Het zaad zal Hem dienen
Psalm 22 : 31a
Worden er in onze tijd nog wel mensen en jonge mensen bekeerd? Dit is een vraag die nog al eens gesteld wordt.
Sommigen hebben op deze vraag vlug een antwoord klaar.
Men spreekt dan over het werk Gods alsof het niet meer gevonden wordt, of zeer zeldzaam.
En zeker, niemand van ons zal ontkennen dat wij in een geesteloze en geest-arme tijd leven, doch laten wij over het werk des Heeren niet zodanig spreken alsof dit verleden tijd is geworden. Gods Woord spreekt er gelukkig anders over: het zaad zal Hem dienen!
De kanttekenaren merken bij deze tekst op: dit is Christus' zaad. Er zullen er altijd zijn die de Heere Christus zullen dienen. Voorwaar, Gods trouw en waarheid houdt haar kracht, tot in het laatste nageslacht.
Het zaad zal Hem dienen. Onder , , zaad" verstaan wij de gemeente die uit Jood en heiden verkoren is tot zaligheid. Voor dit zaad heeft Christus Zijn bloed gestort. Jesaja 53 leert het ons. Als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien!
En Hij heeft Zijn ziel uitgestort in de dood. Op Golgotha heeft het geklonken: HET IS VOLBRACHT. David gewaagt er door de geest der profetie ook van in Psalm 22: OMDAT HIJ HET GEDAAN HEEFT.
En daarom zal het zaad Hem dienen. Want het is duur gekocht, niet met de prijs van goud of zilver, maar met het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, dat reinigt van alle zonde.
Daarom zullen er ook in 1985 nog mensen, ook jonge mensen zalig worden. Want het welbehagen des Heeren gaat door de hand van Jezus Christus gelukkiglijk voort.
Maar.... jonge mensen, hoewel er zwart op wit staat dat het zaad Hem dienen zal, de vraag is: dienen wij Hem ook al? En dan bedoel ik niet of wij Hem krachtens de vorm dienen, maar met het hart! En op dit laatste komt het aan. Lere de Heere ons dat wij Hem van nature niet kunnen noch willen dienen.
Dan gaan we het gebed verstaan: neig Gij mijn hart en voegt Gij het saam, tot de vreze van Uw Naam.
Wij kunnen je de dienst des Heeren hartelijk aanbevelen. Het dienen van de wereld, het rust zoeken in onze godsdienst, loopt op de eeuwige dood uit.
Maar het dienen van de Heere loopt op het eeuwige leven uit. En het dienen van de Heere is geen knellend juk.
Integendeel. Christus Zelf zegt dat Zijn juk zacht en Zijn last licht is. Zijn dienst is een beminnelijke liefdedienst die nog nimmer iemand verdroten heeft. Zijn geboden zijn niet zwaar.
Lere Gods Geest ons zulk dienen, bij aan-of voortgang. Want alleen het zaad van Christus heeft toekomst. Van dat zaad mag gezegd worden:
Het zal door Zijn kracht, Hem dienen, voor Hem leven,
Het zal de Heer eens worden aangeschreven,
In 't nageslacht.
Wie dienen wij?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juli 1985
Daniel | 33 Pagina's