JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

DE HEERE DOET NOG WONDEREN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE HEERE DOET NOG WONDEREN

7 minuten leestijd

Naar aanleiding van enkele vragen die we haar stelden, wilde zuster J. S. van Rossum ons — al was het met veel schroom — iets meedelen uit haar leven en over haar werk voor de zending in Nigeria.

Zuster Van Rossum, de Heere heeft u geroepen om te mogen arbeiden op het zendingsveld. Zou u ons willen vertellen wanneer u werkzaam gemaakt werd met het heil van onze verre naaste?

'k Vind het moeilijk om op zo'n persoonlijke vraag antwoord te geven, maar durf ook niet te weigeren.

Toen ik ongeveer zes jaar was, trok het me aan om later op een zendingsveld het evangelie te brengen, 'k Wist dat daarvoor twee dingen nodig waren: een nieuw hart en een gezond lichaam. Omdat ik zo vaak ziek was, probeerde ik het van me af te zetten, maar de begeerte kwam steeds terug. Tenslotte zei ik: „Heere, als u me een nieuw hart en een gezond lichaam wilt geven, zal ik gaan."

Toen ik ouder werd, was ik niet meer zo vaak ziek en mocht ik in 1952 in Dirksland beginnen met de opleiding voor verpleegkundige. Daarna ging ik voor de aantekening kraamverpleging naar Vlaardingen en voor kinderverpleging naar Eindhoven, 'k Werd toen gevraagd naar Dirksland terug te komen als eerste verpleegster en had daar een werkkring waarin ik me thuisvoelde.

Ongeveer driejaar later was het op zekere dag alsof de Heer aan me vroeg, waarom ik niet naar het zendingsveld ging. 't Was als bij Jakob, toen de Heere terug kwam (Genesis 31 : 13) op de belofte die hij God in Bethel had gedaan (Genesis 28 : 20 t/m 22). 'k Dacht aan de belofte toen ik misschien acht jaar oud was, ook aan wat driejaar tevoren gebeurd was en hoelang het al geleden was dat ik had moeten verzuimen wegens ziekte. Maar op dat moment voelde ik er niet veel voor om het werk in Dirksland los te laten. Toch had ik vanaf die dag geen rust meer. Die rust kwam pas weer terug toen ik me aangemeld had bij het deputaatschap van de zending.

Welke wegen heeft de Heere gebaand om naar Nigeria te gaan?

Toen ik aangenomen was, begon ik met een tropenkursus en laboratoriumkursus in Rotterdam, terwijl ik wachtte om toegelaten te worden op de vroedvrouwenschool in Engeland. In 1961 was het zo ver, maar toen kwam ook de beproeving.

Kort voor het eindexamen kreeg ik een ernstige infektieziekte en was drie maanden opgenomen in 't ziekenhuis in Londen. De behandelende arts zei: „De tropen zou ik maar uit m'n hoofd zetten", 'k Wist niet wat ik ermee aan moest, kon alleen maar zeggen: „Als de Heere wil, zal ik er komen."

Later met de keuring in Holland zei de arts: „Je kunt alleen uitgaan op eigen risiko". 'k Mocht toen vertrouwen, als de Heere me geroepen had, dat Hij dan ook verder wel zorgen zou. Dat heeft Hij ook gedaan in deze 21 jaar dat ik in Nigeria mocht werken.

Ondanks de strijd en teleurstellingen die u zeker niet onthouden zullen zijn, heeft het de Heere behaagd ook wonderen te willen werken in de achterliggende jaren. Zouu ons daa iets van willen vertellen?

De wonderen zijn te veel om op te noemen, 'k Kan alleen enkele voorbeelden geven.

De eerste tien jaar hadden we geen arts op onze post, dus moesten we zelf de beslissingen nemen. We hebben vaak te kampen met grote droogte. Toen we nog maar enkele jaren in Nigeria werkten, was het in januari zo droog, dat er nauwelijks genoeg drinkwater was, en

geen water voor wassen en schoonmaken. Zuster Sonneveld en ik zelf dachten dat we de kliniek moesten sluiten, want voor maart verwachtten we geen regen.

Op zaterdagavond gingen we naar ds. Kingston om hem ons besluit mee te delen. Hij zei: „Sluiten? Maar dat kan niet, we zullen samen vragen of de Heere regen wil geven." Tijdens het gebed voelden we dat God het zou verhoren. Thuisgekomen vertelden we het aan onze hulp Comfort. De volgende middag kwam ze aangelopen: „Kom eens kijken, God gaat ons gebed verhoren." We zagen een wolkje als eens mans hand en misschien een uur later was er een plensbui. Overal werd gedankt, velen zagen hierin Gods Hand.

Een andere keer liep het kliniekbezoek ineens terug. We begrepen er niets van; waren er ineens geen zieken meer?

Overal werd gefluisterd, tot een van onze werkers tenslotte vertelde: „Er is een ziekte in de dorpen en de mensen zeggen dat het komt door de sterke ju-ju (afgod) van de blanken, die maakt de mensen ziek. Dan komen ze naar de kliniek en stijgen daar de inkomsten." De medicijnmannen hadden gezegd: „Onze ju-ju is toch sterker, want die heeft al enkele van de blanken gedood." Ze hadden ook namen genoemd. U begrijpt dat de mensen vreemd opkeken toen ze de gedode blanken rustig over de markt zagen lopen. De lasterpraatjes stierven spoedig uit en het kliniekbezoek nam weer toe.

Op een avond kwam een kraamvrouw binnen, die eigenlijk direkt geopereerd moest worden. De wegen waren zo modderig dat het onmogelijk leek om het ziekenhuis te kunnen bereiken. Er was geen keus, dus gingen we op weg, reden vast, werden weer uitgegraven, tot drie maal toe. We waren verwonderd toen we toch tegen de morgen het ziekenhuis bereikten en de vrouw nog op tijd geopereerd kon worden.

Later vroeg mijn vader in een brief wat er die nacht gebeurd was, want een vriend van hem was de hele nacht voor ons in gebed geweest.

Op een morgen werd een baby van een van onze werkers binnengerbacht, erg ziek, en kort na aankomst stopte de ademhaling, 't Leek hopeloos, maar toen ik door het raam keek, zag ik ds. Ikwe het gesloten ogen, gevouwen handen; ik begreep: in gebed voor dit kind.

'k Begon met kunstmatige ademhaling, na een uur was er nog geen verandering; nog steeds stond ds. Ikwe te bidden, dus ging ik door en een kwartier later ineens een zucht en de ademhaling kwam weer op gang.

De mensen spraken over dit kind als uit de doden opgestaan; 't is nu een flinke, gezonde jongen.

Op medisch gebied zijn er heel veel soortgelijke gevallen, waarbij we alleen kunnen zeggen: de Heer doet nog wonderen!

De Heere heeft ons Igede-team gespaard. Voor ongevallen, oorlog en ziekte. Alleen Ria Baaijens riep de Heer tot Zich op Zijn tijd en ook daarvoor mogen we God danken, omdat zij nu altijd bij de Heere mag zijn om Hem eeuwig te loven en te prijzen.

Heeft u nog een boodschap voor ons als thuisfront?

God is Dezelfde hier als in Nigeria. Hij doet nog wonderen, als we 't met Hem durven wagen. In alle omstandigheden: een krachtig gebed van een rechtvaardige vermag veel. We hopen dat we ons op het zendingsveld gesteund mogen weten door uw gebed.

Zuster Van Rossum, hartelijk bedankt voor de wijze waarop u de vragen hebt beantwoord. Wanneer u na uw verlofperiode weer opnieuw het werk dat de Heere op u schouders heeft gelegd mag gaan verrichten, geve de Heere u, met allen die op het zendingsveld mogen arbeiden, veel goed van de Koning der Kerk te mogen spreken, daa Hij de Schoonste is van alle mensenkinderen op Wiens lippen genade is uitgestort. Dat er veel arme, verloren zondaren gevonden mochten worden om door en in Christus behoudenis te mogen vinden.

De Heeregedenke ook Ruth en Maria, die aan uw zorgen zijn toevertrouwd, en Hij doe ervaren:

Waar liefde woont, gebiedt de Heere den zegen,

Daar woont Hij Zelf, daar wordt Zijn heil verkregen,

En 't leven tot in eeuwigheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 1985

Daniel | 28 Pagina's

DE HEERE DOET NOG WONDEREN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 1985

Daniel | 28 Pagina's