Zie, Ik sta aan de deur
Openbaring 3 : 20a
Geliefde vrienden en vriendinnen,
De eeuwige Zoon van God stelt Zich in de brief aan de gemeente van Laodicéa voor als de Amen. Deze naam komt Christus alleen toe. Want zo vele beloften Gods er zijn, die zijn in Hem ja en amen. Hij is getrouw in het.volvoeren van Zijn beloften. Maar ook in het voltrekken van de bedreigingen aan de goddelozen.
Christus noemt Zich ook de trouwe en waarachtige Getuige. Zijn getuigenis moet aangenomen en volkomen geloofd worden. Hij zal Zijn ellendig en arm volk onderwijzen. Maar Hij zal ook eens een waarachtig Getuige zijn tegen alle onverschillige en lauwe belijders.
Tenslotte noemt Christus Zich in dit schriftgedeelte het Begin der schepping Gods. Hij is het begin en het eind van zowel de schepping als de herschepping. Hem te kennen is voor ons allen noodzakelijk op reis naar de eeuwigheid.
Welnu, wat Johannes moest schrijven aan de engel van de gemeente der Laodicensen, geldt ook voor ons in 1985. De Heere weet onze werken. Hij weet ook hoe het met jouw ziel gesteld is.
Zie, Ik sta aan de deur. De verhoogde Christus komt tot ons met Zijn lieflijke nodigingen. Zie, zegt Christus. Let er toch op. Sta er eens even bij stil. Met al je vragen, met al je moeilijkheden, ook in je jonge leven. Leef er toch niet overheen. Merk toch op wat Ik tot je eeuwige vrede te zeggen heb. Overdenk het eens ernstig. De wereld gaat voorbij met al zijn begeerlijkheden, maar Mijn Woord bestaat tot in der eeuwigheid. Ach, kom, verhard je niet. Maar zo je Zijn stem heden hoort, geloof Zijn heil-en troostrijk Woord. Verhard je niet, maar laatje leiden.
Zie, Ik sta aan de deur. Wie? De grote Ik. De verhoogde Christus. Hij, Die dood geweest is en Die leeft. Hij heeft de sleutels van de hel en van de dood. Hij, de Levensvorst, is de Weg, de Waarheid en het Leven. De Koning der koningen. De grote Leraar en Profeet om dwazen te leren de weg die zij moeten gaan. Hij staat als Zaligmaker aan de deur.
Hij, Die is en Die was en Die komen zal, de Almachtige, staat. Waar? Niet ver van een ieder van ons! Hoor je dat, jongens en meisjes? Hij staat aan de deur. Wacht ee even. Daar wordt gebeld. Er staat iemand aan de deur. Dat betekent dus dat die persoon buiten staat. Als ik hem of haar opendoe, kan die persoon binnen komen. Hier staat: Zie, Ik sta aan de deur. Christus staat dus buiten de deur Dat is een beeld van ons hart. Van ons stenen hart. Vreselijk! Door de bondsbreuk in Adam dragen wij een stenen, een diamanten hart. En dat hart is zo ontzettend hard. Niemand zoekt of vraagt naar God. Wij zijn van nature geneigd God en onze naaste te haten. Dat harde hart is gesloten voor de Heere en geopend voor de wereld, de zonde en de ongerechtigheid. Voor alles is er plaats in ons hart, maar voor God en Zijn dienst niet.
En dan dat onbegrijpelijke wonder Gods. Niemand zoekt de Heere, maar we lezen hier: Zie, Ik sta aan de deur. Christus staat ook nu nog aan de deur van ons hart. Hoe lang heeft Hij al buiten gestaan? Al 10 jaar? Misschien al 20 of 30 jaar of nog langer? O, vreselijk. Maar nog roept Hij ons toe: Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen, en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1985
Daniel | 36 Pagina's