JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Konflikt

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Konflikt

kort verhaal

7 minuten leestijd

kort verhak

„Ik ga toch!"

Boem!

Met een harde klap valt de deur achter Hans dicht. Naar het schuurtje was het maar een paar grote stappen. Haastig schoof hij zijn boekentas onder de riem, sprong op de fiets en reed knerpend door het grint het tuinpad af, de weg op. Hij keek niet meer om, hoewel hij wist, dat moeder hem altijd nazwaaide.

Met een flinke vaart spurtte hij door de drukke straten van de stad. Dat gezeur ook altijd! Nu was hij nog te laat ook. Maar hij ging toch. Wat gaf dat nou, zo'n schoolavond? Nooit mocht hij er heen. Maar daar zou hij nu zelf wel eens over beslissen. Hij was niet van plan als enige van de klas thuis te blijven.

Moeder had eerst een programma willen hebben. Nog zag hij haar gezicht, toen ze de programmapunten één voor één voorlas, kort cabaret, muziek met namen die ze niet uit kon spreken, een toneelstukje en dansen na.

Toen was het gekomen: „We hebben je laten dopen, jongen. En in het formulier staat, dat we, als het goed is, de wereld moeten verlaten, onze oude natuur doden en in een nieuw godzalig leven wandelen.

Dat is genade als God je dat leert en dat is voor jou ook nodig: dat God je bekeert en je dat nieuwe leven schenkt. Maar je voelt toch wel dat, wat we daar beloofd hebben, lijnrecht staat tegenover zo'n schoolavond, Hans? Ik kan en mag je geen toestemming geven. We hebben God beloofd je naar die leer op te voeden. Vader zou het ook niet goed gevonden hebben."

Vader ....

Even vlijmde de pijn door de jongen heen, terwijl hij op een rood stoplicht moest wachten.

Vader o, waarom moest hij zo jong sterven? Maar als vader nu nog geleefd had? Welk antwoord zou hij van vader gekregen hebben? Hij wist het wel, maar duwde het weg.

Groen

Doorrijden maar

Hij ging toch door. Hij mocht toch ook wel eens wat

's Avonds aan tafel

Er werd niet meer over gesproken. Er werd bijna helemaal niet gepraat en dat was toch benauwend. Alleen Willie vertelde even wat van school, over een leraar, die ze altijd dwars zaten. Echt gemeen. Een stel jongens hadden nu weer een streek uitgehaald. Ze hadden de man getreiterd.

Hans hoorde het verontwaardigde verhaal van zijn zus maar half. „Die man kan geen orde houden, " gaf hij alleen nog, wat minachtend, als kommentaar.

Nu keek moeder op. „Toch is zo'n man óók over de leerlingen gesteld, " zei ze zacht.

Het werd weer stil.

, , en allen die over mij gesteld zijn, " klonk het nog even na bij Hans. Waar stond dat ook weer? O ja, het vijfde gebod. Tsjonge, de catechisatie was toch nog niet helemaal vergeefs voor hem geweest, spotte hij met zichzelf.

Hij keek op de klok.

„Kunnen we danken? Ik heb nog een bende huiswerk."

Moeder pakte de Bijbel, sloeg die open bij de bladwijzer en begon te lezen. Hans luisterde amper. Eerst zijn wiskunde maar en dan die rip voor Frans nogal veel was dat

Hé! Ineens bewust hoorde hij moeder lezen: „Een mens had twee zonen, en gaande tot de eerste zeide hij: Zoon, ga heen, werk heden in mijn wijngaard. Doch hij antwoordde en zeide: Ik wil niet, en daarna berouw hebbende, ging hij heen. En

gaande tot de tweede, zeide hij desgelijks: en deze antwoordde en zeide: Ik ga. heer, en hij ging niet."

En het was even of de vraag persoonlijk aan Hans gesteld werd: „Wie van deze twee heeft de wil des vaders gedaan? "

Hij gluurde voorzichtig langs moeders hand. Was dat écht aan de beurt?

Mattheüs 21 Ja, daar waren ze.

Wat er verder gelezen werd, hoorde hij niet. De gedachten flitsten door hem heen: die jongen moest wat doen en hij zei: ik wil niet. Hijzelf mocht iets niet en hij zei: ik doe het toch. Dat was wel net andersom, maar het was allebei niet „de wil des vaders" doen.

Nou ja, die jongen kwam er in ieder geval eerlijk voor uit, dat hij niet wou. Zoals die tweede het deed, was helemaal stiekum.

Maar die eerste jongen kreeg wel berouw over zijn ongehoorzaamheid, dacht hij. Even schoof hij onrustig op zijn stoel heen en weer. Nou ja, het was goed hoor. Hij zette het van zich af. Was dat hoofdstuk nu nog niet uit?

Demonstratief keek hij op de klok, toen moeder klaar was.

„Ik heb nog meer te doen, " bitste hij, „zo'n lang hoofdstuk "

Moeder zei niets, maar haar hoofd boog heel diep, toen ze, in stilte, dankten.

Boven, ieder op weg naar de eigen kamer om te leren, vroeg Wil: „Waarom doe je toch zo naar tegen moeder? Wat kan jou die schoolavond toch schelen, joh! Ik ga toch ook niet? "

„Dat moet jij weten. Ik ga wel. En doe maar niet of jij zo'n heilig boontje bent."

De deur sloeg achter haar broer dicht. Met tranen in haar ogen zocht ook Willie haar kamertje op. Ze had, in een dwarse bui. een poosje terug haar haar kort laten knippen. Ze zou nooit vergeten, wat moeder toen zei: „Wat ben ik nu blij, dat je vader dit niet heeft mee hoeven maken.

Dit verdriet is hem in ieder geval bespaard gebleven."

Snikkend had het meisje beloofd, haar haar weer te zullen laten groeien. Nee, niet mooi, dat Hans haar dat nu weer voor de voeten gooide

Ze begon aan haar huiswerk. Eigenlijk wilde ze nog vragen, of Hans haar met een scheikundevraagstuk wilde helpen. Maar ze zou er nu zelf maar proberen uit te komen. Als haar broer zo'n bui had

Hans zocht in zijn boekentas. Eerst zijn agenda. Tsjonge, er stond heel wat op voor morgen

Hij probeerde zich in een wiskundevraagstuk te verdiepen, kwam er niet uit.

Bah, het lukte niet. Steeds cirkelden zijn gedachten om de schoolavond. De lui op school waren er allemaal druk mee, liepen rollen te leren of liedjes in te studeren. Hem lieten ze erbuiten.

„Jij komt natuurlijk niet, hè? " hadden er al een paar aan hem gevraagd. Moest je die neerbuigende toon dan horen

„Nou, misschien wel hoor. Ik zal nog wel eens zien, " had hij dan los-weg geantwoord.

Het leek hem toch wel leuk, zo'n avond. Er eens even uit.

Hij mocht toch ook wel eens wat.

„Mijn vader en moeder en allen die over mij gesteld zijn."

Goed, maar je moeder kon toch wel eens kortzichtig zijn, hoor.

Volgende vraagstuk Zou dat lukken?

„Ik wil niet, en daarna berouw hebbende, ging hij heen."

„Ik wil wel, en daarna berouw hebbende, ging hij niet."

Hè bah. wat een gedachten. Die moest hij nu eens van zich afzetten. Hij zou eerst die rip voor Frans er maar eens instampen. De wiskunde lukte niet.

Beneden zich hoorde hij moeder in de keuken.

„Dat hebben we aan God beloofd." Hij spitste zijn oren. Wat hoorde hij? Er rinkelde glaswerk Zo, moeder maakte scherven

Maar hé! Wat was het nu akelig stil

Ruimde ze het niet op? Het blééf stil

Ineens sprong hij op één en al onrust.

Met drie sprongen was hij benenden.

Moeder lag in de keuken.

„Wil!" schreeuwde hij naar boven. Zijn stem sloeg over van angst. Vader al weg nu moeder?

Wat zag ze akelig wit

Maar moeder sloeg de ogen al op. Ze glimlachte.

„Schrik maar niet hoor." Ze kwam overeind. „Ik was ineens een beetje duizelig."

Ja ja, een beetje

Wil nam haar bij de arm en zette haar op de bank.

„Blijven zitten hoor. Ik ruim het wel even op en dan drinken we eerst koffie."

De schoolavond was voorbij.

Hans was thuisgebleven.

Waarom? Hij zei het niet, praatte er niet over.

Die avond lag moeder lang geknield voor

haar bed. Ze bad voor haar jongen, die het zo moeilijk'had. Er was dankbaarheid in haar hart, dat de Heere hem nog weerhouden had. Er waren zoveel jongens en meisjes, die maar doorgingen. Die zich nergens meer wat van aantrokken. Haar jongen was toch niet beter.

Ze smeekte of de Heere beslag op zijn jonge hart zou willen leggen. Een uitwendige gehoorzaamheid was wel groot, maar het was niet genoeg. Zelfs de rijke jongeling miste nog het voornaamste.... Het was, alsof ze een ogenblik haar kinderen aan Gods voeten mocht neerleggen.

„Heere, ik kan ze niet bewaren, ik kan ze niet opvoeden. Vat Gij ze als een Vader bij hart en hand."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 oktober 1985

Daniel | 32 Pagina's

Konflikt

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 oktober 1985

Daniel | 32 Pagina's