JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

„Een iegelijk dan die mij belijden zal voor de mensen.....”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„Een iegelijk dan die mij belijden zal voor de mensen.....”

vraaggesprek met ds. J. W. Verweij over christen-zijn in dienst

14 minuten leestijd

Dominee, we willen dit vraaggesprek graag praktisch houden. Stelt u zich voor: een 19jarige jongen moet in dienst en komt bij u langs voor een gesprek. Wat zou u tegen zo 'n jongen zeggen?

Als zo'n jongen bij me komt, ga ik er in de eerste plaats op wijzen dat er een grote verandering in zijn leven plaats vindt: hij verlaat zijn ouderlijk huis en komt in een vaak onchristelijke omgeving. De bescherming van het huiselijk-of schoolmilieu valt in dienst weg. Er is een groot verschil tussen een militaire en een burgerlijke samenleving.

Niet dat de militaire samenleving zondiger is — in dienst gaan wil niet zeggen in Sodom komen —, maar daar valt wel de kontrole van huis en kerk weg.

Hoe probeert u die jongen erop te wijzen hoe zijn houding in dienst moet zijn?

Door te wijzen op wat hij van huis uit qua opvoeding uit Gods Woord heeft meegekregen. Een stuk geestelijke bagage dus. De Heere heeft onze jongens apart gezet en afgezonderd en heeft ze een verantwoordelijkheid mee gegeven, waardoor ze hun plaats in de militaire samenleving moeten kennen. Het gaat alleen maar goed als we ons houden aan de norm van Gods Woord. Dan blijven we in elke samenleving staande, zie maar naar Jozef en Daniël en zijn vrienden. Zij bleven door goddelijke genade staande. Hier kwam openbaar wat in vraag en antwoord 32 van de Heidelberger Catechismus zo zakelijk beleden wordt: Maar waarom wordt gij een Christen genaamd: Omdat ik door het geloof een lidmaat van Christus en alzo Zijner zalving deelachtig ben. Opdat ik Zijn Naam belijde en mijzelf tot een levend dankoffer Hem offere en met een vrije en goede consciëntie in dit leven tegen de zonde en de duivel strijde en hiernamaals in eeuwigheid met Hem over alle schepselen regere. Dit geldt ook vandaag nog.

Hoe is de voorbereiding van onze jongens op hun diensttijd. Krijgen ze van huis uit wel voldoende voorlichting?

Nou, dat betwijfel ik wel eens en dat zien we in de eerste plaats in het gezin al. Er zijn veel vaders die met het militaire leven niet bekend zijn, omdat ze of niet in dienst geweest zijn of de veranderingen in dienst niet goed gevolgd hebben. Ik denk dat hier nog een belangrijke taak, in het bijzonder ook wel voor de kerkeraden, ligt.

We blijven nog even bij ons , , praktijkvoorbeeld": Die jongen had tot z'n 18e jaar in het beschermend milieu van een reformatorische school verkeerd. Voor zo iemand is het dus een enorme verandering als hij ineensin 't soldatenleven terechtkomt. Welke problemen brengt dit zoal met zich mee?

Welke problemen er ook mogen zijn, meeleven van het thuisfront — het gezin, predikant en kerkeraad — is van uitermate groot belang. Ik vraag, als ik ze soms op de

catechisatie zie, hoe het gaat en ik zeg dan:

„Als er problemen zijn, kun je altijd bij ons terecht". Onze jongens vinden belangstelling voor en meeleven met hun diensttijd, altijd erg fijn. Want problemen zijn er in dienst zeer zeker: de zonde heeft in ieders leven grote zuigkracht, ook bij onze jongens die in dienst gaan. Daarom moeten zij in de eerste plaats bewaard worden voor zichzelf. Helaas wordt soms de ruimte voor zondige aktiviteiten ook door onze jongens benut. Ze laten hun geestelijke plunjezak dan bij de poort van de kazerne staan en duiken onder in de massaliteit van de kazerne.

te bekwamen. Op 19-jarige leeftijd wilde hij graag bij de radar. Dat kon het best in militai dienst en zo werd hij „beroeps". Na de O.O.S., de onder-ojftciersschool, in Weert kwam bij de verbindingsdienst en werd uiteindelijk sergeant-elektronisch monteur.

In diensttijd ontstond zijn roeping tot predikant. , , 0p 23-jarige leeftijd heeft de Heere getrokken uit de duisternis en me gebracht tot Zijn wonderbaar licht. Dat was onder een preek van een Christelijke Gereformeerde predikant, 't Ging over de zuivering van de dorsvloer uit Mattheus 3. Toen was ik kaf en geen koren."

Zijn roeping kreeg hij met de woorden uit Lukas 22 : 32b: , En gij, als gij eens zult bekeerd zijn, zo versterk uw broeders. " Na drie keer op geweest te zijn, werd (ds.) Verweij in 19 toegelaten tot de Theologische School, samen met de huidige predikanten J. Koster, D. Rietdijk, J. M. Kleppe en M. J. van Gelder.

Van 1971 tot 1980 werd de gemeente van Hendrik Ido Ambacht gediend. Nu „staat" hij Ridderkerk. Naast zijn lidmaatschap van het deputaatschap voorde militairen en dat voor gezins-en bejaardenzorg is ds. Verweij voorzitter van het deputaatschap bij de Hoge Overheid.

Met ds. Verweij wilden wij het hebben over christen-zijn in dienst. Gaarne was hij daartoe bereid. Voor veel van onze jongeren is de militaire dienst een niet weg te denken periode v hun leven. Daarom zijn de vragen rond het in militaire dienst zijn steeds weer aktueel.

Hoe kan het thuisfront — het gezin, de kerk — zo'n jongen tot steun zijn?

In de eerste plaats is het gezin de plaats waar de militair opgevangen moet worden als hij met verlof thuiskomt. Daar moet begrip bestaan voor de problemen, die er kunnen zijn en daar moet de begeleiding plaatsvinden. Daarnaast is het gebed van de ouders en het ambtelijk gebed een belangrijke steun. Ook door de prediking van het Woord apelleert de Heere op het geweten. En het is de tucht van het Woord die, door de algemene bediening van Gods Geest, bewaart voor een uitleven in de zonde. Nog beter is het als God Zijn bijzondere genade zou schenken: dan leven we pas echt naar de eis van Gods wet.

't Is verstandig om vanaf het begin ervoor uit te komen dat je christen bent. Betekent dit dat je je zoveel mogelijk afzijdig moet houden van je „wereldse" mede-dienstplichtigen?

Het is, laat ik dat eerst zeggen, heel verstandig om je identiteit naar voren te brengen. Dit direkt er voor uit komen, dwingt het meeste respekt af, hoewel het soms moeilijk is en de schroom blijft.

Onze jongens moeten er van doordrongen zijn dat ze afgezonderd moeten zijn als „dienstplichtigen van Christus". Het christen-zijn moet praktijk worden en ook zo worden uitgeleefd. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan het 's avonds en 's morgens geknield voor het bed liggen. Er zullen jongens zijn die zich schamen en het onder de dekens doen. 't Is beter om er voor uit te komen. Dat doet die ander, die het niet doet, toch ook?

Aan de andere kant ben ik er beslist op tegen als onze jongens zich helemaal afzijdig houden van de anderen. Je moet geen eenling worden, maar zover mogelijk in team-verband met elkaar omgaan, als maat onder de maten. Ook buiten de dienst moet je je niet per definitie afzijdig houden. Wel moeten we bij dit alles steeds open en eerlijk voor de Heere uitkomen. Hij wil daar Zijn zegen nog over geven.

Een praktijk-voorbeeld: je maats gaan op een vrije avond de stad in, gewoon wat slenteren en op een terrasje een „pilsje

vatten". Ze vragen of je meegaat. Wat doe je dan?

Op zich vind ik, dat daar niets op tegen is, maar als het de bedoeling is, zich te buiten te gaan — bijvoorbeeld aan drank, of zoals dat heet, , , achter de rokken aan te zitten" — dan moeten we ons afzijdig houden. Als het binnen normale grenzen blijft, is er dus niets op tegen. In dit verband wil ik er ook op wijzen dat als je een keer mee gegaan bent, je deze maats kunt vragen ook eens met jou mee te gaan, bijvoorbeeld naar een kerkdienst of naar je kontaktadres. Ik zie hier een stukje persoonlijke evangelisatie in!

Er is nogal wat vrije tijd in dienst. Vaak zit je ver van huis. Hoe vul je die vrije tijd?

Er is inderdaad veel vrije tijd in dienst en er zijn evenzovele mogelijkheden die tijd te vullen. Je kunt studeren (vaak goedkope kursussen), je hobby's doen of je sportief en gezond ontspannen.

Daarnaast is er de mogelijkheid om naar kontaktpersonen voor militairen, binnen onze gemeenten te gaan. Hun adressen staan in de „Wegwijzer voor de militair", die iedere militair krijgt wiens adres is doorgegeven aan de kerkeraad. Tenslotte zijn er de bijeenkomsten van het Deputaatschap voor militairen. Ook wordt bijvoorbeeld de legerplaats Seedorf in Duitsland, regelmatig bezocht door leden van het Deputaatschap.

Naast deze goede manieren om de vrije tijd te vullen, zijn er op de kazernes ook onverantwoorde mogelijkheden, als bijvoorbeeld de films van de Welzijnszorg, toneelvoorstellingen en andere ontspanningsavonden. Ik wil daar met klem tegen waarschuwen.

Je hebt in dienst geen kamer apart en je eet ook steeds gezamenlijk. Hoe moet dat met bidden en bijbellezen?

Er is altijd wel gelegenheid te vinden om te bidden en te lezen en iedere jongen voelt wel wat gepast is tot stichting van zichzelf en de anderen. Het „cafetaria-systeem" in dienst is niet zo geschikt voor bidden, omdat er geen stilte gevraagd wordt, zeker niet in eetzalen van drie-of vierhonderd man. Wel kun je dan in je naaste omgeving om stilte vragen.

U bent er niet voor om van te voren, op je kamer een gebed te doen?

Die mogelijkheid is er ook. Je persoonlijke vrijheid is dan groter en als 't niet anders kan, is dit wellicht aan te bevelen. Maar als het kan is het in het openbaar toch beter, want het mag absoluut geen vluchtweg worden om op die manier voor je principes uit te hoeven komen. Het Woord van Christus blijft toch steeds: Een iegelijk dan, die Mij belijden zal voor de mensen, die zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is" (Matth. 10 : 32). Dit blijft de kern van de zaak.

Bijbellezen is in een eetzaal onmogelijk; dat is in de meeste gevallen alleen maar mogelijk op je eigen kamer. Dit geldt ook voor het lezen voor het naar bed gaan. We moeten nooit gering denken over de kracht van het Woord, want dat is toch het zaad der wedergeboorte. Het kan je ook bemoedigen ten aanzien van je dienstproblemen. Ik wil wat het bijbellezen betreft ook nog een raad geven: lees niet willekeurig, maar ordelijk, bijvoorbeeld een bepaald bijbelboek. Ook een dagboek of bijbelrooster kan je hierbij helpen. Tot slot: de kamers in dienst zijn vaak geen grote zalen meer. Wellicht hebben je kameraden er geen bezwaren tegen als je hardop uit de Bijbel leest.

Hoe zit het met het waarschuwen van je kameraden als hun gedrag of taalgebruik beslist onchristelijk is? (Efeze 5:11).

Onze jongens moeten afstand nemen van de zonde, geen gemeenschap hebben met de werken van de duisternis. Gods genade geeft een afkeer van de zonde, ook van de zonden van de naaste. Ik vind dat het daarom een plicht is, die we verschuldigd zijn ten opzichte van onze naaste. Ik denk hierbij aan drankmisbruik en ongepaste, zedeloze praat.

Een waarschuwend woord en voorbeeld zijn dan op z'n plaats. Tussen twee haakjes: ons voorbeeld mag natuurlijk niet met onze woorden in strijd zijn. Belangrijk is ook hóe we onze naaste waarschuwen.

Zeker niet uit hoogmoedszin, maar uit bescheidenheid en ook uit bewogenheid met het heil van onze naaste. God moet dan wijsheid geven en kan dit waarschuwend woord van ons nog gebruiken. Niet zwijgen, zeker niet, al hangt het natuurlijk wel van de omstandigheden af.

Nog een praktijk-voorbeeld: in de slaapzaal heejt iemand pornografische platen opgehangen. Wat doe je dan ?

Het is zo dat dit tegenwoordig helaas niet meer verboden is. De voorstellingen zijn soms inderdaad schunnig en zinneprikkelend. Ik vind dat je dan vriendelijk moet verzoeken deze platen weg te mogen halen. Als alternatief zou je zelf bijvoorbeeld natuurplaten mee kunnen nemen.

Er zullen in dienst wel eens diskussies (of vragen) zijn over geloven en wat dat betekent. Jij staat als christen bekend en van jou willen ze dat nu wel eens weten. Als dat voor jezelf alleen maar uiterlijk is, of je twijfelt ofje wel echt gelooft, hoe moet je dan op zulke vragen antwoord geven?

Dat zijn wel eens verrassende dingen. Er ontstaan gelukkig wel eens diskussies over bijvoorbeeld het geloof of christen-zijn. Zo in de zin van: „Wat geloven jullie nou precies? " Ik denk dat het nog wel eens noodzaakt tot diepere studie over de geloofswaarheden. Dat is alleen maar nuttig! Het is natuurlijk niet altijd even eenvoudig, omdat het dikwijls ook persoonlijk wordt: heb ik persoonlijk deel aan het levend geloof, wat beleef ik daar nu werkelijk van? Toch moetje altijd een positief antwoord geven. Je moet altijd de bijbelse boodschap uitdragen, al is het met de bede in het hart: „Heere, maak het ook voor mij persoonlijk waar".

Het stuk geestelijke bagage, dat je van huis uit hebt meegekregen, moet je uitdragen, je mag niet kleurloos worden. En het wordt schuld als je het niet doet.

In dienst is er ook een uur geestelijke

verzorging, verzorgd door een legerpredikant. Vaak is dat van een heel ander „gehalte " dan bij ons. U adviseert om daar niet heen te gaan?

Het gehalte is heel verschillend en hangt af van de verzorger en van degenen die verzorgd worden. Er zijn er die er , , een potje van maken", maar er zijn er ook die aan het uurtje een zinvolle inhoud geven.

Ik adviseer niet om zondermeer niet te gaan, zelfs niet als het „niets" is. Belangrijk is hoe je jezelf opstelt. Stel je bijvoorbeeld een goede vraag, zodat er een gesprek op gang kan komen? Begin dus niet vanuit het negatieve. Begin positief!

Brengt de diensttijd geen problemen mee wat betreft de zondagsviering?

Je mag tegenwoordig wel, meer dan vroeger, de zondag over naar huis, maar toch geeft zondagsviering in dienst wel eens problemen. Er zijn nu eenmaal verplichte dienstaktiviteiten zoals wachtlopen. Ook zijn er soms oefeningen in Navo-verband. Dit geeft natuurlijk wel gewetenskwelling. Een stuk bezinning over deze zaken is zeer zeker nodig. Zelf een preek lezen of draaien blijft echter meestal mogelijk. Dit wordt in Seedorf ook steeds gedaan. Het Deputaatschap zorgt voor de bandjes.

Raadt u jongens uit onze kringen aan, al het mogelijke te doen om , , uit dienst" te blijven of mogen we ons niet te gauw aan de dienstplicht onttrekken?

Nou, daar moet je voorzichtig mee zijn, tenzij er natuurlijk wettige redenen voor zijn. Ongeoorloofde wegen bewandelen is uit bijbels oogpunt te veroordelen. Verdediging van het land is een plicht, een verantwoordelijkheid voor iedereen. Onze vrijheid is een groot goed en daar moeten we onze prijs voor betalen. Ook werkt de Heere nog onder onze jongens in dienst.

Het is in de konfrontatie met andersdenkenden dat ze er achter kwamen dat ze met het historisch geloof te kort komen.

Voorbeelden hiervan zijn bekend: een jongen die pas belijdenis gedaan had, toen hij in dienst moest. Daar kwam hij er achter dat hij God niet werkelijk kende.

Wel met het verstand maar niet met het hart. En zo zou ik meer voorbeelden kunnen geven. Het is niet zo — wat soms gezegd wordt — dat de Heere niet meer werkt.

Kunt u — tot slot — iets vertellen over het Deputaatschap voor militairen?

Het deputaatschap is ingesteld tot behartiging van de belangen van de militairen. En dat komt niet alleen tot uiting in het jaarlijkse kerstpakket, met onder andere een boek, een „aardigheidje" en een brief van de voorzitter van het deputaatschap.

't Gaat ons uiteraard in de eerste plaats om de geestelijke belangen van onze jongens in militaire dienst. Voor hen is het belangrijk te weten dat er een meelevend thuisfront is.

Wij willen hen helpen bij de problemen die ze hebben. Dat leidt onder andere tot korrespondentie met sommige jongens, soms via thuis of via het kontaktadres.

Verder wordt er één keer per jaar in het konferentieoord Beukbergen in Huis ter Heide een konferentie gehouden. Dit jaar is dat van 26 tot 28 juni. Zo'n 25 militairen luisteren dan naar een aantal lezingen.

Evangelist Kwantes houdt een lezing over , , Doe het werk van een evangelist". Ook is gevangenispastor D. J. Klein Onstenk uitgenodigd. Verder is er dan nog een forum, een bezoek aan het luchtmachtmuseum en een diapresentatie.

Deze konferentie voorziet echt in een behoefte. Het zijn vaak fijne dagen.

Wat wilt u aan het eind van dit vraaggesprek onze jongens in dienst en die nog in dienst moeten, meegeven?

Ik hoop dat onze jongens hun diensttijd niet al , , balend" doorbrengen. En ook dat psalm 119 waar wordt:

„Waarmee zal de jongeling zijn pad zuiver houden? Als hij dat houdt naar Uw Woord."

Dan zul je in waarheid christen-zijn in dienst, want dan leeft het ook: „U zoekt mijn hart, mijn oog blijft op U staren."

Dan ben je een levend getuige van de dienst van die Koning, Die alleen maar vrijwilligers in dienst heeft.

Barneveld

G. P. P. Hogendoorn

H. van Grol

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 juli 1985

Daniel | 32 Pagina's

„Een iegelijk dan die mij belijden zal voor de mensen.....”

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 juli 1985

Daniel | 32 Pagina's