Op weg naar de volwassenheid
Er zijn vandaag heel wat ouders en ouderen die zich zorgen maken over de jeugd. Je kunt ouders horen verzuchten: hoe houd ik kontakt met ons opgroeiend kind? Er zijn kerkeraden die zich buigen over de vraag: hoe kunnen we onze jongeren bij de kerk bewaren? Je kunt in de krant en in tijdschriften interviews en artikelen lezen over het gedrag van jongeren. En als je zelf bij het jeugdwerk betrokken bent, worstel je nogal eens met de vraag: hoe bereiken we op onze verenigingen die jongeren die elders kontakten en gezelligheid zoeken?
Er is een groeiend aantal jongeren waarover ouderen zich zorgen maken. En blijkbaar heeft de snelle ontwikkeling van onze samenleving ook dit gevolg dat het steeds moeilijker wordt voor jongeren en ouderen om elkaar te verstaan. We spreken zelfs wel over verschillende leef-werelden. Daarmee wordt dan bedoeld dat jongeren in een andere (belevings)wereld leven dan ouderen. Met andere belangstelling, met andere normen, met andere opvattingen over levensstijl, over omgaan met elkaar, over de kerk en over vele andere facetten van het leven. Enquêtes die onder jongeren zijn gehouden, spreken in dit opzicht duidelijke taal. Deze tendens in de samenleving gaat ook aan de kerk niet voorbij. Ze gaan ook aan onze gemeenten niet voorbij. In elke gemeente zijn ze er: de jongeren die nauwelijks meer te betrekken zijn bij het kerkelijk leven. De jongeren die misschien nog wel naar de kerk gaan, omdat hun ouders dit op prijs stellen, maar toch innerlijk zo veraf staan van de dingen van Gods Koninkrijk en van de opvattingen die onder ons veelal als vanzelfsprekend werden ervaren. En waar jongeren wel trouw meeleven met het kerkelijk leven kan dat soms ook gepaard gaan met een zekere spanning. Spanningen tussen ouderen en jongeren, omdat jongeren aktiviteiten ontplooien waar ouderen beducht voor zijn. Spanningen omdat ouderen zich zo opstellen dat jongeren het gevoel krijgen dat ze niet serieus genomen worden. Het omgekeerde kan helaas ook het geval zijn. Wat kunnen er een spanningen ontstaan als jongeren de gezagsverhoudingen uit het oog verliezen. Er is dus reden te over om bezorgd te zijnr Is het niet verdrietig als in eigen kerkelijke gemeente deze zaken niet eens gepeild worden? Is dat al niet een bewijs van het feit dat ouderen en jongeren opgaan in de eigen leef-wereld en elkaar daardoor niet verstaan?
Volwassen worden is een groeiproces
Een eerste vereiste voor het omgaan met jongeren is dat ouderen proberen de leef-en denkwereld van de jongeren te begrijpen. We komen er immers niet veel verder mee als we alleen vaststellen dat jongeren zich anders gedragen. Het gaat dan vooral om de vraag: hoe komt het dat jongeren zich anders gedragen? Heeft het te maken met de tijd waarin we leven? Is het zo dat jongeren een andere denk-wereld hebben? Over welke zaken denken ze dan anders? Kan het ook zijn dat de groei naar de volwassenheid, de ontwikkelingsfase waarin men verkeert, een rol speelt? Juist in onze tijd is het van groot belang dat ouders/ouderen proberen een antwoord te vinden op deze vragen. Dan zijn er ook aanknopingspunten voor een positief gesprek met onze jongeren. Een gesprek krijgt immers dan pas echt waarde als ouderen zich proberen te verplaatsen in de leeftijdsfase waarin de jongere zich bevindt.
Ook de ouderen van vandaag zijn jong geweest. Ze hebben ook een periode in hun leven gekend, waarin ze veel moesten leren en vele indrukken en ervaringen moesten verwerken. Voor datzelfde probleem staan de jongeren. De moeite die ze daarmee hebben, spreken ze lang niet altijd uit; maar zou een bepaald (afwijkend) gedrag daarvan niet een uiting kunnen zijn? Laten we niet vergeten dat jongeren vandaag in een wereld leven waarin alles verandert. Veel ouderen hebben er al moeite mee om al die veranderingen bij te houden en te verwerken. Zouden jongeren daar dan geen moeite mee hebben? Soms lijkt het er op dat jongeren minder moeite hebben om zich bij veranderende opvattingen aan te sluiten. Toch is er meestal meer aan de hand. Jongeren staan vandaag voor de opgave om een weg te vinden in een samenleving waarin de kloof steeds groter wordt tussen datgene wat men van huis uit meekrijgt en wat zich aan hen opdringt. Dat vraagt telkens weer keuzes. Keuzes waar jongeren het vaak moeilijk mee hebben, omdat alles bij henzelf nog in ontwikkeling is. De basis ontbreekt nog om tot een evenwichtige afweging te komen. De jongeren die in deze fase in de beschermde omgeving van de reformatorische school verkeren, hebben het in dit opzicht gemakkelijker dan leeftijdsgenoten die elders studeren of werken. Voor alle jongeren geldt echter dat ze in deze leeftijdsfase nog sterk met zichzelf bezig zijn. Wie ben ik? , is de grote vraag. Jongeren moeten leren eigen inzichten te verwerven en hun eigen gevoelens te hanteren. Ze staan voor de opgave om zich normen eigen te maken, waarmee hij/zij in het leven wil staan. De jongere is immers op weg naar de volwassenheid. Straks zal hij/zij een eigen weg moeten gaan. Straks wordt van de jongere verwacht dat hij/zij iemand is met een eigen mening en zich overeenkomstig de eigen waarden en normen gedraagt. Volwassen worden is een groeiproces. Je bent er niet in een handomdraai. Het kost jongeren strijd, ook met zichzelf.
Waar worstelen jongeren mee?
Het is onmogelijk om in kort bestek een volledig beeld te schetsen van wat jongeren in de groei naar de volwassenheid kan bezig houden. We stippen enkele zaken aan.
* Met wie ga ik om ?
Jongeren zoeken kontakten met leeftijdsgenoten. Iedere jongere heeft behoefte aan echt kontakt met vrienden(innen). Je ontmoet jongeren op school, op catechisatie, op je werk en hopelijk ook op de vereniging. Je zoekt aansluiting en er wordt ook door leeftijdsgenoten een beroep op jou gedaan. Je leert de belangstelling en interesse van de jongeren in jouw omgeving kennen. Je wordt uitgenodigd voor een verjaardag, voor een zaterdagavondbesteding of voor een sportklub, om maar enkele voorbeelden te noemen. Je komt voor de keus te staan. Met wie ga ik om? Wat kan het strijd kosten om vrienden los te laten die je mee willen nemen naar gelegenheden waar je niet thuis hoort. Soms kan dat zelfs een breuk betekenen met jongeren uitje gemeente. Je komt alleen te staan. Wat kan het moeilijk zijn om dan de juiste weg te kiezen.
* Hoe ga ik met mijn gevoelens om?
Jongeren kunnen worstelen met een gevoel van eenzaamheid, van niet-begrepen worden. Wat kan 't moeilijk zijn om jezelf te aanvaarden zoals je bent. Wat kan er een gevoel van minder-waarde zijn ten opzichte van andere jongeren. Je staat als jongere voor de opdracht om jezelf te aanvaarden met de gaven en mogelijkheden die jij gekregen hebt. 't Kan ook zijn dat je de hindernis leert kennen van tegenstrijdige gevoelens die je vaak zo moeilijk een plaats kunt geven. Vooral als er „een ander" je levensweg kruist. Je hebt soms het gevoel dat liefde voor de ander en hartstocht in je leven verstrengeld zijn. Wat kan dat een strijd betekenen tegen de zonde en je jonge leven. Een strijd tegen zondige gedachten, woorden en daden.
* Wat betekenen ouderen voor mij?
Bij ouderen denken we in de eerste plaats aan onze ouders. Jij wordt geroepen om je ouders te eren. Je weet het wel. Maar wat kan dat in de praktijk van elke dag moeilijk zijn. Je leert de hindernis kennen van je karakterfouten. Je ontdekt de zonde ook in de verhouding ten opzichte van je ouders. Wat is het moeilijk om iets dat verkeerd gegaan is weer goed te maken. Wat kan het jou een strijd kosten om het gezag van je ouders te aksepteren als ze je een weg wijzen die naar Gods Woord is, terwijl jij een andere weg wilt gaan. En hoe staat het met jouw houding ten opzichte van hen
„die over ons gesteld zijn"? Denk eens aan je leraar op school, je baas op het werk, de dominee of ouderling op de catechisatie. Hoe is dan jouw houding? Laat je je meeslepen in een sfeer van verzet, van eigen wijsheid? Laten we maar eerlijk vaststellen dat veel jongeren vandaag deze weg op gaan. Strijd jij daar tegen? Heb jij al ontdekt dat je ouders veel voor je betekenen? Zijn er in jouw leven al ouderen die jou de richting mogen wijzen? Denk eens over deze vragen na. Als ouderen iets voor je mogen betekenen, is dat altijd winst, voor jou!
* Wat betekent de kerk voor mij?
Bij de kerk ben jij betrokken. Dat is voor kerkelijke jongeren meestal geen vraag. Hoewel.... Er zijn vandaag ook kerkelijke jongeren die daar moeite mee hebben. Ze zijn bezig om zich los te maken van de kerk. Wat is dat verdrietig. Je ziet ze zomaar van de gemeente vandaan groeien. De kerk is hen tot last geworden. Ze willen midden in de wereld staan, aan de andere kant van de kloof. Hebben wij deze jongeren van de gemeente al afgeschreven? Of worstel je nog om het behoud van deze jongeren? En hoe sta jij ten opzichte van de kerk waarin de Heere jou plaatste? Deze vraag is nauw verbonden met de vraag hoe je tegenover de Heere en Zijn Woord staat. Steeds meer jonge mensen laten zich vandaag niet meer gezeggen door het Woord van God of nemen het niet zo nauw met Gods gebod. Anderen strijden voor de waarheid, maar leven van maandagmorgen tot zaterdagavond voor de dingen van de wereld. En toch zijn er ook jonge mensen die worstelen met de vraag: hoe kom ik tot God bekeerd? Als deze vraag in jouw leven gekomen is dan ken je Ook iets van de verborgen worsteling aan Gods genadetroon. Dan laat je jouw plaats in de kerk niet gemakkelijk leeg. Dan krijgt de dienst van God waarde in jouw leven. Dan komen jouw vragen ten opzichte van de kerk en de traditie van de kerk in een ander licht te staan. Dan heb je jouw kerk lief, ondanks alle teleurstellingen en verdrietige dingen die je ook in de kerk ervaart. Als je door genade met Mozes mag zeggen dat je liever met het volk van God kwalijk behandeld wordt dan voor een tijd de genieting van de zonde te hebben, dan heeft de kerk echt betekenis voor jou!
* Hoe krijg ik een plaats in de samenleving?
Jongeren gaan naar school en studeren om een plaats te verwerven in de samenleving. Dat ingroeien in de samenleving kan veel problemen met zich meebrengen. Welk beroep kies je? Krijg ik in de richting waarvoor ik studeer nog wel werk? En als je niet aan de slag kunt komen, wat kunnen er dan veel vragen zijn in je leven. Wat kun je opstandig worden als je steeds weer een „nee" moet.horen op je sollicitaties. En als er zich een baan aandient, kan ik daar dan wel werken? Is er wel sprake van „getrouw en naarstig arbeiden in ons goddelijk beroep" als ik mee moet werken aan zaken die in strijd zijn met Gods Woord? Moet ik om een plaats te krijgen in de samenleving dan toch maar niet over de bezwaren heenstappen? Wat kan het moeilijk zijn en strijd opleveren als je uit je eigen beschermde omgeving treedt en in de samenleving je plaats moet gaan innemen. Hoe zul je dan in eigen kracht deze weg kunnen gaan?
Omgaan met jongeren
Als we dit alles op ons laten inwerken, wordt het antwoord op de vraag naar de manier van
omgaan met jongeren niet eenvoudiger. Pasklare oplossingen zijn er zeker niet te geven. In het voorafgaande is reeds benadrukt dat begrip voor jongeren een belangrijke voorwaarde is voor het gesprek. Als het gaat om de toerusting van jongeren willen we ter afronding nog enkele aandachtpunten noemen.
* Het gezin gaat voorop
Wat is het een voorrecht als jongeren mogen verkeren in een gezinssituatie waar begrip is. Waar rekening wordt gehouden met de ontwikkelingsfase waarin jongeren verkeren. Waar niet alles negatief beoordeeld en besproken wordt. Wat is het juist vandaag van belang dat het gezin een veilige haven is waar de kindern (met vrienden en vriendinnen) „thuis-zijn". Waar de weg gewezen wordt. De weg van Gods Woord. Daartoe worden ouders geroepen, ook in 1985. Spreuken 22 : 6 geeft daarbij de richting aan: e jongeren te leren „naar de eis zijns wegs". De kanttekenaren wijzen er op dat dit betekent: eren naar begrip en leeftijd!
Dat vraagt van ouders veel liefde en geduld. Dan kan de verborgen omgang met de Heere niet gemist worden. Wat zijn die jongeren bevoorrecht die in deze tijd mogen opgroeien in een gezin waar nog gesproken wordt over de dienst des Heeren en waar vader en moeder met de Heere spreken over hun kinderen.
* De school en de kerk volgen
Ambtsdragers en opvoeders gaan met jonge mensen om die in een wereld leven met ongekende mogelijkheden. De verleiding om op te gaan in de dingen van wereld is groot. Onze kracht daartegen is klein. Ambtsdragers en opvoeders kunnen jongeren niet bekeren. Dat kan de Heere alleen. Maar wat is het een voorrecht als jonge mensen nog opvoeders kennen die hen mogen wijzen op het Woord van God. Die hen mogen wijzen op de roepstem die vanuit Gods Woord tot hen komt. Opvoeders die niet boven de jongeren staan, maar met begrip en liefde naast hen staan. Naast jongeren die trouw naar de catechisatie en de jeugdvereniging gaan. Maar ook naast jongeren die soms zo kritisch en zo onverschillig lijken. Opvoeders die oog hebben voor de problemen van jongeren. Meer dan ooit hebben jongeren ouderen nodig die hen helpen en voor-leven.
* De jeugdvereniging mag niet achter blijven
Juist omdat het zo moeilijk is om jongeren in een bepaalde leeftijdsfase persoonlijk te benaderen, is de ontmoeting op de jeugdvereniging van groot belang. Binnen de kring van leeftijdsgenoten kan besproken worden wat jongeren bezig houdt. Daar kan gesproken worden over de vragen waar jongeren mee worstelen. Als deze ruimte er binnen de gemeente niet is, zullen jongeren op andere plaatsen antwoorden zoeken. Ten diepste laten we dan jongeren alleen staan bij hun worsteling in de groei naar de volwassenheid. We zijn er niet mee klaar als onze jongeren op de zaterdagavond ergens onderdak hebben. Zorg voor onze jonge mensen omvat meer. Jongeren hebben toerusting nodig. Laat dan onze vereniging die toerusting mogen bieden, onder verantwoorde leiding in een open sfeer. In de moeilijke tijd waarin we leven, hebben jongeren en leidinggevenden daarbij het vertrouwen en de begeleiding van ouders en ambtsdragers nodig. Ruim 50 jaar geleden schreef ds. G. H. Kersten in „De Saambinder" (naar aanleiding van de oprichting van een jongelingsvereniging): , , 'k Moet eerlijk zeggen, ik kan het niet kwaad maken, neen, ik zou het moeten prijzen als het daar komen kon. En ik heb menigmaal gedacht zoo alleen (middellijk gesproken) een bolwerk te kunnen werpen tegen de macht van wereldzin en ongeloof, die onze jongens aangrijpt." Deze gezindheid is ook in 1985 nodig. Met het oog op het behoud van onze jongeren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 oktober 1985
Daniel | 32 Pagina's