Herfst
De wind beroert de blaren der abelen en zilver glimmert in het zonnelicht. De zachte harpen vangen aan te spelen een hooggestemd en woordeloos gedicht. En als de vingers langs de snaren strelen, zo speels en teer als bij een slapend wicht, wrikt toch het zilver los aan ranke stelen, totdat het zingend blad ten laatste zwicht.
De schone zomer zong door wijde zalen — in wouden, struiken en in 't korenveld — veelstemmig onder laaiend licht koralen.
Nu zal de echo 't zomerlied herhalen, voordat de herfststorm komt met groot geweld..... de dagen van de blaren zijn geteld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 oktober 1985
Daniel | 32 Pagina's