heeft ook veel preken uitgegeven. Men denke slechts aan zijn bekende biddagpreken. Hierin is hij nog voluit een vertegenwoordiger van de Nadere Reformatie. De diepe boete-tonen, de oproep tot bekering van land en onderdanen klinken er helder in door. Zijn preken waren ook gericht op de tijd waarin hij leefde. Van der Groe behandelde de hele situatie van land en

volk, politiek en economisch bezien, zedelijk en godsdienstig. Deze prediker heeft op de boetebazuin geblazen, maar hij heeft ook op de liefelijke fluit van het Evangelie gespeeld. Dat blijkt bv. heel duidelijk uit zijn prekenserie over de genezing van de blinde Bartimeüs. De zevende en laatste preek hieruit vormt als het ware de climax, reden waarom ik hieruit enkele gedachten weergeef. Allereerst legt Van der Groe er de nadruk op, dat een kort gebed van de blinde al genoeg is om de Heere Jezus Zijn wonderwerk aan hem te doen verrichten. Zelfs zonder een gebed had de Heiland kunnen helpen zoals bij de bloedvloeiende vrouw. , , Maar de Heere Jezus wilde liever hier de blinde door dit woord genezen, opdat Hij ons daarmee zou leren, hoe Hij alle geestelijke zielsgenezing aan arme blinde zondaren niet anders wil verrichten, dan door middel van Zijn Woord, dat Hij ons geeft, en hetwelk Hij ons door Zijn dienaren laat prediken". Daarom moeten wij Zijn Woord ook gedurig en volhardend horen, lezen en bij onszelf overleggen, omdat het 't kostelijk geneesmiddel is dat de Heere Jezus op onze blinde ogen legt om ons ziende te maken.

En opnieuw benadrukt Van der Groe, nu als prediker, de noodzaak van het geloof. Het geloof van de blinde bestond immers hierin dat hij de Heere Jezus erkende als Degene Die almachtig, maar ook vol ontferming was om zijn ogen te openen, waarom hij ook tot Hem de toevlucht nam, op Hem alleen zijn vertrouwen stelde en alle andere hulp liet varen.

Van dit geloof, dat de blinde niet uit zichzelf had maar door de kracht van de Heilige Geest in hem was gewerkt, zegt de Heere Jezus: uw geloof heeft u behouden. Nee, het geloof van Bartimeüs is niet de verdienende oorzaak van zijn genezing; het was enkel de ontfermende genade van Christus, waardoor Hij bewogen werd deze ellendige te helpen. Maar zijn geloof was wel het middel, waardoor hij zijn genezing en behoud van de Zaligmaker ontving.

Daarom zegt Van der Groe ook in de toepassing van dit gedeelte: „O! wat een mens ook hebben mag, indien hij geen oprecht geloof in den Heere Jezus heeft, zo heeft hij niemandal". Daarom: „Voorziet u dan toch vóór alle dingen eerst van een waar en oprecht geloof; bidt daar toch de Heere ootmoedig om aan, en geeft uw zielen toch niet eerder rust, voordat gij dit geloof door den Heiligen Geest in u gewerkt vindt".

In het geloof gaat het om Christus en om Zijn weldaden. Eenmaal in het geloof met Hem verbonden, vindt hem alles in Hem: vergeving der zonde, de heiligmaking en de gehele zaligheid. Daarom is in het geloof ook zekerheid, al zijn er schommelingen in de gelovige. Het ware geloof richt zich op het Voorwerp van het geloof, nl. Christus, en daarin is geen twijfel, al wordt de gelovige ook nog zo bestreden, waardoor hij moet uitroepen: „Ik geloof, kom mijn ongelovigheid te hulp".

Het valt op dat Van der Groe in de preken over de blinde Bartimeüs geen brede uiteenzettingen geeft van het bevindelijke leven. Zijn preken zijn kort en zakelijk, maar wel gericht op de praktijk van het geestelijke leven. Daarvoor heeft deze prediker juist grote aandacht. Men raadplege slechts zijn talrijke brieven!

Van der Groe als pastor

Willen we deze theoloog en prediker werkelijk in het hart kijken, dan moeten we zijn brieven lezen. Het is misschien zelfs raadzaam daarmee te beginnen. De recente uitgave „Brieven van Theodorus van der Groe" (Houten, 1984, editie Leurdijk) biedt hiertoe een goede gelegenheid.

Geheel onbekende personen van 250 jaar geleden, als Geurtje de Vries, Jan Corn. de Jong, Klaas van Bovenen en Suzanna Bosman, blijken mensen te zijn die we direkt herkennen door de vragen die zij per brief aan Van der Groe stellen, de problemen waarmee zij worstelen, de (vrome) uitvluchten die ze soms opwerpen om aan de klem van het Woord Gods te ontkomen. En de Kralingse pastor gaat

geduldig, uitvoerig, vriendelijk maar soms ook uitermate scherp en bewogen op hun vragen in. Ook in de correspondentie gaat het immers om het eeuwig zieleheil van hen die schrijven! En dan blijkt Van der Groe inderdaad een pastor te zijn, die inzicht van de Heere gekregen heeft om mensen te peilen en te doorgronden.

Daarom ook zijn deze brieven zo ontdekkend voor het vrome vlees, dat het buiten Christus kan stellen en op bevindingen en gestalten rust. Daardoor krijgt Jan Corn. de Jong ook te horen dat zijn gehele „weg en koers van met Christus te handelen" nog eens zal moeten veranderen. „Gij zult daar eens moeten komen van minder te werken aan Christus deure, en meer te gelooven en te ontvangen". — „Laat uw staat en vorige werkzaamheden en ondervindingen en uwe ontmoetingen daar gij van geschreven hebt, en alles daarvan gij dagelijks gewend zijt te leven, maar eens geheel rusten; want het is Christus niet en ook niet de weg tot Christus". En als De Jong zich op zijn onmacht beroept, wordt hem toegevoegd daarmee niet aan te komen „tenzij dan dat gij waarlijk ook uwe onmacht voor God erkent en gelooft en dan uwe hulpe zoekt bij Christus". En dan volgt even later het scherpe, ontdekkende woord: „Het komt mij zoo voor, dat mogelijk uw eigen verstand u hier wel allermeest in den weg staat. O! indien gij maar eens geheel blind waart, dat gij uwen eigen staat niet langer zelf meer kondt zien of vasthouden, en indien gij maar eens een recht inzien mocht hebben in de schrikkelijke zonde van uw ongeloof, hoe gij in 't minst met de banden der evangelische beloften, die Gods eigen waarachtige beloften zijn, niet wilt gebonden zijn, of uit uzelve getrokken worden tot den Heere Jezus; ik achte dat er dan aanstonds eene zeer groote verandering in uwen weg zoude komen, en dat gij dan ook heel anders met mijne gezondene brieven zoudt werken".

En zo gaat Van der Groe door, van brief tot brief, van correspondent tot correspondent. Nog één citaat uit een brief aan een vriendin, waarin hij „raad en leiding geeft in de weg der zaligheid, tot overtuiging en ontdekking voor een arm en verloren zondaar". Van der Groe geeft deze vrouw als antwoord op haar klacht dat de schuld haar niet genoeg drukt, te kennen dat ze nog een verhard hart heeft.

Maar daar laat hij het niet bij. „Geloof, geloof alleenlijk in de Heere Jezus en verwerp en versmaad Hem niet langer, dan zal Hij Zelf aanstonds het stenen hart uit uw vlees wegnemen en u een vlesen hart geven, zodat gij niet meer op zulk een wijze zult behoeven te klagen, dat uw klachten u niet genoeg wegen". — „De Heere Jezus roept u door de stem van Zijn waarachtige Woord, dat gij zo ellendig en arm, zo blind en verhard, zo rampzalig en onmachtig en ongelovig als gij zijt, geheel en zonder langer uitstel of beraad tot Hem zult komen, opdat Hij u trekke en bekere van de duisternis tot het licht, van het ongeloof tot het geloof, en van de macht des satans tot God". — „Ach! veracht toch die dierbare en zalige belofte van Christus niet langer door uw ongelovigheid. Meent niet dat gij nog niet ellendig genoeg zijt voor Christus, niet genoeg gewond en verbroken van hart; maar dat gij eerst nog iets anders moet hebben eer gij moogt komen. Want ik verzeker u in Zijn Naam, en ik beroep mij op Zijn eigen allerwaarachtigste Woord, dat bij ons is en daar Hij de wereld naar zal oordelen, dat gij vrijheid hebt om gelovig tot Christus te mogen komen even zó, als gij nu zijt. Indien gij maar alleen oprecht alles uit genade van Hem begeert wat gij gevoelt te missen en te ontbreken in uzelf. O! de Heere Jezus drukke het Zelf eens op uw hart".

Van der Groe - dienstknecht van God

Theodorus van der Groe, een gezant van 's Heeren wege. Ook al leefde hij lang geleden, we mogen niet klakkeloos aan hem voorbijgaan. Want hij had en heeft een boodschap als een dienstknecht van zijn Heere en Meester.

Van der Groe, de theoloog, de prediker, de pastor.... nog sprekend nadat hij lang geleden gestorven is.

Zijn portret is uiterst lelijk en afstotend. Achttiende-eeuwse zinsbouw en woordkeus kunnen een barrière vormen. Maar als je zijn geschriften gaat lezen, zul je merken dat je een goudmijn ontdekt hebt, waarin het goed delven is.

Ik hoop dat het lezen van zijn geschriften je zal ontdekken aan jezelf en je zal leiden tot Christus. Daar ging het Van der Groe om, en daar gaat het nog om!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 oktober 1985

Daniel | 32 Pagina's

Theodorus van der Groe - theoloog, prediker en pastor

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 oktober 1985

Daniel | 32 Pagina's