JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Op een niet- reformatorische school

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Op een niet- reformatorische school

14 minuten leestijd

Als ik die apostolische geloofsbelijdenis dan eens doorlees, zie ik gelijk een aantal dingen die op onze school niet kloppen. Dat begint al direkt bij het eerste artikel, waarin staat dat God de Vader de Schepper is van hemel en aarde. Zowel bij biologie als bij godsdienst wordt de schepping tegengesproken. Want dat kan toch niet! De wetenschap heeft toch aangetoond dat....

Dan het woordje: „oordelen"'. Daarover wordt zwaar gediskussieerd tijdens de godsdienstles. Want God is toch liefde? Dan zal Hij toch niemand in de hel werpen? Bovendien: hoe kan Hij de heidenen die nog nooit van Hem gehoord hebben, nou straffen voor iets waarvan ze niets weten? Dat is toch onzin? Dat valt toch niet te rijmen met Zijn liefde? Trouwens, Paulus schrijft dat de heidenen de regels van God in hun hart hebben. Nou dan!?

Eenling

De grootste moeilijkheid is over het algemeen, dat je er geen weerwoord op hebt. Je zit daar als eenling, soms met z'n tweeën, en je gaat tegen de rest van de klas en de leraar in. Dat laatste is het moeilijkste, omdat hij het best onderlegd is.

Meestal kan hij je argumenten ontzenuwen. Alleen als je gewoon zegt dat je het niet gelooft, kan hij daar niets tegenin brengen. Want tenslotte moet iedereen zelf weten wat je gelooft. Daar kun je toch weinig aan veranderen. En uiteindelijk moetje dat respekteren.

Bijna alles wordt „gerespekteerd". Dat houdt in: nou ja, laat ze!

Je moet gewoon jezelf zijn en geloven wat je zelf wilt. Als iemand het daar niet mee eens is, dan moet hij dat ook maar gewoon zeggen. En daar hoefje je verder toch niks van aan te trekken.

De paaswijdingen

Pasen is nog altijd een feest dat op onze school herdacht wordt. Maar wèl op een manier waar je het niet mee eens kunt zijn. Een keer werd onder andere het gedicht ' „ballade van jezus bar abbas" voorgelezen. Hij zou de moordenaar aan het kruis geweest zijn, tegen wie de Heere Jezus zei: „Heden zult gij met mij in het Paradijs zijn".

Het verhaal wordt als volgt verteld: Jezus Bar Abbas had de zoveelste moord gepleegd. Nu zal Pilatus hem laten doden.

De bewaker brengt hem daarom weg:

....Ze brachten hem in een lichtere cel war al een ander stil te wachten zat. Jezus Bar Abbas dacht: hem ken ik wel, we zijn afkomstig uit dezelfde stad.

Als de vreemdeling weg is, herinnert hij zich wie het geweest moet zijn:

....Hij dacht en dacht: is deze vreemde niet mijn kleine trouwe vriend en naamgenoot die ik vroeger op mijn fluit blazen liet en die soms mee at van mijn brood? Jazeker, het is Jezus, het zoontje van zijn vroegere buurman, Jozef. Maar dan wordt hij gestoord door de bewaker, die hem in naam van Pilatus vrij komt laten. Dan ziet hij zijn buuijongen staan, raar uitgedost. Hij vraagt wat er aan de hand is. Als hij het spottende antwoord hoort, wordt Bar Abbas kwaad:

„Ik zal je zeggen hoe 't dan verder gaat: hij is een koning en van nu af aan dien ik hem als soldaat".

En als zijnde een soldaat van koning Jezus vermoordt hij zijn tegenstanders.

Hij wordt gearresteerd en naast Jezus aan het kruis gehangen.

....En Jezus de moordenaar ziet opzij Jezus de koning diep verslagen aan. die knikt hem toe en zegt: je kunt met mij het koninkrijk der stilte binnengaan.

Een ander jaar is het een verhaal van de vrouwen, die bloemetjes naar het graf van Jezus gingen brengen: „Je moet toch wat".

Klasse-avonden

In de brugklas is het heel onschuldig een sinterklaas-of spelletjesavond.

Maar in de hogere klassen draaien ze popmuziek of een film. Ik ben blij dat mijn ouders van het begin af aan gezegd hebben dat ik beter niet kon gaan.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik dat toen niet zo leuk vond, vooral om dat „onschuldige", maar het bespaartje veel argumenteren.

Want als je van het begin af aan konsekwent bent, weten ze het op den duur wel. Ze zeggen al bij voorbaat: „Jij komt zeker niet he? "

En dan vinden ze het eerlijk nog erg zielig voor mij ook. Nou, ik voel me bepaald niet zielig en dat zeg ik dan ook. Maar ze kunnen zich dat niet voorstellen. Evenmin als ik me voor kan stellen waarom zij zich hele avonden kunnen nestelen voor de T.V. en zich dan niet vervelen. Of hele uren kunnen doorbrengen in één of andere bar, waar je elkaar niet kunt verstaan door de muziek en het dan nog leuk vinden ook. Misschien komt dit stukje wel erg negatief over. Toch kan ik niet zeggen dat ik het erg vind om op deze school te zitten. Wat ik geschreven heb zijn zomaar wat dingetjes die moeilijk zijn, maar die je later ook tegen zult komen.

Het is ook erg fijn om er met je ouders over te kunnen praten. Dan kun je soms achteraf een argument van een leraar ontzenuwen, datje eigenlijk net als een angeltje prikt.

Ik denk dat het je geen kwaad zal doen met deze dingen gekonfronteerd te worden. Je merkt daardoor des te beter dat je niet zonder Gods hulp kunt.

En om dat te merken kan nooit slecht zijn.

Annemieke van der Toorn

Hoe is het om op een niet-reformatorische school te zitten?

Daarover hebben we een vraaggesprekje gehad met een 15-jarig meisje dat vier jaar lang op een (algemeen) christelijke school voor L.H.N.O. gezeten heeft en nu naar een M.D.G.O.-school hoopt te gaan. Om bepaalde redenen kunnen we haar naam niet noemen. Ik noem haar daarom maar Ada.

Ada had indertijd niet de mogelijkheid om naar een reformatorische school voor L.H.N.O. te gaan, omdat die er toen niet meer was.

Met haar spraken we over de sfeer, de levensbeschouwing e.d. waarmee zij te maken kreeg op die niet-reformatorische school.

Ada, stel dat er toen jij naar het voortgezet onderwijs ging, wel een reformatorische L.B. O.-school was geweest. Waar zou jij dan naar toe zijn gegaan?

Afhankelijk van de plaats en de afstand zou ik waarschijnlijk naar een reformatorische L.B.O.-school zijn gegaan. Omdat er geen was, hebben mijn ouders het advies van het hoofd van de lagere school opgevolgd en zo ben ik op een chr. scholengemeenschap gekomen.

Kun je een paar behoorlijk grote verschillen noemen tussen de reformatorische lagere school en de christelijke scholengemeenschap waar je op hebt gezeten?

Op de lagere school werd er 's morgens en 's middags begonnen en geëindigd met gebed. Op de christelijke scholengemeenschap alleen aan het begin en eind van de dag.

Er werd op de reformatorische school uit de Statenvertaling gelezen, op de christelijke school ook uit de Nieuwe Vertaling en Groot Nieuws. Daar was het afhankelijk van de leraar.

Er waren er die erg netjes gekleed waren, maar vooral bij de leerlingen waren er die erg hip gekleed waren.

Op de lagere school hadden de meisjes half lang tot lang haar en gebruikten ze geen make-up. Op de scholengemeenschap was de haardracht erg gevarieerd en gebruikten veel meisjes make-up.

Op de lagere school was de grondslag de Bijbel en de belijdenis, op de nietreformatorische school was het erg afhankelijk van de leerkracht.

Had je in het begin niet veel moeite met vooral de andere sfeer op je laatste school?

Nee, ik had niet zoveel moeite met de andere sfeer en sloot mij bij'die leerlingen aan die me wel accepteerden, ondanks dat ik mij aan hun doen en laten niet aanpaste.

Werd je. vooral om je kleding en je langere haar en ook omdat jij je niet opmaakte niet uitgelachen?

Om mijn andere kleding (rok of jurk) werd ik niet uitgelachen. Wel vroegen ze mij ernaar. Ze vonden het niet stom. Problemen door het langere haar en het niet opmaken, had ik niet. Dit had ook wel zijn reden, omdat er meerdere leerlingen van de Gereformeerde Gezindte op deze school zitten en deze kleding en haardracht ook in de plaatselijke gemeente nog een gewoon verschijnsel is. Ook de leerkrachten maakten hierover nooit een misplaatste opmerking. Het was wel zo dat sommige meisjes uit de Gereformeerde Gezindte wel make-up gingen gebruiken.

Het taalgebruik vertelde je, was wel duidelijk anders, waarin bijvoorbeeld?

Er werd door de leerlingen nogal eens gevloekt. Mijn medeleerlingen wisten wel dat ik daar niet van hield en als ik dan in hun buurt stond, boden sommigen wel hun excuses aan. Jammer was echter wel dat er meisjes waren uit de Gereformeerde Gezindte die dit taalgebruik overnamen.

Door de leerkrachten werd vloeken op school niet getolereerd.

De ene leraar verbood het gewoon, terwijl een andere lerares er dieper op inging.

Wat waren vooral de onderwerpen van gesprek onder de meisjes en hoe stelde jij je daartegen over?

Geliefkoosde onderwerpen waren vooral: kleding, make-up, uitgaan, verkering, jongens en dansen. Omdat ik van veel onderwerpen weinig afwist en mij er ook niet voor interesseerde of er behoefte aan had, nam ik hieraan geen deel. Mijn opvoeding thuis speelt hier ook wel een belangrijke rol in. Als de andere leerlingen aan mij vroegen wat ik dan deed, vertelde ik het ze gewoon over thuis of iets van de jeugdvereniging.

Kreeg je om deze redenen niet wat groepsvorming op school?

Ik was de enige uit mijn klas van de Gereformeerde Gemeenten, dus moest ik mij wel bij de andere meisjes aansluiten en nogmaals, ik werd ondanks mijn anders zijn wel door hen geaccepteerd, hoewel ik 'het meest met een gereformeerd meisje optrok die ook niet van disco's hield en weieens met mij naar onze kerk wilde gaan. Maar in andere klassen waar meer meisjes van één kerkgenootschap bij elkaar in de klas zaten, was er wel groepsvorming.

Bij het vak godsdienst hoorde je ongetwijfeld iets anders dan je thuis en in de kerk gewend bent. Hoe reageerde je daarop?

Bij dit vak waren er nooit problemen omdat de lerares zelf lid is van de Gereformeerde Gemeenten. Ik heb ook al deze vier jaren van haar les gekregen.

Een wat moeilijker vraag: zou je kunnen zeggen wat men in z'n algemeenheid op deze school onder, , het geloof' verstaat, en kwamen daar ook de begrippen: wedergeboorte en bekering naast de lessen godsdienst aan de orde?

Het geloof heeft in z'n algemeenheid de inhoud van: geloven dat er een God is, dat Christus geleden heeft en dus ook mijn zonden vergeven zijn. Verder vooral veel goed doen. je naaste liefhebben. Het is overwegend horizontaal gericht. De medemenselijkheid staat hoog in de top. Je hoort ook niet naast de lessen godsdienst, dat je wedergeboren moet worden en bekeerd. Een ieder mag zijn geloof belijden zoals hij wil. Men is wat dat betreft niet moeilijk.

Bij het vak nederlands moest jij een aantal boeken lezen. Moest je er ook lezen met een duidelijk on-christelijk karakter?

Nee, boeken werden niet verplicht voorgeschreven. Wel moest ik aan de docent nederlands vragen of ik een bepaald boek mocht lezen. Ik had het dus betrekkelijk zelf voor het uitkiezen. De titels werden bij mij allemaal geaccepteerd.

Waren er ook leerboeken — en dan denk ik in jouw situatie vooral aan leerboeken voor maatschappijleer en gezondheidskunde, biologie — waarin onderwerpen staan waarmee jij het niet eens kon zijn?

Bij maatschappijleer gaat men niet uit van het scheppingswonder en ook de afbeeldingen in de boeken zijn soms minder stijlvol. De leerkrachten lieten ons meer in groepjes diskussiëren over een bepaald onderwerp bijvoorbeeld reklame of abortus.

Na de diskussie konden dan de meningen gezegd worden. Een eigen mening, ook geen bijbelse visie, werd er door de docent niet gegeven. Bij gezondheidskunde ging het bij bepaalde onderwerpen net eender.

Hoe was jouw reaktie toen je in de tweede klas bij het vak gezondheidskunde met het onderwerp voorbehoedsmiddelen gekonfronteerd werd?

Bij dit onderwerp werd er ook weer in groepjes gepraat. Ieder kon z'n voor of tegen naar voren brengen. Samen met het al eerder genoemde gereformeerde meisje was ik de enige die tegen het gebruik van deze middelen was. Ook bij dit onderwerp gaf de docent geen eigen visie.

Werd er over een t.v.-programma tijdens de les gesproken en eventueel getoetst? Er werd wel over gesproken tijdens de les maar vragen of toetsen werden er niet gedaan.

Ter ondersteuning van de lessen werden er weieens films gedraaid. Hoe was dat op jouw school?

Er werden weieens films gedraaid over onderwerpen die op de les betrekking hadden bijvoorbeeld over drugs en in de vierde klas ook over een bevalling.

Werden er ook zogenaamde buitenschoolse aktiviteiten georganiseerd en was je verplicht daaraan mee te doen?

We hadden bijvoorbeeld klasse-avonden die toch wel leuk waren. Er werden verkleedpartijen georganiseerd die ook aardig waren. Er werden dan verschillende docenten nagebootst. Ik vond het wel leuk maar ik deed er niet aan mee. Er waren ook regelmatig filmavonden maar daar ging ik niet naar toe. Wat daar vertoond werd, weet ik dus niet. De laatste schooldag hadden we een gezellig etentje en 's avonds was er een disco. Al deze evenementen hadden een vrijblijvend karakter. Je was niet verplicht er aan deel te nemen.

Organiseerde men bij bepaalde gebeurtenissen toneelvoorstellingen?

Alleen bij klasse-avonden en dan had het meer weg van verkleedpartijen dan van echt toneel. Hoewel ik niet precies de scheidslijn zou weten tussen deze twee evenementen.

Kwam de kerstviering enigszins overeen met de kerstviering bijvoorbeeld op de jeugd veren iging ?

Deze kerstvieringen waren heel anders van inhoud en opzet dan op de jeugdvereniging. We hadden bijvoorbeeld een klankbeeld en er werd een kerstverhaal verteld maar het eigenlijke kerstevangelie bleef achterwege.

Wel kwam naar voren dat we juist in die tijd ook aan de arme mensen en kinderen moesten denken.

Je zult best weieens met de zaken die zich op jouw school voordeden problemen gehad hebben. Met wie besprak je die, of verwerkte je die zelf?

Die dingen besprak ik thuis met mijn ouders of met mijn zus. Het meeste verwerkte ik zelf. Ik ben niet zo'n prater.

Wat vond jij nu de nadelen en wat de voordelen van deze school en welke raad zou je jongeren die nu wel kunnen kiezen, willen geven?

De nadelen zijn bijvoorbeeld een duidelijk niet reformatorische levensbeschouwing zodat men je bij vooral moeilijke onderwerpen zoals abortus en drugs maar een beetje laat zwemmen. Je moet zelf maar zien te bepalen wat je standpunt moet zijn, zonder een bijbelse visie en steun van de docent.

Fijn was het dat ik een docente godsdienst had die wel uit de Gereformeerde Gezindte kwam.

De voordelen lagen vooral in het betrekkelijke vlak: fijn dicht bij huis, dus gezellig tussen de middag thuis eten, geen lange reistijden.

Toch gaat mijn voorkeur denk ik uit naar een reformatorische L.B.O.-school.

Hoewel reistijd en de plaats van de school beslist niet onbelangrijk zijn. Want als je vrij bent, waar kun je daar dan niet allemaal mee in aanraking komen? Om de bijbelse begeleiding en visie zou ik dus jongeren aanraden naar een reformatorische school te gaan. Aan de andere kant moet ik wel zeggen dat je op een niet-reformatorische school meer weerbaar wordt.

Ada heel hartelijk dank voor je medewerking aan dit gesprek en ik wens je Gods zegen en veel succes toe op je nieuwe school.

Naschrift

Uit bovenstaand vraaggesprek blijkt wel het behoorlijk grote verschil in levensbeschouwing tussen een christelijke school en een reformatorische school.

Ada had gelukkig het voorrecht dat zij voor het vak godsdienst een docente had uit de Gereformeerde Gezindte en dat haar levensbeschouwing niet als vreemd werd gekenmerkt omdat in de burgerlijke gemeente deze levensbeschouwing voor een behoorlijk deel nog voorkomt. Niettegenstaande dat werd ze wel gekonfronteerd met zaken die als „normaal" beschouwd werden denk bijvoorbeeld aan het onderwerp voorbehoedsmiddelen, waarbij iedere mening geaccepteerd werd.

Het is duidelijk dat jongeren met een minder vaste overtuiging hier heen en weer geslingerd worden, terwijl ze juist in deze levensperiode uit zijn op vastheid (wat is waarheid? ) Op veel christelijke scholen wordt er een moderne theologie geleerd. Nu kunnen gelukkig ook de L.B.O.leerlingen uit de omgeving van Rotterdam en Amersfoort naar een reformatorische school, zodat de ouders niet in gewetensnood hoeven te komen met hun doopbelofte.

J. J. C. Hogendoorn

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 september 1985

Daniel | 32 Pagina's

Op een niet- reformatorische school

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 september 1985

Daniel | 32 Pagina's