JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

REGIONALE VERGADERING IN ALKMAAR op 7 juni 1985

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

REGIONALE VERGADERING IN ALKMAAR op 7 juni 1985

4 minuten leestijd

Na een hartelijk welkom aan de 70 aanwezigen leest evangelist Kwantes Psalm 23 en gaat voor in gebed. In zijn openingswoord bepaalt hij ons bij Davids erkenning „De HEERE is mijn herder". Wie dit mag zeggen belijdt daarmee een schaap te zijn. dat dom en dwaalziek is. Spreker staat een ogenblik stil bij de leiding, verkwikking en de veiligheid bij die Herder. David spreekt als herder over dè Herder, Die zijn ziel verkwikt. Die hem van zijn kronkelwegen die in de dood eindigen leidt in het spoor der gerechtigheid, dat eindigt bij de Heere God in het Vaderhuis.

De stok en de staf vertroosten het schaap. De herder gebruikt ze voor de veiligheid en ter bescherming van de kudde.

Een schaap kan wèl goed luisteren: Het kent de stem van de herder! De herder brengt de kudde tenslotte naar de stal en slaapt dan in de deur. Een ieder die in Hem gelooft zal ook eeuwig thuiskomen. Vraag maar veel om geloof, aldus de heer Kwantes en hij raadt ons aan ook in het verenigingsleven elkaar te wijzen op het Woord der waarheid, waardoor wij nog kunnen zalig worden!

Jeugd en wereld

De heer J. Segers uit Reeuwijk spreekt vervolgens over , Jeugd en wereld". Na een inleidend woord stelt hij, dat iedere opvoeder zijn/haar eigen overtuiging heeft, zijn/haar eigen norm: wat kan en wat niet kan, wat mag en wat niet mag, wat moet en wat niet moet. Tegenwoordig vindt men dat het kind niet in de weg gestaan moet worden, in geen geval in een keurslijf worden geperst van vaste opvattingen. Hooguit wat bijsturen! Dit geldt zeker voor godsdienstige opvattingen!

Christenen dienen hun normen aan het Woord van God en aan Zijn geboden te ontlenen. Dan gaan we niet uit van een optimistisch mensbeeld. We lezen daarvan in Gen. 8:21, Jer. 3 : 25 en Rom. 3 : 9-20 met als kern vs. 12 , , Daar is niemand die goed doet, daar is er ook niet tot één toe". Dit is de huiveringwekkende werkelijkheid van de gevolgen van de zonde! Maar gelukkig meldt Paulus in Rom. 3 vanaf vs. 21 over herstel en vergeving: en worden om niet gerechtvaardigd uit Zijn genade door de verlossing, die in Christus Jezus is". Ook voor de jeugd is er nog verwachting!

De Heilige Geest gebruikt daar mensen voor: uders en ouderen. Lees maar in Gen. 18 : 19, Spr. 22 : 6 en Matt. 28 : 19-20. Wij hebben opdracht onze kinderen op te voeden in de vreze des Heeren. Tussen het vierde en twaalfde jaar vormen de waarden en normen de grondslagen voor het hele leven! God heeft ons Zijn geboden uit liefde gegeven. Ze zijn nie hard en niet zwaar, maar goed voor een leefbare samenleving. Als men geen normen meer heeft, is men niet meer aanspreekbaar, aldus de heer Segers.

Onze kinderen leven niet op een eiland. De hele samenleving komt op hen af! Dat is bijbels! Lees het maar in Joh. 15:18 e.v. en hoofdstuk 16: In de wereld zult gij verdrukking hebben...." Samen lezen wij vervolgens 1 Joh. 2 : 15-17 „Hebt de wereld niet lief, enz." Wij moeten onze kinderen in deze wereld opvoeden voor een volgend leven en ze toerichten tot de strijd. Anders komen ze om! Letterlijk! Denk eens aan de zelfmoorden! Al vanaf twaalf jaar! Dit leven is een pelgrimsreis. Veel van wat wij soms meesjouwen zal eenmaal ballast blijken te zijn! Wel moeten we woekeren met de talenten, die God ons toevertrouwde.

Tenslotte: wat lezen onze kinderen? Veel is slecht! Modder doet blijvend schade! Wat zien (beeld) en horen (geluid) ze? Leren wij onze kinderen gehoorzamen? „Nee" is ook een antwoord! Hoe praten wij thuis over het gezag, onze predikant, kerkeraad, leraren? Hoe spreken wij over Gods voorzienigheid, onze verdorven aard, over zonde en vergeving, over geld en belasting betalen? Is het gebed aan tafel een uitdrukking van onze kinderlijke afhankelijkheid en een afwachten van genade?

Er is bij de Heere hulp te verkrijgen. We lezen daarvan in Jesaja59 : 1, Spr. 3 : 5, Matt. 19:26 „Bij God zijn alle dingen mogelijk", Jak. 1 : 5 „Die middelijk geeft" en Ps. 81 „Doe uw mond wijd open". Laten we niet gering van de Heere denken, maar onze kinderen in het gebed brengen aan de voeten van de Zaligmaker. Er is doen aan! aldus de heer Segers.

Tijdens het zingen van Psalm 123 wordt er gekollekteerd voor de vakantieweken voor gehandicapten (opbrengst ƒ 425, 75).

Na de pauze deklameert mevr. J. W. C. Vlastuin-Haalboom het gedicht „De verloren zoon" van mevrouw Van der Schoot-van Dam.

Tenslotte bedankt de heer Kwantes de heer Segers voor zijn gedegen referaat, mevr. Vlastuin voor de deklamatie, de vrouwenvereniging voor het organiseren en gratis schenken van koffie met heerlijke cake en ook alle belangstellenden voor hun komst. Hij vraagt aan de heer Segers met dankgebed de vergadering te willen besluiten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juli 1985

Daniel | 33 Pagina's

REGIONALE VERGADERING IN ALKMAAR op 7 juni 1985

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juli 1985

Daniel | 33 Pagina's