Duimen - bidden
Iemand moet (rij)examen doen. Of iets anders waar misschien veel van afhangt. Een ander wil moed geven. „Ik zal voor je duimen, hoor."
Nou da's fijn dan. Of niet? Wat stelt het in wezen voor? Niet meer dan dat iemand aan je denkt.
Zeggen wij het misschien ook weieens? Zonder er bij na te denken?
Eigenlijk zouden wij iets anders moeten zeggen. Als we tenminste iemand echt willen bemoedigen.
Je bent me al voor. Inderdaad. „Ik zal voor je bidden."
Doen we niet zo gauw, hè? Lijkt zo „vroom", of niet?
Wat zijn we eigenlijk dwaas. Wat schamen we ons vaak voor ons christen-zijn.
Christen-zijn en bidden. Dat hoort bij elkaar.
Bidden. Doen we het? Ook voor elkaar? Voor iemand die het zo nodig heeft?
Dan hoef je het niet eens tegen die ander te zeggen. Maar laten we het maar (meer) doen.
Voor die vriend die naar het ziekenhuis moet. Voor die vriendin die zo tegen het examen opziet. Voor je klas genoot die een ongeluk heeft gehad. Voor je buurjongen die het zo moeilijk heeft. Voor
En als je durft en het zo uitkomt, vertel het dan ook aan die ander.
Zeker als het iemand is die zelf ook naar de kerk gaat.
Het kan moed geven. Is het niet fijn als iemand je zegt: „Ik zal voor je bidden!"?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 juni 1985
Daniel | 32 Pagina's