JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Aandacht voor bejaarden is belangrijk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Aandacht voor bejaarden is belangrijk

vraaggesprek met jongeren over zorg voor ouderen

19 minuten leestijd

Er komen steeds meer bejaarden. Daardoor is er ook steeds meer zorg voor bejaarden nodig. Heel wat van onze jongeren vinden hun dagelijks werk in deze zorg. Wat komt daarbij kijken? Zijn er specifieke problemen? Hoe verwerkje bijvoorbeeld het overlijden van mensen die je verzorgt? Hierover hadden we een gesprek met vier jongeren die in Moerkapelle en Den Dolder werkzaam zijn.

Aan het begin van het gesprek stelt iedereen zich voor:

- Corrie Faasse werkt als afdelingshulp in het bejaardencentrum Bethesda.

- Zwiertje Evink is gediplomeerd bejaardenverzorgster en werkt ook in bejaardencentrum Bethesda.

- Hanneke Klop is ongediplomeerd bejaardenverzorgster in bejaardencentrum Beth-San te Moerkapelle. Zij hoopt binnenkort de opleiding te gaan volgen.

- Liesbeth van der Spek is bezig met de opleiding voor bejaardenverzorgster. Zij werkt ook in Beth-San.

Hoe ziet een gewone werkdag in het bejaardencentrum er voor jullie uit?

Corrie: We beginnen 's ochtends gezamenlijk om half acht. Eerst worden de rapporten met de bijzonderheden doorgelezen. Daarna gaat iedereen naar zijn eigen afdeling. Onze eerste taak is dan om de bewoners te wassen en aan te kleden of ze daarbij te helpen. Daarna zorgen we ervoor dat ze om kwart voor tien in de huiskamer zijn, waar dan de dag gezamenlijk geopend wordt. Ook wordt in de huiskamer door de bewoners koffie gedronken, waarbij wij dan om de beurt koffiedienst hebben, 's Middags moeten de mensen na hun middagdutje weer uit bed worden geholpen. Ook moet er dan rond gegaan worden met de thee of koffie. En verder is er altijd wel van alles te doen. Eigenlijk is het altijd druk.

Zwiertje: Corrie heeft eigenlijk al het een en ander verteld. Ik ben gangoudste van een afdeling en dat betekent dat ik daar de verantwoordelijkheid over draag. Eigenlijk ben je de hele dag bezig met de verzorging van de mensen, ook van hen die op de ziekenzaal liggen.

Hanneke: Ook wij beginnen 's morgens om

half acht. Nadat we de mensen verzorgd hebben, drinken we zelf tussendoor om negen uur een kopje koffie. Na het koffiedrinken van de bewoners gaan we meestal het huishoudelijke werk doen.

Daarnaast moeten er medicijnen gedeeld worden; sommige mensen moeten geholpen worden bij het eten en 's middags helpen we de mensen weer bij het naar bed gaan en met het uit bed komen. Verder hebben we niet alleen dagdiensten, maar moeten we ook regelmatig avond-of nachtdiensten draaien.

Om welke redenen hebben jullie voor het beroep van bejaardenhelpster of verzorgster gekozen?

Hanneke: Eigenlijk ben ik er zomaar ingerold. Ik was kraamverzorgster maar vanwege het ongeregelde werk wilde ik liever wat anders. Ik werk nu zeven maanden in Beth-San en heb het goed naar m'n zin. Het is fijn om bij oudere mensen te werken.

Liesbeth: Toen ik op de INAS zat, heb ik stage gelopen in Beth-San. In die tijd heb ik al gevraagd of ik misschien na mijn schoolperiode daar zou kunnen komen werken. Ik stond wel ingeschreven voor de opleiding voor kraamverzorgster, maar daar was geen plaats meer. In Beth-San kon ik echter wel snel terecht. Alhoewel het dus eigenlijk helemaal mijn bedoeling niet was, vind ik het werk toch erg fijn.

Corrie: Ik werkte eerst in een winkel, maar een verzorgend beroep leek me ook wel wat. Verschillende mensen hadden mij dat ook aangeraden. Ik heb toen bij een aantal bejaardencentra gesolliciteerd en ben in Bethesda aangenomen.

Zwiertje: Ik heb eerst in de keuken van het bejaardencentrum gewerkt. Maar daar had je niet zoveel kontakt met de bewoners. En juist dat vond ik zo fijn. Daarom ben ik later de verzorging in gegaan, omdat je dan veel meer met de mensen zelf bezig bent.

Wat vinden jullie het aantrekkelijke van het werk?

Corrie: Het omgaan met de mensen vind ik erg fijn. Het is mooi om de mensen te mogen helpen als ze dat zelf niet meer kunnen.

Hanneke: Ja, dat vind ik ook. Het is fijn als je mensen ee'n prettige oude dag kunt bezorgen. Dat is voor mij erg dankbaar werk om te doen. Mensen zijn er vaak ook dankbaar voor. Niet dat iedereen dat even duidelijk laat merken, maar het valt natuurlijk ook niet mee om veel dingen niet zelf meer te kunnen doen.

Zwiertje: Wat ik fijn vind is om ouderen te begeleiden in hun ouderdom. Dat is voor velen erg moeilijk: men bemerkt de afbraak van het lichaam. Ook komt de dood steeds naderbij.

Hebben jullie nog tijd om met de bejaarden te praten of laat de drukte van het werk dat niet toe?

Zwiertje: Ik vind dat je ook goed kunt praten met de mensen onder het wassen of verzorgen. Daar heb je niet speciaal een vrij uurtje voor nodig. Het is voor mij juist makkelijker om met de mensen te praten onder het werk dan dat ik er voor ga zitten.

Natuurlijk heb je niet altijd even veel tijd maar als je merkt dat mensen graag willen praten, dan vraag ik me altijd af wat op dat moment het belangrijkste is. En dan neem ik er toch de tijd voor.

Liesbeth: Dat is heel mooi wat Zwiertje zegt, maar in de praktijk is dat toch wel moeilijk. Als ik iemand aan het wassen ben of bezig ben met het schoonmaken van een kamer, dan heb ik wel kontakt met zo iemand maar dat is niet diepgaand.

Eigenlijk blijft dat dan oppervlakkig.

Zwiertje: Toch vind ik dat kontakten onder de werkzaamheden door, gemakkelijker verlopen. Maar je moet bijvoorbeeld niet laten merken dat je haast hebt, want dan zullen ze ook zelf geen gesprek beginnen.

Hanneke: Maar als je merkt dat iemand behoefte heeft aan een gesprek, of echt wezenlijk dieper kontakt, dan zou je daar toch wat tijd voor vrij moeten maken. Ook al heb je het druk.

Liesbeth: Als je merkt dat het echt nodig is om met iemand te praten, kun je ook

zeggen datje een andere keer terug komt en er dan echt de tijd voor neemt.

Hanneke: Ja, want het komt natuurlijk niet altijd gelegen. Als je tussen de middag het eten aan het ronddelen bent, heb je gewoon geen tijd voor een gesprek,

's Zaterdags en 's zondags is er wel wat meer tijd om met de mensen te praten.

Dan kom je vaak wél tot een gesprek. Niet alle mensen hebben trouwens behoefte aan zo'n gesprek. Het scheelt ook of een bewoner helemaal alleen is of dat hij nog kinderen heeft waarmee gepraat kan worden. Als er een goed kontakt is met de familie, wordt er minder snel met het personeel gepraat. Wat ik wel moeilijk vind, is om als je een kamer van een bewoner binnenkomt, je voor te doen alsof je tijd genoeg hebt en helemaal voor die persoon in kwestie aanwezig bent, terwijl je eigenlijk nog zoveel te doen hebt. Maar dat mag je aan de mensen niet laten merken, want voor hen is het best belangrijk datje komt.

In een bejaardencentrum wonen veel mensen, dicht bij elkaar. Toch hoor je nogal eens zeggen dat er veel eenzaamheid onder hen is. Wat vinden jullie hiervan?

Zwiertje: Ik geloof dat er in het algemeen in de bejaardencentra best veel eenzaamheid is. Men komt vaak als vreemde in het bejaardencentrum en juist op die leeftijd is het moeilijk om nog kontakt te maken.

Bovendien denkt de buitenwereld dan vaak: die mensen zitten goed in het bejaardencentrum, ze krijgen genoeg aandacht en een goede verzorging en dan worden haast als vanzelf de bezoeken ook minder. Terwijl de bejaarden dan juist veel steun en hulp nodig hebben van familie en vrienden.

Corrie: Ja, maar die vrienden zijn ook vaak oud. En als ze dan veraf wonen, is er vaak weinig kontakt meer. Je merkt dan wel dat ze soms helemaal buiten de maatschappij staan.

Zwiertje: De kontakten die men dan nog heeft met medebewoners zijn vaak oppervlakkig. Dat kan alleen al komen door het feit dat oudere mensen vaak minder goed kunnen horen. Ze kunnen sommige gesprekken daardoor slecht verstaan en durven als gevolg daarvan weer minder te zeggen. Je ziet dan ook vaak dat ze zich dan terugtrekken en minder snel kontakten leggen.

Corrie: De bewoners zijn ook in het maken van kontakt allemaal verschillend. De een die nieuw komt in het bejaardencentrum zal sneller een praatje maken met zijn buren dan de ander; je merkt dat sommige bewoners daarin erg gesloten zijn.

Zwiertje: Het blijkt ook dat de meesten toch ook wel een tijdje nodig hebben om te „wennen" in de nieuwe omgeving van het bejaardencentrum.

Liesbeth: Toch vind ik het best moeilijk om te weten wat je nu onder eenzaamheid moet verstaan. Een bewoner die erg op zichzelf is en weinig kontakt heeft met medebewoners of personeel kan zich eenzaam voelen, maar het kan ook zijn dat zo iemand niet veel behoefte heeft aan kontakt.

Hanneke: In Beth-San wordt er erg veel voor de mensen gedaan, ze worden vaak voor allerlei aktiviteiten naar de huiskamer of conversatiezaal gebracht. Maar als ze dan weer terug zijn op hun kamer dan vóél je soms de eenzaamheid. Ze hebben dan ook veel tijd om aan zichzelf te denken, aan de problemen die er zijn. Denk maar aan de afbraak van het lichaam.

Zwiertje: Maar de meesten hebben ook ontzettend veel meegemaakt: kinderen die het huis uit zijn gegaan, zelf hebben ze de vertrouwde omgeving ingewisseld voor het bejaardencentrum en soms de man of vrouw verloren. Ze hebben een heel leven achter de rug. Ook broers en zusters komen te overlijden waardoor er weinig meer overblijft van vroeger. Dit werkt de eenzaamheid in de hand.

Wat wordt er in jullie bejaardencentra zoal gedaan voor en met de bewoners?

Hanneke: Iedere avond wordt er een avondsluiting gehouden door een ouderling.

Op de vrijdagavond wordt deze avondsluiting verzorgd door een predikant. Liesbeth: In de wintermaanden komt er ook wel eens een koor zingen en we hebben ook een paar keer in het jaar een gezamenlijke maaltijd van personeel en bewoners.

Hanneke: Verder kunnen de mensen 's middags altijd terecht in de hobbykamer, twee keer in de week is er 's middags mogelijkheid om te handwerken en er worden bijbelstudies gehouden. Ook zijn er bejaardenmiddagen.

Corrie: Er is sinds kort een bewonerskoor waar redelijk veel belangstelling voor bestaat. Op de woensdagmiddag wordt er gehandwerkt en 's maandags is er bezigheidstherapie. De avondsluitingen worden bij ons door personeelsleden verzorgd behalve op de vrijdagavond. Dan komt er een ouderling of predikant. Eenmaal in het jaar komt er een jeugdvereniging die dan een avondprogramma verzorgt. Dit wordt door de bewoners erg op prijs gesteld.

Er zijn bewoners die wat meer aandacht en zorg nodig hebben, bijvoorbeeld omdat de verstandelijke vermogens achteruit gaan. Wat wordt er voor hen gedaan?

Zwiertje: Sinds kort zijn we begonnen met de zogenaamde groepsverzorging. In zo'n groep krijgen deze mensen dan speciale zorg en begeleiding. Door middel van bezigheidstherapie proberen we ze weer een beetje te aktiveren.

Corrie: Het is ook belangrijk om ze te blijven aanspreken als meneer en mevrouw en ze niet te behandelen als kinderen.

Zwiertje: Wij spreken ook liever niet over demente bejaarden maar over ouderen die vergeetachtig worden.

Corrie: Je merkt wel dat deze mensen veel verzorging nodig hebben. Vroeger kwam je veel meer toe aan het huishoudelijk werk terwijl je tegenwoordig haast alleen maar bezig bent met de verzorging van mensen.

Liesbeth: Ook bij ons zijn er vergeetachtige mensen maar wij willen niet spreken over demente bejaarden, want wat is dementie eigenlijk? Je ziet trouwens ook vaak dat zulke mensen soms weer hele heldere momenten hebben.

Zwiertje: Als gevolg van de eenzaamheid kunnen mensen ook zo'n soort gedrag gaan vertonen. Dit wordt dan ten onrechte gezien als dementie. Daarom moet je met een begrip als dementie erg oppassen.

Hanneke: Bij ons is het zo dat als mensen echt vergeetachtig worden, ze door ons extra in de gaten worden gehouden zodat ze bijvoorbeeld niet de straat oplopen. Als bezigheidstherapie voor deze mensen hebben wij de hobbykamer, 's Zondagsmiddags zingen we altijd met de bewoners. En je merkt dan wel dat de bewoners die wat onrustig zijn, hierdoor gekalmeerd worden.

Liesbeth: Het is ook opmerkelijk dat mensen die soms heel erg vergeetachtig zijn, wel alle psalmen uit hun hoofd kennen.

Hanneke: Juist dat vergeten ze niet. Misschien is dat ook een uiting geven aan hun geestelijk leven. De verstandelijke vermogens op zich worden minder maar juist in zingen of bidden komt dan naar voren wat er in hun hart leeft.

Spreken de bejaarden wel eens met jullie over het naderende levenseinde?

Liesbeth: De mensen die nog gezond zijn hoor je er niet veel over praten, tenzij je echt een goed gesprek met ze hebt. Bejaarden die erg vergeetachtig zijn of ziek zijn, praten er meer over. Ik denk dat die er meer mee bezig zijn.

Hanneke: Als mensen een gesprek met je beginnen over zaken die met het sterven te maken hebben, dan probeer ik daar wel op in te gaan alhoewel het moeilijk is.

Zwiertje: Ja, dat is zeker moeilijk. Soms zit ik dan alleen maar te luisteren en weet

ook geen antwoord op hun vragen. Corrie: Soms kan het iemand ook goed doen om een stukje uit de Bijbel voor ze te lezen.

Zwiertje: Toch merk ik ook bij de bejaarden dat ze de dood vaak ver van zich af willen schuiven. Ze kijken daarbij vaak naar anderen die nóg ouder of zieker zijn dan zij.

Hanneke: Terwijl de heel ernstige zieken vaak teveel met hun lichaam te stellen hebben om bij deze zaken stil te staan.

Corrie: Daarom staat er toch ook: Gedenk aan uw Schepper in de dagen uwer jongelingschap. Want niet iedereen wordt oud of krijgt een ziekbed.

Is ouderdom altijd een zegen te noemen?

Zwiertje: Ik denk van wel, maar het zal door de oudere mens en zijn omgeving niet altijd als een zegen beleefd worden. Toch heeft de Heere met elk leven een bedoeling. Al zien wij dat niet altijd.

Hanneke: De Bijbel geeft zelf aan dat het leven en ook de ouderdom een zegen is.

Maar als je kijkt naar sommigen die al jarenlang ziek zijn of hulpbehoevend en gebrekkig, dan vraagje je wel eens af of het nu echt een zegen is. Maar toch heeft de Heere daar een bedoeling mee. Wij beslaan niet nutteloos onze plaats op de aarde.

Zwiertje: Vooral mensen die een ander leven kennen, kunnen voor hun omgeving een grote zegen zijn.

Hoe ervaren jullie het als er mensen uit het bejaardencentrum overlijden?

Liesbeth: Toen ik nog maar pas in Beth-San werkte, greep het me erg aan. Ook nu nog doet het me best veel, maar je vergeet het ook weer. Wel hangt veel af van het feit of je met iemand een goede band hebt gehad. Dan word je meer bij het overlijden bepaald. Dat geldt ook voor de bewoners.

Men ziet ook een medebewoner overlijden maar ook voor hun gaat het leven snel weer verder.

Zwiertje: Steeds weer moet je afscheid van mensen nemen, mensen loslaten. En dat komt steeds weer terug.

Hanneke: Ja, eigenlijk heb ik het er veel moeilijker mee als iemand stervende is, dan dat het voorbij is. De tijd voor het overlijden is voor mij de tijd van het verwerken.

Zwiertje: Als iemand overleden is, vraag ik me altijd af of ik zo iemand wel goed begeleid heb en of ik wel genoeg zorg en aandacht heb gegeven.

Liesbeth: De manier waarop de bewoners reageren op het overlijden van iemand, kan ik soms niet begrijpen. Dan wordt er alleen maar gepraat over de uiterlijke dingen, bijvoorbeeld hoe druk het was op de begrafenis. Aan de wezenlijke zaken wordt dan voorbij gegaan.

Zwiertje: Bij mezelf merk ik wel een verschil tussen het overlijden van een familielid of een bewoner. Bij een bewoner bemerk je dan dat er geen sprake is van een familieband, er is veel minder emotionele binding.

Bestaat er veel verschil tussen de denkwereld van ouderen en die van jongeren? Begrijpen zij elkaar nog?

Zwiertje: Je moet je in ieder geval proberen te verplaatsen in de situatie van de bejaarde. En als je dan wat van de achtergronden van hun situatie afweet, kun je ze best wel begrijpen. Naarmate je langer met bejaarden omgaat, leer je ze ook beter begrijpen.

Hanneke: Het gebeurt ook best wel dat mensen tien keer hetzelfde verhaal vertellen. Maar je moet dan niet laten merken datje er wel eenskriebelig om wordt, want voor hen is het toch een manier om dingen te verwerken.

Zwiertje: Andersom geloof ik dat veel bejaarden jongeren van nu niet kunnen volgen.

Hanneke: Ouderen zijn in zo'n andere tijd grootgebracht. Veel dingen kunnen ze 'daarom niet begrijpen. Op vakantie gaan vinden ze bijvoorbeeld helemaal niet nodig en ze vergelijken dan onze tijd met de situatie van vroeger. Maar voor veel andere dingen brengen ze wel weer begrip op. Daarin kunnen ze ook wel weer met de tijd meegaan.

Liesbeth: Het scheelt ook of ouderen zelf open staan voor veranderingen.

Hanneke: Wanneer ouderen kleinkinderen hebben, merkje vaak ook dat ze meer begrip hebben voor de jeugd.

Kunnen jongeren wat van ouderen leren?

Liesbeth: Vooral van ouderen die iets uitdragen kunnen, is veel te leren door jongeren.

Zwiertje: Ouderen beschikken over een enorme levenservaring die jongeren vaak nog missen. Ook over het geestelijk leven kunnen sommige bewoners erg open vertellen, ook aan ons jongeren. Anderen zijn daarentegen weer erg gesloten.

Hanneke: Het ligt vaak ook aan jezelf of men hierover praat. Als je zelf er over heen praat, dan zullen zij ook niet zo gemakkelijk over zichzelf praten. Je merkt aan de andere kant ook wel dat wanneer mensen bezig zijn met geestelijke zaken, dat ze daar niet över kunnen zwijgen. Al is het bij wijze van spreken midden in de nacht.

Hebben jullie aan het eind van dit gesprek nog een slotopmerking?

Hanneke: Het is best wel moeilijk om jongeren meer met ouderen in kontakt te laten komen. Het is wel een goed streven als jongeren bij ouderen op bezoek willen gaan, maar dan zou ik er op willen wijzen dat ouderen die nog niet in een bejaardencentrum wonen soms* minstens zo eenzaam zijn en misschien ook naar een bezoekje uitzien. Zij moeten dan ook niet vergeten worden!

Zwiertje: Zoek oudere mensen op en neem de tijd voor ze. Je hoeft dan zelf helemaal niet zo veel te zeggen. Een luisterend oor kan bij ouderen veel goed doen!

Graag wil ik jullie hartelijk bedanken voor je medewerking aan dit vraaggesprek. Veel sterkte toegewenst bij jullie werk ten behoeve van ouderen.

ook geen antwoord op hun vragen.

Corrie: Soms kan het iemand ook goed doen om een stukje uit de Bijbel voor ze te lezen.

Zwiertje: Toch merk ik ook bij de bejaarden dat ze de dood vaak ver van zich af willen schuiven. Ze kijken daarbij vaak naar anderen die nóg ouder of zieker zijn dan zij.

Hanneke: Terwijl de heel ernstige zieken vaak teveel met hun lichaam te stellen hebben om bij deze zaken stil te staan.

Corrie: Daarom staat er toch ook: Gedenk aan uw Schepper in de dagen uwer jongelingschap. Want niet iedereen wordt oud of krijgt een ziekbed.

Is ouderdom altijd een zegen te noemen?

Zwiertje: Ik denk van wel, maar het zal door de oudere mens en zijn omgeving niet altijd als een zegen beleefd worden. Toch heeft de Heere met elk leven een bedoeling. Al zien wij dat niet altijd.

Hanneke: De Bijbel geeft zelf aan dat het leven en ook de ouderdom een zegen is.

Maar als je kijkt naar sommigen die al jarenlang ziek zijn of hulpbehoevend en gebrekkig, dan vraagje je wel eens af of het nu echt een zegen is. Maar toch heeft de Heere daar een bedoeling mee. Wij beslaan niet nutteloos onze plaats op de aarde.

Zwiertje: Vooral mensen die een ander leven kennen, kunnen voor hun omgeving een grote zegen zijn.

Hoe ervaren jullie het als er mensen uit het bejaardencentrum overlijden?

Liesbeth: Toen ik nog maar pas in Beth-San werkte, greep het me erg aan. Ook nu nog doet het me best veel, maar je vergeet het ook weer. Wel hangt veel af van het feit of je met iemand een goede band hebt gehad. Dan word je meer bij het overlijden bepaald. Dat geldt ook voor de bewoners. Men ziet ook een medebewoner overlijden maar ook voor hun gaat het leven snel weer verder.

Zwiertje: Steeds weer moet je afscheid van mensen nemen, mensen loslaten. En dat komt steeds weer terug.

Hanneke: Ja, eigenlijk heb ik het er veel moeilijker mee als iemand stervende is, dan dat het voorbij is. De tijd voor het overlijden is voor mij de tijd van het verwerken.

Zwiertje: Als iemand overleden is, vraag ik me altijd af of ik zo iemand wel goed begeleid heb en of ik wel genoeg zorg en aandacht heb gegeven.

Liesbeth: De manier waarop de bewoners reageren op het overlijden van iemand, kan ik soms niet begrijpen. Dan wordt er alleen maar gepraat over de uiterlijke dingen, bijvoorbeeld hoe druk het was op de begrafenis. Aan de wezenlijke zaken wordt dan voorbij gegaan.

Zwiertje: Bij mezelf merk ik wel een verschil tussen het overlijden van een familielid of een bewoner. Bij een bewoner bemerk je dan dat er geen sprake is van een familieband, er is veel minder emotionele binding.

Bestaat er veel verschil tussen de denkwereld van ouderen en die van jongeren? Begrijpen zij elkaar nog?

Zwiertje: Je moet je in ieder geval proberen te verplaatsen in de situatie van de bejaarde. En als je dan wat van de achtergronden van hun situatie afweet, kun je ze best wel begrijpen. Naarmate je langer met bejaarden omgaat, leer je ze ook beter begrijpen.

Hanneke: Het gebeurt ook best wel dat mensen tien keer hetzelfde verhaal vertellen. Maar je moet dan niet laten merken datje er wel eenskriebelig om wordt, want voor hen is het toch een manier om dingen te verwerken.

Zwiertje: Andersom geloof ik dat veel bejaarden jongeren van nu niet kunnen volgen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juli 1985

Daniel | 33 Pagina's

Aandacht voor bejaarden is belangrijk

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juli 1985

Daniel | 33 Pagina's