JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De Reformatorisch Maatschappelijke Unie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Reformatorisch Maatschappelijke Unie

vraaggesprek met mr. W. Silfhout

15 minuten leestijd

Meneer Silfhout, kunt u in het kort vertellen hoe de RMU ontstaan is? Is de veronderstelling juist, dat onze Jeugdbond c.q. Daniël hierin ook nog een rol heeft gespeeld?

In 1979 gaf de Jeugdbond een Mivo-schets uit over de vakbonden (Mivo-schets nr. 22), waarin de vraag gesteld werd of het misschien tijd werd voor de oprichting van een eigen maatschappelijke organisatie.

Die vraag werd daarin niet beantwoord, maar is wel „opgepakt" door het Reformatorisch Dagblad. Deze krant heeft een aantal interviews afgenomen met een aantal bekende personen uit de Gereformeerde Gezindte (o.a. ds. Vergunst, prof. Velema, ir. Van der Graaf) en ook met de voorzitter van het CNV, de heer Van der Meulen. De reakties waren deels positief, hoewel er ook wel wat kritische kanttekeningen werden gemaakt. De heer Van der Meulen sprak zich in negatieve zin uit.

Door de geïnterviewden — althans door sommigen — werd het gewenst geacht eerst te bezien of er binnen het CNV invloed ten goede kon worden uitgeoefend.

Het RD heeft onder de lezers ook een enquete gehouden. Uit de daarop ontvangen reakties bleek, dat er een grote behoefte bestond om de mogelijkheid van een eigen maatschappelijke organisatie te onderzoeken. Tot zo'n onderzoek is het niet gekomen. Althans het is blijven steken, onder meer omdat degene die dit zou moeten gaan doen, ziek werd.

De zaak kwam echter weer opnieuw aan de orde tijdens de ambtenarenstakingen eind 1983. Er kwamen toen veel mensen, met name bij de politie, in de problemen, onder meer omdat zij niet wilden meedoen met akties, die onder andere door het CNV werden gesteund. Dit heeft geleid tot een gesprek van een RD-verslaggever met een aantal politiemensen, dat in de krant werd geplaatst. Toen is kort daarop — in december 1983 — de RMU opgericht. De rol van de Jeugdbond en Daniël bestaat in de publikatie van de eerder genoemde Mivo-schets en een artikel in Daniël van

29 juni 1979, waarin deze Mivo-schets nader werd besproken.

Maar was/is er voor mensen uit de Gereformeerde Gezindte werkelijk geen plaats meer binnen het CNV? We verliezen zo toch elke mogelijke invloed?

Ik denk, dat veel mensen uit onze kringen niet georganiseerd waren. Uit aanmeldingen bij onze organisatie krijg ik ook niet bepaald de indruk, dat er veel mensen naar ons toe komen die bij het CNV zijn of waren aangesloten.

Ons bezwaar tegen het CNV is overigens, dat het een algemeen christelijke organisatie is, waarvan ook roomskatholieken lid kunnen zijn en zelfs islamieten. Dit geeft problemen als je een reformatorisch geluid wilt laten horen. Bij roomskatholieken bestaat er een andere visie op de arbeid (goede werken) en de zondagsarbeid. Ook is uiteraard ons bezwaar tegen het CNV dat men het stakingsrecht gebruiken wil. Sommige brochures van het CNV geven een niet-bijbelse, optimistische visie op de mens. Hoewel met de kritiek niet gezegd wil zijn, dat er in het CNV geen bijbelse begrippen aanwezig zijn.

Is er — voor tot oprichting van de RMU werd besloten — nog kontakt geweest met het CNV?

Er is vooraf geen georganiseerd kontakt geweest. Er zijn wel persoonlijke gesprekken gevoerd, met name met de ambtenarenbond van het CNV door politiemensen. Politiemensen die in 1983 tegen de eerder genoemde akties waren, hebben deelgenomen aan één van de bezinningsbijeenkomsten, die destijds door het CNV zijn belegd en waar onder meer ook door prof. Velema gesproken is. Gebleken is toen, dat er nauwelijks begrip getoond werd voor onze opvattingen, waarin met name het stakingsrecht werd veroordeeld. Na de oprichting van de RMU, heeft de heer Hofstede, de tweede voorzitter van het CNV mij in een vraaggesprek voor de EO verweten, dat er geen voorafspraak met het hoofdbestuur van het CNV is geweest. Ik heb hem er toen op gewezen, datje er als organisatie eerst moet zijn om te kunnen praten, maar bovendien, dat onze ervaringen ons weinig hoop hadden gegeven, dat een gesprek resultaat zou afwerpen.

Later heeft een afvaardiging van ons bestuur wel een gesprek gehad met het hoofdbestuur van het CNV. Dat is wel een goed gesprek geweest, maar net had meer het karakter van het aanhoren van wederzijdse standpunten, dan dat er sprake was van toenadering. Ik denk dat dit laatste ook niet zal zijn te verwachten. Het GMV (Gereformeerd Maatschappelijk Verband, de maatschappelijke organisatie van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt) heeft een soortgelijke ervaring. Het CNV volgt jegens hen al jaren de taktiek van „doodzwijgen" zoals de pers ook veelal jegens de gereformeerde gezindte doet.

U noemde zojuist de eigen maatschappelijke organisatie van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt, het Gereformeerd Maatschappelijk Verband. Hoe denkt u daarover? Zijn er ook kontakten?

We hebben een heel konstruktieve en plezierige verstandhouding met het GMV. Eigenlijk hebben we op papier dezelfde grondslag, namelijk de drie Formulieren van Enigheid. Het verschil zit in de kerkelijke gebondenheid, in die zin, dat eigenlijk alleen leden van de Vrijgemaakt Gereformeerde Kerk lid kunnen worden, net zoals bij het GPV. Sommige Christelijke Gereformeerden worden — na zorgvuldig onderzoek — ook wel toegelaten, maar dat is uitzondering.

Op werkniveau hebben we bepaalde afspraken en op bestuurlijk niveau zijn er ook van tijd tot tijd wel kontakten. Ze hebben hun steun toegezegd bij het verder uitbouwen van onze organisatie.

Zoals ook in politiek opzicht denken we over veel problemen gelijkluidend. Mijns inziens mogen de Vrijgemaakt Gereformeerden ons tot een voorbeeld zijn als het er over gaat om zich door allerlei organisaties in deze wereld sterker te maken. Hun organisatiegraad is erg hoog, met name ook bij het GMV.

De laatste tijd worden we door middel van indringende advertenties opgeroepen om lid te worden van de RMU. Is er meer dan ooit aanleiding om zich maatschappelijk aaneen te sluiten?

Na de oprichting van de RMU viel de ledenaanwas ons wel een beetje tegen. Al gauw stond het stil met nieuwe leden. Daar besloten we als RMU-bestuur iets aan te gaan doen. Je hebt immers leden nodig om te kunnen funktioneren. Bovendien werden we via lezingen, die we voor studieverenigingen, kiesverenigingen, klubs en dergelijke op uitnodiging hielden, er mee gekonfronteerd, dat er een duidelijke be-

hoefte bestaat aan een organisatie als de onze. Het is natuurlijk niet juist om eerst lid te worden, wanneer men problemen heeft. We moeten met elkaar de lasten dragen.

De roerige gebeurtenissen op het arbeidsfront, de laatste tijd, speelt ons aardig in de kaart. Ook moet worden onderkend, dat de problemen in de arbeidsverhoudingen steeds duidelijker openbaar worden. Denk bijvoorbeeld aan de zondagsarbeid, emancipatie, arbeidstijdverkorting, ondernemingsraden, en dergelijke. De advertentiecampagne heeft duidelijk resultaat, want ons bereiken de laatste tijd veel verzoeken om inlichtingen, brochures, en dergelijke en ook het ledenaantal vertoont een duidelijk stijgende lijn.

Momenteel hebben we zo tegen de 1000 leden. Per 1 mei j.1. hebben we één medewerker in vaste dienst, full-time, die het kantoor in Amersfoort bemant, dat we enige tijd geleden in gebruik hebben genomen.

Als we er aan denken, dat het GMV ongeveer 9000 leden uit haar achterban heeft kunnen binden, moet onze organisatie beduidend groter kunnen worden. Wij achten een organisatie van 20.000 leden zeker haalbaar.

Kunt u ons iets vertellen over aktiviteiten, die de RMU al heeft verricht, of waar ze mee bezig is?

We hebben een standpunt bepaald met betrekking tot de arbeidstijdverkorting. Ook hebben we gereageerd op het conceptbeleidsplan van de regering over de emancipatie, voor zover het met de arbeid te maken heeft. Er is een informatieve brochure gemaakt over het werkloos worden. Ook bestaat er sinds enige tijd een eigen tijdschrift: „RMU kontakt", waarin de leden informatie wordt gegeven over allerlei huishoudelijke zaken en aktiviteiten, maar waarin ook allerlei onderwerpen worden behandeld.

Ook allerlei vragen bereiken ons. Deze kunnen van min of meer algemene aard zijn, zoals de vraag vanuit de politiesektor of medewerking moet worden verleend om de paus tijdens diens bezoek aan ons land te beveiligen. Ook individuele bijstand komt voor. Dit kan zelfs juridische bijstand zijn tot voor de rechter toe. In zo'n geval betalen wij als organisatie de advocaat.

Zoiets heeft zich al voorgedaan.

Tenslotte is er kortgeleden in de regio Dordrecht en omstreken een afdeling van onze organisatie opgericht. We hopen in de toekomst in meerdere regio's afdelingen op te kunnen richten.

Wil de RMU in volle omvang een

„ vakbond op reformatorische grondslag" zijn?

We hebben als bestuur gezegd dat we — voorlopig — in eerte instantie bezinnend bezig willen zijn. Daarnaast willen we ook de belangen van onze leden behartigen, onder meer in loononderhandelingen.

Centraal loonoverleg via de Stichting van de Arbeid zit er in elk geval voorlopig niet in, omdat hier alleen de twee grote vakbonden vertegenwoordigd zijn. Het GMV is daarin ook niet vertegenwoordigd.

We willen wel deelnemen in ondernemingsraden als we daar de kans voor krijgen. Dat kan op dit moment nog niet op naam van de RMU omdat men daarvoor twee jaar als organisatie moet bestaan. We steunen intussen wel onze leden, die uit anderen hoofde in een ondernemingsraad zitting hebben, bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van informatiemateriaal.

De doelstellingen van de RMU kwam indirekt al even ter sprake. Kunt u dit in het kort formuleren?

In de eerste plaats is dat dus bezinning van de leden ten aanzien van een bijbelsreformatorische visie op ieders maatschappelijke funktie. Dan het bevorderen van samenwerking tussen werkgevers, middenstanders, werknemers en beoefenaren van een vrij beroep, die begeren te leven en te werken overeenkomstig de beginselen van Gods Woord. Tenslotte wil de RMU hulp verlenen aan leden of groepen van leden, die als gevolg van een bijbels-principiële stellingname of anderszins bij de uitoefening van hun beroep in noodsituaties komen te verkeren (inclusief juridische bijstand).

Wat dit laatste betreft kunnen we met de meest uiteenlopende zaken worden gekonfronteerd, wat ook al gebleken is. Soms liggen dit soort zaken natuurlijk erg persoonlijk. Toch een voorbeeld. Onlangs werden we benaderd door een lid, die al jaren bij een bepaald bedrijf werkte en daar ook zondagsarbeid verrichtte. Door huwelijk is hij in de kerk gekomen en ook tot de overtuiging dat zondagsarbeid niet geoorloofd is. Thans wil hij daar dan ook vanaf, maar gelet op zijn verleden is dat erg moeilijk. Hij heeft nu onze hulp ingeroepen, en wij bezien wat voor hem mogelijk is. Ander werk zoeken is voor hem erg moeilijk in verband met zijn specialistische opleiding.

Opvallend in de doelstellingen is de samenwerking tussen werkgevers en werknemers. Gaat dit niet voorbij aan de realiteit, waarin — bijvoorbeeld in loonoverleg — werkgevers en werknemers als partijen tegenover elkaar staan. Ieders belang is toch onderscheiden? Waarom deze samenhang?

De achtergrond daarvan is, dat wij op grond van de Bijbel van mening zijn, dat werkgevers èn werknemers uiteindelijk maar één doel hebben: het bouwen en bewaren van de aarde. Dit doel is ons als scheppingsopdracht mee gegeven. Vanuit die basis zullen zowel werkgevers als werknemers moeten werken. Genoemde opdracht is ondeelbaar, in die zin, dat de opdracht voor een werkgever anders niet is dan voor een werknemer.

Bij het doel van de arbeid kunnen we drie zaken onderscheiden:

- het dient te zijn tot eer van God, waarin besloten ligt het bouwen en bewaren van de aarde;

- het dient tot nut te zijn van de naaste;

- het dient tot voorziening in eigen levensbehoefte.

Voor de werknemer geldt in zijn gezagsrelatie tot de werkgever, dat hij/zij gehoorzaam moet zijn. Omgekeerd geldt hetzelfde voor de werkgever, want Paulus schrijft aan de gemeente van Efeze, wanneer hij het in hoofdstuk 6 heeft over de plichten van onder meer dienstknechten en heren:

„En gij heren, doet hetzelfde (d.w.z. als de dienstknechten) bij hen, nalatende de dreiging, als die weet, dat ook uw eigen Heere in de hemelen is, en dat geen aanneming des persoons bij Hem is".

Wij kunnen als werkgever èn als werknemer die taak slechts uitoefenen in het voor allen geldende liefdegebod: God liefhebben boven alles en onze naaste als onszelf. Die naaste is in het ene geval de werknemer en in het andere geval de werkgever.

Dat neemt toch niet weg, dat in de praktijk in de arbeidsverhoudingen deelbelangen kunnen worden onderscheiden van werkgevers en werknemers. Daarbij komt, dat een RMU-werknemer lang niet altijd bij een RMU-werkgever werkt.

Inderdaad. Onderkend wordt dat in zeker opzicht werkgevers en werknemers niet dezelfde belangen hebben. De werkgever zal uit zijn op het goed draaien van de onderneming en de werknemer zal een billijke beloning voor zijn/haar werk wensen. Nu denk ik, dat het één het ander niet

behoeft uit te sluiten. We moeten echter voorkomen, dat het één meer nadruk krijgt dan het ander. De ondernemer mag niet op winst uit zijn ten kosten van de werknemers.

We hebben overigens al meegemaakt, dat er problemen ontstonden tussen een RMUwerkgever en een RMU-werknemer. Voordeel is dan in elk geval, dat je elkaar op een gemeenschappelijke grondslag kunt aanspreken. Voorkomen moet worden, dat je samen voor de rechter komt te staan.

Omdat er bij onderhandelingen over de inhoud van een kollektieve arbeidsovereenkomst (cao) uitgegaan wordt van onderhandelingen tussen (groepen van) werkgevers en werknemers als twee verschillende partijen, zullen we wellicht in de toekomst naar een soort twee bondenstruktuur moeten zoals het GMV dat ook kent.

Hoewel — zeker in onze tijd — niet genoeg de nadruk kan worden gelegd op de plichten van de werknemer, is er in onze kringen niet te weinig oog voor diens rechten, waarover de Bijbel toch ook spreekt?

De RMU wil niet voorbij gaan aan de rechten van de werknemer, uiteraard onderkennend, dat het ook een bijbelse gedachte is, dat we allen rechteloze mensen zijn. Maar uiteraard willen we wel opkomen voor mensen, die onrechtvaardig behandeld worden of een onbillijke beloning krijgen. In de Bijbel staat, dat de arbeider zijn loon waardig is. We moeten overigens in onze kringen ook oppassen voor het materialisme, dat de mens zo vervult. Daarmee zouden we het eerder genoemde doel van de arbeid uit het oog verliezen. Ook in onze kring leeft het streven naar luxe heel sterk. Al wat we verdienen besteden aan eigen genoegens, zonder iets over te hebben voor onze naaste, is onbijbels. Belangrijk is vanuit welke wortel of met welk doel kom je voor je rechten op. Ook voor de plichten kun je dat overigens zo stellen.

Toch zul je bij het opkomen voor je „rechten" op grond van je christelijke levensovertuiging ook je grenzen moeten kennen? De Bijbel kent toch ook het aanvaarden dat je onrecht wordt aangedaan?

Jawel, maar ik dacht datje wel mag kijken waarom het gaat. Als je werkgever niet het wettelijk minimum loon wil uitbetalen mag je daarom gerust een procedure beginnen.

Anderzijds zullen principes zeker weieens offers vergen. Ik denk bijvoorbeeld aan de man, waarover ik zoéven sprak, die op zondag niet wil werken. Als zijn werkgever hem ander werk zal willen aanbieden tegen een lager salaris kan het zijn, dat hij dat zal moeten aanvaarden. Dat is ook een vorm van lijden en de mindere willen zijn.

Zo iemand zal onder de gegeven omstandigheden bovendien zijn promotiekansen binnen het bedrijf wellicht wel kunnen vergeten. Hoewel. Respekt voor principes kan ook een gunstige uitwerking hebben.

Het lidmaatschap van de RMU komt op ƒ 100, - per jaar. Is dat niet wat hoog, in die zin, dat dit bedrag voor velen (jongeren) een drempel kan betekenen om lid te worden?

Voor jongeren zijn we bereid om het halve kontributiebedrag. dus ƒ 50-, te heffen.

Bovendien is in de statuten een bepaling opgenomen, op grond waarvan mensen op verzoek een lager bedrag kunnen betalen, als men de normale kontributie niet blijkt te kunnen betalen. Overigens kosten de eerder genoemde aktiviteiten veel geld.

Denk ook aan de kantoorkosten, de kosten van het tijdschrift, dat alle leden gratis krijgen en de kosten van individuele bijstand van leden, zoals kosten van een advocaat en dergelijke. Ook willen we er naar streven om een fonds te vormen voor werkwilligen, die door stakingsakties van andere werknemers niet kunnen werken, en geen uitkering uit een stakingskas krijgen, omdat ze niet zijn aangesloten bij één van de bekende vakbonden, die de staking organiseerden.

Meneer Silfhout, u hebt ons veel verteld over de RMU. We hopen, dat het voor onze lezers verhelderend is geweest en dat zij er hun winst mee kunnen doen. Hebt u nog een boodschap voor onze jongeren?

In deze geseculariseerde wereld is het belangrijk dat we als mensen, die vanuit de Bijbel willen leven, proberen elkaar vast te houden. Dat geldt ook voor onze jongeren. We moeten met elkaar standpunten bepalen en daarmee naar buiten durven komen.

De RMU wil daaraan graag een bijdrage leveren. Schoolverlaters moeten de moed niet verliezen als het moeilijk blijkt om een baan te vinden. Ze moeten daarin uiteraard biddend bezig zijn, maar de praktijk leert bovendien dat werkgevers ook vandaag zitten te springen om (jonge) mensen, die willen aanpakken ook als het werk betreft, dat niet direkt bij hun opleiding past. Wat dat betreft mogen we gerust zeggen, dat er ook voor onze jeugd nog wel toekomst is. Tenslotte dit. We hebben een jeugdfolder gemaakt, die op het kantoor kan worden aangevraagd, waar ook allerlei andere informatie te verkrijgen is.

(RMU, Zuidsingel 28, Postbus 190, 3800 AD Amersfoort, tel. 033 - 632354)

Meneer Silfhout, namens de Daniëllezers hartelijk dank.

B. S. van Groningen

A. A. Verhoeven

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 juni 1985

Daniel | 32 Pagina's

De Reformatorisch Maatschappelijke Unie

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 juni 1985

Daniel | 32 Pagina's