Wat is het geweten?
In de loop der eeuwen is er al veel over het geweten geschreven. Vooral vroeger werd er bijzonder veel waarde gehecht aan het geweten.
In de middeleeuwen werd er onderscheid gemaakt tussen de kern of het wezen van het geweten, dat men onfeilbaar achtte en de toepassing van het geweten, waarin de mens wel fouten kon maken.
Het gereformeerd belijden is daarvan teruggekomen en heeft dat duidelijk geformuleerd in de Dordtse Leerregels: Wel is waar, dat na de val in de mens enig licht der natuur nog overgebleven is, waardoor hij behoudt enige kennis van God, van de natuurlijke dingen, van het onderscheid tussen hetgeen betamelijk en onbetamelijk is en ook betoont enige betrachting tot de deugd en tot uiterlijke tucht.
Calvijn spreekt van het geweten als een zeker „medium" tussen God en de mens.
De hebreeuwse grondtekst van het Oude Testament kent geen apart woord voor het geweten of de conscientie. Het geweten wordt daar veelal het hart genoemd. In het Nieuwe Testament bestaat er wel een apart woord voor geweten. We lezen in Rom. 2 : 14 en 15: Want wanneer de heidenen, die de wet niet hebben, van nature de dingen doen, die der wet zijn, deze de wet niet hebbende, zijn zichzelven een wet, als die betonen het werk der wet geschreven in hun harten, hun geweten mede getuigende, en de gedachten onder elkander hen beschuldigende, of ook ontschuldigende".
De Bijbel geeft dus duidelijk aan dat wij een geweten hebben.
Een zeer belangrijk gegeven
Hoewel het geweten in de Dordtse Leerregels „enig licht der natuur" wordt genoemd, dat nog in de mens na zijn diepe val overgebleven is, is het toch van de allergrootste betekenis.
Ons geweten beschuldigt ons, als we onszelf iets toeëigenen, dat niet van ons is, als we laakbare handelingen op zedelijk terrein doen, als we het leven van een ander onmogelijk maken.
Het geweten is van de allergrootste betekenis, omdat daardoor de aarde nog min of meer leefbaar gehouden wordt.
Hoewel het maar „enig licht" is, kent men zelfs onder de primitiefste volkeren nog het onderscheid in mijn en dijn, zij hebben een zedelijk normbesef, waar wij in het westen nog veel van kunnen leren.
Natuurlijk wordt dat „enig licht" vaak anders ingevuld dan door ons, die bij Gods Woord mogen leven. Dat komt omdat men de schriftopenbaring van Gods heilige wet niet kent en dus dat „Licht" hen ontbreekt.
Maar hun geweten getuigt mede. Het algemeen zedelijk normbesef is het uitgangspunt van veel filosofieën. Natuurlijk zal een filosoof, die de Heilige Schrift niet aanvaardt, niet willen erkennen, dat het geweten een overblijfsel is van voor de val in Adam.
Elke filosofische ethiek vindt in wezen echter haar basis in het schriftgegeven van het beeld Gods in ruimere zin, waardoor wij onderscheid maken in wat betamelijk en onbetamelijk is en ook Streven om het goede te doen.
Hierdoor voert God zelfs Zijn raad uit, zodat deze aarde nog leefbaar gehouden wordt om Zijn gemeente te vergaderen.
Deze zal weer in beginsel het beeld Gods in engere zin beoefenen. Maar dat niet alleen.
Door dit geweten is het mogelijk om onze medemens en onszelf die betrachting tot deugd voor ogen te houden. We kunnen elkaar daarop aanspreken. Gelukkig als we dit gegeven in ons leven nog als een
vanzelfsheid accepteren, want juist in onze tijd wordt daar zo hard tegenaan gedreund.
Het geweten staat ter diskussie
Voor ons staat het bestaan van het geweten uiteraard niet ter diskussie omdat wij van het Woord Gods uitgaan. Dagelijks horen we duidelijk ook de stem van ons geweten gelukkig nog in goedkeurende of afkeurende zin. Het is juist één van de ergste zaken van onze tijd, dat men het geweten wil weg redeneren. Het zou een opgedrongen zaak zijn. Iets, dat we van huisuit meegekregen hebben in onze opvoeding. Maar dan ook iets, waar we ons zo snel mogelijk van moeten ontdoen. Wij zijn verstandelijke mensen, die ook alles verstandelijk moeten benaderen en zelf onze regels moeten maken. Wij moeten dan, wat we meegekregen hebben als ballast overboord werpen. De mens is autonoom en maakt zelf zijn wetten. Men konstateert dan wel duidelijk, dat die mens niet zonder wetten en zonder leefregels in het maatschappelijk bestel funktioneren kan. Die wetten blijken dan echter wel onderhevig aan revolutionaire veranderingen.
Het blijkt dan, dat de mens niet op zijn geweten meer aangesproken kan worden. Het is een ingrijpende list van Satan om zo alle wezenlijke normen weg te werken.
Wat eeuwenlang vaste grootheden zijn geweest blijkt nu te gaan wankelen. Er ontstaat een moraliteitsbesef, waarin voor het geweten geen plaats meer is.
De meest ingrijpende normverschuivingen zijn daarvan een gevolg.
Een voorbeeld is Hitier. Hij stond een germaans super-geslacht voor. Alle mensen, die dit ideaal in de weg stonden, zoals gehandicapten en ouden van dagen, moesten sterven.
Ook abortus is zo'n ingrijpend voorbeeld.
Door het ontkennen of het verschuiven van de gewetensnormen zijn de voorstanders hiervan moeilijk aanspreekbaar.
Het geweten is een variabele grootheid
Het geweten is wel een bepaald besef, maar ook een vaag besef. Vandaar, dat de verschillende primitieve volkeren vaak een eigen inhoud en vormgeving kennen. De primitieve volken kennen bijvoorbeeld vaak het polygamisch huwelijk, waarbij een man meer dan één vrouw heeft.
Toch is het zedelijkheidsgevoel zeer sterk ontwikkeld. Men geeft door het ontbreken van de godsopenbaring aan het zedelijkheidsgevoel een eigen invulling. Het geweten is geen konstante grootheid.
Het kan zich in de loop der jaren duidelijk wijzigen, als we geen vaste toetsingsnorm bezitten. Dit veranderen en ruimer maken van het geweten kennen we allemaal. Als we een bepaalde overtreding vaker doen, dan slijt die drempel, die we overschreden hebben, van lieverlede uit. Het eerste gepikte reepje chocola in de Pik-Pak zal ons zeker een verontruste consciëntie geven, maar als we het vaker doen, dan kunnen we ons geweten wel het zwijgen opleggen. Ook is er verschil tussen mensen, door hun verschillende karakter en opvoeding. We spreken immers van consciëntieuse mensen en mensen met een geweten, waar alles bij door kan. Er is slechts „enig licht der natuur" overgebleven. Wat een zegen is het dan, dat wij die volle openbaring Gods in Zijn heilig Woord als norm bezitten.
De toetsing van het geweten
Omdat het geweten geen konstante grootheid is, is het zo belangrijk, dat het steeds aan de norm getoetst wordt. En daarvoor dient Gods heilige Wet.
De enige basis om met een ander te praten over normen in de samenleving is het Woord van God. Maar helaas wil die omgeving daar niet van weten, zodat we uiteindelijk teruggedrongen worden in ons isolement. Als een roepende in de woestijn.
Het geweten is een bijzonder belangrijke instantie in ons, om ons doen en laten te beoordelen. Dan moet echter dat geweten wel steeds weer „bijgesteld" worden aan de hand van een vast gegeven. Wij verschuiven immers de normen zo makkelijk, zodat het geweten niet meer spreekt bij bepaalde overtredingen. Hoe belangrijk is dan voor ons, dat ons steeds weer Gods heilige Wet aan de hand van de Heidelberger Catechismus aan het hart gelegd wordt. Onze vaderen hebben het echt wel goed gezien door zoveel waarde aan de uitleg van Gods wet te hechten door er uitgebreid in één van onze belijdenisgeschriften op in te gaan en de kerk de opdracht te geven dit regelmatig aan de gemeente voor te houden.
Gods wet en het geweten
In het begin heb ik al gezegd, dat Calvijn het geweten een medium noemt tussen God en de mens. Maar dan moet het geweten wel naar Gods wet funktioneren.
Hoe belangrijk is het dan, dat we niet alleen regelmatig onder de verkondiging van Gods Woord zijn, maar dat ook
zondag aan zondag die heilige wet wordt voorgelezen bij het begin van de eredienst. Het is alleen de vraag, of we het nog horen, zoals met zoveel zaken in onze kerkelijke liturgie.
Maar dat is geen fout in het liturgische geheel, maar van ons.
Onze Dordtse Leerregels besluiten paragraaf 4 van hoofdstuk III/IV met het volgende: „Maar zo ver is het van daar, dat de mens door dit licht der natuur zou kunnen komen tot de zaligmakende kennis van God en zich tot Hem bekeren, dat hij ook in natuurlijke en burgerlijke zaken dit licht niet recht gebruikt, ja veelmeer datzelve, hoedanig het ook zij op onderscheiden wijze geheel bezoedelt en in ongerechtigheid ten onder houdt en dewijl hij dit doet zo wordt hem alle verontschuldiging voor God benomen".
Hoe hebben we dan nodig door Gods Geest werkelijk licht over die heilige wet te verkrijgen. Het gaat immers niet alleen om een keurige levensopenbaring, hoe belangrijk ook. Maar opdat die heilige wet een kenbron der ellende, een tuchtmeester tot Christus en een leefregel tot dankbaarheid wordt.
Het geweten moet steeds aangescherpt en David bad er steeds om.
Maar, Heer, wie is de man, Die op 't nauwkeurigst kan Zijn dwalingen doorgronden? O bron van 't hoogste goed was, reinig mijn gemoed Van mijn verborgen zonden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1985
Daniel | 36 Pagina's