De tijd waarin jongeren leven
Met de jongeren in de titel van dit artikel worden met name jongeren van de Gereformeerde Gemeenten bedoeld. De redaktie vroeg mij een schets te geven van de hedendaagse ontwikkelingen waarmee zij geconfronteerd worden. Wie over omgaan met jongeren wil nadenken, moet immers iets weten van de tijd waarin zij opgroeien. Laten wij eerst even een blik slaan in de „Nota Jeugdbeleid", die dit voorjaar in de Tweede Kamer is besproken, en in de nota „Jongeren in de jaren tachtig" van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Uit de regeringsnota en het SCP-rapport komt het volgende beeld van jongeren (in het algemeen!) naar voren:
1. Veranderingen in de samenstelling van de bevolking
De samenleving ontgroent, vergrijst. Er is een duidelijke tendens naar individualisering. De samenleving is multicultureel: de invloed van etnische minderheden doet zich gelden.
2. Gezin en opvoeding
Het traditionele gezin is minder vanzelfsprekend. Onder invloed van de emancipatie verandert het klassieke man-vrouw patroon. Andere samenlevingsvormen dan het huwelijk zijn ingeburgerd. De gemiddelde gezinsgrootte is gedaald. Echtscheiding komt frequent voor. De leeftijd waarop jongeren het ouderlijk huis verlaten, stijgt. Op 18-jarige leeftijd woont nog slechts 4% van de jongeren zelfstandig, op 24jarige leeftijd ongeveer 75%. De jeugd wordt meer serieus genomen en is onderhandelingspartij geworden. Traditioneel levensbeschouwelijke organisaties zijn steeds meer van de opvoedingsmarkt verdrongen. Er is sprake van een hoge mate (66%) van onkerkelijkheid. De politieke betrokkenheid is relatief gering.
3. Onderwijs
De leerperiode is verlengd. Het niveau is gestegen. Toch komt ongeveer 15% van school met niet meer dan enkele jaren lager beroepsonderwijs, terwijl het algemeen voortgezet onderwijs door 15% wordt verlaten zonder examen te doen. De omvang van scholen is
toegenomen: basisscholen en scholengemeenschappen bepalen nu het beeld. Voortdurende her-en bijscholen is gewenst in verband met werkloosheid.
4. Arbeid
Door gebrek aan ervaring worden vooral jongeren geconfronteerd met werkloosheid, die in toenemende mate langdurig van aard is. Er komt verandering in het werkpatroon: deeltijdarbeid en arbeidstijdverkorting.
5. Vrije tijd
Er is een intensieve belangstelling voor popmuziek. Al op 15-jarige leeftijd gaat de meerderheid van de jongeren niet meer met de ouders op vakantie. De samenleving is nog onvoldoende ingesteld op de toename van vrije tijd. Geconstateerd wordt een toenemend alcohol-en druggebruik, leidend tot een stijging van de kleine criminaliteit.
Zo. Dat was de foto, zoals die door onze overheid is genomen. Laten we vervolgens eens proberen op een rijtje te zetten met welke faktoren in het bijzonder ónze jongeren geconfronteerd worden. Volgens mijn eigen visie althans.
1. Een kloof tussen de reformatorische visie en die van het maatschappelijk geweten op onderwerpen als: voorbehoedsmiddelen, abortus provocatus, euthanasie, het huwelijk, het gezin, de plaats van de vrouw, echtscheiding, homofilie. Terwijl de oudere generatie de nieuwe visies „vanzelfsprekend" afwijst, worden onze jongeren ermee geconfronteerd als zaken die „ter diskussie" (mogen) staan. De vanzelfsprekendheid slijt. De noodzaak om antwoorden te geven, dringt zich daarentegen steeds meer op.
2. Veel van onze jongeren laten zich meeslepen door de popmuziek, of oriënteren zich op de klassieke zangen orgelmuziek, die in onze kring professioneler vormen krijgt, met alle gevaren van uitwassen van dien.
3. Stijging van het onderwijsniveau en van de deelname aan universitair onderwijs kan de communicatie tussen jongeren enerzijds en ouders en ambtsdragers anderzijds verstoren, hetgeen ook van invloed is op wat jongeren nog als gezaghebbend ervaren.
4. Zondagswetgeving, beleid met betrekking tot abortus en euthanasie, emancipatiebeleid en anti-discriminatiewetgeving zullen belemmeringen opwerpen voor deelname van reformatorische jongeren aan het maatschappelijk bestel. Het uitkomen voor het geloof zal daardoor publieker vormen aannemen, hetgeen een louterende werking zal hebben.
5. Zowel de onderwijssituatie (reformatorische scholengemeenschappen) als de druk vanuit de maatschappij (anti-christelijke tendenzen), nodigen uit tot een zekere „reformatorische oecume".
6. In het computertijdperk (beeldschermen) wordt het onderscheid met het medium televisie uitgewist. Dit zou tot identiteitsverlies kunnen leiden.
7. Door de massaliteit van scholen en de trek naar grotere kerkelijke gemeenten (mobiliteit) neemt de sociale controle af. Ook de kerkelijke betrokkenheid kan dan minder worden.
8. Onze jongeren lopen het gevaar rechtzinnig in de leer geheel los te maken van nauwgezetheid in het leven.
9. Er kan een kloof ontstaan tussen behoefte aan beslotenheid (bespreekbaar maken vegroot wellicht polarisatie) en de voor jongeren vanzelfsprekender wordende openheid (hedendaagse mondigheid).
Tot slot, het gevaar van een artikel als dit is dat het beschrevene, door de lezer ervaren kan worden als het door de schrijver gewenste. Daarom lijkt het mij niet overbodig om te besluiten met de opmerking dat het signaleren van ontwikkelingen geenszins wil zeggen dat ik met die ontwikkelingen zou instemmen. De opmerkingen zijn bedoeld als aanzet voor het gesprek over omgaan met jongeren.
Over ieder punt zou een uitvoerig artikel geschreven kunnen worden, waarin tevens allerlei nuanceringen aangebracht zouden worden. Ove een aantal van deze onderwerpen werd eerder reeds in Daniël geschreven, andere komen in het vervolg vast nog wel aan de orde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 oktober 1985
Daniel | 32 Pagina's