Toe maar, Heleen!
ons vervolgverhaal deel 3
De dagen zijn snel voorbij gegaan. Heleen heeft heel hard gestudeerd om het gedichtje uit haar hoofd op te kunnen zeggen. Gcrdien is nog ziek. Dat is ó zo zielig voor haar.
Nu zitten Heieen, Erik en alle kinderen van de zondagsschool in de kerk. Ja, en nog veel meer mensen. Vaders, moeders, oma's en opa's en.... iedereen die wilde komen. De kerk zit vol. De kinderen hebben hun zondagse kleren aan.
Natuurlijk.... als het feest is....!
De juffrouws en meesters van de zondagsschool lopen druk heen en weer. Maar als meester van Buren die vanavond de leiding heeft, gaat beginnen, is iedereen rustig.
Heleen heeft het gedichtje thuis voor mama en papa opgezegd. Het kon niet beter! Ze voelde zich een beetje gewichtig. Maar nu....! Ze trilt in de bank. Papa had gezegd:
„Een vers opzeggen is ook voordragen", dus....
Verschillende verzen zingen ze met elkaar. Prachtig hoor!
En dan klinkt de stem van juffrouw Tonia:
„Heleen zal voor ons een gedichtje opzeggen".
Schoorvoetend loopt Heieen naar voren en gaat boven op een bankje staan, dat juf aanwijst. O, wat veel mensen ziet ze nou! Ze kijken allemaal naar haar. Hoe begint het ook al weer?
Heel zachtjes zegt juf de eerste regel.
Gelukkig, de juffrouw helpt. Maar Heieen voelt't.... Eén is er Die haar helpt. Dat is het voornaamste! En aarzelend, maar steeds duidelijker begint ze:
Wij hebben vandaag feest Ook kijken we in het verleden, wat de Heere voor ons is geweest. Maar de dag van morgen is voor ons verborgen.
Die dag weet God alleen. Er is niemand, die één dag of uur, blikken kan in Gods raadsbestuur. Is het soms vreugde of droefheid, Is het verdriet of ongeval? Wij weten niet wat morgen, de Heere van ons-nemen zal.
De grootste schat is, als wij mogen weten, dat onze schuld vergeven is. God is het, Die 't heelal bespant en verleden, heden en de toekomst ligt in Zijn hand".
Heieen gaat op haar plaats zitten. Juf geeft haar een knipoogje en fluistert als Heieen langs haar lopt: , , 't Ging goed hoor!"
Heieen heeft geen fout gemaakt. Iedereen kon haar verstaan. Voorzichtig kijkt ze om zich heen. Wat hééft ze er tegenop gezien. Heieen is ó zo blij! En als ze weer met de andere kinderen zingen moet, voelt ze zich opgelucht.
Meester Van Buren vertelt nog een verhaal. En de kinderen krijgen, als de fijne avond afgelopen is, een prachtig tegeltje met een afbeelding van een herder met zijn schapen. Daar onder staat met mooie sierletters: „Ik ben de Goede Herder".
Wat zijn ze daar blij mee!
Daarna gaat ieder dankbaar naar huis. Onderweg knijpt papa Heieen in haar wang: „Meegevallen hè meisje? "
„Ja paps, maar.... maar de Heere heeft me geholpen, want.... want ik kon het echt niet alleen".
mevr. J. Visser-Vlaanderen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 september 1985
Daniel | 32 Pagina's