JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

James Nwamini

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

James Nwamini

kort verhaal door Ria Scheer-Verhage

7 minuten leestijd

Zoals jullie misschien weten wonen mijn man en ik in Izi. Mijn man is hier arts in de kliniek. Wat ik jullie wil vertellen gaat over James.

Een poosje geleden kwam er een vader met zijn zoon in de polikliniek. De jongen heet James. Zijn Izi-naam is Iziogo. Hij is genoemd naar de markt, die eens in de 10 dagen gehouden wordt, ongeveer 15 km bij Onuanyim vandaan.

Veel kinderen die op die marktdag geboren worden, krijgen deze naam.

James heeft tuberkulose. Hij hoest heel erg. Hij ziet er slecht uit. Dat betekent: behandeling gedurende een heel jaar, élke dag. Eerst drie maanden injekties, vervolgens negen maanden tabletten. Oei, oei, wie zal dat betalen? Het kost ongeveer ƒ 80, - . Zijn vader heeft het geld niet. Hij heeft zelf ook t.b.c. al heel lang. Ze zijn al eens eerder aan behandeling begonnen, maar na enkele weken gestopt. Daardoor is hij nu moeilijker te genezen. De dokter zegt: , , Ik wil datje de gehele behandeling vooruit betaalt. Dan alleen kan ik er zeker van zijn datje een jaar blijft komen."

James' vader zet een grote mond op. Hij is geen prettige man. Z'n adem stinkt naar alkohol, hij is halfdronken. Zijn geld gaat op aan palmwijn en aan offers voor de juju's, de goden. James schiet daar weinig mee op, hij wordt er niet beter van. „Wel", zegt de dokter, , , ik weet wat. Hij kan werken voor de behandeling. Op het polikliniekterrein. Gras slaan, rommel oprapen, de paden aanvegen, hout sprokkelen. Wij geven hem daarvoor elke dag zijn medicijnen. Ook melk en vis om aan te sterken". „Wie moet er dan op m'n koeien passen, " roept z'n vader. „En ik wil dat hij in 't vervolg naar school gaat, hij moet een geleerde worden! Als hij voor jullie moet werken kan dat allemaal niet doorgaan."

We hebben medelijden met James. Je zult zo'n vader hebben. Ik zou zo wel die ƒ 80, voor hem willen betalen. Maar dat zou niet verstandig zijn, het is precies wat de man hoopt. „Laat hem na schooltijd komen en zoek een ander voor je koeien", antwoordt dokter. „Als je zoon weer beter moet worden, zul je er wat voor over moeten hebben."

Na veel gemopper en gesputter geeft James' vader toe. Zo komt James bij ons.

Hij weet net als de meeste kinderen hier, niet hoe oud hij is. Ik denk van ongeveer 12 jaar. Meestal heeft hij een brede lach op z'n gezicht en hij heeft „glim"-ogen.

Soms heeft hij ook streken, net als elke gewone jongen, 's Middags om half vier staat hij op de stoep. Van de school tot de polikliniek is het drie kwartier lopen.

„Me am here, madam. Me go work. Me take broom (bezem) please". En dan zie je even later grote stofwolken opwaaien: dat is James die de paadjes veegt met de native broom (bezem). Soms is het een wedloop met mijn eigen tuinjongen om de beste broom of het beste grasmes. Na twee uren komt hij zich melden: „Me finished madam. Me drink milk now. Me don't like it. Too much smell" (dat laatste slaat op de melk). Met z'n neus tussen duim en wijsvinger wurgt hij zijn melk naar binnen.

Een grote zucht van opluchting als dat weer tot de volgende dag achter de rug is. Intussen leert en ziet James van alles rond

de polikliniek. Op een dag komt hij bij me met een vraag: „Alstublieft mevrouw, kan dokter met m'n vader gaan praten? 'k Wil zo graag naar de kerk, maar ik mag niet van hem. Toe, vraagt u het? "

„Waarom wil je het, James? " „Ik wil meer weten over God en over de Bijbel. Ik moet er steeds aan denken."

We hebben onze bedenkingen. Zo'n verzoek kan best averechts uitwerken. Hij kan zijn zoon verbieden op ons terrein te komen. Dan is er meer verloren dan gewonnen. Een paar dagen later echter komt vader Nwamini bij de bouw van ons nieuwe huis kijken. Na een uurtje over koetjes en kalfjes gepraat te hebben, komen we met onze vraag op de proppen. Nou, hij is best gewillig hoor! maar, zie je, er is een probleem.

Hij heeft James juist vorige maand uitgehuwelijkt aan een heel jong meisje. Haar ouders willen beslist niet dat James de kerk bezoekt of christelijk wordt. De grootste moeilijkheden kunnen daar van komen. De goden kunnen de hele familie straffen voor zo'n afvallige in hun midden. Ze zijn er doodsbenauwd voor. Dat huwelijk moet door gaan en dus mag James niet naar de kerk. „Kan de dokter hem ook wat geld geven om de bruidschat te betalen? Zo niet, dan krijgt James geen eten meer, dan moet u hem voeden!"

We weigeren. Wat een man.

Thuisgekomen brengen we het antwoord aan James over. Z'n gezicht betrekt. Hij loopt weg. Even later vind ik hem huilend tegen de zijmuur van 't huis. „Ik wil niet met haar trouwen! Ik wil naar de kerk. My father bad man. Wat geef ik om trouwen!" Stil maar James. Wacht tot je groot bent.

Nu kunnen we er niets aan doen. Wel kunnen we jou zelf over de Heere Jezus vertellen, je uit de Bijbel voorlezen. Hij is erg leergierig, luistert altijd met gespitste oren, stelt veel vragen. Hij kan het niet laten er over te spreken en bedelt telkens opnieuw zijn vader te benaderen.

Onlangs vertelde hij me: „Mevrouw, soms probeer ik niet over God en de Heere Jezus te denken. Ik probeer te vergeten. Maar het lukt niet. Elke dag komt het terug. Ook 's avonds. Het wil niet stoppen.

Wat is dit? Hoe komt dat? "

Een poosje later op een ochtend, verschijnt James met een zuur gezicht. „Moetje niet naar school? " „Nee, m'n vader stuurt me om al zijn vrienden uit te nodigen voor een groot feest, 'k Vind het niets leuk. Hij heeft een koe geslacht voor juju. 'k Zei tegen hem: „Verkoop de koe op de markt. Offer hem niet. Juju is niet goed. Het is slecht."

Toen heeft hij me geslagen en weggestuurd om z'n vrienden te halen voor het offermaal. Ik wil er niets, niets van hebben, van het vlees."

Hij gaat weer: hangende schouders, slof, slof. 't Is wat. Altijd honger, nooit geld en weigeren om ook maar één stukje van dat heerlijke vlees te eten.

Sinds kort komt hij in de kerk of op de zondagsschool. Fluistert me dan in 't oor: „Madam, me am here!" We sporen hem niet aan. Is zijn vader in de buurt van de kerk of tijdens een evangelisatietocht in de nabijheid, dan duikt James weg achter de ruggen, écht bang. Thuis wordt er niet zachtjes geslagen.

Toen ik de geschiedenis van de kruisiging vertelde, werd hij heel boos, sloeg met zijn vuist op tafel. Hoe durfden ze, die slechterikken, de Heere Jezus aan 't kruis slaan.

En hij werd heel stil toen ik zei: „Jij en ik hebben daaraan meegeholpen, James. Elke zonde die wij gedaan hebben en doen, moest de Heere Jezus daar dragen. De straf die God ons geven moest heeft de Heiland daar geleden."

We houden van deze jongene uit

Onuanyim. 'k Leer hem nu zelf z'n potje koken, buiten op 't vuur. Thuis is er op 't ogenblik enkel wat cassave, slecht volksvoedsel. Hier maakt hij rijst met saus van palmolie, uien, pinda's en groem boomblad. Of gebakken yam en soep. Onlangs liet hij het met trots bereide maaltje op de grond kletteren. De pan was zó heet! Alles in de modder weg. „Kao", zegje dan. Dat betekent: het spijt me voor je. Zo gaat dat.

„De wind blaast waarheen hij wil en gij hoort zijn geluid; maar gij weet niet vanwaar hij komt en waar hij heen gaat; alzo is een iegelijk, die uit de Geest geboren is" (Joh. 3 : 8).

Bid voor James. Bid voor al de andere kinderen hier. Ze hebben het nodig. En vergeet jezelf niet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 mei 1985

Daniel | 32 Pagina's

James Nwamini

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 mei 1985

Daniel | 32 Pagina's