Verlangen
In het midden van Mei, als de boomen nog bloeien, en de geur der seringen zoo zoet is en mild, Als alom de natuur weer door schoonheid gaat boeien, en der vogelen zang weer de luchten doortrilt.
Dan ontwaakt in mijn harte het vurig begeeren om te voelen die weelde en vreugde der lent', om bevrijd van het kruis, 't welk mijn kracht komt verteeren, te ontvangen een kracht, die 'k nog nooit heb gekend.
Maar al is mijne ziel ook ontroerd en bewogen, en al mis ik in 't leven de vreugd en het schoon, Ook al zeg ik het wel met een traan in mijn oogen, toch weet ik, dat mij God openbaarde Zijn Zoon.
Door de liefde van Jezus zal ik eenmaal beƫrven het land, waar geen inwoner zegt ik ben ziek. Door vergeving van schuld kan geen leed daar verderven, en geen dood komt daar binnen op donkeren wiek.
Ook al wordt niet vervuld mijn begeerig verlangen, en al draag, tot mijn smart, ik niet willig mijn kruis. Daar worden de klachten tot jub'lende zangen, door Gods eeuwige liefde kom ik veilig eens thuis.
En al schijnt hier mijn leven ook langzaam te sterven, het verborgene leven in God leeft toch voort. En al valt hier zoo menige illusie aan schenden, ik behoud toch de schat, die ik vond in Gods Woord.
Dat verborgene leven heeft blijvende waarde, ja geeft kracht zelfs te midden van lijden en strijd. Doch de vreugd en 't geluk op de zondige aarde is vergankelijk en broos en verduurt slechts de tijd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 mei 1985
Daniel | 32 Pagina's