JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

VERSLAG VAN DE REGIONALE VERGADERING TE THOLEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VERSLAG VAN DE REGIONALE VERGADERING TE THOLEN

4 minuten leestijd

Ds. J. Beens uit Scherpenisse had deze avond de leiding. Na een woord van hartelijk welkom aan allen en de wens dat deze avond in het teken mocht staan, niet van mensen, maar van de Grote Zender, sprak de dominee een kort openingswoord naar aanleiding van Lukas 10 : 41 en 42.

Wij vinden hier twee zusters die de Heere dienden; toch is er onderscheid tussen deze twee: de één tracht zichzelf te bedienen en de ander moet gediend worden. Martha doet alles om het de Heere naar de zin te maken; hier bewijst zij een liefde voor de genade die ze gekregen heeft, maar zij moet er achter gebracht worden dat genade nooit te verdienen is. In haar ijver heeft Martha vele van Gods kinderen beschaamd, maar voor één ding moet haar oog geopend worden: dat zij alleen uit vrije genade gezaligd zal worden. De Heere is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen. Martha moet leren dat er uit de werken der Wet geen vlees behouden kan worden.

Maria is terstond aan Zijn gezegende voeten gebracht, zij heeft daar mogen beleven: „En zij zag niet anders dan Jezus alleen". Maria mocht inzicht hebben in het borgwerk van die dienende Immanuël.

Zijn wij er achter gekomen dat die dierbare Borg en Middelaar Zich zo laag heeft willen vernederen om de verworven gerechtigheden aan te brengen voor een volk dat als een arme zondaar aan Zijn gezegende voeten gebracht mag worden, om dan te eindigen in dat vrije, soevereine welbehagen.

Dovenzorg

De heer B. Agteresch uitCapelle a/d IJssel begint zijn referaat „Luisterende ogen" met de vraag: „Vindt u het geen wonder dat u kunt horen? " Ga niet achteloos voorbij aan de zegeningen die de Heere ons geeft.

Na een anatomische uitleg over de werking van het oor, volgt een korte beschouwing over het doofzijn. Hoe „gewoon" is het dat wij allerlei geluiden horen en wat een betekenis gaat hiervan uit. Je moet over die betekenis nagedacht hebben om te weten wat het wil zeggen om niets te horen. De wereld van een dove is een wereld zonder geluid, deze wereld komt op hem af als een bedreigende wereld.

Toch denkt men vaak: een dove moet toch hetzelfde kunnen als een horende? Hij is toch niet verstandelijk of motorisch gehandicapt? Doofheid is een handicap, die door een horende in hoge mate wordt onderschat.

Van onze kennis wordt 80% verworven door de taal en dat is juist de handicap van de dove. Dit is ook van belang op de ontwikkeling van het gevoel, dus emotioneel.

Verder handelt de heer Agteresch over de dovenzorg binnen onze gemeenten.

Ongeveer 25 jaar geleden werd het initiatief genomen. De eerste dovendienst werd bezocht door tien mensen. Thans zijn er meer dan twintig dovendiensten per jaar die bezocht worden door ongeveer honderd mensen, waarvan meer dan vijftig doven.

Hoe gaat het er in een dovendienst aan toe? Allereerst vindt er de begroeting plaats. De doven gaan vooraan zitten en de predikant staat achter de lessenaar. De dove moet de sprekers goed in het gelaat kunnen zien, dit in verband met het liplezen (tegenwoordig heet dit: spraak afzien). De preek zelf duurt een half uur en dat is lang genoeg, want het kost heel veel inspanning om de preek te volgen. Na de dienst gaat men naar de koffiezaal waar een aangenaam uurtje aanbreekt voor de doven, zij zijn onder lotgenoten. In het dagelijks leven, leeft de dove erg geïsoleerd tussen de horenden. Hij voelt zich dan dikwijls eenzaam. Het is daarom ook geen wonder dat de doven zo graag naar een dovendienst gaan, voor de preek, maar ook voor het kontakt met elkaar.

De kommissie dovenzorg heeft nog andere taken:

- zij moeten het kontaktorgaan „Dovenzorg" vol krijgen;

- er wordt bijbelonderwijs gegeven aan kinderen, in Kapelle-Biezelinge;

- er worden vakantieweken verzorgd en ook is er een eigen dovenvereniging „Ora et Labora".

Wat kunnen wij zelf doen voor de doven? Ga ze niet uit de weg, maar probeer kontakt met hen te krijgen en besef dat wij, horenden, niet beter zijn dan de doven. Wij hebben allen dat enige nodig, dat Martha ook nodig had. Doven moeten het hebben van het zien, ook wij moeten ons aangezicht tot de Heere wenden.

Na de pauze maakt ds. Beens de opbrengst van kollekte bekend: ƒ 1096, 25. De kollekte is bestemd voor de vakantieweken voor gehandicapten; naast de Heere hartelijk dank!

Vervolgens leest mevrouw N. Maljaars-Sturm het toepasselijke gedicht , , Ëffatha" en beantwoordt de heer Agteresch verschillende vragen. Hierna besluit ds. Beens de avond met dankgebed.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 mei 1985

Daniel | 32 Pagina's

VERSLAG VAN DE REGIONALE VERGADERING TE THOLEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 mei 1985

Daniel | 32 Pagina's