Ika helpt.... (3)
vervolgverhaal
Als de jongens gestopt zijn met zingen, staat éen van hen op.
„Luister eens. mensen, jullie kennen ons niet. Ik zal vertellen-wie wij zijn. Ik ben precies zoals jullie. Ik woon ook in dit land, alleen wat verder weg. Ik kom uit het ziekenhuis. Daar werk ik. En weetje, we zouden zo graag hier in jullie dorp ook wat willen vertellen.
We zouden jullie ook graag willen helpen. Want ik weet dat er hier in jullie dorp zieken zijn. Ik weet ook dat sommige mensen niet zo goed voor hun kleine kinderen zorgen. Ik weet ook dat jullie soms wel water drinken dat heel ongezond is. Maar ook zou ik nog iets anders willen vertellen. Want hoe komt het eigenlijk, dat er zoveel dingen zijn, die helemaal niet fijn zijn? Jullie denken misschien, oh, dat komt door de geesten, wanneer ze boos zijn straffen ze ons. Dat dacht ik vroeger ook. Maar dat is het niet hoor. Het komt door dc zonde. Door mijn zonden, door jullie zonden. Daar zou ik ook graag wat meer over vertellen. Ik zou jullie graag willen vertellen, hoe wij weer gelukkig kunnen worden. Want om van de zonde bevrijd te worden, hoeven we niet te offeren. Maar nu is er Eén gekomen, op deze aarde, die ons alleen maar echt vrij kan maken".
Ika, die helemaal vooraan staat, luistert met open oren.
En dan vertelt de zuster ook iets. Ze zegt: „Ik heb gehoord dat het nogal eens gebeurt dat er ongelukjes zijn bij het vuur. Dat er kinderen zijn die hun voet verbranden, of hun arm. Net als bij ons bij het ziekenhuis. Ik heb gezien, dat die nare brandwonden soms helemaal niet goed verzorgd worden. Zal ik jullie daar wat over vertellen? " En ja, de mensen vinden het goed. Zc vinden het wel leuk om deze nieuwe dingen te horen. En Ika luistert ook, heel goed luistert ze.
O, dat moetje dus goed schoonhouden, en een hele lange tijd heel erg nat houden met schone verbandjes. En als het er eenmaal wat beter uit ziet dan is er goede poeder voor.
Als de zuster klaar is. loopt Ika zomaar naar haar toe. Ika is helemaal niet bang. „Zuster, mag ik wat van die poeder van u? Dan kan ik misschien hier in het dorp wel eens iemand helpen".
Nou, de zuster vindt dat ontzettend leuk. Ze geeft een bus aan Ika.
„Doe je best meid", zegt ze.
Dan vertrekt de auto weer. Er wordt nog een tijd over nagepraat in het dorp. Ja, wat het nu precies voor mensen waren?
Sommigen mompelen al: „Laat ze er voortaan maar blijven, geloof toch niet wat ze vertellen".
De anderen vinden het allemaal toch wel erg mooi.
Ika moet daarna weer vlug naar het dorp aan de rivier, want de kleine Doelin zal op haar wachten. Ze loopt dit keer extra snel, maar als ze bij de rivier komt: ....geen Doelin. De steen waar Doelin altijd wacht is leeg. Wat vreemd, denkt Ika.
„Ja", zegt Ika tegen zichzelf, „ik ben natuurlijk wel laat, misschien is de kleine Doelin weer terug gegaan naar zijn dorp, misschien dacht hij dat ik niet meer kwam. Dan moet ik maar naar het dorp, eens kijken waar hij is".
Ika is nu toch wel een beetje ongerust.
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 oktober 1985
Daniel | 32 Pagina's