Levensstijl
Onder levensstijl wordt verstaan: de manier van leven.
Zo heeft iedereen zijn eigen levensstijl. Als we iemand in een trimpak zien hollen, weten we, dat hij bezig is met konditietraining.
Zien we in de zomer zondags een auto met een surfplank er op, dan is onze eerste gedachte: die gaan naar het water om te surfen. Uit het gedrag blijkt, waar men mee bezig is en dikwijls ook hoe de wijze van leven is. Velen richten hun leven in, zoals zij willen en bepalen zelf wat mag en niet mag en komen daar ook voor uit.
Christelijke levensstijl
Voor een christen ligt dit anders. Die mag zijn levensstijl niet zelf bepalen. Voor hem geldt als uitgangspunt: Gods Woord, met als leefregel: God lief te hebben boven alles en je naaste als je zelf. En dit zal tot uitdrukking moeten komen in ons doen en laten, in gedrag, kleding, gesprekken. Op de vraag: hoe ziet een christelijke levensstijl er uit en waaruit komt deze voort? vind je het antwoord in de Bijbel. God wilde dat Zijn volk Israël alleen woonde, afgezonderd en onderscheiden van de heidenen, met zijn eigen leefregels en wetten.
Zolang het volk Israël daar naar leefde, zie je, dat de Heere Zijn zegen er aan verbond. Dat had de Heere beloofd. Zo gauw Israël de scheiding niet meer zo nauw nam, stelde het de poorten open voor de afgoden en vermengde het zich met de heidenen. Ze vergaten God, die hen zoveel voorrechten geschonken had.
......niet gelijkvormig
Ook nu geldt voor de christenen: „wordt aan deze wereld niet gelijkvormig". God wil dat wij op een christelijke (heilige) wijze leven en heilig betekent in dit verband, afgezonderd, onderscheiden. Betekent dit dan dat we zo en zo gekleed moeten gaan en dat dit wel mag en dat niet? In sommige gevallen wel. Zo bestaat een christelijke levenswijze niet in allerlei opsmuk, maar in veel gevallen is geen konkreet antwoord te geven. Bepalend is de vraag waarom doen of laten we iets? Is het tot eer van de Heere (eerste tafel van de wet) of laten we iets om een ander geen aanstoot te geven (tweede tafel). In vragen over levensstijl moet je je zelf steeds de vraag stellen: waarom wil ik het?
Christelijke levensstijl is niet iets dat altijd hetzelfde blijft. Door de jaren heen zie je een levensstijl veranderen. Daar is niets op tegen. In de tijd van de Heere Jezus leefde men ook anders dan in de tijd van de aartsvaders. Zag je vroeger de meeste mensen zondags lopend naar de kerk gaan, nu gaat men meestal (soms te gemakkelijk) met de auto.
Een tempel van de Heilige Geest
Ook onze kleding ondergaat door de jaren heen verandering. Dat alles verandert en wij ons steeds aanpassen, wil niet zeggen dat alles daarmee goedgekeurd is. Ook zaken die wij normaal vinden en waar niemand zich druk om schijnt te maken, behoren daarmee nog niet in een christelijke levensstijl thuis.
Neem bijvoorbeeld het roken. Het roken is bij ons een bekend en vrijwel algemeen aanvaard levensgenot, maar voor velen een verslaving. Verder kunnen we de verslavingslijst aanvullen met alcohol, drugs enz. In de Bijbel zul je bijvoorbeeld over roken, niet direkt een antwoord vinden, op de vraag of het mag of niet mag.
Toch geeft de Bijbel wel indirect antwoord. Als we lezen dat het lichaam een tempel moet zijn van de Heilige Geest. Dan wordt daarmee bedoeld dat we ons lichaam rein en heilig moeten houden, maar ook dat we onszelf niet in gevaar moeten brengen. Roken is dan niet goed te praten, want het is niet goed voor onze gezondheid en ook niet voor die van anderen. We kunnen wel afkeurend praten over drugsverslaafden, maar realiseren we ons wel, dat het laten van roken gemakkerlijker is dan om van drugs af te komen?
Kleding
Als we het onderwerp kleding aanstippen, staat er echt niet letterlijk dat een meisje geen lange broek mag dragen. Toch wordt
er in de Bijbel wel over mannen-en vrouwenkleding gesproken. Waarom wil een meisje zonodig een lange broek dragen in plaats van een rok? Is men bang dat ze zullen zeggen: , , Dat meisje is van de kerk? "
Als een meisje op een middelbare school (niet reformatorisch) altijd een rok draagt, dan blijft de vraag niet uit, waarom ze dat doet. Het meisje moet dan voor de dag komen, waarom haar levensstijl zo is. Zou datzelfde meisje een broek dragen, dan vindt iedereen het heel gewoon dat ze overal aan mee doet.
Zo kan een levensstijl een bescherming zijn voor je principe. Al verandert de levensstijl door de jaren heen, we zijn erg gevaarlijk bezig als we gaan redeneren, dat onze manier van leven helemaal niet belangrijk is.
Maar we moeten ook niet vervallen in wetticisme: ik laat dit en doe dat, dus het zit wel goed.
De Heere vraagt hoe het staat met de gezindheid van ons hart. Als die goed is, dan zullen we uit dankbaarheid proberen ons leven zo in te richten, dat door onze wandel, Gods naam en zaak niet gesmaad en geschaad wordt.
Niet alleen uiterlijk
Bij het spreken over levensstijl denkt men al te dikwijls aan zaken die gezien worden, wat op anderen overkomt (kleding bijvoorbeeld).
Maar ook wat zich binnenshuis afspeelt behoort daartoe. In de opvoeding moet duidelijk worden waar het ons om te doen is. Kinderen merken heel snel op of de portemonnee belangrijker is dan de Bijbel. Het samen de maaltijden gebruiken, lezen en bidden versterkt niet alleen de onderlinge band, maar behoort ook tot een christelijke levensstijl. Onnodig laat naar bed gaan, heeft tot gevolg, dat er 's morgens een cafetariasysteem ontstaat. Men eet gauw iets uit het vuistje, of soms niets, omdat de tijd ontbreekt. Het bidden en bijbellezen gebeurt helemaal niet of men gaat er van uit dat dit wel op school gebeurt. De zaterdag en zondag houdt men voor uitslapen. Wat zouden we dan jaloers op Job moeten zijn, die 's morgens vroeg opstond en offerde voor elk kind. Job wist aan welke gevaren zijn kinderen dagelijks blootstonden.
Er is niet alleen een zichtbare levensstijl, maar ook een hoorbare en verborgen levensstijl. In zondag 47 staat: , , Dat ook wij al ons leven, gedachten, woorden en werken, alzo schikten en richten, dat Uw naam om onzentwil niet gelasterd, maar geëerd en geprezen worden".
Zie je dat gedachten en woorden nog voor werken staan. Als je je gedachten van één dag op schrift zag, zou je dan niet schrikken?
Hoe ga je met je taal om? Waar getuigen je gesprekken van? Hoe is je houding tegenover die over je gesteld is? Thuis, op school, catechisatie, en kerk? Ben je brutaal, ongeïnteresseerd of vol kritiek?
Laten we niet te veel kritiek hebben op anderen, maar in de eerste plaats kritisch zijn voor onszelf. Beseffen wij wel, welke
grote voorrechten wij hebben, tegenover zoveel mensen, die nagenoeg niets meer van God of godsdienst afweten?
Onze principes niet begrijpen. De onwetendheid op dit terrein neemt snel toe. Zou het niet komen omdat wij geen lichtend licht meer zijn?
We trekken ons steeds meer terug in ons eigen kringetje. We hebben eigen scholen, bejaardenhuizen, kraamcentra's enz.
Een groot voorrecht, maar mensen en kinderen die niet bij de Bijbel opgevoed zijn, weten niet meer, dat er nog mensen zijn, die bidden tot God en alles van Hem mogen venvachten. Moeten wij dan zo hard oordelen over de mensen van de wereld?
Wij hadden ook in een onkerkelijk gezin opgevoed kunnen zijn. Is het aan onze levensstijl te zien, dat wij een andere levensovertuiging hebben? Als dat alleen uit de kleding of het niet hebben van televisie moet blijken, is het wel droevig met ons gesteld. God komt éénmaal op Zijn beeld terug. Door de zonde zijn we dit beeld kwijt geraakt. Mocht onze bede maar veel zijn: , , 0, Zoon, maak ons Uw beeld gelijk". Het was Christus' begeerte om de wil van Zijn Vader te doen. En wat is onze begeerte?
Hoofddorp,
A. Vonk Noordergraaf-Slingerland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 mei 1985
Daniel | 32 Pagina's