JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Jij geheel anders

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jij geheel anders

8 minuten leestijd

Toen mij onlangs gevraagd werd dit artikel te schrijven, heb ik het onderwerp eerst eens met een aantal leerlingen op de bijbelschool behandeld, 'k Heb hun de volgende twee vragen voorgelegd: - Is een christen anders dan niet-christenen en waarom is hij dan anders? - Is het moeilijk om anders te zijn? Zeven studenten namen deel aan het gesprek. Hun namen zijn Friday Nwite, Clement Nwite, Innocent Oduberu, Michael Opoke, Daniël Nwibo, Nwori Nwawam en Koporo Igweali. Hieronder een korte samenvatting van dat gesprek.

Verschil is te zien en te horen

* Wanneer iemand christen is, dan is dat al gauw te zien. Hij is anders geworden. Wat hij vroeger wel deed, doet hij nu niet meer. Het meest sprekend is wel dat hij nooit meer offert. Hij weet nu dat offeren zinloos is. Ja, niet alleen zinloos, maar ook zonde. De Heere vindt het verschrikkelijk als Hij iemand ziet offeren. Hij heeft immers Zichzelf geofferd. Het ergste is nog dat we onze offers niet aan God brachten, maar eigenlijk aan de satan, aan afgoden. Hier valt de eerste en grote scheiding: we offeren niet meer aan afgoden en ook niet meer aan onze voorouders.

* Je kunt het verschil ook horen. Nietchristenen gebruiken vaak heel ruige taal. Ze kunnen elkaar om een kleinigheid heel erge dingen toewensen, zoals , , krijg de pokken" of „de donder mag je treffen". Vooral in de stoere jongens-leeftijd is dit gebruikelijk. Een christen doet hier niet aan mee.

* Als christen doe je aan veel feesten in het dorp niet mee. Overal wordt wijn gedronken. En van drinken komt veel ander kwaad, zoals slechte taal, vechten en overspel. Een echte christen komt niet op een erf waar zoiets aan de gang is of hij moet er heengaan om te evangeliseren. Maar dat heeft meestal toch geen effekt, want de mensen willen of kunnen toch niet luisteren.

* Je kunt het verschil ook zien aan de onderlinge band. Christenen weten dat ze elkaar moeten liefhebben, dat ze net zoveel van de ander moeten houden als van zichzelf. Als iemand van onze kerkmensen ziek is, dan zoeken we hem op en brengen hem naar de kliniek als het nodig is. Als ze arm zijn, kunnen we ook helpen om de rekening te betalen. We houden ook een kollekte voor de armen. Daarom is de kerk aantrekkelijk voor armen, zieken, blinden en epiliptici. Heidenen zijn veel harder. Die geven er niet om als er iemand sterft die geen familielid is.

Moeilijk, (on)mogelijk, gemakkelyk

Over de vraag of het moeilijk is om anders te zijn, werd het volgende gezegd.

* Als we alleen maar anders doen, dan is het niet best gesteld met ons. We moeten ANDERS ZIJN. En als vrucht daarvan, doen we vanzelf anders. Zo alleen is het mogelijk en zelfs gemakkelijk. Als we alleen maar anders doen, maar niet echt veranderd zijn, dan vallen we vandaag of morgen door de mand. Dat hebben we al zo vaak gezien, zelfs van gedoopte leden. Die waren nooit echt veranderd.

* Als we ver van de Heere vandaan leven, is het ook moeilijk, want dan moet je het in eigen kracht doen. Als we veranderd zijn, dan is het niet moeilijk. Dan woont de Heere in ons en dan doen we het in Zijn kracht. Dan WIL je — om een voorbeeld te noemen — geen afgoden meer dienen.

* Voor de jonge christenen is het vaak heel

moeilijk. Met name voor diegenen die als enige uit een gezin naar de kerk komen. Soms komen ze thuis en dan is er geofferd. Dan willen ze niet mee eten, omdat je dan eigenlijk via het eten deelneemt aan de offerande. Maar juist die dag is er vlees en dat heb je misschien in maanden niet gegeten. Vooral kinderen kunnen dan gemakkelijk voor de verleiding bezwijken. Later worden ze hierom geplaagd: „Hé, kijk eens, „de zoon van God" eet ons vlees..."

Tot zover de weergave van het gesprek met m'n studenten.

De wereld niet liefhebben

We lezen in 1 Johannes 2:15: Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is; zo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem." Zware taal. Maar ook klare taal. Woorden van God die ook in jouw bijbeltje staan, dus ook voor jou bedoeld zijn!

Wat betekent het woord „wereld"? In Joh. 3 : 16 is ook sprake van „de wereld". Daar lezen we dat God de wereld liefhad en dat Hij Zijn Zoon gegeven heeft om de wereld te redden. Hier verwijst het woord „wereld" naar de mensen, de zondige bewoners van de aarde.

In 1 Joh. 2:15 heeft het woord „wereld" een heel andere betekenis. Wat het hier betekent, wordt uitgelegd in het volgende vers. Daar lezen we over de begeerlijkheid des vleses, de begeerlijkheid der ogen en de grootsheid des levens. Het is dié wereld, waar de duivel en de zonde koning is. Die wereld mogen we niet liefhebben. We worden niet opgeroepen om de wereld te verlaten en in een klooster te gaan. Trouwens, we begrijpen best, dat het probleem meer in onszelf zit dan in de wereld om ons heen. In een klooster gaan, helpt dus niet. Je neemt immers jezelf mee.

Genieten van Gods gaven

Er zijn veel zegeningen in het leven waar we van mogen genieten. Lees maar mee in 1 Timotheiis 6:17: ....Die ons alle dingen rijkelijk verleent, om te genieten...." Dat zijn gaven van God, die we, wetend dat ze door Hem gegeven zijn, met vreugde en in dankbaarheid mogen gebruiken. In de kanttekeningen bij deze tekst staat een verwijzing naar Deut. 8:10: Als gij dan zult gegeten hebben, en verzadigd zijn, zo zult gij de Heere, uw God, loven over dat goede land. dat Hij u zal gegeven hebben."

Deze twee teksten lossen misschien al heel wat vragen op. Vragen als: „Mag ik hieraan mee doen? " of: „Mag ik daar naar toe? ". Ga er maar heen en geniet er maar van als je weet dat het een gave van God is. En als je weet datje het biddend en dankend doen kunt.

Waar de Bijbel duidelijk over is

Maar laten we eerlijk zijn. Het is heus niet altijd gemakkelijk om de grenzen te bepalen tussen wat goed en wat niet goed is.

In veel gevallen is dat niet moeilijk. Dan blijken die grenzen duidelijk uit het Woord van God. Alleen.... we maken het onszelf vaak zo moeilijk Dan willen we niet buigen onder die regels omdat ze niet in ons straatje passen. Een paar voorbeelden van duidelijke regels uit 2 Korinthe 6 : 14-17:

- Een huwelijk tussen een gelovige en een ongelovige is verboden. Dit is een vaststaand schriftuurlijk principe dat niet verandert in de loop der jaren.

- Scheid je af van alle ongerechtigheid.

- Scheid je af van alle werken der duisternis.

- Scheid je af van de afgoden. - Scheid je af van de valse godsdienst. (Lees ook 1 Timotheiis 6 : 3-5).

- Scheid je af van hen die een valse godsdienst preken of voorstaan.

(Zie 2 Johannes : 10, 11).

Denk ook aan wat in 1 Petrus 1:16 staat: Zijt heilig, want Ik ben heilig".

Waar de Bijbel over zwijgt

Er zijn veel dingen te noemen waarover de Bijbel zwijgt. Zaken die niet konkreet genoemd worden. Om een paar voorbeelden te noemen: tijdsverdeling en tijdsbesteding.

Hoe moet je je tijd verdelen tussen werk en ontspanning, gezin en zaken, dienst aan de Heere en andere diensten?

Welke ontspanning is geoorloofd? Welke sporten mag ik beoefenen? Welke boeken kan ik lezen? Enz., enz.

Als je erover twijfelt hoe je moet handelen, dan kunnen misschien de volgende basisregels je helpen.

1. Vraag jezelf eerlijk af of je het antwoord niet weet of dat het antwoord, dat de Bijbel je geeft, je niet aanstaat.

2. Bid de Heere om licht en om bereidheid Zijn antwoord op te volgen.

3. Scheid je af van alles watje herkent als vijandig tegen God.

4. Zou je zó graag de Heere willen ontmoeten? In dié kleren, op dié plaats, in dié situatie?

5. Breng jezelf niet in verzoeking.

In Romeinen 12:2 lezen we: En wordt deze wereld niet gelijkvormig; maar wordt veranderd door de vernieuwing uws gemoeds, opdat gij moogt beproeven, welke de goede, en welbehagelijke en volmaakte wil van God is".

Niet alleen anders doen, maar anders zijn

Laten we nog even terug gaan naar het gesprek met de studenten. Je zult vast herkend hebben dat het ten diepste om hetzelfde gaat. Zij hebben ook plaatsen waar ze eigenlijk best heen zouden willen gaan, maar waarvan ze aanvoelen dat ze er niet horen. Ook zijn er dingen die ze best graag zouden willen doen, maar waarvan ze weten dat de Heere het niet goed vindt, 'k Denk dat Michael Opoke het heel scherp geformuleerd heeft. „Als we alleen maar anders doen, dan is het niet best gesteld met ons. We moeten ANDERS ZIJN. Als vrucht daarvan zullen we vanzelf anders doen."

En dan zie ik, ook in het leven van sommige bijbelschoolstudenten, dat „anders-zijn" gepaard gaat met strijd. Maar ook, dat het echte, blijvende vreugde geeft. Oprechte, zichtbare vreugde, zoals onlangs bij Michael toen hij de gemeentezang leidde na het Heilige Avondmaal: „I du ike-o Jizosu, i du ike! I meta-o ke ndzu, i dzuru mu."

In het Nederlands: „Dank U, dank U wel, Heere, dat U mij hebt gered."

Vrienden, als we dat mogen weten, dan is „anders-zijn" geen last meer, maar genade. „Dank U, Heere, dat ik anders MAG zijn".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 mei 1985

Daniel | 32 Pagina's

Jij geheel anders

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 mei 1985

Daniel | 32 Pagina's