Op kamers . . . . .
Daar sta je dan....!
Het diploma zit (eindelijk) in je zak.
De deur van de middelbare school is achter je dichtgeklapt. Voor je strekt zich een onbekende toekomst uit
Je wordt bezet met gemengde gevoelens.
Wat nu....?
Misschien ben je het leren nu beu en ga je op zoek naar werk. Misschien ga je nog verder studeren. Veel vragen zullen dan op je af komen. Een van die vragen zal zijn (als je ver van huis gaat studeren of werken): „Zal ik wel of niet op kamers gaan; welke voor-of nadelen brengt dat met zich mee? "
Over die vraag wil ik nu samen met jou gaan nadenken.
Het warme nest
Velen van ons zijn al zeventien tot twintig jaar opgevoed binnen een gezin. Vaak vinden we dat iets vanzelfsprekends. Maar wanneer je er eens over nadenkt, dan zit zo'n gezin wat samenlevingsvorm betreft, mooi in elkaar. Een samenlevingsverband, waar een ieder z'n eigen plaats heeft. Jaren en jaren heb je erin geleefd. Binnen dat gezin voel(de) je je thuis. Dat gezin geeft jou bescherming en beschutting. Binnen dat gezin zijn vaste afspraken. Dat geeft je een stukje zekerheid. Je weet zo waar je aan toe bent. Je hebt bovendien rekening te houden met elkaar. Dat gezin is je „warme nest" geweest.
Ik ben me ervan bewust, dat het bovenstaande wat al te ideaal is voorgesteld, daar er genoeg problemen kunnen optreden. Maar voor de duidelijkheid wil ik toch het gezin vergelijken met een „warm nest".
Vader en moeder zorgen voor de kinderen, maar het tijdstip breekt aan dat de kinderen zelf moeten leren vliegen.
Wanneer je dan op kamers gaat wonen, ga je ook als het ware uit dat „warme nest" de wijde, onbekende wereld in. Dat leren „vliegen" is een proces, dat met vallen en opstaan gepaard zal gaan.
Je gaat zo langzaam de weg naar de zelfstandigheid, wanneer je uit het „ouderlijk nest" gaat en op kamers gaat wonen.
Op die weg wil nog weieens iemand struikelen. Op enkele van die struikelblokken wil ik wat nader ingaan.
Ongekontroleerd
Een van die struikelblokken draagt de naam „ongekontroleerdheid". Binnen een gezin is er sprake van kontrole. Vader en moeder en de andere gezinsleden kunnen je in de gaten houden. Ze tikken je op de vingers, wanneer je vaak te laat naar bed gaat, wanneer je een keer niet eet, wanneer je 's zondagsmorgens in bed blijft liggen enz. Je kunt dit lijstje misschien wel invullen met eigen ervaringen.
Deze kontrole valt weg wanneer je op kamers gaat wonen. Daar is niemand meer die je in de gaten houdt, vooral in een grote stad niet. Je kunt doen en laten watje wilt.
Misschien denk je wel: „Gelukkig, eindelijk eens weg van dat bekrompen gedoe thuis". Elke nacht om twee uur naar bed ongezond of helemaal niet eten 's zondags één keer naar de kerk lezen in m'n Bijbel hoeft niet Niemand die je ziet!
Of..... is er toch Iemand? ? Je begrijpt me al.
De Heere ziet jou wel. Hij is „alomtegenwoordig", zoals dat met een mooi woord heet. Hij ziet wat jij op je kamer en daarbuiten doet, ver van huis, ver van het kontrolerend oog van je vader en moeder.
Dat besef kan je voor veel kwaad bewaren.
Waarom?
Wel, dan laat je die dingen niet uit angst voor straf of iets dergelijks, maar uit liefde.
Dan weet je dat je de Heere er verdriet
mee doet. Net als bij Jozef die vluchtte voor de zonde, omdat hij wist dat hij er de Heere mee in Zijn aangezicht zou slaan.
Onregelmatigheid
Het tweede struikelblok zou ik willen noemen „onregelmatigheid". In een gezin is er sprake van een zekere regelmaat,
's Morgens zo laat opstaan, dan ontbijt, de deur uit.... enz. Wanneer je op kamers gaat, zul je dat missen. Vooral als je weinig kollege-uren hebt, zul je veel tijd op je kamer moeten doorbrengen. Wanneer je jezelf dan geen regelmaat aanwent, is het gevaar groot dat je van de ene dag naar de andere dag rent, zonder dat er wat uit je handen komt. Of datje een halve dag op bed blijft liggen, omdat er niemand op je wacht.
Daarom, maak voor jezelf een vaste en regelmatige dagindeling. Dat geeft steun en zekerheid.
Vergeet daarbij vooral het persoonlijk gebed en het bestuderen van Gods Woord niet!!
Zo'n regelmaat kan je helpen om wat zelfdiscipline op te bouwen.
Steunpunt missen
Een ander struikelblok kan het „missen van een steunpunt" zijn. Thuis spreken de dingen vaak voor zich. Je aanvaardt het iets als vanzelfsprekends. Maar nu worden er overal vraagtekens achter gezet. Die voor jou zo vanzelfsprekende dingen, worden dan gezien als vreemd en ongewoon. Misschien vinden de mensen ze wel ouderwets: „Wie gelooft dat tegenwoordig nog? Wie zegt dat dat waar is? ". En daar sta je dan Geen vader en/of moeder die je kunt raadplegen. Geen leraar of lerares die je advies kan geven.
Wanneer je dan niet oppast, dreigen er twee gevaren: of je gooit al je christelijke waarden en normen overboord, omdat je het zelf ook niet meer weet en niet de moeite neemt om er met een ander nog eens over na te denken, óf je pint je zo vast op een bepaald standpunt, op een bepaald schema, zodat het jou wel zekerheid geeft, maar wat toch ook niet voluit bijbels te noemen is.
Daarom: zoek steun bij andere studenten.
Sluit je bijvoorbeeld aan bij een studentenvereniging en/of een studentenkring die dezelfde achtergrond hebben als jij.
Wanneer je je dan open opstelt, zul je vaak heen en weer geslingerd worden, maar dat rijpt je visie langzamerhand wel en je wordt bewaard voor de gesignaleerde gevaren.
Eenzaamheid
Een volgend struikelblok is de „eenzaamheid". Verschillenden zijn hierover al gestruikeld.
Binnen het gezin zijn er anderen. Wanneer je 's morgens opstaat, hoor je de anderen stommelen, je kunt anderen „goede-morgen" toewensen, je kunt samen met anderen eten enz.
Nu ga je moeder-ziel alleen op pad. Je bent alleen op je kamer. Je hebt niemand tegen wie je praten kunt. Dat alleen-zijn heeft soms ook z'n positieve kanten, daar kom ik straks nog even op terug. Hier bedoel ik het als onplezierig ervaren dat je alleen bent. Wat kan dat een kwelling worden! Vooral als je ergens over loopt te tobben. Dat kan zowel door je studie of door je werk komen. Het gevaar is dan groot datje maar rond blijft cirkelen in je eigen gedachtenwereldje. Ontvlucht dan die eenzaamheid en geef je niet over aan zelfbeklag. Maak kennissen en vrienden of vriendinnen in de plaats waar je studeert of werkt. Daar zijn verschillende mogelijkheden voor:
- via een christelijke studentenvereniging/studentenkring
- via catechisatie in de plaatselijke gemeente
- via de jeugdvereniging.
Vooral degenen die al moeilijk kontakt maken met anderen, zou ik willen aanraden om je ergens bij aan te sluiten.
Druk zijn
Weer een ander struikelblok zou ik het „druk-zijn" willen noemen. Wat kan je werk of je studie je in beslag nemen. Wat kun je er in op gaan. Vaak wordt dan gezegd: „Je hebt al een echt studentengezicht" (bleek, mager enz.).
Zorg daarom voor wat ontspanning. Ga eens ergens gezellig een bakje drinken of ga zomaar eens een eind fietsen. Gun je daar de tijd voor.
Door dat druk zijn kan ook Gods Woord en het persoonlijk gebed op de achtergrond raken. Je hebt het dan zo druk volgende week tentamens dan een konferentie enz. Pas hier voor op!!
Hoe vaak is het niet zo, datje dan 's avonds te moe bent om nog wat te lezen in de Bijbel en te bidden, en 's morgens ben je te lui om er wat eerder uit te gaan.
Daarom is het zo belangrijk om daar vaste tijden voor te hebben. Hoe druk je het dan ook hebt, doe dat eerst. Lees geregeld uit Gods Woord, denk daar dan eens over na en buig ook geregeld je knieën. Daar heb je nu mooi de gelegenheid voor. Ik had het net over de positieve kant van het „alleenzijn". Nu, dat bedoel ik eigenlijk. Je kamer is een ideale binnenkamer. Niemand die je nu stoort. Heel bekend is het voorbeeld van Luther. Als hij het verschrikkelijk druk had, nam hij meer tijd voor een persoonlijke omgang met de Heere dan wanneer hij minder druk was. Wij zijn vaak geneigd om het precies andersom te doen.
Positieve kanten
Na het noemen van al deze „struikelblokken" denk je misschien: „Nou, dat wonen op kamers brengt alleen maar negatieve dingen met zich mee". Maar dat is beslist niet waar!!
Het bovenstaand verhaal is natuurlijk ook sterk gekleurd door mijn eigen ervaringen met het wonen op kamers. Ik wil eerlijk bekennen dat ik over een aantal van die „struikelblokken" gevallen ben, vandaar dat daar het accent misschien wat teveel op komt te liggen.
Toch zitten er ook duidelijke positieve kanten aan het wonen op kamers. Je krijgt zo veel kontakt met leeftijdgenoten. Je wisselt verschillende gedachten uit. Je praat met leeftijdgenoten over allerlei verschillende onderwerpen, soms tot diep in de nacht. Daar heb je nu de tijd nog voor. Verder moet je voor jezelf leren zorgen, leren rond te komen met je geld enz. Al deze faktoren zorgen ervoor dat deze periode van groot belang kan zijn in je leven. Je wordt er als het ware door „gerijpt".
Tenslotte.....
Naast al deze praktische adviezen, nog één advies: „Zorg datje deze weg in je leven niet alleen gaat!".
Doe alles in afhankelijkheid van de Heere. Hij zegt het toch ook tot jou: „Ken Mij in al je wegen". Ook in deze weg.
Dan kan de toekomst onbekend zijn. Dan kunnen er veel vragen op je afkomen. Dan zul je misschien bespot worden of ouderwets worden gevonden. Wat kan het dan stormen in je jonge leven. Als je dan alleen op jezelf vertrouwt, kun je nooit staande blijven.
Voor Nehemia was alles donker. Hij wilde de stad Jeruzalem herbouwen. Maar alles wat hij zag, was één grote puinhoop. Hij werd veracht en bespot door Sanballat en Tobia. Dus bij Nehemia zal het ook wel gestormd hebben. En wat zei hij toen? „Ik zal dat wel doen ik zal..."?
Nee!! „De God van de hemel, Die zal het ons doen gelukken". (Neh. 2 : 20).
Ga jij ook in dat vertrouwen de voor jou onbekende toekomst tegemoet?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 1985
Daniel | 28 Pagina's