BESCHUT, BESCHERM U PRIVILEGIËN TOCH !
O Nederland! let op u saek. De tijt en stont is daer, Opdat nu in den hoeck niet raeck U vrijheit die voorwaer u ouders hebben dier gecocht.
Dit vers uit Valerius „Gedenck-Clanck", gedicht in 1577, is ook nu anno 1985 nog aktueel. „Beschut, beschermt, bewaerd u land, en laet niet nemen uijt u hand, u Privilegiën toch!" Beseffen wij als ouders wel welke aanvallen er gedaan worden op dè pijler van onze samenleving, het gezin?
Niet altijd met een open vizier, maar door bedekte zijdelingse aanvallen, of door onverhoedse aanvallen in de rug, zodat wij het gevaar niet terstond herkennen.
Soms gecamoufleerd met een ander etiket dat de ware inhoud moet verbergen, maar die toch de zonde van hoogmoed van het Paradijs bevat: als God willen zijn, willen heersen, als de mens der zonde de alleenheerschappij zonder God!
Het was het beeld dat Eva de moeder van alle levenden werd voorgespiegeld: „Gij zult als God wezen, kennende het goed en het kwaad."
Dit duivelse schijnbeeld dat ook nu in allerlei vormen wordt gepropageerd, brengt alleen maar tot slavernij. Als wij los van onze Schepper die ons als een kroonjuweel in Zijn lusthof plaatste willen leven, dan gelijken wij op onze vader de duivel, die ons in zijn macht houdt, en ons als spreekbuis gebruikt, zoals hij in Edens hof een slang gebruikte. Door alle eeuwen heen is daar de worsteling tussen het slangenzaad en het zaad der vrouw. De kop van de slang is reeds vermorzeld op Golgotha, maar met de slangestaart worden nog geweldige klappen toegebracht.
De geestelijke wapenrusting
Niet alleen zal de wereld op haar grondvesten sidderen, maar alle inwoners van deze aarde en daar behoren u en ik ook bij, zullen door wat wij horen.... zien.... en lezen zo beïnvloed worden dat, als de Heere het niet verhoedt, wij ook de taal en woorden zullen spreken van het beest uit de afgrond.
Doordat wij het juiste harnas missen, weet de satan zijn pijlen zo te richten, dat zij altijd doel treffen in stad mensenziel, en het geweten als stedehouder gaat zwijgen.
Paulus wijst de Efeziërs op de overheden, de machten, de geweldhebbers van deze wereld; hij vermaant de gemeente in Klein-Azië om de gehele wapenrusting Gods aan te doen, om te kunnen wederstaan in die boze dag. Met pijl en boog, spies en zwaard werd de vijand in vroeger tijden aangevallen, men moest de tegenstander dan dicht benaderen, oog in oog met hem staan. In deze 20e eeuw met zijn moderne bewapening kan men op afstand de vijand uitschakelen.
Zo doet de saan ook, hij gebruikt aangepaste moderne middelen, en probeert zo zijn tegenstanders uit te schakelen. Hij doet niet altijd zijn veldharnas aan en komt niet altijd met wapengekletter, maar soms geruisloos! Horen wij het nog.... zien wij het.... zijn we waakzaam? Herkennen wij al lezende in de krant Luthers woord: „Daarin lees ik hoe God de wereld regeert."
Paulus vermaant ons dat we te strijden hebben tegen de duisternis van deze eeuw. De kanttekening van de Statenvertaling zegt daarbij: „Zo wordt het rijk van de satan genaamd, omdat hij door onkennis of onwetendheid van God en Zijn Woord de mensen tot allerlei zonden en boosheden brengt."
„Dient God, en valt Hem steeds te voet, dat Hij op U mach letten"
Bij alle geweldige machten die ons proberen te overrompelen als listige vijanden, zijn de woorden van Valerius' lied nog steeds van kracht: „Dient God en valt Hem steeds te voet". Want Hij is de HEERE der heren, Die voor eeuwig zal triumferen.
Als de grote Veldheer geeft Hij als Koning het zwaard des Geestes en de helm der zaligheid aan al Zijn onderdanen, en Hij schoeit hun voeten met de bereidheid van het Evangelie des vredes.
De Heere hoort wat er in de regeringszalen gesproken wordt. Zijn ogen zijn ook daar dag en nacht open. Ook als een handvol getrouwe dienaren het voor Zijn zaak en eer opnemen en het vaandel niet neigen voor hen die machtiger schijnen dan zij. .
Als in de wetgeving satan zijn vurige pijlen richt op het gezin, zodat er voor onze kinderen geen geborgenheid meer zal zijn, dan richt hij daarmee op het hart van ons volksbestaan. Het gezin moet worden geofferd op het altaar van de emancipatie!!
Voor onze binnenkamer is Paulus' woord en vermaning van groot belang voor hen, die op het Binnenhof de banier van Gods Woord hoog houden. Met Josafat moeten zij bekennen dat in hen geen kracht is tegen deze grote menigte. Daarom: „Houdt sterk aan in het gebed, in hetzelve wakende met dankzegging".
Opdat er eer in onzen lande woon' En zich aldaar op 't luisterrijkst vertoon'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 juni 1985
Daniel | 32 Pagina's