Willem Horst, de marskramer
Willem is een marskramer van veertienjaar. Hij slaapt op een nacht in een herberg. Lucie, die daar werkt, geeft hem wat te eten. En dan gaat hij een poosje slapen. De vader van Lucie komt binnen. Hij vraagt: „Wie is dat? "
„Dat is Willem", zegt Lucie. „Willem? Wat doet hij hier? " „Hij heefteen kistje en daar gaat hij mee de straten rond. En hij was moe geworden en toen kwam hij hier." „Zo, zo, " zegt vader streng, „en laat jij hem hier binnen?
Zo'n armoedige jongen? " „Ja, zegt Lucie. „Het is een hele normale jongen." „Normaal? ", zegt vader. Hij gaat weg. Hij klapt de deur dicht. Hij roept Ridder Kuno. Hij moet gevangen worden.
Gemaakt door Esther Laban, Doorwerth (9 jaar)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 1985
Daniel | 28 Pagina's