JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Hoe moeten we de bergrede lezen?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hoe moeten we de bergrede lezen?

9 minuten leestijd

Toen de Heere Jezus op aarde was, heeft Hij op veel plaatsen, in het bijzonder in Galilea, Zijn discipelen en de schare onderwezen. Dit onderwijs had vooral ten doel kennis te geven van het Koninkrijk Gods, ook wel genoemd het Koninkrijk der hemelen. Dat is het Rijk, dat vanuit de hemel op deze aarde tot stand begint te komen, maar haar voltooiing en volmaking ontvangt in de eeuwige heerlijkheid. Daar is Christus Koning over en het komt door Zijn werk openbaar, al schakelt Hij daarbij mensen in als instrumenten of hulpmiddelen. Denk bijvoorbeeld aan de discipelen en ambtsdragers, die Hij daarvoor roept.

Dat Rijk is dus bestendig. Het heeft haar wortels in Gods welbehagen en haar fundamenten in de dood en opstanding van Christus. En ondanks allerlei vijandige machten, die haar komst tegenstaan, krijgt het gestalte. Weliswaar niet met uiterlijke heerlijkheid en machtsvertoon, maar in hen die de ware onderdanen van dit Rijk zijn. Dus wel reeds op aarde.

De bergrede

In tal van gelijkenissen heeft Christus van dit Rijk gesproken, hoe het tot stand komt en ook hoe het erin toegaat. In Matth. 13 alleen al worden daar wel zeven gelijkenissen aan gewijd. Maar bijzonder in de bergrede, die we voornamelijk in het evangelie van Mattheus de hoofdstukken 5 - 7 vinden, wordt zoveel van dit Koninkrijk gesproken, dat deze rede wel de grondwet van het Koninkrijk Gods genoemd wordt.

De Heere Jezus hield deze rede toen Hij gezeten was op een berg in Galilea en velen rond Hem stonden. Daarbij zal de heerlijkheid van de prachtige natuur Hem verkwikt hebben. Want beneden aan de glooiende helling zag Hij het meer, waarheen het water van de Jordaan gestuwd werd. En de oever was bezet met hetgeen Gods schepping in haar pracht, voortbrengt.

Maar meer nog dan met deze gevoelens was Zijn ziel vervuld met verlangen de schare iets te tonen van de heerlijkheid, die in Gods Koninkrijk genoten wordt en de leefregel hen voor te houden die bij de onderdanen ervan past. Vele facetten worden in dit onderwijs behandeld. Zo beluisteren we in Zijn spreken de kenmerken van hen die werkelijk tot dit Rijk behoren: de armen van geest, de treurenden en zachtmoedigen; zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid en de reinen van hart. De plaats die deze onderdanen in deze wereld dienen in te nemen wordt hun voorgehouden: zij zijn het zout der aarde, het licht der wereld.

De wet in het leven van Gods kinderen

Hij spreekt ook van de plaats die de huidige wet in hun leven heeft en hoe zij Zijn liefdegeboden dienen te volbrengen. En daaruit blijkt dat het daarbij niet alleen gaat om een uiterlijke naleving, zoals de farizeeërs leren, maar vooral ook om de innerlijke gezindheid namelijk de zelfverloochenende liefde, waarmee de geboden betracht worden. Juist deze geestelijke diepte brengt de radikaliteit van Gods wet, waarvan geen titel of jota voorbij gaat, tot gelding op elk terrein van het leven. Het is Gods liefdewet, die naleving vraagt, met het gehele hart, de gehele ziel en met alle krachten. Wel brengt zij zó onze dodelijke onmacht daartoe aan het licht, maar Christus wijst er ook op, dat Hij ze volmaakt vervuld heeft. Daardoor wordt het onmogelijke mogelijk, omdat Hij wil schenken, wat Hij vraagt. En het leven uit Hem doet verlangen de dienst der liefde te dienen in al haar konsekwenties.

Als machthebbend

Wat allereerst opvalt in deze bergrede is het gezag waarmee de Heere Jezus spreekt: als machthebbende en niet als de schriftgeleerden. De wetgeleerden beriepen zich voor elke uitspraak op de wetten van Mozes en op de profeten. Alleen de Heere heeft gezag, mensen mogen slechts naspreken. Daarom gaven de schriftgeleerden hen onderwijs in de toon van onderworpenheid.

Het is dan ook zo opvallend dat Christus in de bergrede niet allereerst optreedt als uitlegger van de Bijbel: er zijn nauwelijks verwijzingen naar het Oude Testament. De Heere Jezus spreekt als Wetgever. Kenmerkend is Zijn uitspraak: „Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u". Hij Zelf is aan het woord, Hij beveelt en bindt het volk en ook ons aan Zijn geboden.

Het behoeft geen betoog dat Zijn woorden volledig in overeenstemming zijn met de wet en de profeten. Zij werpen daar het juiste licht op. Maar hiermee toont Hij de menigte uit Israël Wie Hij is. Zijn wonderen wezen al een bepaalde richting uit. Nu spreekt Hij ook onomwonden als Wetgever, als Zoon van God. Het geheim van Zijn bevoegdheid en van Zijn gezag is Zijn persoon: Gods Eigen Zoon. En daarmee is het gezag van de bergrede gegeven: het is Gods Woord, dat onderwerping en gehoorzaamheid vraagt in blijvende geldigheid. Daarin is ze gelijk aan het gehele Woord van God.

Eenzydigheden

Sommigen hebben wel zoveel aparte aandacht aan de bergrede gegeven, dat men dit onderwerp als een afzonderlijk gedeelte van de Bijbel is gaan zien en dat speciaal nu alle aandacht verdient. Het ethische onderricht, zoals de Heere Jezus in deze rede geeft, wordt dan verzelfstandigd en in sterk moralistishe geest geïnterpreteerd, dus uitgelegd als de nieuwe wet van het Koninkrijk Gods. Daar moest men vooral naar handelen. Men spreekt zelfs wel van een zogenaamd Bergrede-christendom. Het toont veelal een reaktie op een eenzijdige genadeverkondiging in de kerk, gepaard gaande met vervlakking en verwereldlijking van het christelijk leven en de christelijke levenspraktijk. Gewoonlijk echter vervalt men hierbij, zoals het vaak gaat in reaktiebewegingen, in een andere eenzijdigheid. Het evangelie wordt dan tot een nieuwe wet. Bepaalde citaten eruit worden gretig gebruikt voor eenzijdige ontwapening en tegen kruisraketten, voor hulp aan de derde wereld en tegen het kapitalistisch stelsel.

De bergrede als geheel lezen

Het is echter zinloos om in een politiek of sociaal debat snel te gaan diskussiëren over één of twee teksten uit de bergrede, wanneer niet eerst erkend wordt, dat deze rede als geheel gezag over ons dient te hebben en ook als geheel gehoorzaamheid vraagt als Woord van God. We kunnen ons niet aan het gezag van Gods Woord onttrekken en aan dat van de bergrede als geheel en ondertussen enkele teksten er uit halen om ons standpunt er mee te funderen. De bergrede is dus niet gegeven om er onze idealen mee te versieren. Zij is

ons geschonken om aan dit Woord als geheel gehoor te geven.

Bouwen op de rots

De Heere vergelijkt degene, die deze woorden hoort en doet met een man, die zijn huis bouwt op een rots. De aard van de bouwgrond is niet vrijblijvend, het moet rotsbodem zijn. Wie daarbuiten bouwt, kan menen een aardig huis voor zichzelf en voor anderen te bouwen, maar omdat het op zand is gezet, wordt het door stortregen weggespoeld. Het gehoorgeven aan deze woorden van Christus, door het geloof als gave van God, door Zijn Geest gewerkt, geeft een vaste grond voor ons levenshuis. Want slechts als ons levenshuis in Christus verankerd is, doorstaat het het gericht en zullen we het Koninkrijk beërven.

Waarom zoveel aandacht voor de bergrede?

Het is niet doenlijk binnen het bestek van een artikel in te gaan op alle facetten die in de bergrede aan de orde komen. Het is ook niet mogelijk allerlei beschouwingen, over de bergrede ten beste gegeven, kritisch te bespreken. Wel wil ik nog enige aandacht vragen voor de reden waarom de bergrede zo in het theologisch denken van deze tijd centraal staat. Dr. A. Noordergraaf somt in zijn boekje over de bergrede diverse faktoren op, die hier verkort worden weergegeven:

1. Door de grote aandacht in de moderne theologie voor de armen en verdrukten in de wereld rijst de vraag: hebben we genoeg aandacht gegeven aan wat de Schrift leert over rijken en armen. Wie zijn de armen van geest, waarover in Matth. 3 gesproken wordt?

2. Het faillissement van de welvaartsstaat en - maatschappij bracht bezinning over een nieuwe levensstijl, waarbij aandacht gevraagd werd voor Christus' woorden om geld en goed, het vergaderen van schatten op de aarde enz.

3. Het ontstaan van de vredesbewegingen als reaktie tegen de dreiging die uitgaat van de kernbewapening en de wapenwedloop deed naar argumenten zoeken in de bergrede. Naar Christus' Woord dient men toch te zegenen die ons vervloeken en twee mijlen met de ander te gaan, dus ook ongeacht de diktatuur van de anti-christelijke ideologie?

4. De huidige maatschappelijke orde wordt dan aan deze bergrede getoetst en daar zou een christen niet meer aan deel kunnen nemen. Die behoort juist vooraan te staan in een liefst geweldloze revolutie, een grondige omverwerping en verandering van de samenleving.

Hier wreekt zich het losmaken van de bergrede uit het geheel van Gods Woord waarin ook bijvoorbeeld Rom. 13 dat over het gezag van de overheid handelt, haar volle kracht behoudt. De bergrede is geen nieuwe wet voor de maatschappij, geen absolute moraal, maar wel een radikaal woord dat op nieuw leven in dienende liefde uit de nieuwe wortel (radix = wortel) van Christus' genade wijst.

Het behoud van onze ziel

Veronachtzaamd wordt daarbij dan ook de waarschuwing, die Christus geeft ten aanzien van het zorg dragen voor het behoud van onze ziel. Hij vermaant eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid te zoeken, er op toe te zien dat we een gerechtigheid bezitten die overvloediger is dan die van de schriftgeleerden. En om niet meer te noemen, dringt Hij aan in te gaan door de enge poort. „Want", zo waarschuwt Hij, „de poort is wijd en de weg is breed die tot het verderf leidt en velen zijn er die daardoor ingaan" (Matth. 7 :

13). Hier worden door Hem, die ook eenmaal wenend stond voor de poorten van het afkerig Jeruzalem, zegen of vloek, leven of dood voorgesteld.

Ook in dit gedeelte van Gods Woord komt tot ons de boodschap van zonde en genade, wet en evangelie. Ook hier houdt de Heere Zijn gemeente de hoge roeping voor als kinderen des lichts te wandelen in een ondergaahde wereld. Maar ook, dat Hij schenkt, wat daarvoor nodig is. En laten we niet vergeten dat ook kinderen

des Koninkrijks buiten geworpen kunnen worden als ze in hun ongeloof volharden en weigeren Christus als Koning te erkennen. Slechts door waarachtige bekering en het ware geloof zullen we ware kinderen van het Koninkrijk zijn, die dan ook in de schatten van dat Rijk zullen delen en de Koning ervan in Zijn schoonheid zullen aanschouwen. Hun bede zal dan ook zijn:

Och of wij Uw gehoon volbrachten.

Gena o hoogste Majesteit.

Gun door 't geloof in Christus' krachten

Om die te doen uit dankbaarheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1985

Daniel | 36 Pagina's

Hoe moeten we de bergrede lezen?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1985

Daniel | 36 Pagina's