Steeds meer ouderen
Steeds meer mensen in ons land bereiken een hoge leeftijd. Vooral het aantal hoogbejaarden — vanaf 80 jaar — zal in de komende tijd sterk en^snel toenemen. Voor de groep ouder dan 90 jaar wordt zelfs een verdubbeling verwacht tot het jaar 2000.
En dat tijdstip is geen vijftien jaar meer van ons af. Menselijker wijs gesproken, hebben de goede medische verzorging en de gunstige ekonomische omstandigheden hieraan ten zeerste meegewerkt. Voordat we ook maar over problemen die hiermee samenhangen, willen spreken, willen we wel uitdrukkelijk stellen, dat we hier verheugd over mogen en moeten zijn. De zorgen die deze ontwikkelingen met zich meebrengen moeten we dan ook met liefde op ons nemen.
Nederland vergryst
Als we de term „vergrijzing , , al overnemen, en dat heb ik in het kopje al gedaan, dan moeten we deze wel losmaken van eventuele bijklanken, die ook maar iets negatiefs zouden suggereren. Anders is zulk taalgebruik en het denken dat er achter zit een zorgelijke zaak. Oudere mensen maakt het onzeker en het versterkt het algemeen gevoelen dat dreigt te ontstaan, dat ouder worden of ouderdom eigenlijk alleen een negatieve ontwikkeling is.
Relatief, in procenten uitgedrukt, is de groei van de groep bejaarden nog door een andere faktor bepaald: de daling van het geboortecijfer. Doordat deze in andere landen, bijvoorbeeld Frankrijk, al veel eerder is ingezet, zijn deze landen ook al veel eerder met vergrijzing gekonfronteerd dan Nederland. Pas in het tweede decennium van de volgende eeuw zal het percentage ouderen in ons land zo hoog zijn als het in andere landen nu al is.
De stijging kan ik het beste even illustreren met een tabel.
65+-ers als % geschat aantal van de totale jaar 65+-ers (xlOOO) bevolking 1960 993 8, 7 1980 1615 11, 5 2000 2088 13, 3 2010 2362 14, 6 2025 3055 19, 6 (C.B.S. 1982)
Je ziet het: In 1960 nog geen miljoen (= 8, 7% van de totale bevolking), in 2000 ruim twee miljoen (13, 3%), nog 25 jaar later ruim 3 miljoen (19, 6%) bejaarden. Nog ver weg? Heel veel (ook jongere) lezers van nu horen er in 2025 bij of zijn er dicht bij. Het is goed ons dat eens te beseffen.
Isolement
In de afgelopen decennia is de kloof tussen ouderen en jongeren groter geworden.
Allerlei faktoren hebben daaraan meegewerkt. De individualisering heeft vervreemding gebracht, ook hier. Kinderen en kleinkinderen voelen zich in het algemeen minder sterk op grootouders en ouders betrokken dan vroeger. De grotere mobiliteit werkte dit mee in de hand: het aantal kinderen dat na hun huwelijk in de buurt van het ouderlijk huis blijft wonen, is slechts een fraktie van dat van vroeger. De emancipatie van de vrouw zal ook zijn gevolgen in dit opzicht steeds meer doen gevoelen. Al is het gelukkig niet op allen
van toepassing, toch schuilt er veel waars in de woorden van een oudere vrouw:
„Voor een oude kast heeft men meer belangstelling dan voor een oud mens".
Dat het loslaten van het bijbelse denken zich ook hier in zijn negatieve gevolgen manifesteert, behoeft geen verder betoog. Leviticus 19 : 32: oor het grauwe haar zult gij opstaan en gij zult het aangezicht der ouden vereren.
Het idee dat bejaarden het beste uit waren via verzorging in een mooi bejaardentehuis, was in de zestiger jaren voor velen, ouderen en jongeren, heel gewoon.
Ouderen die hun hele leven hard hadden gewerkt, konden eindelijk van hun welverdiende rust een onbezorgde en verzorgde oude dag genieten. Daar kwam bij dat het steeds moeilijker werd om bejaarde ouders in opgroeiende gezinnen op te nemen. Enerzijds door veranderingen binnen het gangbare gezinstype, maar ook de woningnood en de beperkende bouwvormen stonden dat in de weg. Bejaarden werden daardoor maar al te vaak en meer dan nodig was, naar de rand van de samenleving gedrongen. En ze lieten zich dat soms ook graag welgevallen.
Omkeer
Gelukkig is er in deze een omkeer in het denken ingetreden. Mede door het feit dat de ekonomische recessie van de laatste jaren dwong tot bezuinigen. Voortgaan met verstrekken van voorzieningen zoals in de zeventiger jaren, zou tot een bankroet van de samenleving hebben geleid. Mede hierdoor kiezen ouderen zelf vaker bewust voor het behoud van hun zelfstandigheid zolang het kan.
Voor een echt zelfstandige manier van leven moet wel aan bepaalde voorwaarden worden voldaan, voor zover mensen daarop invloed kunnen uitoefenen.
De gezondheid is van het grootste belang. Gezondheidsproblemen gaan vaak gepaard met gevoelens van eenzaamheid, angst en onzekerheid of wel de rechte hulp zal worden geboden in geval van nood.
Verder zijn sociale kontakten zeer belangrijk. Allerlei bestaande kontakten vallen bij het klimmen der jaren weg en er komen nauwelijks nieuwe voor in de plaats. Netwerken van relaties zijn niet meer beschikbaar en isolement dreigt. Toch blijven relaties zeer belangrijk.
Goede aangepaste woonruimte kan ook veel bijdragen aan behoud van zelfstandigheid. Woonruimte op maat, met de nodige voorzieningen. Een alarmsysteem of deelname aan een telefooncirkel kan een stimulans zijn om zelfstandig te blijven.
Ook de nabijheid van winkels, kerk, groenvoorzieningen, openbaar vervoer, sociaal-medische diensten is belangrijk.
Het inkomen is ook van invloed op de woon-en leefsituatie in brede zin. Het bepaalt ook wat iemand zich kan verwerven aan diensten en goederen, die door lichamelijke gebreken nodig worden.
Tussen al deze voorwaarden is een duidelijke samenhang. Als er ergens in dit geheel knelpunten optreden, ontstaat de behoefte op anderen terug te vallen. Ik noem maar wat mogelijkheden: bejaardenhulp, tijdelijke verzorging of verpleging, alarmering, maaltijdvoorziening, aangepast vervoer, enz. Het zo lang mogelijk zelfstandig funktioneren van de ouderen staat of valt met deze hulp.
Hoewel we soms de indruk hebben dat bepaalde „beleidsombuigingen" in de welzijnszorg alleen maar dienen als vlag voor een lading bezuinigingen, kunnen we niet
ontkennen dat het streven naar de verlenging van zelfstandigheid een goede zaak is.
De bezuinigingen zullen dan ook vooral moeten worden opgebracht door de instellingen waar de mensen intern zijn: ziekenhuizen, verpleeghuizen en bejaardenhuizen, de zogenaamde intramurale voorzieningen. Het geld dat daar dan vrijkomt, wordt voor een deel gebruikt om de extramurale voorzieningen uit te bouwen waardoor de zelfstandigheid langer kan worden bewaard. Ik noem er enkele: bejaardenhulp via de gezinszorg, kruiswerk met een streven naar 7 x 24-uurs bereikbaarheid.
En vrijwilligerswerk.
Van dit laatste geef ik enkele mogelijkheden. Misschien is er iets voor u of voor jou bij: licht huishoudelijk werk, boodschappen doen, samen wandelen, meegaan naar ziekenhuis of dokter, technische klussen in en rond het huis, helpen bij vervoer, opzetten van bezoekcirkels, helpen bij invullen van formulieren, voorlezen uit de Bijbel of een goed boek, - enz.
Deze zogenaamde substitutie van intranaar extramuraal zou voor 1986 de kosten van de bejaardentehuizen in plaats van 2, 8 miljard 2, 3 miljard doen zijn, het aantal plaatsen in de tehuizen terugbrengen van 143.000 tot 121.000 en het aantal personeelsleden van 50.000 naar 42.000.
Dat deze cijfers gehaald worden, is niet waarschijnlijk, maar de tendens is duidelijk.
Verzorgingshuizen
Onze bejaardentehuizen zullen hun funktie behouden, ondanks alle goede bedoelingen van meer zorg voor langere zelfstandigheid. Degenen die worden opgenomen, zullen een grotere verzorgingsbehoefte hebben dan in het verleden. Wie de tehuizen van binnen uit kent, weet dat deze tendens al lang aanwezig is. De bezuinigingen vallen daarom zwaar: op personeel beknibbelen kan op de duur slechts de kwaliteit van de zorg aantasten, de rek is er gauw uit.
Nog grotere zorg is er over de vraag, of we de mogelijkheid zullen behouden onze hoog-bejaarden in'eigen milieu op te vangen en hun een levensavond te bieden in een , , eigen" huis. Steeds meer wint de opvatting veld dat levensbeschouwing niet langer als een ordeningsbeginsel voor voorzieningen kan worden beschouwd.
Uit een recent rapport bleek dat nog geen 25% van de ondervraagden tussen de 50 en 75 jaar de eigen gezindte belangrijk vindt bij de keus van een tehuis. Ruim 50% spreekt de voorkeur uit voor een algemeen huis. En in Zuid-Holland hebben op dit moment ongeveer tweederde van de huizen een konfessionele grondslag. Als het aan gedeputeerde Boone (PvdA) in Zuid Holland ligt, zal hij deze gegevens benutten zo veel de wet het hem toelaat.
Er is nog een aantal zaken die stuk voor stuk een aanslag op de identiteit van de huizen kunnen worden. De wet op de gelijke behandeling: recht op toelating voor ieder, ongeacht godsdienst, ras of sexuele geaardheid. De demokratisering kan de bestuurssamenstelling openbreken: personeel, bewoners en vrijwilligers moeten hun vertegenwoordigers krijgen in het bestuur. Het recht op privé binnen de eigen kamer kan haaks staan op de identiteit van het huis. Er zou veel meer over te zeggen zijn, maar daar is dit blad de plaats niet voor.
Gelukkig blijft het waar: de Heere regeert.
Een taak voor allen
Verder nog dit: soms lijkt het wel of de „ruilwaarde" die de ouderen hebben te bieden (meer levenservaring) niet erg meer wordt gewaardeerd in deze maatschappij.
We zouden ons er meer vanbewust kunnen worden, hoe waardevol het kan zijn, met hen om te gaan en ons meer voor hen in te zetten. Niet alleen voor de ouderen waardevol, maar voor onszelf net zo goed. Iedereen kent toch wel ouderen in de direkte omgeving, voor wie je wel eens wat zou kunnen doen, vrijwillig.
Een hoge leeftijd is een zegen des Heeren.
Wie jong is, wil oud worden. Wie het is, ervaart „aan den lijve" wat het inhoudt.
Lees Prediker 12 er maar eens op na.
En neem als je nog jong bent vers één ter harte.
Gelukkig zijn die ouderen én jongeren die op goede gronden kunnen en mogen zeggen: „Wij zijn des Heeren".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juli 1985
Daniel | 33 Pagina's