Jos gaat logeren
Als opa en oma met Jos in de kerk komen, is de kerk al vol met mensen. Gelukkig kunnen zo nog met z'n drieën naast elkaar zitten. Jos heeft zijn bijbeltje meegenomen. En als de dominee eeri psalm opgeeft, zoekt hij het ijverig op.
Opa kent de psalmen uit zijn hoofd, die ze moeten zingen. Knap hoor! Jos luistert goed naar de dominee, want meestal vraagt opa waarover de dominee gepreekt heeft. Dus opletten!
Twee keer krijgt Jos een pepermunt. Lekker....!
Als de kerk uitgaat, huppelt hij op de terugweg aan opa's hand. Zijn mond staat niet stil. Oma zet meteen koffie als ze thuiskomen. En het duurt niet lang, of ze zitten knus bij elkaar koffie te drinken.
„Lekker hè oma, " zegt Jos genietend. „Ja lieve jongen, we zijn blij datje bij ons bent en we hopen dat mama weer gauw beter wordt."
„Dan is het feest oma." „Nou en of!"
Opa zit op zijn gemak in de stoel en zegt: „Ik weet nog goed dat ik vroeger, toen ik nog op het schip was, héél erg ziek ben geweest. En weetje wat het ergste wat? Er kwam storm. Een vreselijke storm
Angstig had ik 's middags al naar de lucht gekeken. En.... voordat het avond was, waren we in grote nood.
Gelukkig wisten de meesten, dat we met onze nood naar de Heere konden gaan. De Heere, Die in het grootste gevaar helpen kan. Maar één van ons, Piet heette hij, begon te spotten. Hij zei: „Ha., ha., ik wil wel eens zien, of die God in zulk noodweer kan helpen. Zoals ik het bekijk, komen we allemaal om. Vast en zeker!"
Inmiddels werd de storm steeds woester en het water kwam over het schip. Angstig en bevreesd keken we elkaar aan. Zouden we nog gered kunnen worden?
Trillend lag ik onder de dekens met hoge koorts. Ik was erg ziek, maar gelukkig kon ik mijn handen vouwen en tot God bidden om redding. De andere mannen hadden druk werk, om het water weg te scheppen. Met gevaar van hun leven. Want...., af en toe leek het, of ze van het schip afgeslagen zouden worden. Noodweer was het! Verschrikkelijk! Zó hadden we het nog nooit meegemaakt. Door alles heen hoorde ik Piet spotten. Hij trok zich niets van de storm aan. Tot ineens de schipper het niet langer aan kon horen. „Mannen, " zei hij met bevende stem, „laten we hier neerknielen en de Heere God vragen om bewaring. Nergens kunnen we het anders van verwachten...."
Eerbiedig knielden de mannen, en bad de schipper ernstig tot de Heere om behoud. Behalve Piet. Hij bleef op het dek staan. Bidden....? Daar begon hij niet aan. Hij dacht er niet over!
Maar.... wat gebeurde er....? Een ontzettende windvlaag rukte hem plotseling weg.... Piet greep.... greep.... maar had geen houvast. Hij kon zich nergens aan vastklampen. Piet plonste in het water.
Hij kon wel goed zwemmen, maar schreeuwde van angst: „Help.... help!" De storm bulderde....
De andere mannen stonden na het gebed op van hun knieën. Ze hadden niet gehoord, wat er met Piet gebeurd was. De storm raasde boven alles uit.
Ontsteld riep er één: „Waar.... waar is Piet? " „Wat....? Is Piet er niet? " Hij stond straks toch nog bij hen? Is die praatjesmaker, die spotter soms naar beneden gegaan? Is hij tóch bang?
Maar wat was dat....? Hoorden ze het goed? Er was iemand in nood. „Help.... help.... help me toch!" Piet sloeg met zijn armen in het water, maar de storm hield hem tegen om aan boord te klimmen. O, hij zal verdrinken.... Hij kon haast niet meer en was zó moe!
Toen ineens, zagen de mannen hem. Eigenlijk...., was het te gevaarlijk om Piet te redden, want.... ze zouden zelf van het schip slaan. Misschien wel weggespoeld worden door het woeste wilde water.
Maar het moést! Piet moést gered. Ondanks dat hij gespot had. Juist daarom moest hij gered worden. Want anders....
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 juni 1985
Daniel | 32 Pagina's