N.S.B., verzet en Gereformeerde Gezindte
Deze aflevering van „Daniël" is gewijd aan de herdenking van onze bevrijding van de duitse bezetting. Het is zinvol om aandacht te besteden aan de wijze waarop ons land zijn vrijheid verloor en die vrijheid maar moeizaam weer kon herwinnen. Vrijheid is een hoog goed, maar kan wel erg misbruikt worden. Je merkt pas hoeveel waarde aan vrijheid gehecht moet worden als je ze mist. Het is net als met gezondheid; eerst als je deze ontbeert, besef je hoezeer je die gezondheid als vanzelfsprekend hebt aanvaard. Laten we daarom acht geven op de lessen, die in de geschiedenis liggen opgesloten.
Diktatuur
Het totalitarisme van rechts en van links is nog niet verdwenen. Een diktatuur houdt nooit rekening met de individuele mens. Alles staat in dienst van de gemeenschap, in werkelijkheid van de staat. Dat betekent dat een klein aantal personen de macht in handen heeft.
Daar draait het om in een diktatuur: macht. Het hebben en uitoefenen van macht betekent dat je aan de veilige kant van de streep staat. Allen die niet tot de kleine kring van machthebbers behoren, ondervinden wat dat betekent: angst, terreur, rechteloosheid, willekeur, machtsmisbruik. Wie zich, al is het maar passief, verzet, kan opgepakt worden, gemarteld worden, belemmerd worden in zijn beroep of studie, zijn gezin kan hem ontnomen worden. Laten we daarom beseffen en waarderen wat een voorrecht het is te mogen leven in een vrij land, hoewel die vrijheid voor velen ontaardt in een zich uitleven zonder meer.
Jammer genoeg zijn wij geneigd onaangename herinneringen uit het verleden weg te dringen, waardoor wij het risiko lopen dezelfde fouten te maken, die in het verleden ook begaan werden.
De Gereformeerde Gezindte en de Nazi's
Het moet gezegd worden dat niet alle leiders van de gereformeerde gezindte het gevaar van Nazi-Duitsland in de jaren voorafgaande aan de Tweede Wereldoorlog hebben onderkend. In onze kring was men daarvoor te veel vastgepind op het gevaar dat van „Rome" leek te dreigen. Het kommunisme was het tweede gevaar waarvoor vele malen werd gewaarschuwd. Te lichtvaardig nam men aan dat Hitier daarentegen orde en rust in Duitsland had gebracht, en dat zijn'gebral alleen voort zou komen uit binnenlandse politieke overwegingen.
Nu gaat het niet aan om na de Tweede Wereldoorlog bepaalde personen alle schuld daarvoor op de schouders te leggen. We weten dan als gewoonlijk weer zo goed hoe er gesproken en gehandeld had moeten worden. In het licht van onze kennis van de geschiedenis (die de betrokkenen natuurlijk niet hadden zolang zij nog midden in het verloop der gebeurtenissen verkeerden) hebben we wel erg gemakkelijk praten.
In werkelijkheid is het zo dat in ons land bijna niemand bijtijds het gevaar heeft onderkend. Bijna elke bevolkingsgroep had wel zijn wankelmoedige leider(s).
We zullen het noemen van namen achterwege laten, maar onze konklusie is wel dat het onbillijk is voornamelijk onze kring verwijten te maken als het gaat om een niet zo flinke houding die wij aan de
dag zouden hebben gelegd jegens de Duitsers.
We zouden dit probleem kunnen vergelijken met de beangstigende verblinding die er bij velen in onze dagen is ten opzichte van het kommunistische gevaar. Velen weigerden te geloven dat het kommunisme brute rechtsverkrachting inhoudt.
S.G.P. en N.S.B.
Ook de veel gehoorde bewering dat vanuit onze kring zoveel gestemd zou zijn op de N.S.B. verdient ontmaskering.
Deze mening is onder andere te vinden in deel 1 van „Het Koninkrijk der Nederlanden" van dr. L. de Jong. Recenter onderzoek dan dat van dr. De Jong wijst dat niet uit. Als voorbeeld noem ik het boek van de heer L. W. de Bree „Zeeland '40-'45". De Bree toont met de cijfers aan dat de S.G.P. in geen enkel opzicht heeft bijgedragen aan de stemmenwinst van de N.S.B. Dr. De Jong meent dat in 1935, toen de N.S.B. een verkiezingsoverwinning behaalde, op Zuid-Beveland en op Tholen de helft van de S.G.P.-aanhang naar de N.S.B. zou zijn overgelopen. Maar het tegendeel is waar. Ik citeer: De S.G.P. was één van de weinige politieke partijen in Zeeland, die in het verkiezingsjaar 1935 geen stemmen aan de N.S.B. verloor. Sterker nog:1935 behoorde elektoraal gezien tot de betere jaren voor de Staatkundig Gereformeerde Partij. Als er in dit opzicht ooit een smet is geworpen op het „oorlogsverleden" van de S.G.P. dan is deze partij nu voor eens en voor altijd van alle blaam gezuiverd. De S.G.P.stemmers bleven hun partij trouw".
Is verzet geoorloofd?
We moeten ons dus niet tot zondebok laten maken door anderen. We kunnen wel eens te gauw in onze schulp kruipen.
Wel werd er in onze kringen heel verschillend gedacht over de vraag of daadwerkelijk verzet tegen de duitse bezetter geoorloofd was. Als men die bezettingsjaren zag als een straf van God voor allerlei zonden die werden bedreven door land en volk leek de konklusie voor de hand te liggen. Dan past geen verzet, maar een ootmoedig buigen onder die tuchtroede. Dan moet men geen lid worden van een knokploeg, maar konden alleen oprecht berouw en wederkeer tót Gods geboden uitkomst bieden.
Riep Paulus zelfs onder het bewind van de goddeloze Nero niet op tot gehoorzaamheid aan de overheid? Was Nebukadnezar niet door God aangesteld over alle landen die hij had veroverd? Schreef Calvijn niet in de Institutie dat tirannen zijn als een gesel in de hand van God? Ons blijft slechts, aldus Calvijn dat wij de hulp des Heeren inroepen in wiens hand de harten der koningen zijn. Hij kan ongedacht uitredding geven.
De wettige overheid in Londen
Er is echter ook een andere gedachten-
gang mogelijk. Onze wettige overheid was in mei 1940 uitgeweken naar Londen en riep van daar op tot verzet tegen de Duitsers. Dat verzet kon ook op humanitaire gronden gerechtvaardigd worden (hulp aan Joden, onderduikers, het toeëigenen van bonkaarten). Kon het „goed" zijn als een christen aan de kant van de weg ging staan en toe keek hoe onschuldigen en weerlozen bruut werden vermoord? Velen hebben daar „nee" op gezegd en naar mijn mening terecht. Ik denk ook dat de twee hier geschetste lijnen elkaar niet hoeven uit te sluiten.
Het besef dat God Nederland strafte met een duitse bezetting, ontheft een mens niet van de verplichting een naaste in nood te hulp te komen. Waar men dan nog wel moeite mee kan hebben, zijn bepaalde harde vormen van verzet: sabotage, overvallen, het doden van N.S.B.-ers of Duitsers. Heel vaak immers voerden de Duitsers als antwoord daarop wraakakties uit of fusilleerden zij gijzelaars. Dan werden opnieuw onschuldigen het slachtoffer, maar nu door het optreden van verzetslieden. Het wegvoeren van alle mannen uit Putten vormt een schrikwekkend voorbeeld hiervan. Men zal wellicht kunnen tegenwerpen dat ook die harde vormen van verzet oorlogsnoodzaak waren. Het is mogelijk.
In ieder geval behoort zorgvuldig te worden afgewogen of het doel van een bepaalde aktie in verhouding staat tot de risiko's en de te voorspellen konsekwenties. Als het gaat om speldeprikken, waardoor de duitse oorlogshandelingen slechts enigermate bemoeilijkt worden, maar waardoor de oorlog zelf niet bekort wordt, moet men wel goed weten wat men doet om er mensenlevens voor op het spel te zetten. Bij de humanitaire vorm van verzet lijkt men ethisch gesproken veiliger te zitten.
Ook Calvijn heeft de mogelijkheid van verzet opengelaten. Regel is de gehoorzaamheid aan de overheid, ook de gewelddadige overheid of bezetter. In geval van uiterste nood kan echter verzet gewettigd of zelfs geboden zijn. Maar ook dan moeten we, zegt Calvijn, oog blijven houden voor de voorzienigheid Gods en de bijzondere werking daarvan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 april 1985
Daniel | 36 Pagina's